Dinsdag 11/05/2021

InterviewDe vragen van Proust

Luk Alloo: ‘Er wordt wat afgeluld over ons. Maar het interesseert me geen zak’

‘Ik heb moeite met tijdverlies. Ik kan me niet lang hullen in diplomatiek middenveldgelul. Cut the crap, het moet vooruitgaan.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik heb moeite met tijdverlies. Ik kan me niet lang hullen in diplomatiek middenveldgelul. Cut the crap, het moet vooruitgaan.'Beeld © Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zesentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: televisiemaker Luk Alloo (57). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

Hoe oud voelt u zich?

“Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik voel me nu zo’n 33, 34. Ik doe niets om me krampachtig of theoretisch jong te houden. Instinctief heb ik nog altijd dat hongerige, avontuurlijke gevoel. Ik mag me in de wang knijpen voor het leven dat ik mag leiden.

“De waarheid is dat ik van 1963 ben en dat ik de gouden jaren 1960 en 70 heb meegemaakt. Ik mag het niet hardop zeggen, maar als alles goed gaat is een derde van de taart nog aanwezig. Twee derde is op. Zo fatalistisch zit ik dan ook wel in elkaar. Ik realiseer me ook dat de jaren die nu komen goed geïnvesteerd moeten worden, dat ik niet te veel domme dingen meer moet doen, niet te veel flutprogramma’s maken.

“Tot dusver heb ik een leuke carrière. Het is een harde wereld met veel concurrentie, marktaandelen en grafieken. Ik moet jullie niet vertellen hoe commercieel de wereld is geworden. Vaak is het ratio, minder uit de buik. Ik ben dus blij dat ik nog kan meevoetballen. Ik voel me zoals Olivier Deschacht: veertig en nog in eerste klasse mogen spelen.

“Bovendien ben ik gelukkig gescheiden. (lacht) Ik ben hertrouwd en heb twee fantastische kinderen. Ook daar geen kommer en kwel. Het leven zit mij wel mee.”

Wat vindt u een kenmerkende eigenschap van uzelf?

“Dat ik nogal hongerig en complexloos in het leven blijf staan, positief ook. Non-conformistisch ook. Dat ik met momenten keihard kan werken. Mijn credo is altijd geweest: drie dagen achttien uur aan een stuk werken, om dan te weten dat je drie dagen niets te doen hebt. Ik heb altijd mijn eigen baas willen zijn en mijn eigen werkuren willen bepalen. Niet vastroesten. Als de werksituatie niet meer leuk is, kunnen opstaan en zeggen: ‘I left the building.’ Het gevoel hebben dat ik niets tegen mijn zin moet maken. Mij niet moeten overgeven aan de willekeur of de idiotie van een overste, want dat bestaat. (lacht)

‘Ik ben blij dat ik nog kan meevoetballen. Ik voel me zoals Olivier Deschacht: veertig en nog in eerste klasse mogen spelen.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik ben blij dat ik nog kan meevoetballen. Ik voel me zoals Olivier Deschacht: veertig en nog in eerste klasse mogen spelen.'Beeld © Stefaan Temmerman

“De angst om te veranderen van job, die honkvastheid, dat heb ik nooit begrepen. Gewoon springen. Ook privé? Absoluut! Als de liefde op is, is de liefde op.”

Hoe was uw kindertijd?

“Mijn kindertijd was fantastisch. Ik ben geboren in Blankenberge. Ik herinner me vooral dat ik heel graag naar school ging en elke avond voetbalde. En elke avond in het kleine winkeltje op de hoek van de straat een glazen pot Nutella ging halen die ik dan half opat. Ik at toen tien, twaalf boterhammen.

“Ik herinner me de onbezonnenheid en de kleurrijkheid van het leven. Gele, rode , groene, oranje auto’s – je moet nu eens op een parking gaan kijken: alles grijs en zwart. De goedgemutstheid van de mensen ook. Ik weet nog dat ik als kleine jongen vaak op een bank zat en gesprekken gadesloeg. Er was schoonheid en vrolijkheid tussen de mensen.

