Zondag 15/12/2019

Strijd tegen IS

Maakte België dan toch burgerdoden in Irak?

Een Belgische F-16 in actie op 23 juni tijdens 'Operation Inherent Resolve' tegen IS. Beeld rv U.S. Air Forces Central Command

Belgische F-16's zijn mogelijk betrokken bij twee bombardementen in Irak waarbij volgens de internationale coalitie zelf twee burgerdoden en vier gewonden zijn gevallen. Dat blijkt uit een onderzoeksdossier van de ngo Airwars. 

Officieel houdt defensie vol dat bij Belgische interventies tot dusver nog altijd geen enkel burgerslachtoffer viel. Onderzoek van Airwars, een gespecialiseerde ngo die onderzoek doet naar burgerslachtoffers bij internationale luchtaanvallen in Syrië en Irak, trekt die lijn evenwel in twijfel.

Een eerste incident betreft een bombardement in de Iraakse stad Al Qaim op 27 februari van dit jaar. Daarbij zou ook een burger gedood en een andere gewond zijn, toen hun voertuig op het moment van de inslag in de zone van het doelwit reed.

Bij een tweede incident, in Mosoel op 21 maart, zou eveneens minstens een burger om het leven zijn gekomen en raakten drie anderen gewond. Dat gebeurde bij een luchtaanval op IS-strijders.

Belgische leger betrokken

Volgens Airwars is het Belgische leger betrokken bij die incidenten. Dat vernam de ngo van een hoge ambtenaar in ons land. Vlak nadat de coalitie op 30 april haar maandelijkse rapport van burgerslachtoffers uitbracht, wees de Belgische ambtenaar daarin een incident aan waarbij Belgische F-16's waarschijnlijk betrokken waren. 

Het ging om een luchtaanval in Al Qaim op 27 februari 2017. Airwars haalde informatie over burgerslachtoffers uit verschillende lokale berichten van 27 februari. Hoewel de lokale bronnen spreken over drie burgerdoden in één gerapporteerd incident, heeft de coalitie het in haar rapport over één dode en één gewonde.

Daarnaast linkt de bron van Airwars ons land ook aan het incident op 21 maart in Mosoel. Daarover vemeldt het maandrapport van de coalitie op 30 april dat het nog onderzocht wordt. In het verslag van de maand daarop veranderde de coalitie de status echter naar 'geloofwaardig'. Dat betekent dat er volgens de coalitie inderdaad burgers omgekomen zijn.

Airwars registreerde meerdere incidenten met burgerdoden in Mosoel op 21 maart. Een medewerker van de coalitie communiceerde de precieze coördinaten van deze specifieke luchtaanval aan Airwars. Daaruit kan worden afgeleid dat het gaat om een aanval in het district 17 Tamaz in West-Mosoel. Airwars had op die datum en in die buurt al eerder een lokaal verslag van burgerdoden getraceerd, maar voordat de coalitie het incident toegaf, waren er nog weinig details beschikbaar.

“Hoewel de coalitie – een ad hoc militair samenwerkingsverband in de strijd tegen IS – zich nooit over de betrokkenheid van individuele landen uitlaat, bevestigde ze wel de status van deze twee onderzoeken”, schrijft Airwars-onderzoekster Eline Westra in een rapport. “In een e-mail aan Airwars lieten ambtenaren van de coalitie weten dat beide incidenten als ‘geloofwaardig’ waren beoordeeld, wat betekent dat er burgerslachtoffers zijn gevallen, die waarschijnlijk het gevolg waren van de luchtaanvallen van de coalitie.” 

'Geen weet van lopend onderzoek'

Minister van Defensie Steven Vandeput (N-VA) wil niet communiceren over deze specifieke incidenten. Hij trekt de bewering van Airwars in twijfel. “De procedure is dat we bij een vermoeden van burgerslachtoffers zelf om een onderzoek vragen aan de internationale coalitie”, zegt Vandeput. “Ik heb geen weet van een lopend onderzoek naar burgerdoden waarbij België betrokken zou zijn.” 

