Dinsdag 20/10/2020

InterviewDe ideale wereld

Lukas Lelie en Sarah Vandeursen: ‘Ik ben ervan overtuigd dat ik de beste seks van mijn leven nog moet meemaken’

Beeld Koen Bauters

Lukas Lelie komt aangewaaid in commandopak, Sarah Vandeursen heeft minuten geleden een uitstekende aardappelpuree neergezet: de rol hangt nog in haar haren. Ik zie die twee graag als de anarchistische ruggengraat van De ideale wereld, de bloemsuiker op de smoutebollen van de actualiteit. Zonder hen effende Canvas hooguit het pad naar De min of meer degelijke wereld. Vandaag hebben we het voor één keer over belangrijke zaken: humor en verdriet, geluk en ongeluk, piemels en dergelijke meer.

Wat de paracommando van Lukas Lelie (29) en de puree van Sarah Vandeursen (36) in dezelfde sketch te zoeken hadden? De hoofdrolspelers moeten mij het antwoord voorlopig schuldig blijven.

Lelie: “Zo gaat dat hier wel vaker. Omdat wij vandaag de late shift hebben en er dus niet bij waren toen er om half acht werd gebrainstormd, wisten wij amper waarover het ging. Daarnet hebben we allebei een struik gespeeld in een sketch. ‘Hoezo, een struik?’ ‘Geen tijd, zeg gewoon je zinnen.’ (lacht)

Vandeursen: “Die pureesketch had iets te maken met prinses Elisabeth, maar ik weet nog niet welke rol zij precies zal spelen: ik vermoed dat zij haar scènes op een ander moment zal hebben ingeblikt.

“Ik hou van de onvoorspelbaarheid bij De ideale wereld. Hoeveel mensen kunnen nog zeggen dat zij ’s morgens naar hun werk rijden zonder te weten wat zij zullen doen? Oké, soms word je daar zenuwachtig van, maar elke dag verrást tenminste.”

Lelie: “Als vrienden of familie over hun dag vertellen, betrap ik mezelf weleens op de gedachte: je moest eens wéten. Ik heb voor een sketch met Jelle De Beule ooit paspoppen in de grootste versnipperaar van Vlaanderen gegooid. Leg dat ’s avonds maar eens uit. Al heb ik sowieso niet de behoefte om na te kaarten. ’s Avonds sluit ik de dag af, zelfs als die op niks trok. Dan duw ik op de resetknop en de volgende morgen begin ik opnieuw, zoals in de film Groundhog Day: elke ochtend een nieuwe kans om het te verkloten.”

Als je soms niet helemaal weet wat te verwachten van een filmpje waarin je zelf meespeelt, ben je dan weleens teleurgesteld in het resultaat?

Vandeursen: “Niet zozeer bij fictie, want daar ligt het scenario min of meer vast, maar wel bij reportages op straat. ‘Allee, waarom zat dat er nu niet in?’ De dag erna durf ik weleens te vragen waarom bepaalde fragmenten gesneuveld zijn.”

Lelie: “Ik ken die sms’en: ‘Klootzak, ik maak u kapot.’”

Vandeursen: “Ik vind het belangrijk om in mijn communicatie zo agressief mogelijk te zijn. Dat werkt het best. En iedereen weet: de mediawereld is een harde wereld.”

Zoals Herbert Flack ooit tegen jou zei, Lukas: ‘Jij bent een brave, maar de stiel is niet braaf.’

Lelie: “Dat gebeurde toen ik stage liep bij Aspe. Net nadat hij dat zei, stapte hij weg in de mist: wat een held. Ik was daar om de cateringtafel klaar te zetten en om boze Bruggelingen te laten omrijden wanneer we een straat hadden afgesloten. Ze waren meteen gepaaid zodra ze wisten dat het om Aspe ging.”

Vandeursen: “(peinzend) De zon schijnt en het is 25 graden, maar volgens mij zou Herbert Flack zelfs híér kunnen wegwandelen in de mist.”