“Mijn pa was leerkracht Grieks-Latijn op een college in Blankenberge, als eerste leek in een korps van uitsluitend priesters. Hij las heel veel. Thuis lag de Knack met de stukken van Johan Anthierens, en de Humo toen dat nog de Bijbel was. Radio 1 stond op, met de taalwenken van Marc Galle en de virtuoze stem van Jef Lambrecht. En we keken naar Panorama, met Paul Muys en William van Laeken. Als jonge gast absorbeer je dat allemaal.

“Op mijn achttiende ben ik dan alleen gaan wonen. Er was in die tijd zoveel te doen: naar de Vooruit gaan, boeken lezen, naar de film, uitgaan, vriendinnen die bemind moesten worden. Tegen mijn dochters zeg ik weleens: wij wisten nog wat het betekende om naar iets uit te kijken. Wij lazen Marc Didden en Marc Mijlemans en als zij over de Triffids schreven, gingen we naar een platenzaak met een koptelefoon naar de nieuwe elpee luisteren, wetend dat we nog niet genoeg geld hadden zodat we de week nadien gewoon konden terugkeren. Uitkijken, hongerig zijn, was een belevenis. Nu is het: boem, één duw op Spotify en je hebt honderd miljoen elpees. Ook een afspraak met een meisje, dat kun je je niet meer voorstellen. Je sprak af om elkaar de volgende zaterdag terug te zien, om halfacht in zaal De Hoop in Waregem. Een nummer had je niet, of ze daar ging zijn, dat wist je niet. Dat gevoel zou ik nog weleens willen herbeleven. De honger.”

Wat is uw passie?

“Mijn passie is de passie voor het leven. Ik leef graag. Passievol waarnemen, mensen leren kennen en verhalen in mij opnemen. Lachen, bewegen, reizen, eten en drinken, met vrienden afspreken.

“Maar ook evenzeer hier op zolder in mijn bureautje een plaatje opleggen. Een boekje lezen en vier uur niemand zien. Enkel mijn vrouw die weet dat ik hier zit. Ik heb dus niet altijd vluchtigheid en prikkels nodig, een hele dag rustig thuis zitten doe ik ook graag.”

‘Ik herinner me de kleurrijkheid van het leven. Gele, rode , groene, oranje auto’s. Je moet nu eens op een parking gaan kijken: alles grijs en zwart.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik herinner me de kleurrijkheid van het leven. Gele, rode , groene, oranje auto’s. Je moet nu eens op een parking gaan kijken: alles grijs en zwart.'Beeld © Stefaan Temmerman

Welk gelukscijfer geeft u zichzelf?

“9,5, want je kunt jezelf nooit een tien geven. Dankzij corona heb ik ook dingen kunnen doen die ik normaal gezien op mijn zeventigste zou doen: oude boeken herlezen, elpees uit hun hoezen halen en opleggen volgens jaartal. Mijn eerste elpee die ik kocht was Bob Marley, Live! in 1975. Daarna volgden Lou Reed, Patti Smith, Bob Dylan, David Bowie, Talking Heads... Ik heb ze nog allemaal.”

Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Elkaar in de ogen kijken en zeggen dat je elkaar graag ziet. Een jongeman die een oude vrouw rechtop helpt of iemand die zijn raampje opendraait om een bedelaar wat centen te geven. De guitigheid van kleine kinderen. Heel veel dingen.”

Wat is uw zwakte?

“Ik heb moeite met tijdverlies. Ik kan me niet lang in diplomatiek middenveldgelul hullen. Je kent het: vergaderingen waar 90 procent van de tijd wordt geluld over corona, het weer, de reportage van Bart De Pauw, mediastunts. Dat irriteert me. Het moet snel gaan: cut the crap. Ongeduld dus.

“Praten over niets kan ik niet. Op feestjes heb je drie soorten gesprekken: gesprekken die over niets gaan, de koetjes en kalfjes, gesprekken met mensen die de Knack en De Morgen lezen en met hun kennis willen uitpakken, en dan de eigenlijke gesprekken die ik het liefste heb: ‘Hoe gaat het? Ben je gelukkig?’

“Ik kan ook niet faken. In onze job vragen collega’s soms wat ik van dit of dat programma vind. Dan vraag ik altijd of ik hen naar de mond moet praten of niet.”

Waar hebt u spijt van?

