Zaterdag 03/12/2022

Lula en het kredietkaartsocialisme

Voor het eerst in de geschiedenis behoort één op de twee Brazilianen tot de middenklasse. Dat zullen we geweten hebben: in de winkelcentra van São Paulo kopen de nieuwe consumenten volop iPods, flatscreenschermen en huishoudtoestellen, en voor velen was de voorbije kerst de rijkste ooit. Maar ook de elite boert als nooit tevoren. ‘Wie zijn eigen helikopter wil aanschaffen, moet twee jaar op de wachtlijst. Te veel vraag.’

ombando. In Brazilië zou de Portugese vertaling van booming makkelijk het woord van het jaar kunnen zijn. Niet alleen groeide de economie in 2010 met meer dan 7 procent, dankzij een financieel-economische stabiliteit die al zestien jaar aanhoudt, de langste groeicyclus in hun volatiele economische geschiedenis, geloven veel Brazilianen voor het eerst dat hun land echt goed zit. Niet alleen conjunctureel, maar stilaan ook structureel: “Als de trend van het afgelopen decennium nog vijftien jaar aanhoudt, zullen we voor de allereerste keer in een natie wonen die sociaaleconomisch evenwichtig is”, voorspelt de bekende economist Ricardo Paes de Barros.

In de voorbije acht jaar, de twee mandaten van de afscheidnemende president Lula dus, zagen de 10 procent armste Brazilianen hun inkomen jaarlijks met 8 procent stijgen, de 10 procent rijksten met anderhalf. “Onze armste landgenoten evolueren richting de rijken met dezelfde snelheid waarmee China de EU nadert”, zegt Paes de Barros. Meer zelfs: “Van het onderwijs tot de gezondheidszorg over betere woningen naar een daling van kindersterfte en kinderarbeid: alle cijfers ogen beter. Het curieuze is dat vermoedelijk geen enkele sociaal-wetenschapper zo’n stelselmatige terugval en zo’n snelle verbetering voorzien had.”

Paes de Barros deed zijn uitspraken in CEO Exame, een blits zakenblad waarvan de meeste lezers in oktober geheid niet voor Lula en zijn Arbeiderspartij (PT) stemden en veel liever de liberalere José Serra als opvolger hadden gezien dan de links-etatistische Dilma Rousseff. Maar nu Lula zijn Alvoradapaleis verlaat met een populariteit van 87 procent, een Latijns-Amerikaans record, moet ook het Exame-publiek toegeven dat Brazilië onder zijn bestuur een ander land geworden is.

Het succes van heli’s

Om toch maar bij de upper class te beginnen: van het statistische anderhalf procentje dat zij er onder de voormalige metaalarbeider bijwon, is in São Paulo niets te merken. Of correcter: wie de skyline aanschouwt met zijn 4.500 wolkenkrabbers en de ontelbare torenkranen in zijn blik opneemt - zeker in een nieuw zakendistrict als Marginal Pinheiros - kan hooguit concluderen dat er sloten geld verdiend worden, hier in ‘Sampa’. Naar de werkelijkheid vertaald is het armtierige anderhalfje, hoe zou het ook anders, immers een miljardenbusiness.

Neem de villa- en condowijk Jardins. In de met hypermoderne bewakingscamera’s toegeruste portieken is het alles privéchauffeurs, lijfwachten en binnen- of buitenstappende nanny’s wat de klok slaat. In de Oscar Freirelaan rijgen de luxeboutiques, nouvelle cuisine-restaurants en yuppiebars zich aan elkaar. Verderop, vlak bij het Ibirapuerapark en de daar zopas afgelopen kunstbiënnale, bouwde de Japans-Braziliaanse architect Ruy Ohtake Hotel Unique. Met zijn helrood verlichte dakzwembad en skybar (Skye Bar geschreven omdat een vriend van de eigenaar zo heet) is het een van de hipste symbolen van Braziliës huidige vaart.

