Donderdag 22/10/2020

InterviewGuy T'Sjoen

Maak kennis met uw hormonen: ‘Te weinig slapen doet je hongerhormoon stijgen’

Hoogleraar Guy T'Sjoen (UGent). Beeld Damon De Backer

We geven ze van zowat alles de schuld. Maar hormonen zorgen er in de eerste plaats voor dat we leven, stelt topdokter en endocrinoloog Guy T’Sjoen (49) in zijn nieuw boek Hormonen onder controle. ‘Hormonen fascineren ons mateloos, maar de meeste mensen weten er nauwelijks iets van af.’

Vraag aan de doorsnee-Vlaming om enkele hormonen op te noemen en hij geraakt – met dank aan de geslachtshormonen – met moeite aan vijf. En dus schreef Guy T’Sjoen, diensthoofd endocrinologie in het UZ Gent en hoogleraar aan de UGent, er een boek over. Hij is vooral bekend als wereldautoriteit op vlak van transgenderzorg, maar zo’n 75 procent van de tijd houdt hij zich nog steeds bezig met de klassieke hormonale aandoeningen.

Zijn conclusie na bijna 20 jaar ervaring als hormonendokter: over hormonen bestaan heel wat misvattingen. “Mensen schrijven hen allerlei klachten toe”, legt T’Sjoen uit. “Een dagje verdrietig zijn, met het verkeerde been uit bed stappen, een pukkeltje hebben of je wat emotioneel voelen. Dan denken we al te vlug: het zijn weer die hormonen. Terwijl dat vaak niet het geval is. Ik leg in het boek uit wat er kan mislopen op het vlak van hormonen, maar ook wat wellicht niets met hormonen te maken heeft. En wanneer u dus beter de endocrinoloog met rust laat.” (lacht)

Krijgt u dan vaak patiënten over de vloer tegen wie u moet zeggen: dit heeft nu eens werkelijk niets met hormonen te maken?

Guy T’Sjoen: “We doen al enkele jaren aan prescreening, net om dat te vermijden. Wie op consultatie wil komen, moet een doorverwijzing hebben van een arts en een labotest. Daarmee zien we in heel veel gevallen nog voor de patiënt bij ons komt, dat er niets hormonaals speelt.”

We horen vaak de klacht ‘mijn hormonen zijn niet in balans’. Nu blijkt uit uw boek dat die net niet in balans mogen zijn.

“Klopt! De hypothalamus en de hypofyse, de controlestructuren in onze hersenen, voelen hormonale spiegels en zullen afhankelijk van hoeveel hormonen er in de bloedbaan aanwezig zijn de hormoonproductie gaan stimuleren of net afremmen. Dat is een proces dat altijd in beweging is en ook moet zijn. Er wordt constant bijgeregeld en hersteld. Hormonen zijn dus nooit in balans, maar je wil wel dat ze onder controle zijn. Vandaar de titel van het boek.”

Over dat onder controle zijn: als we iemand als Donald Trump zijn rivaal Joe Biden zien aanvallen in een debat, leggen we al snel de link met een duidelijk teveel aan testosteron. Is dat ook een misvatting?

“Ik ben ervan overtuigd dat we niet echt onder de indruk zouden zijn, mochten we het testosterongehalte van Trump meten. Testosteron zegt, in tegenstelling tot wat velen denken, eigenlijk niets over hoe ‘mannelijk’ of hoe stoer iemand is of overkomt. Bij Trump ben ik er vrij zeker van dat wat hij doet en zegt, volledig gedragsgebonden is. En dus niets met hormonen te maken heeft.

“Het is wel een discussie die we vaker moeten voeren. Bij seksueel delinquenten bijvoorbeeld wordt al eens de vraag gesteld of hun gedrag het gevolg is van te veel testosteron. Neen, dus. Dat heeft er niets mee te maken. Het gaat hier vooral om ontspoord gedrag.”

U merkt zelfs dat er bij artsen misvattingen bestaan over testosteron. Zelfs dokters weten niet altijd goed wat ze met die waarden aanmoeten.

“Er is inderdaad heel wat kennis nodig om testosteronwaarden goed te kunnen interpreteren. Je moet die waarden ook op een goede manier meten. De patiënt moet nuchter zijn, de test moet voor 10 uur ’s morgens gebeuren en de verwerking gebeurt best in een referentielabo. Wat we merken is dat er veel fouten gemaakt worden tegen al die basisprincipes, waardoor er foute diagnoses gesteld worden.”

Zijn er dan huisdokters die dat op eigen houtje beslissen en niet doorverwijzen naar een endocrinoloog?

“De meeste huisartsen doen dat correct, maar ja, er zijn een aantal huisartsen met een ongezonde interesse voor hormonen, die diagnoses stellen die wij durven in twijfel te trekken. Het is een bepaalde strekking artsen die gelooft dat je door hormonen te regelen een patiënt energieker en zelfs jonger kan maken. Terwijl je zo die persoon net sneller opbrandt en er nog meer problemen ontstaan.

“We weten allemaal over welke artsen het gaat, maar we kunnen er niet tegen optreden. Ook de overheid kan dat niet, want die mag zich niet mengen in diagnostische en therapeutische beslissingen van artsen. Alleen de Orde der Geneesheren kan ingrijpen. We hopen dan ook al jaren dat de Orde dat zal opnemen.”

Hormonen innemen kan soms tot vreemde bijwerkingen leiden. Het hormoon dopamine kan ervoor zorgen dat een patiënt dure sportwagens begint te kopen, schrijft u. Dat moet u toch even uitleggen.

“We weten niet precies waarom, en de meeste patiënten hebben er voor alle duidelijkheid weinig last van. Maar elke endocrinoloog heeft wel zo’n verhaal uit de eigen praktijk. Dopamine wordt gebruikt bij patiënten die een prolactinoom hebben, een prolactine-producerend gezwel in de hypofyse. Vrouwen krijgen dan cyclusstoornissen, gespannen borsten en de melkproductie begint spontaan op gang te komen. Mannen merken dat meestal aan een daling van seksueel verlangen en erectieproblemen.  

“De dopamine remt de productie van prolactine af. Maar soms zien we dat een patiënt ten gevolge van de medicatie begint te gokken of dure sportwagens koopt. Sommigen komen zelfs serieus in financiële moeilijkheden. Zelf had ik een patiënt die plots seksueel ontremd raakte en die geld uitgaf aan prostitutiebezoek. 

“Ook geriaters en neurologen kennen dit fenomeen. Want dopamine wordt ook gebruikt in de behandeling van de ziekte van Parkinson. En dan gebeurt het weleens dat op een afdeling geriatrie een mannelijke patiënt seksueel ontremd gedrag vertoont door de medicatie. Het enige wat er dan op zit is om de behandeling te veranderen.”

We hadden het al over Trump. Maar in uw boek passeren nog bekende namen de revue. Bloody Mary bijvoorbeeld. Wat doet een telg van de Tudors, die koningin van Engeland was in de zestiende eeuw, in een boek over hormonen?

“Van Bloody Mary is bekend dat ze verschillende keren het idee had dat ze zwanger was, maar ze kreeg nooit kinderen. Er zijn momenten geweest waarop haar lichaam helemaal veranderde, met borstspanning en beginnende melkproductie. Bovendien was ze op het einde van haar leven blind geworden.

“Als endocrinologen denken we dan in de richting van een onbehandeld prolactinoom, want dat zijn de typische kenmerken. Een Britse collega zegt herhaaldelijk op congressen dat hij heel graag eens een scan zou doen van haar lijkkist om daar uitsluitsel over te krijgen. Maar dan moet hij de goedkeuring hebben van de koninklijke familie en dat zie ik nog niet meteen gebeuren.

“Misschien denkt u nu: wat doet het ertoe of die vrouw dat al dan niet had. Maar het feit dat de katholieke Bloody Mary geen kinderen kreeg, heeft wel een grote impact gehad op de Britse geschiedenis. Want na haar is de protestantse Elizabeth I aan de macht gekomen, waardoor de macht dus verschoof van katholieken naar protestanten.”

U wijdt een hoofdstuk aan de schildklier, die vaak voor problemen zorgt. Maar toch bent u geen voorstander van een massale screening op schildklierkanker.

“Neen. In ons land zijn er ongeveer duizend schildklierkankers per jaar, en 92,5 procent van de patiënten overleeft de ziekte na 5 jaar. Dat komt omdat dat soort kanker doorgaans goed te behandelen is. We weten ook dat vier op de tien mensen een of meerdere knobbeltjes heeft op de schildklier. Dat hoeft geen probleem te zijn, als de persoon daar geen last van heeft en als de schildklier perfect normaal functioneert.