“Door de spelingen van het lot heb ik een aantal vriendschappen niet genoeg omarmd of er te weinig tijd in geïnvesteerd. Je moet keuzes maken. Ik ben er niet ongelukkig door. Het belangrijkste is trouw blijven aan jezelf. Proberen een goed mens te zijn met zo weinig mogelijk klootzakgehalte. Je zit op een sneltrein en je moet je niet te veel bezighouden met spijt, vind ik.

“Soms denk ik wel van ‘Godverdomme, Alloo, als criminoloog had je toch iets wezenlijk relevants kunnen doen voor de samenleving’. (lacht) Ik heb ooit aan examens voor gevangenisdirecteur meegedaan. We startten met vijftienhonderd man in de Expo in Gent. Tot mijn grote verbazing zat ik bij de laatste drie. Op een bepaald moment kreeg ik telefoon dat er een betrekking vacant was in de gevangenis van Brugge die toen gebouwd werd.

‘Ik slaap meteen. Als ik in bed kruip vraag ik: ‘Liefste, heb je nog iets te zeggen?’, want zodra ik mijn kop neerleg, ben ik weg.' Beeld © Stefaan Temmerman
‘Ik slaap meteen. Als ik in bed kruip vraag ik: ‘Liefste, heb je nog iets te zeggen?’, want zodra ik mijn kop neerleg, ben ik weg.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Toch heb ik voor de journalistiek gekozen, al had ik daar niet voor gestudeerd. Mijn ma zei tegen mij: ‘Je bent zot!’ Een betrekking bij de staat was toen de hoop en droom. Af en toe heb ik daar spijt van, omdat je maar één levenskaart hebt en ik voor de kunstmatige voortzetting van mijn studentenleven heb gekozen. (lacht)

“Had ik niet beter geprobeerd de gevangenissubcultuur gelukkig te maken? Of nuance: dichter bij de bevolking proberen te brengen die er niet in wil investeren? Er is zoveel potentieel buiten de gevangenismuren. Mensen die een nieuwe sociale rol kunnen krijgen, die een nieuwe invulling aan hun leven kunnen geven, iets kunnen betekenen en op die manier aan zelfvertrouwen winnen. Om ze klaar te stomen voor de samenleving. De tweede kans. Dat gebeurt niet. Dat is nefast.”

Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Op een begrafenis. Je komt op een leeftijd waarop je steeds meer mensen verliest. Mensen die te vroeg aan kanker sterven. En dan sta je weleens stil bij jezelf. Ik weet niet wat er in mijn lichaam sluimert. Over drie jaar kan ik aan een baxter met chemo liggen. De dokter kan zeggen dat ik een tumor heb. De broosheid en de breekbaarheid en de snelheid van het leven, daar heb ik wel een probleem mee.”

Wat is uw grootste angst?

“Zoals iedereen: dat mijn geliefden iets overkomt. Als het met hen goed gaat, gaat het ook met mij goed.

“En in een ruimer plaatje: de onmacht van de politieke wereld om de issues aan te pakken die er echt toe doen. Naomi Klein kan boeken blijven schrijven, Michael Moore kan documentaires blijven maken over de klimaatverandering en de globalisering. In de jaren tachtig dacht ik dat Bono met Live Aid de wereld ging redden. Maar dan bleek dat hij zijn geld in Amsterdam parkeerde. Wie is nu de redder? Ik weet het niet.

BIO

* Vlaamse tv-maker, interviewer * geboren op 25 maart 1963 in Blankenberge * schreef in het begin van zijn carrière (1987) voor o.a. De Morgen * werkte tussen 1990 en 1995 als researcher voor Jambers * maakte/presenteerde op tv o.a. Duel, Sterren en kometen, Alloopraat, Alloo Undercover, Alloo in de gevangenis en Alloo in de nacht * momenteel portretteert hij op VTM in Alloo mensen met een bijzonder levensverhaal * is getrouwd met Sandy Blanckaert, dochter van Will Tura

“Er staat niemand op, dat beangstigt mij. Dat er niemand politieke moed heeft. Ik had verwacht dat Conner Rousseau over de partijgrenzen heen zou zeggen: ‘Dit is het masterplan, wie volgt me?’ We gaan toch niet wachten tot Nic Balthazar nog maar eens eens een video maakt op het strand van Oostende? Waar blijft de zwarte pagina in De Morgen? Of het katern van twintig pagina’s?”