En dan is er, niet te vergeten, Daslu: een shoppingbunker van 20.000 vierkante meter waar in smoking gehulde valets de klandizie begroeten, waar keurig gecaste verkoopsters zelf de luxemerken dragen die ze slijten, en waar ze alles in de aanbieding hebben wat een vermogend hart begeert: Gucci, Prada, D&G of het Braziliaanse Osklen, maar evengoed sportauto’s of jachten. Dorstigen kunnen dan weer in een door David Collins (‘de lievelingsarchitect van Madonna’) ontworpen champagnebar terecht, en wie in plaats van over het asfalt liever via de lucht naar Daslu komt, heeft een royaal helikopterplatform tot zijn beschikking.

Helikopters, tja. Hoewel Sampa na Tokio en Mexico pas de derde of vierde grootste stad ter wereld is, heeft geen enkele concurrent zoveel heli’s in zijn luchtruim hangen als deze. Nergens wordt economisch succes ook zo gretig gekoppeld aan een cockpit, een staartvin en twee schroeven. Dag en nacht cirkelen de vehikels boven de betonnen horizont, hoppend van toren naar toren. De periferie niet meegerekend zijn er in São Paulo 500 geregistreerd, en dat aantal blijft hardnekkig groeien. Een beetje zakenman zet in São Paulo zijn voet niet meer op straat.

“Het is simpel”, vertelt ook Thiago Rangel, de 26-jarige directeur van een helikoperschool (een van de ettelijke) op het centrale Campo de Marte-vliegveld. “Het is veel goedkoper een helikopter te nemen dan tijd te verliezen bij het zakendoen, time is money - natuurlijk.”

En of er zaken worden gedaan! “De ontdekking van de gigantische Presal-olievelden voor de kust van Rio betekent bijvoorbeeld dat er extra booreilanden worden gebouwd en dat (de staatsoliereus) Petrobras volop aanwerft. Dan zwijg ik nog over het WK voetbal in 2014 of de Olympische Spelen in 2016. Er wordt de komende jaren gigantisch veel gebouwd, hier in Brazilië, en veel bedrijven zullen van onze diensten gebruikmaken. Dat hebben onze leerlingen maar al te goed begrepen. Als je weet dat een professionele piloot hier 25.000 RS (11.286 euro, LD) per maand kan binnenhalen, dan is de rekening gauw gemaakt.”

Tien jaar geleden verkocht Thiago nog broodjes om zakgeld te hebben. Ook met zijn jeans, T-shirt en halskettinkje lijkt hij in niets op de baas van een middelgroot helikopterbedrijf. Dat hij van bescheiden huize is en niet op het grote gewin uit is, verzekert de jongeman, want het leven draait nu eenmaal niet alleen om geld. Al geeft hij toe dat ook zijn pa destijds al in de business zat, wat de zaak er aanzienlijk makkelijker op maakt. Maar dan nog: een boom als deze? Met mensen die zo snel fortuin maken als nu? Neen, ook bij zijn nog jeugdige weten is het niet eerder voorgevallen.

“Zie je, wie vandaag een heli koopt in São Paulo, moet twee jaar op de wachtlijst, idem dito voor pilotenopleidingen”, gaat Thiago verder.“Terwijl de leveranciers de vraag niet kunnen bijhouden, zitten ook de scholen vol.” Zo vol zelfs dat sommige bedrijven weleens een loopje willen nemen met de nochtans strenge veiligheidsvoorschriften. Dat het zijn school nimmer zou overkomen, waarborgt Thiago, maar in de hangar naast de zijne zitten ze met de handen in het haar: zopas is bij het landen een van hun toestellen neergestort. De piloot is zwaargewond afgevoerd, alle bewegingen boven Campo de Marte zijn opgeschort. Een cameracrew van Record TV, dat hier eveneens zijn helibasis heeft, holt de tarmac al op.

Zenuwachtigheid alom, Thiago’s gsm rinkelt plots dat het een aard heeft. “Een stevig briesje”, antwoordt hij, “kennelijk de controle over de staart kwijtgeraakt.” Hij schudt veelzeggend het hoofd, maar legt in een ruk door de vinger op de wonde: “We dreigen oververhit te raken. Het opleidingsniveau van de Brazilianen is maar pover, onze infrastructuur werd jarenlang verwaarloosd. Dit land is nog niet aangepast aan de noden van de tijd” - waarmee hij precies dezelfde uitdagingen citeert als de Wereldbank of andere gezaghebbende instellingen. “Vindt Dilma daar een antwoord op? Ik ben het niet zeker.”

