Donderdag 20/06/2019

Gamen

Maak kennis met André (88), een krak in computergames

André Vanheste (88) speelt thuis 'Gran Turismo Sport' op zijn Playstation: 'Ik ga ne keer sjette geven.' Beeld Bob Van Mol

André (88) scheurt ’s ochtends met 300 km/u over de Northern Isle Speedway, en voor Hugette (59) naar het werk vertrekt, loopt ze nog snel even door een magisch kasteel. André en Hugette zijn niet alleen: bijna een derde van de gamers is ouder dan 50.

André, 88 jaar: “Ik zag die bolides op het scherm, ik zag dat stuur, die pedalen, die lederen stoel en de eigenaar van die game-installatie zei: 'Zet u maar, André, geef ma ne keer sjette.’ Dus zette ik me neer, nam het stuur vast en keek naar het scherm. De klok telde af: 5-4-3-2-1. De vlag ging naar beneden en voor ik het wist ging ik met 300 km/u uit de bocht, recht de vangrails in. Dat stuur schudde nogal ne gank, alsof ik echt in een racewagen zat. Ja, ik was meteen verkocht en zei tegen mijn zoon: Bert, dat moet ik ook hebben!”

Jeroen, uitbater 'Games & Co’: “Dus ik zie een man van in de tachtig de winkel binnenkomen, samen met zijn zoon, een vijftiger. ‘Goeiedag, wij komen om meer inlichtingen over de Playstation 4 en de Playseat, meneer, zo’n ­installatie waarop je races kunt simuleren.’ Dat was heel mooi om te zien, de zoon die zijn vader naar de gamewinkel bracht, maar tegelijk dacht ik ook: dit kan niet waar zijn. Waar is de verborgen camera ergens?”

André: “De uitbater, meneer Jeroen Wittevrongel, vroeg of de Playstation voor een kleinkind bedoeld was.”

Jeroen: “Hij zei: ‘Nee nee, helemaal niet’. Het bleek voor de man zelf te zijn. Hij kocht de hele installatie.”

In een keurig rijhuis in Oostende leidt André ons de houten trap op. Het geluid van onze schoenen kaatst tegen de muren. “Rechtdoor, jawel, je zal verschieten!” André opent een kleine deur en tegen de witte, effen wand van de kamer staat een zwartlederen racezetel, ­verbonden met een stuur en twee ijzeren ­pedalen.

“Dat is nogal een machine, hè.”

Het zonlicht breekt door het plastic dak en verlicht de kamer. André drukt de spelconsole op gang. “Die houten plank boven het scherm weert het licht. Dan voél je de race beter aan, hè.” André speelt daarom alleen ’s ochtends en ’s avonds. Dan beschijnt de zon de andere kant van het huis, doet de plank haar werk en zuigt de Playstation André als een magneet een andere wereld in. Eentje met autogordels en ­pitlanes. “Ja, ’t spel is klaar, zo te zien.”

Op het scherm verschijnt een logo: 'Gran Turismo’, gevolgd door een wagenpark waaruit André met de pijltjestoets een auto kan kiezen. “Die Mazda Roadster, dat is voor de beginnelingen”, zegt hij. “Geef mij maar die Peugeot 908, HDI, FAP. Meestal rijd ik op de Northern Isle Speedway, mooi parcours. Wil je ook eens ­rijden? Kijk, zo werkt het
(toont het): Ik ga ne keer sjette geven.”

André Vanheste, “ja, met een h”, nadert de 90 jaar. Zijn hele leven werkte hij in Brussel, als boekhouder en administratief bediende bij een bouwonderneming. Op zijn bureau zag hij er plannen passeren voor watertorens, voor ­bruggen, voor zuiveringsinstallaties maar op vrijdagavond zette André zijn aktetas in de gang en trok zich terug in zijn hobbykamer. Daar ontvouwde hij zijn eigen plannen, en bouwde miniatuurboten en -vliegtuigen.

“Eén keer heb ik zelfs een Duitse Tiger-tank uit de Tweede Wereldoorlog in elkaar geschroefd en gelijmd. Ik kocht een bouwdoos met 1.100 metalen onderdelen. Dat was serieus de moeite, maar die tijd is nu gepasseerd. Vogelpikken, ­biljarten of kleurenwiezen? Vergeet het, ik ben nu een gamer!”

