Maandag 26/08/2019

Maanziek

De Britse journalist Andrew Smith raakte als kind gefascineerd door de Apollovluchten en ging op zoek naar de mannen die ooit voet zetten op de maan.

Door Marnix Verplancke

Toen George Bush op 14 januari 2004 aankondigde dat Amerika terugging naar de maan en dat er, als het van hem afhing, over twintig à dertig jaar een mens op Mars rond zou lopen, hoopte hij heimelijk het JFK-effect op te kunnen roepen en zo een tweede ambtstermijn veilig te stellen. En in zekere zin hadden zijn woorden ook eenzelfde uitwerking als die van John Kennedy 43 jaar eerder, toen deze aankondigde dat hij binnen het decennium een man op de maan wou: de NASA-ingenieurs begonnen hevig te nagelbijten en ontwikkelden van het ene op het andere moment donkere zweetkringen onder de oksels van hun lichtblauwe hemden. Hoe zouden ze dat in godsnaam waar moeten maken?

Maar daar bleef het zowat bij. De geestdrift die de modale Amerikaan in 1961 voelde bij Kennedy's woorden, was nu totaal afwezig. Enerzijds had dat veel te maken met het imago van de mannen die de woorden uitspraken - JFK was een popidool, terwijl Bush met heel veel goede wil echt niet voorbij een schoffel raakt - maar anderzijds had deze laatste zich overduidelijk ook van tijdspanne vergist. In 1961 was de maan een uitdaging, en haar bereiken het summum van de vooruitgang. Nu interesseert dit hemellichaam ons - om even in hetzelfde landbouwidioom te blijven - geen biet meer.

De Britse journalist Andrew Smith maakte de Apolloheisa van de jaren 1960 als kind van dichtbij mee. Hij woonde toen immers in de VS, zat urenlang tv te kijken tijdens de live-uitzendingen van de maanlandingen en hoort het Neil Armstrong op die memorabele dag in 1969 nog steeds zeggen: "It's a small step for man, but a big leap for mankind." Toen hij eind jaren negentig hoorde dat drie van de twaalf mannen die ooit over het maanoppervlak gelopen hadden inmiddels overleden waren, besefte hij dat hij iets moest doen om de herinneringen van de anderen te redden. Voor het te laat was, wou hij de overige negen vinden en vragen wat het voor hen betekend had, en hoe die maanwandeling hun leven had veranderd.

Maanstof is het resultaat, een journalistiek boek dat Smith gedurende anderhalf jaar van Houston over Londen tot in Lissabon bracht, hem talloze musea, reünies en conferenties liet bezoeken en hem deed beseffen dat niet alleen Richard Strauss' Also sprach Zara-fucking-thustra het lijflied van de hedendaagse Apollofreaks is, maar dat er in feite maar één man het fijne van wist: Stanley Kubrick, wiens films - zelfs Eyes Wide Shut - door deze zelfde freaks als geheime voetnoten bij het maanprogramma van de NASA worden gezien.

Wat Smith meteen opvalt wanneer hij de afkomst en levensloop van de maanwandelaars bekijkt, is dat ze uit een heel homogene groep kwamen - het waren immers allemaal middenklasse jongens van om de hoek - maar dat er bij nader inzien geen twee dezelfde bij zaten, wat vooral blijkt uit hun exploten uit de tijd toen ze terug op aarde waren. Van maanwandelen werd je immers niet rijk. De meeste astronauten waren luchtmachtpiloten die naar hun rang betaald werden en acht dollar extra onkostenvergoeding kregen per dag op de maan. Bovendien bleken de maanwandelaars allemaal eind de dertig te zijn toen ze hun vlucht maakten en vielen ze nadien in een immens gat: ze waren in feite fin de carrière en moesten zich zelf maar een tweede leven zien te verzinnen. En dat lukte hen niet allemaal even goed.

Ed Mitchell ging na zijn terugkomst helemaal de newagetoer op. Alan Bean - de eerste man die op de maan spaghetti at - wierp zich op het schilderen en borstelt na al die decennia nog steeds maanlandschappen bij elkaar. De anderen werden universiteitsprofessor, gingen in de verzekeringen of richtten een biergroothandel op. En er is er zelfs eentje bij de NASA gebleven, John Young, door zijn geologieleraar bij de ruimtevaartorganisatie "een archetypisch buitenaards wezen" genoemd wegens zijn wereldvreemdheid. Hij was de gezagvoerder van Apollo 16 die de geschiedenis inging als de 'Yvonne' die samen met 'Yvette' Charles Duke rustig over het maanoppervlak liep te keuvelen over het gemak van een gratis plastic draagtas om maanstenen in te verzamelen en die zich ten overstaan van de hele wereld - oei, ik dacht dat de microfoon niet meer aanstond - tegen diezelfde Duke beklaagde over al die scheten die hij moest laten van dat astronautenvoedsel. Het meeste geld, zo blijkt, verdienen ze allemaal nog steeds met het verkopen van hun handtekening, die sommigen wel 400 dollar per stuk opbrengt.

Smith wijst erop dat Apollo vooral een emotionele waarde had. Het programma werd opgezet ten tijde van de Vietnamoorlog, de moorden op Kennedy en Martin Luther King, de rassenrellen en de eerste milieurampen. Men kon dus wel een opstekertje gebruiken en in de optimistische geest van die tijd, door John Updike perfect samengevat door te stellen dat de centrale vraag niet meer was 'waarom?', maar wel 'waarom niet?', bood Apollo het ideaal dat alles beloofde goed te maken. "Het ging allemaal om de koude oorlog", tekent Smith op uit de mond van Bill Anders, piloot van Apollo 8 en later ambassadeur in Noorwegen. "Alleen wou de NASA dat zelf niet inzien. Toen Neil Armstrong en Buzz Aldrin de Amerikaanse vlag op de maan plantten, was het programma afgelopen en de NASA realiseerde zich dat niet." Met wetenschap had Apollo inderdaad niet veel te maken. Er is zelfs ooit maar één wetenschapper op de maan geweest, Jack Schmitt, die door de overige astronauten - allemaal piloten - met de nek bekeken werd. En dit zegt veel: Apollo is te vergelijken met een keidure bus die ooit maar één passagier heeft vervoerd. Op de maan landen was het doel, wat men er nadien ging doen, wist men in feite niet, en dat zorgde ervoor dat in 1972 steeds meer mensen vragen gingen stellen bij de astronomische kostprijs ervan: 24 miljard toenmalige dollars, op het hoogtepunt vijf procent van de nationale begroting. Men had astronauten zien golfen op de maan en zien buitelen door het stof. Er was veel gelachen en de Russen waren verslagen. The show was over, en de laatste drie geplande Apollovluchten werden geannuleerd wegens gebrek aan publiek.

Apollo is te vergelijken met een keidure bus die ooit maar één passagier heeft vervoerd

Smith wijst erop dat Apollo vooral een emotionele waarde had. Het programma werd opgezet ten tijde van de Vietnamoorlog, de moorden op Kennedy en Martin Luther King, de rassenrellen en de eerste milieurampen

> Tom Wolfe: The Right Stuff

> Mike Collins: Carrying the Fire

> www.hq.nasa.gov/alsj/

de Apollo Lunar Surface Journal

Andrew Smith

Maanstof

Oorspronkelijke titel: Moondust

Vertaald door Bea Brommer

Anthos, Amsterdam, 336 p., 22,95 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden