Vrijdag 05/06/2020

'Maakt niet uit wat je doet met een model. Zo'n meisje ziet er toch altijd goed uit'

Als op dag vier van London Fashion Week de show van Christopher Kane uit de startblokken schiet, houden journalisten, sterren en mode- insiders de adem in. Maar backstage is de spanning pas écht te snijden. Hier worden topmodellen klaargestoomd voor de catwalk. Voor het eerst maakt een jonge kerel uit Grimbergen deel uit van dat team. Introducing: Louis Ghewy, kniptalent én Londenaar in de dop.

Jong talent Louis Ghewy (22) verzorgt tijdens de defilés de kapsels van de modellen

Londen, 17 februari, 10u30.

Afspraak bij de backstage-uitgang van de gevierde Londense ontwerper Christopher Kane.

Daar is Kim Peers, het iconische Belgische model dat deze ochtend aan haar sensationele comeback begint (een paar weken later, tijdens de modeweek van Parijs, zal ze meelopen in een indrukwekkend aantal grote shows).

In de voetsporen van Kim volgt Louis Ghewy, de 22-jarige Belgische kapper. Hij heeft zelf ook een belangrijk moment achter de rug: voor de eerste keer assisteerde hij Guido, de belangrijkste hairstylist van zijn generatie. De Vidal Sassoon van de 21ste eeuw, zeg maar.

"Guido is mijn grote idool", zegt Ghewy. "Thuis hangt mijn muur vol met zijn werk."

Hij praat nog even na met Belgische Kim, een Russisch meisje en een Française. We nemen een foto met de Theems op de achtergrond en drinken koffie en fruitsap in een van de 3.872 Londense filialen van Pret A Manger.

Hoe wordt een tienerjongen in godsnaam kapper?

"Voor ik begon, heb ik zowat elke mogelijke andere opleiding geprobeerd. Eerst aso, dan tso. Waarom probeer je niet iets artistieks, vroeg mijn vader, die in de reclame werkt. Ik ben toen aan de kunstacademie begonnen, maar dat ging ook niet. Mijn mama, die toen nog schoonheidsspecialiste was, zei op een bepaald moment: 'Oké, ik weet wat jij wilt worden - jij wilt kapper worden.'"

Waarom zei je moeder dat?

"Ik ben altijd met kapsels bezig geweest. Je weet wel, de clichés - ik knipte het haar van mijn zus, ik kapte Barbies. Haar was mijn obsessie. Maar effectief kapper worden, daar had ik echt geen zin in. Ik zag mezelf niet mijn hele leven in een salon werken. Ik was veertien, wist ik veel wat ik met de rest van mijn leven wou doen. Uiteindelijk wilde ik het toch proberen. Mijn ouders hebben toen de beste opleiding in België gezocht, en dat was Academie Verbist in Antwerpen. Wij woonden in Grimbergen. Ik kon dat pendelen niet aan, dus tijdens mijn tweede jaar ben ik alleen gaan wonen in Antwerpen. Ik was toen zestien."

Ergens onderweg, in de trein tussen Antwerpen en Brussel, leerde Ghewy model Amélie Lens kennen.

"Ik zag haar zitten, ze had toen nog blokjes om haar tanden. Zij was vijftien, ik was veertien. Ze woonde bij mij in de buurt en we zijn aan de praat geraakt. Daarna namen we vaak samen de trein. Zij heeft me ook gezegd dat ik hairstyling zou moeten doen. Ze had toen een froufrou en ik heb die geknipt, helemaal scheef trouwens."

"Ik ben een meter drieënnegentig", verduidelijkt Ghewy. "Misschien is dat een reden waarom ik modellen zo geweldig vind. Ik voel me normaal tussen die meisjes. Het maakt ook niet uit wat je doet met een model. Zo'n meisje ziet er toch altijd goed uit."

Zijn kapperscarrière kwam echter niet onmiddellijk van de grond. "Na die opleiding had ik genoeg van kapsels. Ik kon niet aarden in een salon. Mijn moeder was niet lang daarvoor begonnen met een eigen kledingmerk, Le Fabuleux Marcel de Bruxelles, en ik ben voor haar beginnen werken. Ik werd toen ook gecast door een modellenbureau. Door een seizoen mee te draaien in Milaan en Parijs, leerde ik hoe het er backstage aan toegaat, hoe het allemaal werkt in de mode.

Ik was nog nooit in Londen geweest. Elspeth Jenkins, een styliste en journaliste, en mijn goede vriendin, ging er voor een weekend naartoe op persreis. Ze had er een tijd gewoond en kende de stad goed. En nu zei ze: kom gewoon bij mij in de hotelkamer slapen. Ik heb de trein genomen en in die drie dagen tijd heb ik heel wat mensen leren kennen die daarna goede vrienden zijn geworden. Zoals J. W. Anderson, de modeontwerper. Ik vond dat haar in Londen zoveel meer betekende dan in België. Ook door de geschiedenis, door Vidal Sassoon, Toni & Guy. Ik heb nog datzelfde weekend beslist dat ik hier wilde komen wonen."

Ghewy trok naar Londen en volgde cursussen in de academies van Sassoon en Toni & Guy. "Ik had een jaar niet meer als kapper gewerkt. Het is niet zoals fietsen, je verleert dat - enfin, niet helemaal, maar je kunt het toch maar beter onderhouden. En ik heb les aan beide academies gevolgd omdat ik niet gehersenspoeld wou worden. Later ben ik Alex Brownsell van Bleach gaan assisteren, een salon in Dalston. Met haar heb ik mijn eerste shows gedaan, vrij kleinschalig allemaal. Van die periode dateren ook mijn eerste shoots voor bladen en merken, Dazed & Confused,i-D, Topshop, Asos. Na zes maanden liepen die samenwerkingen niet meer zo lekker. Toen ben ik fulltime beginnen werken voor LN-CC, de Londense winkel en website. Daarnaast assisteerde ik Anthony Turner, de voormalige eerste assistent van Guido (Palau, red.), die pas freelance was gegaan. Met hem heb ik shows van Acne, Peter Pilotto en Christopher Kane gedaan. In september vorig jaar heb ik ten slotte getekend bij The Book Agency, een agentschap voor fotografen, stylisten, haar en make-up."

Ghewy is die ochtend om vijf uur opgestaan. Voor één keer heeft hij de taxi genomen, van zijn appartement in Hackney naar de showlocatie van Christopher Kane aan The Strand, in het centrum van Londen.

"Backstage moet je zo snel mogelijk je station voorbereiden, je kantoor op wielen. Je moet alles klaarzetten. De producten worden doorgaans bezorgd door sponsors. Als iedereen klaar is, toont de hoofdkapper zijn assistenten wat hij voor die show van plan is. Guido heeft een vast team van zo'n zeven mensen. En daar kwamen vanmorgen nog eens zeven extra kappers bij. Voor een show met 51 modellen is dat zeker niet overdreven.

Zodra de modellen toekomen, moet je zo snel mogelijk een meisje grijpen. Vóór make-up, in elk geval. Een backstage is altijd intens, alles moet snel gaan en de klok tikt verder. Dan is het een voordeel als je een goed contact hebt met de modellen. Ik ken bijna altijd hun naam. Mijn collega's houden het vaak bij honey of baby.

Soms arriveren modellen heel laat, omdat ze eerst in een andere show liepen. In dat geval heb je pakweg tien minuten om het kapsel van die vorige show om te vormen tot het kapsel van jouw show. Soms is dat pijnlijk. Bijvoorbeeld als hun haar nog vol gel zit, en jij een natuurlijke look moet creëren. Tijd om te wassen is er niet.

Soms wordt er met acht man tegelijk aan één model gewerkt - vier doen het haar, twee de make-up, en nog eens twee werken aan de handen en nagels. Je kunt dat vergelijken met een pitstop in de formule 1. Even de wielen vervangen.

Het is een circus. Er is veel competitie en je moet voortdurend op je hoede zijn. Je wordt zo vervangen, en je bent dus nooit zeker van je job. Maar anderzijds, it's just a job. En het is ook maar haar. I'm not curing cancer. Ik kan dat wel relativeren.

Op dit moment vind ik het belangrijk om nog bij te leren. Iedereen heeft een andere techniek, een andere favoriete borstel."

Tijdens de mannenmodeweek van Parijs, in januari, maakte hij zijn debuut als main hairstylist voor de show van Y-Project, het label waar Belgisch ontwerper Glenn Martens creatief directeur is. Ghewy vindt het vooral belangrijk om met gelijkgestemde jonge stylisten en fotografen iets op te bouwen, om de stem van zijn generatie te laten klinken.

We nemen eerst de metro en vervolgens een bus naar Hackney, een wijk in het verre oosten van Londen, die sinds de Olympische Spelen minder verloederd oogt. Ghewy deelt er een ruim appartement met een Belgische journaliste, een Nederlandse styliste en een Britse grafisch designer. In het gebouw ernaast zitten een boksclub en een biologische kruidenierszaak.

Hij wil zich snel omkleden vooraleer hij gaat kijken naar de show van David Koma, een ontwerper die tien dagen later in Parijs zal debuteren als creatief directeur van Mugler. De styliste van de show is een vriendin, met wie hij vaak samenwerkt.

"Een van de nadelen van werken als kapper, is dat je geen mooie kleren kunt dragen op je werk. De haarproducten maken alles snel vuil. Op je knieën werken en de hele tijd met valiezen sleuren, helpen ook niet.

"Backstage zie je trouwens nooit veel van een show. Tenzij je helemaal vooraan staat, front of line, aan de vuurlinie waar de modellen de catwalk op worden gestuurd - om maar te zeggen dat ik graag naar shows ga kijken als ik zelf niet moet werken.

"Ik vind kleren dan ook belangrijk. Dat heb ik meegekregen van thuis, en het is ook de reden waarom ik in de mode wou werken."

Voor de show van Koma zou hij een bontmantel lenen van een vriendin, maar dat plan gaat uiteindelijk niet door. Dan maar zijn eigen jas ("Mijn mooiste mantel, van Maison Martin Margiela, is gestolen op een feestje"), en een hoofddeksel van Lanvin. Misschien spreekt bont hem aan omdat hij van Rusland houdt. "Mijn interesse voor het land komt door de tekenfilm Anastasia en de Russische vriendinnen die ik hier heb. Mijn beste vriendin is een Russische. Ze heeft een uitgesproken stijl, een goed oog, en ze werkt regelmatig met bont."

Hij houdt van Londen, van de adrenaline, van de streetstyle in East London. "Er zijn ook meer kansen voor jonge ontwerpers, stylisten en fotografen dan in de andere modesteden, waar de oudere merken het voor het zeggen hebben. De streetstyle is heel uitgesproken en je moet soms twee keer omkijken. Maar liever een hipster die wat moeite doet dan iemand die gewoon zo uit bed is gerold. Vorig jaar was er even sprake van dat ik naar New York zou verhuizen, maar intussen is Londen me erg dierbaar geworden."

En Londen houdt ook van hem. Na de show van Koma in een tent op de binnenplaats van Somerset House, het kloppend hart van de Londense modeweek, wordt hij tegengehouden door achtereenvolgens de fotograaf van Facehunter, en twee tienermeisjes.

"Wat een leuk petje"," zegt een van de meisjes. "Waar heb je dat vandaan?"

"Lanvin", antwoordt Louis.

"Lanvin?", vraagt het meisje. "Echt nooit van gehoord."

Hij probeert het nog eens, nu op zijn Engels, zoals hij regelmatig ook zijn naam verbastert tot Loewie Goewie.

Lanvin rijmt plots op dubbele kin.

"Oh", lacht het meisje, "Lanvin! Fijn!"

Iedereen opgelucht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234