Tot dusver houdt België zich aan de officiële lijn dat het nog geen enkel burgerslachtoffer maakte bij de luchtoperaties in Irak. In een persmededeling van 6 juli bevestigde kolonel Jeroen Poesen, hoofd operaties bij de Belgische luchtmacht, dat standpunt. “Hierbij kunnen we met trots stellen dat we al onze doelstellingen behalen. Ons objectief van 100 procent mission effectiveness, zonder burgerslachtoffers, is nog altijd werkelijkheid.”

Op een persconferentie diezelfde dag maakte kolonel Poesen dat punt ook al. Dat de eigen coalitie de incidenten als geloofwaardig en dus realistisch bestempelt, verandert daar niets aan, stelt hij. In haar rapport van 30 april 2017 schreef de coalitie dat er op 27 februari in Al Qaim een burger gestorven is en een andere gewond is geraakt toen zij in een voertuig de target zone inreden.

Beeld Getty Images

“We zijn het niet eens met die analyse en zijn ook overtuigd dat het niet klopt,” zei Poesen op 6 juli aan Airwars-onderzoekster Eline Westra. Volgens hem ging het om een “vrij snel” onderzoek van de coalitie-ambtenaren, maar, zo voegde Poesen eraan toe: “Zelfs als er doden gevallen zouden zijn, dan was het nog volledig binnen de inzetregels en dan zou de piloot ook geen schuld getroffen hebben."

Ook na het gesprek met Poesen in juli heeft Westra contact gehad met haar hooggeplaatste bron. Die zag geen reden om te twijfelen aan zijn versie van de feiten.

Net als het eerste is ook het tweede incident met een burgerdode en met mogelijke Belgische betrokkenheid, in Mosoel, door de coalitie zelf als 'geloofwaardig' bestempeld. Dat gebeurde in een rapport van 2 juni.

Daarover zegt Poesen aan Airwars “dat het incident op nationaal niveau niet langer wordt onderzocht”. Eline Westra: “Volgens de kolonel zijn alle incidenten die tot nog toe aan het federaal parket zijn overgebracht, zonder gevolg geklasseerd. Om die reden stelde hij ‘geen weet’ te hebben van burgerdoden die door België zouden zijn veroorzaakt.”

Alle vooronderzoeken geseponeerd

Ook die informatie is aan De Morgen bevestigd. Alle onderzoeken van het parket naar incidenten bij Belgische militaire operaties zijn geseponeerd. Volgens de woordvoerder van het federaal parket ging het om vooronderzoeken.

Over welke incidenten het ging, blijft geheim. Een vooronderzoek dient om informatie te verzamelen voor een eventueel onderzoek, maar zo ver is het niet gekomen. Het parket heeft geoordeeld dat België bij die incidenten voldeed aan de rules of engagement, de aanvalsregels of inzetregels die ons land zichzelf heeft opgelegd.

Die regels zijn gebaseerd op internationaal oorlogsrecht, maar de inhoud ervan is geheime informatie. Het kan er dan bijvoorbeeld om gaan of het een militair doelwit betreft dat deelneemt aan het conflict. Ook wordt er gekeken of de aanval proportioneel was.

Het parket onderzoekt dus enkel of de Belgische deelname aan operatie Desert Falcon wettelijk gebeurt door die rules of engagement te respecteren. “Als dat het geval blijkt, is er geen sprake van een inbreuk en wordt het onderzoek stopgezet”, zegt de parketwoordvoerder.

Maar ook binnen die rules of engagement kunnen er dus, per ongeluk, burgerslachtoffers vallen. Dat zou bij de incidenten in Al Qaim in februari en in Mosoel in maart het geval kunnen geweest zijn.

Airwars bepleit al langer meer transparantie bij het vrijgeven van informatie over luchtaanvallen, ook als de rules of engagement gerespecteerd zijn. België, maar ook andere Europese landen, zijn erg terughoudend bij het delen van die informatie, officieel uit veiligheidsoverwegingen.

