Donderdag 28/10/2021

Maak de VRT reclamevrij

Niet alleen Eric Van Rompuy reageerde deze week op het opiniestuk 'Privatiseer de VRT' van Yves Desmet, dat deze krant afgelopen zaterdag publiceerde. Hieronder volgen nog twee bijdragen van lezers die zich absoluut niet kunnen vinden in de conclusie van dat stuk.

Patrick De Witte

Patrick De Witte schrijft voor Humo en werkt mee aan VRT-radio- en tv-programma's

Het Angelsaksische gezegde 'If you can't beat them, join them' sprong mij bij lezing van de opinie van Yves Desmet herhaaldelijk voor de geest. Er is een al evenzeer Angelsaksisch gezegde dat een alternatief biedt: 'If you can't beat them, find someone who can'. Ik heb wat dat betreft altijd aangenomen dat De Morgen een krachtige bondgenoot was in de strijd tegen de almaar verder om zich heen grijpende stompzinnigheid. Zeg nu niet dat ik mij daarin vergis.

Er is aan die evolutie ('het steeds dieper wegzakkende niveau van TV1') immers jammer genoeg niets te doen, zo luidt de beginselverklaring van een onberaden pleidooi om VRT te privatiseren en op de vrije markt te gooien. Daar is zeker wel iets aan te doen. Met name: bevrijd die goeie ouwe VRT van de druk der kijkcijfers, die iedere dag over de Reyerslaan neerdaalt als de schaduw van een koe die zo-even uit een luchtballon werd geworpen. Dat is veel minder moeilijk dan men zou denken. We bevrijden de VRT van de druk der kijkcijfers in twee stappen.

1) Eerst en vooral maken we de VRT opnieuw reclamevrij. Kijkcijfers zijn immers enkel belangrijk voor adverteerders én voor zenders en programmamakers die bereid zijn compromissen te sluiten om die adverteerders aan te trekken. De nationale omroep is door een jaarlijkse dotatie van inkomsten verzekerd en moet zich daar niet mee bezighouden. De naar schatting 2 miljard inkomsten die de reclame van de VAR oplevert, heeft de VRT dan ook niet nodig, wanneer de overheid tenminste het kijk-en luistergeld integraal aan de VRT zou overmaken: plusminus 17 miljard in plaats van de ongeveer 7,6 miljard die de openbare omroep nu ontvangt. Zijn we eindelijk van die pokkereclame verlost.

2) De moeilijkste stap: we bevrijden de VRT van de druk der kijkcijfers door het verschijnsel televisie niet langer te beoordelen op zijn marktwaarde, op zijn vermogen om de zogeheten doelgroepen te bereiken, op zijn concurrentievermogen, zijn marktstrategieën, kortom: iedereen, de tv-journalisten liefst voorop, houdt eindelijk eens op met de marketingwereld achterna te lullen en een tv-programma als een strikt economisch gegeven te beschouwen, een ordinair consumptieartikel dat enkel dient om andere consumptieartikelen te helpen aanprijzen.

De VRT heeft van ons slechts één opdracht meegekregen: maak de best mogelijke televisie met onze centen. Dat doet de openbare omroep trouwens al, met verve zelfs, zie Canvas, samen met de VPRO de beste televisiemakers in ons taalgebied. De beste televisie is niet noodzakelijk de populairste televisie, zoals de beste films niet altijd de grootste kaskrakers zijn, de beste politieke ideeën niet altijd de grootste steun krijgen, de beste romans niet altijd de grootste bestsellers worden, enzovoort. Maar het kan wel: wie zit niet te wachten op de tweede reeks van De Mol? Alleen zal het niet lukken als men met toegeknepen kringspier, angstig voor een bedroevend marktaandeel op de kijkcijferbeurs, de lat iedere keer al meteen op limbo-hoogte legt. En dat is wat TV1 veel te vaak doet.

Een discutabel argument in 'Privatiseer de VRT' is dat we met het vrijgekomen kijk- en luistergeld nuttiger dingen kunnen doen. Mag ik de lezers erop wijzen dat we met z'n allen de commerciële televisie véél duurder betalen dan 17 miljard? Commerciële radio en televisie heeft in principe maar één doel: zoveel mogelijk mensen met reclame confronteren. Door naar die reclame te kijken en te luisteren hebben we betaald met de vrijheid om naar een televisie-uitzending te kijken zonder dat iemand ons waspoeder, maandverband, een gsm of een nieuwe auto probeert aan te smeren. Met de vrijheid om na het middagnieuws in een boterham te happen of een aardappel aan te snijden zonder dat iemand op de radio ons vraagt 'Last van urineverlies? Slechte geurtjes?'. We betalen ons stilaan bewusteloos.

Dat er programma's zijn die naadloos in een waspoeder- of yoghurtspot overgaan, zijn we normaal gaan vinden. Zoals we het normaal zijn gaan vinden dat we niet meer naar een concert, festival of culturele manifestatie kunnen of er is een rist merknamen aan verbonden. We zijn het ook normaal gaan vinden - en dat is veel onrustbarender - dat politieke ideeën, van welke strekking ook, ons dezer dagen vooral via marketingtechnieken worden aangereikt. Er was in de aanloop naar de vorige verkiezingen evenveel te doen over welk marketingbureau welke partij zou gaan begeleiden als over de daadwerkelijke inhoud van de respectieve programma's. Er zetelt dezer dagen zelfs een ex-marketingpief aan het hoofd van een belangrijke politieke partij.

De marketinglobby beïnvloedt stilaan werkelijk álle segmenten van het maatschappelijke leven, tot in het absurde. Een treffend voorbeeld: heeft iemand ooit de reclameblokken op de radio horen onderbreken voor verkeersinformatie? Dat komt omdat de reclameblokken per definitie nooit worden onderbroken. Als er een spookrijder over de E40 scheurt, zult u dat pas vernemen als het Gamma-ventje of de erkende Peugeot-verdeler uitgepraat is.

Privé-sector heeft andere doelstelling

Tomas Coppens

Tomas Coppens is Assistent in de Vakgroep Communicatiewetenschappen van de Universiteit Gent

Een deel van de opmerkingen die in dit opiniestuk en ook elders in de krant worden gemaakt, is zeker terecht. De VRT heeft er duidelijk voor gekozen om via TV1 de concurrentie met VTM aan te gaan, het verschil tussen beide netten wordt kleiner (ook al blijft er wel degelijk een verschil). En sommige programma's waarmee de VRT die concurrentie poogt te voeren zijn inderdaad van bedenkelijke kwaliteit. Yves Desmet stelt zich terecht de vraag of hij nog wel moet betalen voor een omroep die zich nauwelijks nog onderscheidt van haar private evenknie. Het antwoord daarop is echter een volmondig ja, want wat op het eerste gezicht hetzelfde lijkt, is in realiteit sterk verschillend.

Een publieke omroep heeft namelijk een doelstelling die fundamenteel anders is dan die van een private. Een private omroep is een commerciële onderneming die een product verkoopt aan een klant. In dit geval is de klant de adverteerder en het product is de kijker. Een private omroep moet dus zoveel mogelijk kijkers 'verkopen' aan de adverteerder. Hoe je voldoende kijkers lokt om de interesse van de adverteerder te wekken, is van ondergeschikt belang. Lukt dat beter met kwaliteit, dan moet het maar zo. Kan het evengoed zonder, dan nog beter, want kwaliteit jaagt vaak de kosten de hoogte in.

Een publieke omroep daarentegen heeft een heel andere filosofie. Ook een publieke omroep moet zoveel mogelijk kijkers halen. De VRT haalt haar bestaansrecht voor een groot deel uit het feit dat ze een omroep is voor iedereen, niet alleen voor de meerwaardezoekers, maar ook voor de mensen die houden van simpele spelletjes, soaps en human interest-magazines. Politiek is het immers moeilijk te verantwoorden iedereen kijk- en luistergeld te laten betalen voor een omroep waar slechts 10 procent van de bevolking naar kijkt. Daarbij moet overigens worden opgemerkt dat op dit ogenblik slechts de helft van het kijk- en luistergeld bij de openbare omroep terechtkomt.