Zijn vrouw Irene komt de trap op. Ze blijft in het deurgat staan en ziet hoe manlief zijn ­pantoffels op de beide pedalen neerzet: “Een versnellingspook is er niet”, zegt André. “Je kunt schakelen aan het stuur, zoals in de oude wagens, maar ik rijd altijd automatisch. Dan kun je beter focussen op je tegenstanders. Maar daar zitten ook gekken tussen. Er rijdt soms raar volk op de baan.”

Irene houdt haar armen gekruist voor zich uit. Ze lacht, houdt van wat ze ziet. “Meneer, wij zijn al zestig jaar getrouwd en in dit huis hebben we nog altijd elk een eigen hobbykamer. Ik maak poppen, André racet. Het is door elkaar ruimte te geven dat je samen blijft.” Irene heeft nog nooit met de F1-wagen gereden, ook niet met de Mazda Roadster. Het boeit haar niet. “Soms komt mijn zoon Bert (52) langs, om te gamen op die Playstation. Dan zitten ze hier, 88 en 52, verslingerd aan een videospel.”

André: “Als het circuit je niet bevalt, kun je ook met 200 km/u door Japan racen. De ­landschappen zijn prachtig. Al die mooie natuur. Wil je dat eens doen? Het kan, hè. Alles kan hier.”

Het verhaal van André Vanheste overstijgt de anekdotiek. André is niet de enige tachtiger die dagelijks gamet. Er zijn veel meer zilverharige spelers dan het cliché van de jonge, om zich heen schietende tiener voorschrijft. Dat zegt Jeroen Wittevrongel, de man die André van Gran Turismo voorzag: “Senioren maken 20 procent van mijn klantenbestand uit. André is dan wel de oudste gamer die ik ken, maar ­evengoed heb je jonge grootouders die met games in contact komen via hun kleinkinderen, en op den duur meer spelen dan de kinderen zelf. Ik ken ook een oudere vrouw die lange tijd in het ziekenhuis lag en daar, om te tijd te doden, op een GameCube (oude(re) spelconsole van Nintendo, MD) speelde. Het liet haar niet meer los. Anderen schrijven hun topscores op in een notitieboekje.

“En het moet ook gezegd: de passie waarmee senioren gamen, is niet anders dan die van ­tieners, twintigers of dertigers. Ook zij gaan op in het spel.”

André: “Hoe ouder je wordt, hoe minder ­evident het is om buitenshuis hobby’s te ­beoefenen. Logisch ook. Als je dan de kans hebt om al wat je in het werkelijke leven nog wilt doen, virtueel te beleven, wel, waarom zou je dat niet doen? Mij ga je niet in een racewagen op het circuit van Francorchamps zien, maar hier thuis kan ik ongeremd koersen en mij een echte racepiloot wanen. Je kunt niet geloven hoe plezant dat is.”

30 miljard euro

Gamen is de voorbije jaren mondiaal door­gebroken. In navolging van Super Mario Bros vrat de game-industrie een paar paddenstoelen en verdubbelde in omvang. In de Verenigde Staten alleen al werd in 2017 meer dan 30 miljard euro aan games uitgegeven. Die cijfers zijn in Europa niet anders. Eind augustus vond in Keulen Gamescom plaats, zeg maar de Buchmesse van de digitale-spelletjeswereld. Een reusachtige beurs met 1.000 standhouders uit 50 landen die meer dan 350.000 bezoekers verleidden met role-playing games, shooters en andere Pokémon Go’s.

“Gaming is nu echt mainstream,” zegt Bob De Schutter, “daar is André een goed voorbeeld van”. De Schutter is professor gamedesign aan de Universiteit van Miami. Zijn hele academische carrière al doet hij onderzoek naar gaming bij senioren. Eerst aan het e-Media Lab van de KU Leuven, om uiteindelijk de oceaan over te steken. “Of het nu op een tablet is, een smartphone, een laptop, een desktop of een echte spelconsole: multimediaproducenten gooien de games haast naar je hoofd. Je hoeft de App Store maar te openen en je wordt overspoeld met spelletjes.”

De Schutter zet de game-industrie nu al op gelijke hoogte met de film-en muziekindustrie: “Sommige games kunnen qua impact en omzet hun voet zetten naast echte Hollywood-blockbusters. Ook al omdat er op gamen echt geen leeftijd meer staat.”

Ruim 14 jaar geleden al schreef De Schutter een thesis over de betekenis van gamen voor senioren. Dat werd hem indertijd afgeraden. Collega’s vreesden een groot gebrek aan bruikbare data en respondenten. Het liep anders uit.