Beeld Koen Bauters

Is het nieuwe seizoen van De ideale wereld een verademing na de geïmproviseerde corona-afleveringen van vorig seizoen?

Vandeursen: “Zeker. Ik vond het echt niet leuk om alleen thuis te zitten met een GoPro. Wat jij?”

Lelie: “Ik vond dat ook zeer onaangenaam. Maar het goeie is wel dat we in die periode dingen te weten zijn gekomen over het programma, qua vorm en opbouw, waar we nu nog altijd mee aan de slag gaan. Tijdens de lockdown was het programma noodgedwongen één lange monoloog van Jan Jaap van der Wal: als er al een sidekick was, kwam die even zijn ding doen om het dan weer af te bollen. Maar dat bleek goed te werken, dus we doen het nog altijd zo. Ik vind dat toffer dan er de hele tijd als een meubelstuk te moeten bijzitten.”

Vandeursen: “Ik niet. Als je daar lang zit, kom je net sneller op ideeën om de uitzending wat te ontregelen, wat ik altijd graag doe. Ik ben niet zo goed in nummertjes brengen. Naar een punchline toewerken, daar moet ik nog in groeien. Maar als kijker vind ik het wel leuk om meer gezichten te zien.”

Lelie: “We zijn losgebroken van de structuur sidekick-filmpje-gesprek met gast-filmpje. Daardoor is er meer mogelijk. Ik voel mij echt beter dit seizoen.”

Vandeursen: “Ja? Was je daarvoor zenuwachtiger?”

Lelie: “Toch wel. Dat sidekicken was vroeger zo’n beetje een molensteen rond mijn nek. Nu doe ik het oprecht graag.

(lachje) Van de periode net voor corona zijn er trouwens een paar sketches die, euh, niet zo goed verouderd zijn. Zoals toen Urbanus langskwam. We gingen eens ‘goed overdrijven’: een mondmasker aandoen, afstand houden, handen ontsmetten... Allemaal onder het mom van ‘Haha, stel je voor!’”

Zijn jullie later bang geworden van corona?

Lelie: “In het begin was ik best angstig, toen alles dichtgesmeten werd. Ik was blij dat De ideale wereld toen bleef doorgaan, zodat ik iets omhanden had. En ook omdat ik als komiek niet meteen zakken goud kon gaan rapen.”

Vandeursen: “Ik rook sowieso niet elke dag, maar toen durfde ik geen enkele sigaret op te steken, omdat ik licht astmatisch ben. Met corona in de lucht was ik ervan overtuigd dat ik na één trekje in het ziekenhuis zou belanden.

“Het begon ook op een slecht moment: wanneer iedereen de opdracht kreeg om te cocoonen, had ik nét een huis gekocht, en de living was nog een barre vlakte. ‘Ga maar rustig in de zetel zitten’, zeiden ze, maar ik had nog geen zetel! Om te eten ben ik bij mijn dochter op de kamer gaan zitten. (lacht)

Hoe ging het met haar tijdens de lockdown?

Vandeursen: “Dat vond ik het moeilijkste: ik zag haar zwaar afzien. Ze is net 12 geworden, en toen zat ze in het zesde leerjaar. Een maand lang heeft ze geen leeftijdsgenootjes gezien. En ze is enig kind, dus ze verveelde zich te pletter, was enorm eenzaam. Hartverscheurend. Ik weet nog dat ik met tranen in de ogen naar haar zat te kijken toen ze eindelijk weer mocht spelen met vriendinnetjes.”

Ze zit nu dus in het eerste middelbaar. Krijgt ze daar veel reacties op de gekke filmpjes van haar mama?

Vandeursen: “Ze hoort wel af en toe iets passeren: ‘Iemand heeft gezegd dat je goed kunt zingen, mama.’ (glundert) Ze heeft een goed gevoel voor humor. En ze is supercool, zelfs nog cooler dan ik. Ik denk dat ze het eigenlijk wel leuk vindt, wat ik doe, maar ze doet er heel normaal over.”

Lelie: “Mijn vriendin (die lesgeeft, red.) heeft altijd meningen over mijn sketches, en ze is brutaal eerlijk. Als ze het niet grappig vindt, zegt ze dat. Wat oké is, maar ik vind het wel jammer dat ik geen tegenammunitie heb: ‘Amai, die les, daar heb je toch een paar steken laten vallen!’”

Vandeursen: “Maar dat is toch net cool? Je wilt toch niemand die gewoon met haar ogen knippert: ‘Amai, je was weer zo grappig!’”

Lelie: “Jawel! ‘Hilarisch’, dát moet ze zeggen. ‘Hoe doe je het toch, koene minnaar?’”

Dat zeg je nu lachend, terwijl je toch ook écht snakt naar die bevestiging.

Lelie: “Natuurlijk. Ik ben stand-upcomedian: bevestiging en applaus zijn de redenen waarom ik op een podium ga staan. (lacht)

Beeld Koen Bauters

DE EENZAME LOSER

Volgende maand word je 30, Lukas, de leeftijd waarop je geacht wordt je zaakjes min of meer op orde te hebben. Houdt dat je bezig?

Lelie: “Totaal niet. Misschien omdat ik me mentaal al een jaar of vijftig voel. (lachje) Ik heb het afgelopen jaar eindelijk leren autorijden, en ik denk dat dat mijn laatste stap richting Echte Verantwoordelijkheid was. Al bezorgt de was me nog altijd kopzorgen. Dát moet bij dát, en dát bij dát, en wel uitsluitend met dát wasprogramma...”

Vandeursen: “Ik heb daar ook geen benul van. Ik smijt alles samen op 30 graden.”

Lelie: “De eerlijkheid, om nog maar te zwijgen van de schaamte, gebiedt me te zeggen dat mijn lieve, lieve vriendin de was vaak voor haar rekening neemt.”

Je hebt nu al drie jaar een stabiele relatie. Ik ben blij voor jou, maar het beeld van de eenzame loser dat je in zaalshows graag van jezelf ophangt, heeft daardoor wel een knauw gekregen.

Lelie: “Dat personage is al even aan het evolueren. Ik hoop dat die evolutie ook in De ideale wereld een beetje zichtbaar is. Ik zit niet meer zo (zakt ineen en kijkt zielig op). Je zult dat nog meer zien in mijn tweede show, die ik nu aan het voorbereiden ben. Als je als mens verandert – ik durf tegenwoordig zelfs al eens buiten te komen – dan moet je podiumpersonage volgen.”

Vandeursen: “Een beetje evolueren, hè. Hoe saai zou het anders zijn?”

Jij bent met dat volwassen zijn nu ook helemaal in orde, Sarah: jij wilde rond je 35ste een huis kopen en dat is gelukt.

Vandeursen: “Ja. Ik ben vrij... kláár, eigenlijk.”

Lelie: “Klaar? Om te sterven? (lachje)

Vandeursen: “Eigenlijk wel. Voor sommige mensen, mijn dochter met name, zou dat heel jammer zijn. Maar niet voor mezelf. Pas op, ik wil niet dood, hè. Maar ik heb wel een rust gevonden die ik zelf ook niet meteen zag aankomen.”

Waarom ik volgens mij zo achterdochtig ben jegens al te grote levensstappen: elke stap is ontegensprekelijk een stap dichter naar het graf.

Vandeursen: “Maar zolang je die stappen niet zet, blijf je onrustig, omdat je weet dat je nog niet áf bent. Ik heb nu rust, omdat ik niets meer op mijn lijstje heb staan.”

Lelie: “(schraapt de keel) Over de dood gesproken: ik heb al tegen mijn vriendin gezegd dat als ik ooit vóór haar kom te gaan, zij in geen geval verder mag gaan met haar leven. Ik heb geen altaar van mezelf voorzien – dat vond ik wat ver gaan – maar die laatste wens wil ik bij dezen wel publiek maken, zodat ze niet kan zeggen: ‘Ik heb iemand anders, want Lukas zou het zo gewild hebben.’ Ik ga het haar ook nog eens zeggen met mijn laatste adem, zodat er zeker geen discussie meer mogelijk is.”