Samen hebben de Europese landen meer dan 3.500 luchtaanvallen uitgevoerd sinds 2014, becijferde Airwars. “Kijkend naar de aantallen slachtoffers die de coalitie zelf toegeeft, lijkt het vrijwel onmogelijk dat de Europese aanvallen geen enkele burger geraakt zouden hebben”, stelt de ngo. “In mei onthulde de coalitie dat 80 burgers het leven hebben gelaten in bombardementen die door andere landen dan de VS waren uitgevoerd. Geen enkel land nam echter de verantwoordelijkheid op zich.”

Al 871 bommen gedropt

Volgens militaire cijfers die afgelopen maand aan de Kamer werden gepresenteerd, heeft België nu in totaal 871 bommen gedropt sinds de start van de oorlog in 2014. Dit komt overeen met ongeveer 4 procent van het totaal aantal luchtaanvallen door de coalitie. Tijdens de eerste missie, van 26 september 2014 tot 30 juni 2015, zijn 324 wapens afgevuurd en in de tweede ronde, die op 1 juli 2016 begon, zijn inmiddels 547 bommen gelanceerd.

België neemt inmiddels al drie jaar deel aan de campagne tegen IS in het Midden-Oosten. Het engagement werd onlangs nog verlengd tot het eind van dit jaar, omdat partner Nederland besliste om pas ten vroegste in 2018 weer deel te gaan nemen aan de oorlog.

België heeft enkel 500 en 2.000 pond-bommen ingezet, niet de zogenaamde 250 pond Small Diameter Bombs (SDB) die zogezegd besteld waren voor aanvallen in stedelijk gebied. In november 2016 zei Frederik Vansina, generaal-majoor bij de Belgische luchtmacht, tegen De Morgen dat munitie was besteld "die maar half zoveel explosieve lading heeft en daardoor wel bruikbaar is in dichtbevolkte gebieden". Maar, zei hij, "zolang die er niet is, zullen we opdrachten in woonzones moeten weigeren."

Vorige maand onthulde minister Vandeput echter dat de in de VS gefabriceerde bommen nog niet geleverd waren en pas in 2019 zullen aankomen.  Bij Airwars roept dat vragen op over het Belgische imago van terughoudendheid. “In tegenstelling tot wat generaal-majoor Vansina stelde, heeft de helft van alle aanvallen die België sinds juli 2016 uitvoerde, boven Mosoel plaatsgevonden – de tweede stad van Irak en duidelijk een dichtbevolkt woongebied”, schrijft Eline Westra nog. “De minister vertelde de Kamer ook dat 'gaandeweg de vluchten zelf langer geduurd hebben en de tussenkomsten eigenlijk gestegen zijn in intensiteit' vergeleken met de eerste missie.”

Minister Vandeput benadrukt die toegenomen intensiteit kwam omdat de strijd in Mosoel heviger werd, maar dat België zeer duidelijke rules of engagement heeft, die niet geschonden zijn. 

Wat voorafging

Twee keer eerder waren er vragen over de mogelijke Belgische betrokkenheid bij luchtaanvallen met burgerdoden. Op 20 oktober 2016 wees het Russische ministerie van Defensie twee Belgische F-16’s aan als de schuldigen voor zes burgerdoden bij een bombardement in het Syrische dorp Hassadjek. Minister Vandeput ontkende formeel. 

Eind maart 2017 startte de coalitie een onderzoek naar een bombardement eerder die maand in Mosoel. Die aanval, op 17 maart, maakte 105 burgerdoden. Ook Belgische F-16’s voerden die dag missies uit in de omgeving van de Iraakse stad. Volgens Vandeput was België niet betrokken bij wat geldt als de grootste blunder van de coalitie. Uit het onderzoek bleek later dat een Amerikaans jachtvliegtuig twee IS-sluipschutters had proberen te treffen, die zich verborgen in een huis. In de kelder van dat huis verscholen zich echter ook tientallen burgers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234