“Ik vond heel snel oudere gamers”, zegt hij. “Ook in België. Amerikaans onderzoek toonde aan dat in die tijd ongeveer 10 procent van de gamepopulatie ouder was dan 50 jaar. Nu, zoveel jaar later, spreken we al van 30 procent vijftigplussers. In de VS zijn dat dus miljóénen mensen, net als in Europa. Gamen is tot volle wasdom gekomen, en het zijn de spelers die indertijd aan de slag gingen met de oorspronkelijke spelletjes zoals Pac-Man en Pong die mee zijn geëvolueerd met de game-industrie en als senior nog altijd spelen. De gemiddelde gamer is nog een jonge dertiger, maar daar komt dus verandering in.”

Ook het aantal wetenschappelijke onderzoeken naar de effecten van gamen op senioren, stijgt exponentieel. Vooral vanuit medische hoek is de interesse groot. “Er is genoeg onderzoek dat aantoont dat gamen vaak een positieve invloed heeft op de cognitieve vaardigheden”, vervolgt De Schutter. “En hoewel er helemaal nog geen bewijs is gevonden, gelovigen sommigen zelfs in de kracht van gamen op alzheimerpatiënten.

Serious Games

Wel is effectief aangetoond dat gamen kan helpen bij de bestrijding van depressies, van eenzaamheid, van sociale isolatie en dat gamen tot een grotere parasociale interactie kan leiden. Mensen associëren zich vaak met personages in soaps, net zoals ze zich associëren met ­gamepersonages. Maar bij gamen leidt dat tot effectieve interactie.

“Wie online speelt, treedt in contact met andere spelers, soms aan de andere kant van de wereld. Dat doorbreekt de cocon, en daar slaagt de televisie niet in. Afgezien van de psychische effecten zijn ook de onderzoeken naar fysieke fitheid niet meer te tellen. Ook daar heeft een spelconsole als Nintendo Wii zijn nut al bewezen.”

Er zijn in Vlaanderen veel rusthuizen waar ze meer doen dan bingonummers afroepen. Tennis, golf, bowling, honkbal, boksen: de Nintendo Wii zet aan tot bewegen. Maar het gaat verder: Serious Games zijn in opmars. Bij dat soort games is kennisoverdracht en ­sensibilisering het doel, niet het gooien van een strike of het uithalen met de linker.

In Serious Games kunnen mantelzorgers informatie opdoen over dementie, kun je een nieuwe taal leren, op de Wii revalideren na een operatie of zelfs parkinsonpatiënten fysiek ­stimuleren. In woon-zorgcentrum De Buurt in Zoersel investeerde de directie in Serious Games op zo’n Wii. Bewoners met een fysieke zorgnood krijgen daarbij hulp van leerlingen uit het 3de leerjaar van De Kiekeboes, de lagere school tegenover het centrum.

“Mààr”, zegt Bob De Schutter, “door te ­focussen op het wetenschappelijk onderzoek, percipiëren we videogames als een soort medicament voor ouderen, als iets dat je ’s morgens inneemt, een middel dat de psychische en fysieke gezondheid kan verbeteren. Die ­perceptie gaat echter volledig voorbij aan het pure spelplezier. Telkens opnieuw herhalen we het belang van het simpele spelen bij kinderen, hoe belangrijk dat is voor hun ontwikkeling. Maar voor volwassenen is spelen toch net zo belangrijk? De ontwikkeling van de mens stopt niet, hè. Ik heb genoeg oudere gamers ­gesproken om te weten hoe groot het plezier is. Of ze nu met een vliegtuig boven de zee vliegen, of virtueel op ontdekkingstocht gaan door de jungle in Brazilië: ook voor hen is gamen één groot avontuur.”

Pebo

“Waar in godsnaam ligt die sleutel?”

Een paar wijken verderop in Oostende. Terwijl André in het westen van de stad op zijn zolderkamer door Japan scheurt, is Hugette, die nabij het station woont, op zoek naar een ­sleutel. 'Deathly Hallows. Part Two’, verschijnt op het scherm. “Pebo, weet jij het niet?”

Pebo is een roodstaartpapegaai. Hij zwijgt. In de woonkamer hangen ook foto’s van dobermanns en staan replica’s uit het oude Egypte, die weten ook niet waar de sleutel ligt.

“Hier ben ik al honderd keer doorgelopen en ik weet het nog altijd niet.” De rolluiken laten amper zonlicht door. Hugette Ferier baadt in de warme gloed van het tv-scherm. “Bolletje, kruisje, driehoekje, ja, dat was het.” Hugette is 59 jaar en opzichtster in een lagere school. Leontien, haar kleinkind, woont in bij Hugette, en wat weinig mensen weten is dat Hugette en Leontien vaak samen gamen.