Vandeursen: (lacht)

Staat dat niet op jouw lijstje, de liefde vinden?

Vandeursen: “Mja. Maar ook dat voelt niet meer geforceerd aan. Ik heb het losgelaten. Ik ken ook veel mensen die pas heel laat de persoon hebben gevonden met wie zij nu al lang gelukkig zijn. Ik zal het zo zeggen: ik ben ervan overtuigd dat ik de beste seks van mijn leven nog moet meemaken – en ook al ben ik single, ik ben nu al heel tevreden met mijn seksleven. Dat kunnen niet veel mensen van mijn leeftijd zeggen. Ik voel mij echt niet eenzaam.”

Lelie: “Ze belt mij ook vaak om dat te zeggen: ‘Dag Lukas! Zeg, ik ben niet eenzaam, hè!’”

Vandeursen: “En dan bevestigt hij dat: ‘Inderdaad, Sarah, jij bent niet eenzaam. Maar het is wel drie uur ’s nachts, dus misschien kunnen we het daar morgen over hebben?’

“Vroeger dacht ik wél vaak: wat is er mis met mij? Maar nu niet meer. Nu voel ik mij top.”

Toen ik jou vorig jaar belde, zat je nochtans net in het midden van een diepe existentiële crisis. Je trok zowat alles in je leven in twijfel. Dat is goed gekomen?

Vandeursen: “Heel goed: ik ben helemaal uit dat dal geklommen. Begin november viel alle ballast opeens van me af. Zomaar. Ik moest eerst en vooral tegen mezelf toegeven hoe verschrikkelijk diep ik was gegaan. Ik was in therapie, en op een dag kon ik heel eerlijk zeggen: ‘Ik ben klaar, het is oké zo.’ Een soort catharsis. En sindsdien voel ik me stabiel. Niet dat het altijd tiptop is, maar ik ga niet meer ten onder aan die slechte momenten. Ik leef op een manier die haalbaar en realistisch is, en toch nog leuk. De melancholicus in mezelf ga ik altijd blijven koesteren, want die maakt een even wezenlijk deel uit van mij als mijn humorist. Maar die twee komen tegenwoordig gewoon goed overeen, dus dat scheelt.”

Je twijfelde toen ook enorm over je carrière in de humor en op tv, en of je die dingen nog wel in je leven wilde.

Vandeursen: “Ja, ik had het met alles gehad, eigenlijk. Nog het meest van al met mezelf. Ik zag het gewoon niet meer. Maar dat is voorbij.”

Toen ik zag dat je een rol had in Undercover, dacht ik dat het misschien wel een eerste stap was op een pad wég van de humor. Maar je personage Betty lijkt in de eerste twee afleveringen toch vooral uitstekend comic relief te zijn.

Vandeursen: “Ik zal altijd wel gelinkt blijven aan humor. Terwijl ik echt wel een serieuze kant heb, die ik ook graag zou ontplooien. Maar dat is dan maar zo.”

De ene keer dat je als jurylid meedeed aan De slimste mens ter wereld vond je dat maar niks: ‘Van die verplichte vrolijkheid word ik alleen maar opstandig.’ Is die verplichte vrolijkheid er niet in De ideale wereld?

Vandeursen: “Hm, nee. Onze bron van humor is vrijwel nooit vrolijkheid.”

Lelie: “Een overdosis vrolijkheid moet je niet verwachten in de ochtendbrainstorm. Wel gelatenheid, en de occasionele cynische mop.”

Stel dat je voor de rest van je leven tot humor veroordeeld zou zijn als broodwinning, zou je daar dan vrede mee kunnen nemen?

Vandeursen: “Ja. Daar kun je nog altijd veel kanten mee uit. Ik zal dan wel zorgen dat er in een uur een paar keer gelachen wordt, terwijl ik de rest vul met tragische shit. Ik denk dat er sowieso humor zal sluipen in alles wat ik ooit doe. Alleen: er mag geen druk zijn om het per se grappig te maken. De stelregel is: als het móét, vind ik het verschrikkelijk.”

Wat ik zo leuk vind aan jou: ik kan nooit zeggen wanneer jij een grap maakt. Dat bedoel ik als compliment: jij weet altijd te ontregelen – een onderschat talent dat niet velen gegeven is.

Lelie: “Als jij sidekick was, zaten de gasten sowieso al op hun ongemak, wat altijd heel plezierig was om te zien.”

Vandeursen: “Bedankt. Maar het tragische is wel dat zelfs mijn vrienden niet altijd doorhebben wanneer ik serieus ben. Ik heb weleens over diepe pijn verteld, waarop er werd gelachen, omdat ik het, geheel buiten mijn wil om, hilarisch geformuleerd had. Ik begreep dat wel, maar ik werd er ook kwaad van: ‘Maar allee, jullie zitten hier te lachen terwijl ik net iets ik-weet-niet-hoe triestigs heb verteld!’”

Lelie: “Je therapeut dacht wellicht dat jij speciaal voor hem huiskamerstand-upshows kwam geven.”

Vandeursen: “Dat zou verklaren waarom hij de hele tijd zat te applaudisseren, en waarom hij míj achteraf geld toestopte. Dat vond ik al zo raar.”

Beeld vrt

LELIJKE PENISSEN

Even terug naar de actualiteit: jullie hebben lang gewacht om iets te brengen over Piemelgate. Iedereen leek te wachten tot duidelijk werd wat er precies gebeurd was, en dan was het alsof er een startsein weerklonk.

Lelie: “(knikt) Stan Van Samang diende een klacht in tegen onbekenden, waardoor het officieel nieuws werd, en dan was het fair game, hè. Daarvoor was er een soort aftastend debat op onze redactie, zoals wel vaker gebeurt: moeten we daar nu iets over brengen of niet? We zitten met karakters van erg verschillend pluimage op de redactie: Sarah, Jan Jaap en ikzelf alleen al liggen qua stijl mijlenver uit elkaar. Dat levert discussies op over wat je al dan niet kunt maken. En omdat we met zoveel zijn, vinden we meestal een mooie middenweg.”

Vandeursen: “Ik zie de foto’s nog zo binnenkomen op de redactie. ‘Fuuuck!’ Ik heb helaas alles bekeken. Zoals met horrorfilms: eigenlijk wil ik met elke vezel in mijn lijf wegkijken, maar toch kan ik het niet laten.”

Heeft ‘Eveline’ geen contact gezocht met jou, Lukas? Er werd gezegd dat zij nog meer mannelijke BV’s had gestrikt.

Lelie: “Dat niet. Maar ten tijde van mijn deelname aan De slimste mens ter wereld kreeg ik weleens, euh, expliciete verzoeken binnen van onbekende dames.”

Vandeursen: “Echt? Oneerbare voorstellen?”

Lelie: “Welja, ze gingen toch redelijk snel naar de essentie. Met foto’s erbij en alles. Als ik nu zulke berichten binnenkrijg, laat ik ze meteen zien aan mijn vriendin: ‘Schat, check dit!’

“Het blijft overigens niet beperkt tot vrouwen: enkele mannen lieten ook al hun interesse optekenen. Ik heb dan maar eens gepolst bij een homokameraad, en hij zei dat hij kon begrijpen dat ik in die scene in de smaak zou vallen. Toch geruststellend: ik heb een plan B.”

Vandeursen: “Ik heb nog nooit een dickpic ontvangen, maar wél een tof berichtje van een creatieveling van wie ik vermoed dat hij een groot dichter is. Hij schreef: ‘Willen we eens samen gaan vissen, dan maak ik je lekker nat, hihi.’ Ik heb echt nog getwijfeld. Je weet nooit. Misschien was dat hem wel, hè.”