“In Zuid-Korea heeft men wel zo’n screening ingevoerd. En telkens wanneer ze een knobbeltje vonden, haalden ze het ook weg. Er zijn door de screening inderdaad een hoop meer schildklierkankers ontdekt. In 1999, toen men aan de screening begon, had men 6,4 schildklierkankers op 100.000 inwoners. In 2008 was dat 40,7. Maar als je kijkt naar de overlevingskans van die mensen was er geen enkel verschil. Er zijn dus vooral mensen gevonden met een schildklierkanker die er eigenlijk niet toe doet. Ondertussen zijn die patiënten wel geopereerd en nemen ze medicatie, twee zaken waar mogelijk complicaties bij kunnen optreden. Er is dus heel veel medische zorg toegediend voor iets wat op bevolkingsniveau de overlevingskans niet verhoogde. Daarom zijn we hier zo terughoudend om zo’n screening in te voeren.”

Endocrinologen krijgen ook vaak patiënten met obesitas over de vloer. Is overgewicht dan iets hormonaals?

“We gaan bij hen vooral op zoek naar de aanwezigheid van diabetes type 2, want dat heeft een enorme impact op de gezondheid. En we gaan bij die groep zeker de basishormonen controleren. Maar het is vrij teleurstellend wat we als endocrinologen voor die mensen kunnen doen. We vinden meestal niets dat strikt hormonaal behandelbaar is.

“Heel wat mensen denken nochtans bij overgewicht in de richting van de schildklier, die te traag zou werken. Maar het is maar bij grote uitzondering dat wij een te traag werkende schildklier kunnen vaststellen of met medicatie aan de slag gaan. Als de basishormonen in orde blijken te zijn, sturen we die mensen door voor bewegingsadvies, en naar diëtisten en psychologen die hen bij het vermageringsproces kunnen helpen.

“Wat we als endocrinoloog wel kunnen doen, is mensen die willen afvallen aanraden om in de eerste plaats trager te eten. Want dat kan vanuit de hormonenleer gezien wel werken. Het verzadigingshormoon treedt pas in werking na 15 minuten. Als je traag eet, en het hormoon doet zijn werk, dan zal je dus automatisch minder eten. Al is dat zeker geen wonderoplossing.”

U roept de overheid wel op om in te grijpen en meer in te zetten op de preventie van obesitas.

“Wat ontbreekt in ons land is een nationaal obesitaspreventieplan. Er zijn wel al enkele voorstellen geweest, maar die bleven nogal vaag. Nederland heeft ondertussen wel zo’n nationaal actieplan. Daar is de ambitie om van 50 procent overgewicht nu naar 38 procent te gaan over tien jaar en er staan een aantal heel concrete actiepunten in. 

“Zoiets hebben we hier ook nodig. Ik zal daarin geen voortrekker zijn, dat moet een andere endocrinoloog op zich nemen, want ik strijd al voor de zorg van transgenderpersonen. Maar ik vind wel dat er dringend iets moet gebeuren. Het is nu dweilen met de kraan open.”

Als het over obesitas gaat, hoor je soms de stelling dat die patiënten daar zelf schuld aan hebben. En dat we als samenleving ook niet moeten opdraaien voor de kosten van de gevolgen van die slechte levensstijl. Hoe denk u hierover?

“Natuurlijk moeten we die mensen helpen. Je laat sporters die een sportblessure hebben of gestresseerde managers die hartinfarcten oplopen toch ook niet in de kou staan? 

“Zeggen dat mensen daar zelf schuld aan hebben, is ook niet terecht. Te weinig slapen doet je hongerhormoon stijgen, en bij veel stress grijp je naar zoet en vet. Bij obesitas speelt een zogenaamde obesogene omgeving, een omgeving die eigenlijk stimuleert om ongezond te leven, ook een rol. Kijk naar een supermarkt. Daar is het percentage gezonde voeding nog altijd vrij klein. Hier in het ziekenhuis staat een snoepautomaat, op een plaats waar elke bezoeker en personeelslid moet passeren. Daar kan ik me erg aan storen.

“En als mensen dat betuttelend vinden dat de overheid hierop zou ingrijpen, dan moeten ze maar eens een dagje komen meelopen op de diabetesconsultatie hier in het ziekenhuis. Dan zien ze de harde realiteit.”

Guy T’Sjoen, Hormonen onder controle, Pelckmans Uitgevers.

Wie is Guy T’Sjoen?

- 49 jaar

- Hoogleraar endocrinologie UGent en androloog

- Hoofd van de dienst endocrinologie en het centrum voor Seksuologie en Gender (UZ Gent) 

- Wereldautoriteit op het vlak van transgenderzorg

- Schreef onder andere Onder de gordel – verhalen van de mannendokter  

Bekend van VIER-programma’s Topdokters en De Slimste mens ter wereld

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234