Wanneer bent u het laatst door het lint gegaan?

“Je bedoelt Tom Cruise-gewijs? Tijdens een productie van een film de collega’s uitschelden? Ik ben niet de man die snel door het lint gaat. Wel in positieve zin: op een kruispunt even halt houden met de muziek op tien, deuren open en op het dak van de wagen staan dansen en onnozel doen. Op ‘Pump Up the Jam’ dat op dat moment door de boksen van Studio Brussel giert. Dat wel. Dat deed ik als jonge gast in de humaniora al. De lessen waren zo saai, we keken wel tien keer per uur naar de klok. Vijf over drie, nog maar twaalf over drie... Toen heb ik het op mij genomen om wat animo te brengen: baldadigheden, met vliegtuigjes gooien, met een natte spons naar het bord mikken. Zodat er toch íéts gebeurde.”

Wat zou u graag herbeleven?

“De traagheid van vroeger. Nog eens naar een elpee uitkijken. Wachten op een telefoontje. Die spanning nog eens herbeleven.

“Ik herinner me nog dat er op een pleintje in de studentenbuurt in Gent één telefooncel stond waar je kon bellen met munten. Soms stond daar twintig, vijfentwintig man aan te schuiven. Dat was tof, want je stond in de rij te wachten en zo leerde je mensen kennen. Nu, in om het even welke rij, al is het om te gaan stemmen, staat iedereen naar zijn gsm te staren.

“En natuurlijk ook bepaalde concerten. De eerste keer dat je Lou Reed ziet, of Arno. Die intensiteit. Mijn eerste optreden was in 1979 in de Westfalenhalle in Dortmund, met The Police, Talking Heads en Dire Straits. Dat weet ik nog goed, want mijn tickets hangen daar ingekaderd. Met de trein ernaartoe. Er was geen trein terug, dus slapen in het station tot vijf uur ’s ochtends en dan met de eerste trein terug. Zo ging dat. Fantastisch.”

Wat is uw vroegste herinnering?

“Het Sint-Pieterscollege, voetballen, die pot Nutella, de onbezorgdheid.

“Het snoepwinkeltje op de hoek waar je voor één frank drie zuurtjes kon gaan halen. Soms een appeltje pikken uit de rijk uitgestalde fruitdozen. De beleving van de winkel. Er was overzicht en zeldzaamheid. In de jaren zeventig kon je vijf soorten brood kopen, nu vijftig.”

'Waarom moet ik iemand pleasen die zich al een idee over mij heeft gevormd?' Beeld © Stefaan Temmerman
'Waarom moet ik iemand pleasen die zich al een idee over mij heeft gevormd?'Beeld © Stefaan Temmerman

Wat is een misvatting over u?

“Dat moeten jullie zeggen. En eerlijk: het interesseert me geen zak. (lacht) Over een mediafiguur heeft iedereen een oordeel. Positief of negatief. Er wordt over ons wat afgeluld. Zelf mensen die me nooit op tv hebben gezien, hebben wel een mening.

“Ik ben niet de man die iedereen wil pleasen, want dat is tijdverlies. Waarom moet ik iemand pleasen die zich al een idee over mij heeft gevormd? Vroeger wilde ik dat meteen uitpraten, maar nu niet meer.”

Wanneer hebt u het laatst gelogen?

“Ik ben niet de man die veel liegt, want dat geeft gedoe en alles komt uit. Dat is een levensles. Ik moet mij niet camoufleren of beter overkomen. Daar ben ik niet mee bezig.”

Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Over journalistieke integriteit, over leugens en waarheid. Tijdens corona heb ik veel op mijn pc live naar Fox News en Newsmax gekeken. Hoe kunnen die journalisten, die toch vaak klassiek zijn opgeleid, meegaan in de leugen, tegen de wetenschap in? Hoe kunnen zij nog in de spiegel kijken? Trump verspreidde ronduit leugens over het coronavirus opdat de Amerikanen de wetenschap en de politiek zouden afwijzen, en hij is daarin geslaagd, met behulp van bepaalde media. Meer dan zeventig miljoen mensen hebben op hem gestemd. Dat heeft me enorm gepakt. Wat mij beangstigt, is dat dit de norm wordt.”

Welk boek heeft een speciale betekenis voor u?