Lelie: “(plots) Mag ik nu eens een vraag aan jou stellen als vrouw? De consensus is dat de penis geen mooi ding is. Maar dat lijkt me zo jammer: het is het enige dat het geslacht waar je op valt kenmerkt, en je vindt het lelijk!”

Vandeursen: “Jullie vinden onze vagina’s toch ook niet mooi?”

Lelie: “Ik vind ze prachtig, stuk voor stuk. Maar echt, wat blijft er dan nog over voor jullie? Een bloot bovenlijf, maar dat zie je toch overal?”

Vandeursen: “De rug, de armen, de blik... En weet je wanneer ik een penis wel mooi vind? Wanneer hij in erectie staat.”

Beeld Koen Bauters

DE HLN-COMMENTATOR

Over piemels gesproken, Sarah: in een interview gaf je ooit te kennen dat je lang hebt moeten zoeken naar je plaats op de redactie van De ideale wereld, die bijna uitsluitend uit mannen bestond, en dat de meeste vrouwen er gillend wegliepen. Had je dat op voorhand tegen de redactie gezegd?

Vandeursen: “Pas kort voor publicatie. Toen ik het stuk nalas, schrok ik er zelf van. Ik heb samengezeten met de eindredactie en een mail gestuurd naar de hele ploeg, om duidelijk te maken dat ik iedereen graag zag, en dat het niet mijn intentie was om iemand te viseren. Ik wilde ook beklemtonen dat ik me op het moment van publicatie al veel beter voelde.”

Lelie: “Wij hebben toen wat fakkels aangestoken en hooivorken opgenomen, maar we hebben haar niet te lang op de brandstapel laten staan.”

Vandeursen: “Dat vuurtje deed deugd. Maar ik heb sommigen daar blijkbaar wel mee gekwetst, en dat is pijnlijk. Ik wist niet goed hoe ik daarmee moest omgaan.”

Hoe kwam het bij jou binnen, Lukas?

Lelie: “Het was schrikken. Mijn allereerste impuls die bovenkwam, die ik soms ook voel als ik de actualiteit raadpleeg, was mijn innerlijke HLN-commentator. Sarah zei in dat artikel eigenlijk alleen: ‘Ik voelde mij zó.’ Maar mijn HLN-commentator schreeuwde: ‘Maar nee, ik zit daar ook en ik voel mij níét zo!’ Wat natuurlijk totaal irrelevant is: als zij dat zo aanvoelde, dan was dat een probleem, en dan maakte het niet uit dat ik dat anders aanvoelde. Ik ben gelukkig beter geworden in het herkennen en onderdrukken van die vervelende azijnpisser.

“Wat ik me nog bedacht: zo’n probleem heeft de neiging om na een tijd weer weg te ebben. ‘We hebben het erover gehad, het is in orde.’ Maar ik hoop dat het voor jou ook écht in orde is. Is dat zo, Sarah?”

Vandeursen: “Ja! Ik ben enorm positief nu. We zijn supergoed bezig als ploeg, en die ‘we’ meen ik echt. Ik heb mij het laatste jaar enorm goed geamuseerd.

“Mijn twijfel was ook een momentopname, hè. Ik kwam toe op een competitieve werkplaats, waar ik de enige vrouw werd. Liesa Naert liep er in het begin nog rond, en Koen De Poorter en Jelle De Beule namen mij onder hun vleugels, maar niet veel later zijn die drie ongeveer gelijktijdig vertrokken. Ik was mijn ondersteuning kwijt, en ja...”

Lelie: “Wij zijn een stel sociaal gehandicapten bij elkaar, dat is zo: ik snap het wel.”

Vandeursen: “Het zijn hier allemaal lieve mensen. Maar er heerst wel een harde, eerder mannelijke dynamiek met énorme tijdsdruk en weinig communicatie. En dat is moeilijk voor iederéén die hier in het diepe wordt gegooid. (tot Lukas) Ik kan mij voorstellen dat dat voor jou ook een aanpassing was. Jij bent ook geen roeper met een buitengewoon zelfvertrouwen, hè?”