Hugette Ferier (59) houdt van avontuurlijke spelletjes: ''Alone in the Dark' was dat ook. Dan ging ik ’s nachts op spokenjacht.' Beeld Bob Van Mol

“Het begon met een sinterklaasgeschenk”, zegt Hugette. “Samen met mijn ex-man kocht ik indertijd een Nintendo voor onze zonen. Al een paar dagen voor de 6de december installeerden we de spelconsole terwijl de kinderen naar school gingen, om alles uit te testen. Dat beviel ons zodanig dat ik soms op de uitkijk stond: 'Haast je, steek alles weg, ze zijn daar.' Nadien speelden we mee met onze zonen en werd gamen niet enkel hun hobby, maar ook die van ons. Mijn ex-man haalde zelfs grote game-­geweren in huis om virtueel eenden te schieten. (lacht)

Hugette gooit een stapel games op tafel. Minecraft, Epic Mickey 2, Ghostbusters en verschillende games van Lego, waarbij je met een Lego-figuurtje in het decor van een bestaande film op avontuur trekt. “The Battle of Olympus, dat was vroeger ook een fantastisch spel, net als Zelda. Alone in the Dark was dat ook. Dan ging ik ’s nachts op spokenjacht.”

“Die sleutel, godverdikke, ik ga hem nooit vinden.”

“Vaak speel ik met mijn kleinkind, Leontien, en dat vergeten mensen: dat gamen een zeer geschikt middel is om de jongste met de oudste generatie te verbinden. Zo zijn er niet veel. Maar de huidige games staan dat plezier een beetje in de weg. Nog voor ik goed en wel weet hoe ik over een ravijn moet springen, ben ik al dood en is het spel voorbij. Er wordt te weinig rekening gehouden met de iets oudere gamers. Loop ik virtueel met mijn kleinkind door een gebouw, dan enerveert ze zich: ‘Oma, waar blijf je toch?’ En verschijnt er een raadsel, dan is dat in het Engels en nog voor ik het heb gelezen, is de tekst al verdwenen. De gameproducenten vergeten dat wij evengoed geïnteresseerd zijn in ­videogames.”

Wie de marketingstrategie van die producenten analyseert, ziet dat de focus niet op het verouderende publiek ligt. Games worden gepresenteerd op maat van de jonge tieners, twintigers en dertigers. Snel en flitsend. Het aanbod is overrompelend, maar niet alle oudere spelers zoeken naar AK 47’s om aliens af te slachten. Dat de personages in games ook niet altijd ­aansluiten op de realiteit verhoogt eveneens de drempel. Of zoals Bob De Schutter het ­verwoordt: “Oudere gamers zitten niet te ­wachten op bimbo’s à la Lara Croft. Ieder jaar worden games uitgebracht met vrouwelijke ­personages met veel te grote borsten in strakke bikini’s. Senioren zijn geen pubers, hè. Gelukkig zie je af en toe games opduiken met realistische personages.”

Hugette Ferier: “Games zijn erg mannelijk. Racen, voetballen, schieten, vechten, maar ik wil gewoon op avontuur gaan. Al is het virtueel met een fiets door Brussel rijden, dat zou me deugd doen. Dat is leerrijk en interessant.”

Bob De Schutter: “Senioren willen games die lezen als een boek van Dostojevski, en er niet uitzien als een actiefilm. Er zijn steeds meer arthousespelletjes, maar ze zijn in de minderheid. Producenten sturen me soms demo’s en vragen of de games kunnen aanslaan bij een ouder publiek, maar ze richten zich er alleszins niet naar. Nicole Kidman heeft ooit wel reclame gemaakt voor de Nintendo DS en de
brain trainers, maar dat was een uitzonderlijk geval.”

Daar ligt de sleutel!

Hugette Ferier: “Een meer toegankelijke, technisch laagdrempelige, mooi vormgegeven game, dat is het gat in de markt. Vreemd dat de industrie dat niet inziet.”

Bob De Schutter: “Daar komt verandering in, dat kan niet anders. En maar goed ook, dan kan ik later, in het rusthuis, ongebreideld gamen.”

Op de Northern Isle Speedway heeft André zijn concurrenten intussen de gracht in gereden. Zijn vrouw Irene vertrekt naar het buurthuis en terwijl Hugette ons uitzwaait, schiet haar iets te binnen: “Aaaaah, ik weet het, ­misschien ligt die sleutel in het kasteel!”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden