Woensdag 25/11/2020

Lust voor het oog

Miro Svolik doet meer dan foto's maken. Rechttoe, rechtaan met de camera omgaan is niets voor hem

Miro Svolik, Christian Carez, Pierre Bonnard & James Ensor

De subtiele fotografie van een volbloed graficus, de verlaten ateliers van veertig Belgische kunstenaars, een onmisbaar standaardwerk over Pierre Bonnard en een Ensortentoonstelling in beeld gebracht.

Door Eric Min

The Way to the Centre, het boek waarmee de Slowaakse fotograaf Miro Svolik (°1960) terugkijkt naar wat hij tussen 1984 en 2004 met zijn camera heeft aangericht, is geen modaal fotoalbum. Met zijn inventieve vormgeving, die een sober grafisch beeld combineert met uitsnijdingen en doorkijkjes, doet ontwerper Henrik Barends de foto's alle eer aan. Het album is ook een sterk staaltje van Europese samenwerking tussen de Praagse uitgeverij Argo, drukkerij Slinger uit Alkmaar en de Nederlander Barends. The Way to the Centre werd in Tsjechië bekroond als beste fotoboek, en is onlangs genomineerd voor de prestigieuze Deutsche Börse Photography Prize 2007. Een blik op Svoliks biografie leert alvast dat de man niet voor het eerst in de prijzen viel. Zijn oeuvre is een aparte, interessante variant van de genetische code die we associëren met het oude Midden-Europa: het speelse van het theatercollectief Laterna magika, de melancholische stem van auteurs als Konrad of Klima, de milde waanzin in de kroegen, goesting en onvermogen, lust die eeuwigheid wil.

Miro Svolik doet meer dan foto's maken. Rechttoe, rechtaan met de camera omgaan is niets voor hem. Een foto moet meer zijn dan een document of een getuigenverklaring over het reilen en zeilen van de wereld. De afbeeldingen in The Way to the Centre zijn het resultaat van een bewerking, voor of na de druk op de ontspanknop. Als een regisseur ensceneert Svolik zijn foto's: hij sleept figuranten en rekwisieten aan of gaat aan de slag met zijn afdrukken, die hij tot collages of grafische constructies assembleert.

Twee mannen dragen een meisje over een landweg; in de variant op de linkerpagina heeft Svolik haar getekende vleugeltjes meegegeven, rechts zijn de mannen weggeknipt tot lege, witte gestalten die aan de contouren van Raveel herinneren - de jongedame zweeft over de velden. Voor een reeks opnamen die hem internationaal op de kaart van de hedendaagse fotografie hebben gezet, klom Svolik in 1986 op flatgebouwen en bruggen; op de betonnen vlakte beneden schikte hij zijn vrienden tot tableaux vivants. Een man vliegt door de lucht, iemand rijdt op de rug van een (getekend) nijlpaard, menselijke gestalten wentelen als gigantische tandwielen. In Returning to my wife vormen vier individuen de venusheuvel van een reuzin. Als een hedendaagse Arcimboldo knutselt Svolik met bijeengeraapte spullen tot zijn pantomime de gewenste vorm heeft gekregen. Een foto kan dus ook géén foto zijn: links bouwt Svolik met zeven mensjes een trap naar een hemel van geschilderde wolken (After my death, I went to heaven), maar de rechterpagina is een leeg blad met de ondertitel And from there, I look down on all of you. Einde verhaal.

Eigenlijk is Svolik een volbloed graficus die de fotografie als een instrument gebruikt om beelden te genereren. Hij dolt met verte en nabijheid, sleept vormen in het platte vlak dat als schetsboek fungeert. Een vrouwtje harkt de baard van een reus. Tuinmannen lopen over een bloot lijf als een landschap. Een vlek is een mannetje is een vlek. Een boom, een heuvel of een rotsformatie kan ingelijfd worden als prothese voor een gedemonteerd lichaam. Een horizonlijn krijgt armpjes of kronkelt zich als een slang over het papier. Uit het zwarte silhouet van een mannenhoofd groeien vrouwen als tentakels. In de reeks Openings and Holes kijken we door gaatjes in de ene bladzijde naar de volgende; borst is oog, berg is voorhoofd. Details in schilderijen van Modigliani, Picasso of Munch blijken ingrepen van de fotograaf te zijn. Wat er ons op de volgende bladzijde te wachten staat, blijft altijd een verrassing.