Het fruitsap dat we drinken

Maar daarom niet getreurd. President Lula geeft de scepter pas morgen door, en liever dan op de zaak vooruit te lopen profiteerden de Brazilianen de jongste weken van hun beste kerst ooit. De koopjesgekte deed winkels massaal bijkomend personeel aanwerven en in de pers kon je lezen hoe duizenden banen amper ingevuld raakten. De middenklasse, sinds 2009 voor het eerst officieel goed voor meer dan de helft van alle 191 miljoen Brazilianen, sloeg als zelden tevoren iPods, flatscreen-tv’s, computers en wasmachines in. Terwijl de VS en de EU de wonden van de financiële crisis likten, sprak Lula van een marolinha - “een golfje”.

Van storm op zee was geen sprake. Niet hier, niet in Brazilië. Gehard door een reeks genadeloze crises in de jaren tachtig en de prille jaren negentig, had de reus van Latijns-Amerika immers flink orde op zaken gesteld in zijn bankwezen. Er werden geen risico’s genomen, de overheid speelde haar rol van strenge toezichthouder en private bankinstellingen werden verplicht hun staatse concurrenten te volgen veeleer dan omgekeerd. Voeg er een door China aangezwengelde commodity boom aan toe (het mijnbouwconcern Vale is een wereldspeler geworden), een performante agro-industrie die Brazilië tot globale graanschuur maakte (of pakweg citrusgaard: een op de twee glazen sinaasappelsap die Europa drinkt komt daarvandaan, met dank aan de haven van Gent), het exportsucces van hoogtechnologisch materiaal als vliegtuigen (na Airbus en Boeing is Embraer inmiddels de derde luchtvaartconstructeur ter wereld) en het plaatje spreekt voor zich.

En toch. Hét geheim achter de puike prestaties is niet internationaal maar binnenlands: de stevige interne markt, die onder meer aan kracht won dankzij sociale programma’s als Bolsa Família. (Extreem) arme families die hun kroost naar school sturen en ook medisch laten controleren, krijgen als tegenprestatie een maandelijkse subsidie van omgerekend maximaal 90 euro per gezin. Ofschoon het programma omstreden is omdat het erg centraal wordt aangestuurd en weinig rekening houdt met het grote verschil in levensduurte tussen stad en platteland (waardoor de plattelanders er uiteraard veel meer voordelen aan onttrekken dan de stedelingen), werpt het volop vrucht af. De rechthebbenden zijn niet over de hele lijn Bolsa-verslaafd geworden en de verhalen zijn legio van gezinshoofden, meestal moeders, die dankzij het programma een eigen zaakje uit de grond stampten en zo in de vaart der natie opgeslorpt werden.

“Toch is het meest revolutionaire aspect aan de Bolsa Família niet de cash transfer”, merkt Paes de Barros op. “Veel belangrijker is het feit dat we dankzij het programma eindelijk over de naam en het adres beschikken van de 15 miljoen gezinnen die werkelijk arm zijn in dit land.” Het probleem is in kaart gebracht, zegt Paes de Barros, nu kan het worden aangepakt.

Ook Thiago de Aragão, een bekende politoloog en consultant in Brasília, is niet onverdeeld gelukkig met de door de regering-Lula gehanteerde methodologie en herverdelingscriteria. “Maar wat wel klopt, is dat door mensen uit de armoede te tillen er een nieuwe consumentenklasse is ontstaan. Ook arme Brazilianen weten nu wat consumeren is: ze gaan naar de supermarkt, eten ontbijtgranen en yoghurt uit een potje, allemaal made in Brazil.”

Naarmate mensen op de sociale ladder klimmen, worden ze kooplustiger, dat spreekt. Zo is de lage middenklasse, hoewel nog altijd veel armer dan haar evenknie in Europa, massaal gaan reizen. Bij luchtvaartmaatschappij TAM gaan twee van alle vijf tickets dezer dagen naar burgers die voor het eerst in hun leven het vliegtuig nemen. Talloze ex-armen zijn ook voor de auto bezweken. In Sampa worden er 700 per dag verkocht, liefst zwart en uiteraard flexfuel. “Zelfs mijn poetsvrouw die in een favela woont en altijd per bus kwam, heeft intussen de hare”, getuigt een Paulistaanse uit de chique Morumbi-wijk. “Parkeerproblemen in de sloppen! Stel je voor!”

“Tot nu toe zagen we hier enkel de hogere middenklasse”, bevestigt een leraar Engels aan een privéschool in Vila Mariana de trend. “Vandaag komen ook de armen hier les volgen. Helaas, nogal wat rijken zijn zo aan hun privileges verknocht dat zij nu afhaken - koudwatervrees als ze hebben om met een arme het leslokaal te moeten delen.”

Geen vijanden

Aan sociale en raciale vooroordelen nog altijd geen gebrek, daar in Brazilië. Maar hoewel Lula ’s lands elite op tijd en stond een populistische veeg uit de pan gaf, heeft hij, anders dan zijn Venezolaanse collega Chávez, nooit tot klassenstrijd of revolutie opgeroepen. Het sociaal contract dat Lula met zijn kiezers afsloot, was van een andere orde. Een socialist dan, Lula?

De Aragão: “Een pragmaticus vooral. Want Lula is een vakbondsman. In zijn vorige leven heeft hij deals moeten sluiten met het patronaat, met Volvo Brasil. Hij kent het bedrijfsleven en begrijpt de logica ervan. Ik denk niet dat Lula zichzelf als een ideoloog beschouwt. Zelfs als hij van de (sociaaldemocratische, als centrumrechts beschouwde oppositiepartij) PSDB geweest was, zouden de Brazilianen voor hem gestemd hebben. Zijn persoon is het die het hem doet, niet zijn partij.”

Maar hoe moeten we Lula’s herhaalde uitvallen naar de VS dan verklaren, zijn felomstreden gebrek aan kritiek op mensenrechtenschendingen in Iran en Cuba ook, zijn vriendschap met Chávez? De waarnemers zijn het erover eens: aangezien de anti-imperialistische linkervleugel van de PT redelijk onbetuigd bleef onder Lula, maar hoe dan ook te vriend moest worden gehouden, mocht het buitenland als zoenoffer dienstdoen. Tja, Brazilië is een continentaal, naar binnen gekeerd land, dat de handen al vol heeft met de bescherming van het Amazonewoud, het verduurzamen van het groeimodel of de bestrijding van het drugsgeweld in de favela’s. De meeste Brazilianen interesseren zich amper voor wat zich buiten de grenzen afspeelt en electoraal valt er geen winst uit te puren. Ook economisch is Brazilië slechts voor 20 procent op internationale uitwisselingen aangewezen. Dankzij het voetbal, carnaval en een intrinsiek optimisme bezit het bovendien een indrukwekkende dosis soft power, en is het globaal de grootste natie zonder vijanden. Een beetje buitenlandse linksigheid moet er dus wel af kunnen.

Hoe moeten we Lula da Silva, het berooide kind dat het tot staatshoofd schopte, dan bestempelen? Hoe zal hij, behalve als populairste president ooit, herinnerd worden? Het antwoord van De Aragão kan verbazen: “Als de president van de creditcard! Vanuit een correct begrip van de noodzaak tot inclusie heeft Lula het krediet ook voor de armen toegankelijk gemaakt. Zij kopen ijskasten in twintig beurten, maar betalen die erg trouw af, ook omdat een centraal kredietsysteem elke beweging volgt en bij de minste overtreding een kredietverbod afroept. Helemaal anders dan in de VS dus. Braziliaanse banken worden hier niet verondersteld megawinsten te maken, wel voldoende krediet te genereren om de economie overeind te houden.”

En toch. De Braziliaanse gezinnen hebben vandaag gemiddeld meer schulden dan de op zich al bepaald notoire huishoudens in de VS. Volgens de Braziliaanse Centrale Bank gaat een kwart van het maandelijkse familiebudget naar terugbetalingen, tegen slechts 17 procent in de VS. Is met andere woorden het risico op een bubbel niet reëel? Meerdere Braziliaanse economisten hebben het openspatten ervan voorspeld, maar tot dusver waren ze eraan voor de moeite.

Dat brengt ons bij de vraag of het mirakel ook onder de morgen aantredende Dilma Rousseff voortduurt. Het ordewoord luidt continuïteit. Toch houden zelfs de meest optimistische Brazilianen hun adem een beetje in. Een complexe federale staat als Brazilië vereist even voorzichtig als doortastend leiderschap en permanente compromissen. Rousseff heeft veel minder charisma dan haar voorganger en heet bazig te zijn. Ook haar relatie met de PT is niet schitterend. Bovendien is ze er vooralsnog niet in geslaagd de verdenking af te werpen dat ze hooguit als stand-in voor Lula optreedt, die in 2014 weleens een nieuwe gooi kan wagen.

En dan zijn er Dilma’s sociaaleconomische uitdagingen. Het onderwijs mag dan eindelijk zowat tot alle buitengewesten van Brazilië doorgedrongen zijn - op zich al geen klein bier - nu moet het dringend kwalitatief verdiept worden zodat het land niet langer de educatieve hekkensluiter van de BRIC-landen blijft en de Brazilianen bijvoorbeeld eindelijk ook wat anders leren spreken dan Portugees. In de Lulajaren boekte Brazilië ook geen noemenswaardige vooruitgang op de Ontwikkelingsindex. Het land zakte zelfs van de 65ste naar de 73ste plaats (al spelen daar, toegegeven, ook nieuwe berekeningsmethoden mee).

Voorts moet ook het babylonische belastingstelsel zowel eenvoudiger worden als rechtvaardiger voor de armen. En dan is er - helikopterman Thiago zei het al - de infrastructuur: veel wegen verkeren in erbarmelijke staat, de luchthavens zijn zo petieterig dat meerdere buitenlandse maatschappijen niet eens een slot krijgen op Guarulhos, de grootste luchthaven van São Paulo en van Zuid-Amerika. Ook de havens zijn verzadigd en hst-lijnen waar al jaren druk over wordt gedaan, liggen er nog altijd niet. Een spectaculair programma om het land te moderniseren, het PAC, is tot nader order grotendeels in de lade in Brasília blijven liggen, ook al dringt de tijd in de aanloop naar 2014 en 2016. Een laatste heikel punt is van conjuncturele aard en betreft de zeer geapprecieerde real. Brazilië is een duur land geworden, de vraag luidt of de eigen productie wel concurrentieel blijft tegenover import uit bijvoorbeeld China. Nu al consumeren de Brazilianen meer dan ze sparen of investeren.

Toch blijft de sfeer opvallend upbeat. “Niets dan superlatieven”, zei op de jongste Exportdagen Amerika van Flanders Investment & Trade (FIT) director strategic pricing Filip De Meyer van Puratos Group, een Belgisch toeleveringsbedrijf voor bakkerijproducten dat ook in Brazilië sterk aanwezig is. “Het politiek-economische klimaat is gezond, de inflatie is onder controle, de markt boomt, zowel het bruto binnenlands product als de koopkracht groeit gestaag. Alle grote internationale bedrijven investeren er zwaar.”

“Vreemd dat de hele wereld zich plotsklaps zo voor ons interesseert”, zegt psycholoog Henrique Marcusso terwijl we dineren in een van de ettelijke ristoranti in de Italiaanse en theaterwijk Bixiga. “We weten heus wel dat ons land het goed doet. Maar dat we ook internationaal meetellen is hier niet echt doorgedrongen. We zijn ook niet van ’s morgens tot ’s avonds met economie bezig. Die maakt deel uit van het dagelijkse leven, natuurlijk, maar we zijn zoveel meer. Welke droom heeft mijn land, vraag ik me af. Hoe kunnen we onszelf en de mensheid inspireren? Met zijn eigen verhaal heeft Lula op dat vlak alleszins fantastisch werk geleverd. Ik kan alleen maar duimen voor Dilma.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234