“Op mijn zestiende kreeg ik 1984 van George Orwell cadeau. Dat was andere koek dan Ik, Jan Cremer, dat ik ook graag gelezen heb. 1984 blijft brandend en akelig actueel.”

Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Je bedoelt een God die zegt: ‘Luk, je moet rustiger leven?’ Nee.”

Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Mijn lichaam is mijn partner in de oorlog en valt nog goed mee. Alles functioneert nog. Mijn lichaam volgt nog in alles wat ik doe. Ik probeer het wel te verzorgen. Veel mentale rust, niet piekeren. Zorgen dat je een goed leven leidt en dat iedereen rondom je gelukkig is.

'Op het goede moment stoppen is de kunst.' Beeld © Stefaan Temmerman
'Op het goede moment stoppen is de kunst.'Beeld © Stefaan Temmerman

“Ik slaap meteen. Als ik in bed kruip vraag ik: ‘Liefste, heb je nog iets te zeggen?’, want zodra ik mijn kop neerleg, ben ik weg. (lacht) Zelfs al heb ik een mislukte opname achter de rug of een deadline voor de boeg. Ik heb het geluk mijn gedachten meteen te kunnen afblokken.”

Wat vindt u erotisch?

“Lady Gaga. (lacht) Overgave, schoonheid, naaktheid, geilheid, sensualiteit, romantiek. Lippen. Een minirokje. Lachen in bed. Een tête-à-tête. Lekker eten. Of het nu in een stacaravan is of in een luxesuite in Parijs, met een cava of een wodka of een spa. Het doet er niet toe. Het moet niet late night zijn, het kan ook ’s ochtends. Op het goede moment met de juiste persoon kan heel veel erotisch zijn.”

Wat is uw goorste fantasie?

“Ik vind goor een raar woord. Dat is precies iets wat not done is, iets smerigs. Iets wat je alleen maar om vier uur ’s nachts in een achterhoekje in een dubieuze Brusselse achterbuurt doet. De liefde bedrijven aan de uitgang van de AB of zo. Ik heb dat niet.”

Hoe definieert u liefde?

“Ergens in goed gezelschap op een feestje zijn en toch willen dat je geliefde erbij zou zijn. Je amuseren maar toch naar huis worden gezogen, ook al weet je dat je vrouw al slaapt. Gewoon naast haar gaan liggen zonder haar wakker te maken. Ik heb dat soms na het voetbal. Je drinkt een paar pinten en je zou nog uren kunnen blijven zitten praten, maar toch: naar huis.”

Hoe zou u willen sterven?

“Niet. (lacht)

“Een zelfgekozen dood. Zo bewust en alert mogelijk en het liefst in de zomer. Je hoopt op een vergevorderde leeftijd en een compleet leven. Wanneer de rust tot jou is neergedaald. Je weet dat je kinderen goed zitten en dat je toch een zekere arbeidshonger hebt kunnen stillen en je voelt dat je veel gedaan hebt en dat de rit afloopt.

“Ik spiegel mezelf altijd aan Gene Hackman, die op zijn zeventigste gezegd heeft dat hij niet meer wil filmen, in tegenstelling tot Clint Eastwood die 90 is en blijft doorgaan. Ook Jack Nicholson is gestopt. Nicholson en Hackman zouden films kunnen blijven maken om de lijst langer te maken, om ook nog 2021 aan hun repertoire te kunnen toevoegen. Maar waarom? Who cares? Op het goede moment stoppen is de kunst.

“En dan eindigen met een liedje van Lou Reed: ‘Sweet Jane. Life is just to die.’

Wat zou u wensen als laatste avondmaal?

“Sushi. Dat had je niet verwacht, hè. Moet je je dan lazarus drinken? Ik weet het niet. Als je je lazarus drinkt, overleef je het niet. Ik heb jaren gehad dat ik tijdens het uitgaan niets dronk. Alleen water: fris blijven, alert blijven en alles beleven. Of net een beetje tipsy, maar nooit dat ik weg van de wereld was. Ik wil nooit iets missen.”

Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Met Sandy nog naar Havana vliegen voor er een McDonald’s staat. (lacht) En bij een commerciële omroep nog een paar goede actualiteitenmagazines maken, voor het niet meer kan.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234