De serie The Flowers of Delight, die het album besluit, is de voorlopige kroon op Svoliks werk. Als in een caleidoscoop zien we vreemde, vegetale en symmetrische vormen die naar gotische glasramen of het grondplan van imaginaire tempels verwijzen. Het lijken de kelken, stampers en meeldraden van weelderige, misschien wel giftige of zelfs vleesetende bloemen. Dat is niet helemaal waar. Svolik is geen Karl Blossfeldt, geen maker van spectaculaire natuurdocumentaires. Het was zijn meditatie op L'Origine du monde die in 2001 een eerste aanzet kreeg met de foto Eve's Apple: een vrouw als een klokhuis, een appel van vlees. Deze foto's gaan ook, altijd, over de gretigheid van het kijken. Het hoeft niet altijd een veredelde pornograaf als Araki te zijn die de zogenaamd 'mannelijke' blik mag incarneren: het kan anders, beter, subtieler. The Way to the Centre van Miro Svolik is een veel te goed bewaard geheim.

De Brusselse fotograaf Christian Carez (°1938) heeft van het niet-spectaculaire zijn handelsmerk gemaakt. Zijn beelden moeten het hebben van ogenschijnlijk banale en dus interessante details. Voor het pas verschenen boek met de bescheiden titel Ateliers d'artistes, een quatre-mains met kunsthistorica Gita Brys-Schatan, trok hij naar de ateliers van veertig Belgische kunstenaars. In het lijstje vinden we onder meer Guillaume Bijl, Luc Tuymans, Vincent Strebelle, Panama-renko, Jephan de Villiers, Wim Delvoye, Berlinde De Bruyckere, Jacques Charlier en Jan Fabre. Het procedé is eenvoudig: links een royale foto, rechts de tekst. Korte biografieën van de artiesten besluiten het boek, dat dus ook gelezen kan worden als een introductie tot de hedendaagse beeldende kunst in ons land.

Carez laat ons binnenkijken in verlaten ateliers die elk hun eigen karakter hebben, van veredeld bezemhok over pakhuis tot vrijwel lege loft. We moeten het stellen met het available light en een stevige kadrering. Af en toe herkennen we een motief, een enkele keer sluit de ruimte naadloos aan bij het imago of het oeuvre van de bewuste artiest, maar veel aardiger is het om alleen naar de foto te kijken en te raden om wie het gaat. Wedden dat je er Fabre en Tuymans uithaalt, zonder dat er een werk van hen te zien is?

De grote Bonnardtentoonstelling die dit voorjaar in Parijs te zien was, is al een poos achter de rug. De catalogus is echter uitgegroeid tot een standaardwerk, dat ook los van de expositie gelezen kan worden en vlot verkrijgbaar blijft. Zo hoort het ook, want het is jammer dat een catalogus, doorgaans een volumineus en prijzig souvenir van de tentoonstelling, ongelezen op de salontafel belandt en vervolgens in de boekenkast stof staat te vreten.

In deze Bonnard krijgt elk werk een afbeelding en een korte situering mee, naast de noodzakelijke technische details. Een beknopte chronologie, een verleidelijke bibliografie en een lijst van de belangrijke exposities ronden deze turf af, maar de eerste verdienste ligt bij de intelligente essays die Bonnards oeuvre diepte geven. Thema's en motieven als het zelfportret of Bonnards fascinatie voor de fotografie krijgen een heldere toelichting, terwijl er ook getuigenissen van tijdgenoten en bewonderaars werden opgenomen, naast uitstekend fotomateriaal. Dit boek is een model van het genre, en een geschenk van de goden voor al wie (iemand kent die) deze kunstenaar in het hart draagt.

Ook de overzichtstentoonstelling Ensor en de avant-gardes aan zee in Oostende (zie DM van 3 oktober) kreeg een lijvige catalogus vol kleurige reproducties, fraai gedrukt en braaf maar behoorlijk vormgegeven. Daarmee is ongeveer alles gezegd. Het boek bij de nochtans complexe, gelaagde tentoonstelling die Ensors werk confronteert met zowat iedereen die ooit tot de ene of andere avant-garde behoorde, bevat slechts een (weliswaar interessant) essay van samensteller Willy Van den Bussche en een efficiënt overzicht van kunststromingen door Ludo Beheydt. Daarmee moet de lezer het stellen, maar veel erger is de rommelige iconografie. Niet alle tentoongestelde werken worden afgebeeld, en wat er wel te zien is, krijgt hooguit een opdeling in drie thema's mee, zonder enig spoor van chronologische of alfabetische ordening - meer dan de naam van de kunstenaar en de titel kon er niet af. De lijst achteraan in het boek geeft technische informatie, maar kan niet worden gebruikt om een werk op te zoeken of te situeren. Deze catalogus is een duur plaatjesboek, geen inspirerend werkstuk.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234