Wat is dan verder het verschil tussen publieke en private omroep? Naast het feit dat een publieke omroep er is voor iedereen, en dus niet alleen voor doelgroepen die interessant zijn voor adverteerders of voor kijkers die een natuurlijke afkeer hebben voor al wat naar commercie ruikt, zijn precies de drie historische redenen die Yves Desmet opnoemt van cruciaal belang: de universaliteit, pluriformiteit en kwaliteit. Technische en sociaal-economische evoluties hebben er inderdaad voor gezorgd dat het argument van de universaliteit (televisie moet toegankelijk zijn voor iedereen) nu minder opgaat dan toen dat concept werd ontwikkeld. Toch zou, in tegenstelling tot wat Desmet beweert, dat principe geschonden worden indien de publieke omroep zou verdwijnen. Nog steeds zijn tienduizenden gezinnen niet aangesloten op de kabel, omdat de kabelmaatschappij nooit tot bij hen is geraakt, omdat ze een kabelabonnement te duur vinden of omdat ze niet geïnteresseerd zijn in de bijkomende mogelijkheden die de kabel hen biedt. Dat deel van het publiek heeft dus enkel toegang tot de publieke televisieomroep, de VRT, die als enige haar programma's ook via de ether verspreidt. Een geprivatiseerde VRT heeft allicht geen zin om die investering te blijven doen voor dat beperkte aantal kijkers, waardoor tienduizenden gezinnen plots zonder televisie komen te zitten.

De pluriformiteit dan. VTM heeft inderdaad bewezen dat ze tot onafhankelijke journalistiek in staat is, dat ze vrij gebalanceerde informatie kan aanbieden. Toch biedt een autonome, publieke omroep nog steeds de beste garantie op een evenwichtige, onafhankelijke nieuwsverslaggeving. Een commerciële omroep, dus ook een geprivatiseerde VRT, is onderhevig aan de wetten van de markt, en wanneer die markt bepaalt dat pluriformiteit niet meer hoeft, dan zal het ook zo geschieden. Het lijkt misschien ondenkbaar, maar een Berlusconi-scenario kan zich overal voordoen, ook in Vlaanderen. Het plan dat Yves Desmet in zijn stuk ontwikkelt, houdt immers geen enkele garantie in tegen een verregaande concentratievorming en dan hoeft zo'n Vlaamse Berlusconi het maar in zijn hoofd te krijgen om in de politiek te gaan en daar gaat de pluriformiteit. De voorbeelden van commerciële mediamagnaten die de politiek beïnvloeden, zijn legio. Hoewel VTM zich op dit moment niet schuldig maakt aan dergelijke praktijken, kan zij geen enkele garantie bieden dat dit op lange termijn ook zo zal blijven.

De derde bestaansreden van een publieke omroep is de kwaliteit. Desmet slaat de nagel op de kop wanneer hij zegt dat kwaliteit een zeer subjectief begrip is waar de publieke omroep geen monopolie op heeft. Maar ook hier geldt dat een publieke omroep nog steeds meer waarborgen kan bieden voor kwaliteit dan een private omroep. Nogmaals: hoe je het publiek lokt is voor een private zender van ondergeschikt belang, terwijl dat voor een publieke omroep net wel centraal hoort te staan. Dat het publiek van de VRT moet verwachten dat zij kwaliteit brengt en in kwaliteit investeert, is juist. Dat de VRT aan die verwachtingen niet steeds tegemoetkomt, is een spijtige vaststelling die eenieder kan maken.

Wat dan met het plan-Desmet: privatiseer de VRT en laat de overheid investeren in een fonds dat kwaliteitsprogramma's maakt en daarvoor zendtijd aankoopt bij de private omroepen? De private omroepen winnen erbij. Zij hoeven zelf geen kwaliteitsprogramma's meer te maken: laat het Fonds zich daar maar mee bezighouden, zendtijd bij ons aankopen en we sturen wel een fikse factuur voor de advertentie-inkomsten die we mislopen tijdens de Fonds-zendtijd. De kijker verliest wel, vooral de meerwaardezoeker. Het aantal kwaliteitsprogramma's zal onvermijdelijk dalen, want het Fonds moet het nu eenmaal met beperkte financiële middelen stellen (het was immers toch de bedoeling dat deze operatie voordelig zou zijn voor de portefeuille van de belastingbetaler?), en de weinige kwaliteitsprogramma's die nog worden uitgezonden worden netjes uit de buurt van prime time gehouden. En dat is geen kwestie van 'technicalities', maar vloeit wel degelijk voort uit de basisfilosofie die private omroepen er op na houden.

Neen, laat ons nu maar gewoon een publieke omroep behouden die zoveel mogelijk mensen probeert te bereiken en daarvoor een beroep kan doen op publieke middelen. En de kwaliteit? Daar moet nog wat aan gewerkt worden. Misschien wordt het voor de VRT tijd om een beter evenwicht te zoeken tussen creativiteit en al te rigide programmastrategieën.

'Een autonome, publieke omroep biedt nog steeds de beste garantie op een evenwichtige, onafhankelijke nieuwsverslaggeving'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234