Donderdag 28/05/2020

Genderrevolutie

Lust laat zich niet labelen: veel meer mensen hebben seks met iemand van hetzelfde geslacht dan ze toegeven

Jazeker, ook onder hen die zichzelf heteroseksueel noemen, zijn er vele die vallen op en vrijen met mensen met hetzelfde geslacht.Beeld Andrea Wan

Je seksuele geaardheid is wie je bent, denken we. Het is deel van je identiteit, staat stevig in je karakter gebeiteld. Maar mensen gedragen zich in bed lang niet altijd volgens het label dat ze op zichzelf geplakt hebben. 

De lange strijd voor homorechten lijkt in het Westen grotendeels gestreden. Homoseksualiteit is niet strafbaar meer. Geen rechtgeaarde psychiater gelooft nog dat het ‘een te genezen aandoening’ is. Op veel plaatsen mogen mensen van hetzelfde geslacht een burgerlijk huwelijk aangaan. Zelfs populaire soaps voeren aardige homo’s op.

Maar de geslaagde strijd van de homorechtenbeweging heeft een nieuw keurslijf gecreëerd, vinden sommige activisten. We mogen trouwen, zeggen ze, we mogen het beleefde homokoppel uit de straat zijn, met een propere oprit en een mooi draagmoederkindje. Maar als we te promiscue met onze bevederde kont staan te zwaaien op de Pride, hebben we het zelf gezocht als we door zatlappen in elkaar geslagen worden. Als we niet netjes monogaam bij een partner van hetzelfde geslacht blijven, worden we aan alle kanten scheef bekeken.

De homobeweging die zo lang de heteroseksuele norm heeft bekritiseerd, heeft – ongewild – misschien zelf een nieuwe norm gecreëerd. Dat zie je vaker wanneer een beweging uit de marge de mainstream haalt: de groezelige rafelrandjes worden er afgeschaafd. Homonormativiteit is met andere woorden een logisch gevolg van de decriminalisering van homoseksualiteit: zodra iets niet langer strafbaar is, is het niet langer in staat om de marge, het subversieve, uit te dragen. De schilder Francis Bacon vond dat zonde: hij zei te wensen dat er nog altijd de doodstraf op stond. Of auteur Bruce Benderson: die trekt helemaal naar Roemenië om aan zijn trekken te komen. Daar is het spannender, vindt hij, want voor flirten beland je daar al in de gevangenis. Die spanning zou hij niet willen missen.

Frank Underwood

Als artiesten jagen Benderson en Bacon op hevige emoties – ze zijn niet representatief voor de gemiddelde holebi.

Maar dat ook homoseksualiteit een eigen vakje is geworden, merk je in hoe de maatschappij omgaat met mensen die op beide geslachten vallen. ‘Bi’ is wel deel van het holebi-acroniem, maar mensen wier seksuele verlangens fluïde zijn, blijven vrij onzichtbaar. Bovendien hebben ze een slechte reputatie. Ze kunnen niet kiezen, hoor je, ze lijden aan een niet in te dammen experimenteerdrift. Ze zijn gulzig.

Zelfs de berekende, scrupuleloze politicus die in 'House of Cards' zijn zinnen op het presidentschap heeft gezet, duikt de koffer in met mannen.Beeld Netflix

Kijk maar naar de populaire cultuur. Het bekendst is waarschijnlijk de rol van Sharon Stone in Basic Instinct: een ijskoude seriemoordenaar, een seksueel roofdier. Ook Frank Underwood, de berekende, scrupuleloze politicus die in House of Cards zijn zinnen op het presidentschap heeft gezet, duikt de koffer in met mannen. Scenarist Beau Willimon bleef op de vlakte over Franks seksualiteit. “Hij is een man met een enorme appetijt”, zei hij wel, daarmee het cliché van de vraatzuchtige biseksueel bevestigend.

Geen wonder dat, volgens recent Nederlands onderzoek, mensen met gevoelens voor, en/of relaties met meerdere geslachten vaak verzwijgen op wie ze vallen. Bijna 60 procent van hen verstopt het op het werk. De helft van de mannen spreekt er met niemand over. Ter vergelijking: maar 3 procent van de homoseksuele mannen zwijgt erover. Bij vrouwen valt het mee, maar toch: 14 procent van die vrouwen heeft het aan niemand verteld, tegenover 2 procent van de lesbische vrouwen.

Ander onderzoek laat zien dat jongeren die op beide geslachten vallen een lagere zelfacceptatie hebben dan homoseksuele jongeren. Drie kwart van de homoseksuelen voelt zich helemaal geaccepteerd, tegenover maar de helft van de mensen die op meerdere geslachten vallen.

Als ik met Ben (43) spreek, merk ik hoe die vooroordelen de manier waarop hij over zichzelf praat, kleuren. “Ik ben homo. Moet ik nu zeggen.” Meteen stelt hij het etiket dat hij op zichzelf kleefde alweer in vraag. “Hoewel. Als ik morgen een meisje ontmoet en verliefd op haar word… Maar ik durf mezelf niet bi te noemen. Het is al tien jaar geleden dat ik nog met een vrouw heb gevreeën.”

“Kijk, het is een cliché van jewelste, maar wat mij betreft is het echt waar: ik val op personen, niet op geslachten. Tot mijn eenendertigste had ik een relatie met een vrouw, die stukliep omdat ik verliefd werd op een man. Maar tijdens die relatie werd ik ook verliefd op een ander meisje. Het is dus niet alsof ik al die tijd mijn homo-zijn had ontkend.”

Ben beweegt zich ondertussen vooral in homokringen. “Eigenlijk doe ik mezelf met het label ‘homo’ geen recht aan. Maar in het homomilieu is het niet makkelijk om je als bi te uiten. Ik schrok van de vooroordelen. Je zou denken dat de ene minderheidsgroep het opneemt voor de andere, maar nee. ‘Biseksuelen moeten wij hier niet’, zei een man eens tegen me, op een fuif. Dat is toch straf! ‘Ik zou nooit iets met je beginnen, je gaat me toch verlaten voor een vrouw’, hoor ik weleens. Of, vaker nog: ‘Je zit in een overgangsfase.’”

In de war

Het verwijt komt vaak terug: het is een fase, je bent in de war, het is niet echt. Dat heeft ook Noemi (32) ervaren. “Al mijn eerste verliefdheden waren op vrouwen: vriendinnetjes, juffen, Sharleen Spiteri (frontvrouw van poprockband Texas, red.). Ik heb dat nooit als problematisch ervaren of me ervoor geschaamd. Toen ik aan seks begon, waren jongens makkelijker voorhanden in ons dorp, maar op mijn zestiende werd ik ontzettend verliefd op een meisje. Mijn moeder noemde dat ‘een tijdelijke fase van verwarring’. Daarmee sprak ze vooral haar eigen hoop uit. Ze wilde me behoeden voor wat volgens haar een moeilijk leven zou zijn.

“Ze heeft meerdere vriendinnetjes zien komen en gaan, maar gaf meer aandacht aan de jongens in mijn leven. Ik ook. Ik heb me met meisjes nooit grote toekomsten verbeeld. Ik heb me meer dan eens als een schandelijke macho misdragen. Heel typisch gedrag van bindingsangst en afstoten – net waar ik bij jongens soms zelf zo onder leed. Ik vraag me echt af in welke mate dat ingegeven was door maatschappijbeelden.”

Ook Noemi heeft zich nooit echt deel gevoeld van de holebigemeenschap. “Ik heb me wel bijzonder welkom gevoeld bij lesbiennes, maar het lidmaatschap van de club was voorwaardelijk. Misschien omdat ze voelden dat ik ‘geen echte’ was.”

De homogemeenschap verwijt mensen als Ben en Noemi vaak dat ze even de sekstoerist komen uithangen om uiteindelijk te kiezen voor wat maatschappelijk het meest wenselijk is. Noemi: “Toen ik een jongenslief en een baby kreeg, voelde ik hoeveel makkelijker het is om binnen de norm te vallen. Tegelijk blijf ik die heteronorm en de cocon van het kerngezin als verstikkend ervaren.”

Ben: “Eerlijk? Ik was liever ‘gewoon’ homo geweest. Dat was makkelijker uit te leggen, zowel aan mezelf als aan de buitenwereld.”

Gezellige club

Homoseksualiteit is een subcultuur, een gezellige club met sociale codes, favoriete muziek en een eigen hoogdag. Lidmaatschap vormt een stevig fundament voor een identiteit. Seksueel fluïde mensen hebben geen vergelijkbare club. Hun identiteit is niet makkelijk vast te pinnen, ze zaaien verwarring.

Toch had het anders kunnen lopen. Vandaag is wat we in bed doen stevig verankerd als deel van onze identiteit. Maar die link tussen identiteit en seksueel gedrag is er niet altijd geweest. De categorieën hetero- en homoseksueel zijn een vrij recente creatie. Rond 1870 vatten westerse wetenschappers een enorme interesse op voor wat zij seksuele afwijkingen noemden.

Verschillende perversies kregen ineens een label: sadisme, masochisme, fetisjisme, necrofilie, bestialiteit en dus ook homoseksualiteit.

Historicus Jonathan Katz bestudeerde de ontwikkeling van die begrippen. In 1901 stonden de termen hetero- en homoseksueel nog niet in de Oxford English Dictionary, merkte hij. Het woord ‘heteroseksueel’ werd aanvankelijk gebruikt om een perversie te duiden: rond 1900 definieerden medische handboeken het nog als een ‘abnormaal grote honger naar het tegenovergestelde geslacht’. Met andere woorden: een verlangen naar meer seks dan voor de voortplanting nodig was.

In de twintigste eeuw werd seks in het Westen geleidelijk aan losgekoppeld van voortplanting. Gek genoeg betekende dat niet dat homoseksualiteit aanvaard werd: dat bleef een ziekelijke perversie. Er ontstond wel een nieuw ‘normaal’: de seksueel actieve heteroseksueel. Een gezonde, eenduidige heteroseksuele appetijt werd een belangrijk onderdeel van de persoonlijke identiteit. En het ideaal van ‘de heteroseksueel’ nestelde zich heel snel diep in de cultuur, zegt Katz. Kijk maar naar alle films, musicals, boeken en series die de zoektocht naar heteroseksuele liefde en seks opvoeren. Wat je verlangt, valt ondertussen niet meer te scheiden van wie je bent.

Elders in de wereld zien we ook dat seksualiteit een daad, eerder dan een deel van de identiteit kan zijn. In zijn pas verschenen boek De minaret van Bagdad – Seks en politiek in de Islam stelt filosoof Michiel Leezenberg vast dat er in de islamitische wereld tot zo’n eeuw geleden vrij losjes werd omgegaan met seksuele praktijken die we nu homoseksueel zouden noemen. “Er was een enorme discrepantie tussen de Koran, de wettelijke voorschriften, en de praktijk. Een liefdesrelatie tussen vrouwen bijvoorbeeld, werd vaak beschreven als iets moois, verhevens. Dichters schreven volop over de schoonheid van jonge knapen – en nog heel wat explicietere zaken. De scabreuze en soms homo-erotische ‘verhalen van 1001 nacht’ werden voorgelezen in het bijzijn van kinderen.’

Pas in de moderne tijd begonnen moslims de seksuele relatie tussen man en vrouw als enige mogelijke ‘natuurlijke’ te beschouwen. Volgens Leezenberg heeft dat niet alleen te maken met de invloed van het Westen, maar ook met het ontstaan van een eigen nationalisme: ‘Een goede, islamitische burger moest puur zijn, en zijn land dienen door het kinderen te geven.’

In Suriname vind je mati’s: getrouwde vrouwen die zich niet als lesbisch identificeren, maar seksuele en vriendschappelijke relaties met andere vrouwen onderhouden. Zij laten zien dat je geaardheid je identiteit niet vormt, dat je lust kan variëren volgens de sociale situatie waarin je je bevindt.

Uit de boot gevallen

Om zich af te zetten tegen de alomtegenwoordigheid van de heteroseksualiteit, om zich te beschermen tegen de vijandige maatregelen die tegen hen uitgevaardigd waren, moesten homo’s zich wel organiseren in een tegencultuur. In het Westen ontwikkelden ze in de loop van de twintigste eeuw een even sterke identiteit als hetero’s. Wij zijn mannen die van mannen houden, vrouwen die op vrouwen vallen, aanvaard ons!

Dat is een niet mis te verstane vlag, waarachter je je makkelijk kunt scharen om een emancipatiestrijd te voeren. Bovendien zwaaide de beweging graag met allerlei – ondertussen vaak gecontesteerd – biologisch en evolutionair onderzoek, om aan te tonen dat homoseksualiteit ook in de natuur zit, dat ook homo’s een evolutionaire functie kunnen hebben, dat ze, kortom, zo geboren zijn. Het is niet gek dat Lady Gaga’s ‘Born This Way’ zo snel een anthem van de homobeweging werd.

Dat naturalistische argument is begrijpelijk, maar heeft een gevaarlijke keerzijde: als je geaardheid of je gender in een gen schuilt, valt er misschien een kuur te vinden, kunnen homofoben denken. Ook het kneden van die eigen homoseksuele identiteit is logisch: in een vijandige wereld is zichtbaarheid een belangrijk politiek instrument op weg naar emancipatie. Maar die identiteit houdt vast aan het denken in strikte seksuele categorieën, onderverdelingen die zijn opgelegd door dokters en denkers uit andere tijden, die classificeerden om te kunnen uitsluiten. Zo viel wie die binaire categorieën uitdaagt, ergens onderweg uit de boot van de homobeweging.

Veranderende verlangens

Toch moeten onderzoekers keer op keer vaststellen dat de lust zich niet netjes in vakjes laat persen. Alfred Kinsey, een van de pioniers van de seksuologie, stelde in de jaren 50 al vast dat verlangen zich op een spectrum bevindt. Strikte heteroseksualiteit en strikte homoseksualiteit bevonden zich aan de uiteinden, maar daar tussenin vond hij nog vijf gradaties. Aangezien Kinsey enorme verschillen in individueel verlangen optekende, lijkt zelfs zijn afbakening van die vijf gradaties behoorlijk arbitrair. Bovendien, stelde Kinsey vast, kan je verlangen behoorlijk wat veranderen tijdens je leven.

Zijn inzichten waren een verademing voor mensen die niet in de knellende mal van de heteroseksualiteit pasten. Sommige homorechtenactivisten grepen Kinseys bevindingen aan om te stellen dat de strikte maatschappelijke grens tussen ‘gezonde’ heteroseksualiteit en ‘deviante’ homoseksualiteit voortkwam uit een maatschappelijke angst voor het ambigue, het biseksuele en het androgyne dat volgens hen in iedereen schuilt. Maar zij moesten snel het onderspit delven voor de homoseksuelen die een identiteitspolitiek voerden.

Dat is herkenbaar voor Ben. “Mijn verlangens zitten duidelijk ergens op dat oneindige spectrum tussen hetero en homo in.”

Kinseys methodes worden vandaag in vraag gesteld, maar de teneur van zijn bevindingen blijft overeind. Psychologe Lisa Diamond wijdt haar carrière aan het onderzoek naar seksuele fluïditeit. Dat liet al overtuigend zien dat de seksuele voorkeur van vrouwen in de loop van hun leven sterk kan veranderen: van homo via hetero naar biseksueel en terug, in welke volgorde dan ook. “Maar mijn nieuwste onderzoek wijst erop dat ook mannen veel meer fluïde zijn dan ik dacht. Er moet nog meer, nieuw en beter onderzoek naar gebeuren.”

Diamond maakt een onderscheid tussen verlangen, gedrag en zelfidentificatie: “Die overlappen elkaar soms, maar lang niet altijd.”

Dat bevestigen ook de meest recente cijfers uit ons land, uit het door de UGent en KU Leuven gevoerde Sekspert-onderzoek uit 2014. Mensen lijken zich in de slaapkamer weinig aan te trekken van het label dat ze op zichzelf plakken. Het aandeel respondenten dat zichzelf als holebi identificeerde, was maar 3 procent van de bevolking. Maar zowel vrouwen (9,5 procent) als mannen (2,7 procent) gaven aan te fantaseren over personen van het eigen geslacht of beide geslachten. Bij bijna driekwart van die vrouwen en ongeveer de helft van die mannen wordt dat verlangen nooit in de praktijk gebracht. Niet minder dan 8,9 procent van alle respondenten (veel meer dus dan zij die zich holebi noemen) had minstens één keer seks met iemand van hetzelfde geslacht.

“Ik denk dat onze categorieën van homo versus hetero versus biseksueel alle nuances daartussen niet vatten”, vat Diamond het samen. Er zijn zeker mensen die strikt homoseksueel zijn, zegt ze, maar voor vele anderen is het niet zo klaar en duidelijk. Bovendien is er voor sommigen een zekere mate van keuze mogelijk. Dat beaamt Ben: “Ik kiés eigenlijk. Voor een partner. Die of man is, of vrouw. En daar hebben mensen het moeilijk mee.”