Lelie: “Vijf jaar geleden kreeg ik hier mijn eerste tv-job: daar sta je dan opeens tussen al die grote namen... Maar dat is goed uitgedraaid voor mij: na verloop van tijd kweekte ik zelfvertrouwen gewoon door hier te zijn.”

Je humor, en ook je eerste zaalshow Ik doe mijn best, gaat vaak over je gewicht. Een slim trucje van de komiek: zelf lachen met dingen waar hij zich onzeker over voelt, zodat de rest het niet kan doen.

Vandeursen: “Herkenbaar!”

Lelie: “O, ja. Maar ik ben hier écht gegroeid. Ik heb daarvoor de tijd gekregen, om te ontdekken waar mijn sterktes en zwaktes liggen, en beter te worden in wat ik doe, en daar ben ik enorm dankbaar voor. Het werpt ook zijn vruchten af: onze bijdrage aan het programma wordt alleen maar groter.”

Hoe lachte jij je onzekerheden weg, Sarah?

Vandeursen: “Dan flapte ik eruit tegen mannen die ik mogelijk zag zitten: ‘Ik heb wel geen borsten, hè!’ Ik maakte er een grap van, terwijl dat onderwerp niet eens aan de orde was. Uit onzekerheid.”

Lelie: “Ik deed dat ook. Nu ja, ik zei tegen vrouwen dat ik wél borsten had.”

Vandeursen: “Ik denk dat jouw borsten groter zijn dan die van mij, Lukas. Ach, relativeren via humor is niet de kwalijkste zaak van de wereld. Het is beter dan in een hoekje te zitten wenen.”

Al is kapotrelativeren ook niet goed.

Vandeursen: “Nee, daarom ben ik ook zo zwaar gecrasht. Ik luisterde niet naar mezelf, tot de zaken die ik had weggestoken als een boemerang in mijn gezicht vlogen. Sommige dingen doen er nu eenmaal toe in het leven: die kun je niet negeren.”

Lelie: “Als je dag in, dag uit met de actualiteit bezig bent, kweek je sowieso een zeker talent voor relativering. Wij zijn technisch met ons vak bezig: de sketch moet grappig zijn en goed in elkaar zitten.”

Vandeursen: “Wij hebben vooral een mening over de komische waarde van de sketch die we maken, niet over de ideologische inhoud van die sketch.”

Lelie: “Mijn vriendin geeft les aan nieuwkomers, vaak vluchtelingen: zij kan naar zo’n sketch kijken met specifieke informatie over een problematiek die mij vreemd is, terwijl ik mij er wel net een dag mee heb beziggehouden. Het kan geen kwaad om daar soms eens wat dieper over na te denken.”

Vandeursen: “Ik raak meestal toch niet verder dan de koppen. Wellicht uit een soort zelfbescherming. Ik kan al die miserie niet aan. Ik heb al minstens anderhalf jaar niet meer naar Het journaal gekeken. Ik hoef ook niet zo nodig over alles een mening te hebben.”

Lelie: “Ik ben daar ook niet goed in. Ik ben veel te snel te overtuigen. Er is maar één charismatische mens nodig die een halve zin aan elkaar kan rijgen voor ik weet: ‘Híj is de man!’ Maar bij de volgende denk ik dat ook. Dan loop ik rond als een hondje dat geen baasje weet te kiezen. Bij een verkiezing is het maar te hopen dat de laatste man die ik bezig hoor geen machtswellustige, moorddadige tiran is.”

Vandeursen: “Of Joachim Coens! Ach, als je over alles een écht gefundeerde mening wilt hebben, wat voor leven heb je dan nog? Voor elke politieke partij – en dan zwijg ik nog over sport, aardrijkskunde of cultuur – zou je honderd boeken moeten lezen. Stel je voor dat je aan CD&V toe bent. Shit zeg, dat wens je toch niemand toe?”

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234