Roofdier

Mensen geloven graag dat seksualiteit iets natuurlijks is, iets wat uit het diepste van hun wezen opborrelt en niet te stelpen is. Dat seksualiteit voor sommigen een keuze kan zijn, stoot af. Toen actrice Cynthia Nixon na jaren van relaties met mannen iets kreeg met een vrouw en verklaarde dat ze voor haar vrouwelijke lief had gekozen, kreeg ze kilo’s drek over zich heen, zowel van homo’s als van homofoben.

Het verklaart misschien waarom er al bij al weinig onderzoek naar is gevoerd. Diamond: “Mensen met een fluïde seksualiteit worden door onderzoekers steevast over het hoofd gezien en dat terwijl ze, volgens mijn cijfers, talrijker zijn dan de mensen die exclusief homo zijn.”

Onderzoekers zouden kunnen bestuderen hoe de rol die je in de slaapkamer aanneemt – los van sekstechnische details – mee verandert met het geslacht van je bedpartner. Ben: “Ik hou niet van onenightstands. Dat maakt het voor mij moeilijk om met mannen te slapen. De jacht is zo heftig: je krijgt iemand in het vizier en wordt geacht daar diezelfde avond nog mee in de koffer te duiken. Dat kan ik niet. Bij vrouwen krijg ik, of neem ik, toch meer de tijd om af te tasten.”

Noemi: “Ik heb me zeker weleens als een roofdier op een vrouwenlijf gestort. Bij mannen doe ik dat niet; ik heb nooit geleerd om dat te doen. Bij meisjes heb ik ook sneller het gevoel dat ik ze consumeer. Ik heb dus blijkbaar allerlei stereotypes over vrouwen geïnternaliseerd.”

Lisa Diamond stelt vast dat biologie lang niet alles verklaart over ons seksueel gedrag. “Er is een complexe interactie tussen biologie, omgeving, cultuur en context.”

Pan en queer

Ondanks de hardnekkige vooroordelen over fluïde seksualiteit, lijken steeds meer niet-heteroseksuelen lak te hebben aan een strikt homoseksuele identiteit. Zelfs het woord biseksueel heeft voor sommigen afgedaan. Sommigen noemen zich bijvoorbeeld ‘panseksueel’: ze voelen zich aangetrokken tot personen van alle genderidentiteiten – mannen, vrouwen, en alles daartussenin.

Noemi: “Ik zou mezelf queer noemen. Ik heb geen affiniteit met het bi-label omdat ik me vaak aangetrokken voel tot mensen die buiten de geijkte gendervakjes vallen.”

Queer is een parapluterm voor ‘niet-heteroseksueel en/of niet-cisgender’. “Maar mensen die zich zo labelen, bezondigen zich ook aan een vorm van uitsluiting”, merkt Noemi, die nu een gezin heeft. Dat vond ook Maggie Nelson, auteur van het gevierde De argonauten – intelligent gecomponeerde memoires over de geboorte van haar zoon met haar partner Harry, die ooit vrouw was en nu testosteron spuit en zijn borsten liet verwijderen.

Veel queer vrienden, beschrijft ze, haalden hun neus op voor de gezellige cocon van het gezinnetje dat zij met Harry vormde – wegens ‘niet radicaal genoeg’. Nelson stelt een opener benadering van het begrip ‘queer’ voor. ‘Queer is een continu ogenblik, beweging, motief – terugkerend, wervelend, troublant’, schreef ze. ‘In de kern is het relationeel en vreemd.’

Zo is de realiteit: morsig. Nogal wat mensen hebben zonder veel nadenken relaties met mensen van het andere geslacht, tot een passant van hetzelfde geslacht zich naar hen toe zuigt. Later kunnen ze opnieuw aangetrokken worden tot iemand van het andere geslacht. Dat bij jezelf of anderen vaststellen, kan verwarrend zijn: het zet alles wat je zo netjes hebt geleerd, op school, in de media, in reclames, in films, op de helling. Maar individuen passen zelden in strikte categorieën, net zoals een schoen van de gemiddelde maat voor zowat iedereen knelt of afglijdt.

Hetero’s en homo’s zouden meer begrip kunnen hebben voor de morsigheid van seksualiteit, voor de talrijke grijze zones tussen hetero en homo in. Geen clubje moeten kiezen, is misschien wel ware vrijheid. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234