Vrijdag 20/09/2019

Interview Luk Alloo

Luk Alloo (56): ‘Ik voel me een 38-jarige voetballer die nog in eerste klasse mag spelen’

Alloo: ‘Ik ben een wees. Ik schrik nog altijd als ik die zin uitspreek. Mijn papa is al meer dan twintig jaar dood, mijn moeder stierf acht jaar geleden. De oudste van de familie zijn is confronterend.’

In de mediawereld, waar jong en hip de dienst uitmaken, is Luk Alloo (56) de uitzondering op de regel. De tv-maker gaat al 25 jaar mee, maar slaagt er telkens opnieuw in te verrassen. Ook nu weer: achttien jaar na de laatste aflevering van Sterren en kometen komt hij met een nieuw showbizzmagazine op de proppen. De West-Vlaming zal bovendien twee keer de dag van VTM kleuren, want Alloo bij de wegpolitie is ook terug. 

In het bureau van Luk Alloo hangt een poster van James Dean. ‘Dream as you’ll live forever, live as you’ll die today,’ staat erop te lezen. Het zou de lijfspreuk van de televisiemaker kunnen zijn. Ook al is hij de 50 al een tijdje voorbij, er is nog geen greintje verval te bespeuren. ‘Bluven goan,’ zegt hij, terwijl hij me als een dartel veulen in zijn kantoor rondleidt; springend van de ene montagecel naar de andere om me fragmenten van zijn nieuwe programma (h)Alloomedia te tonen. Ik zie Bart Peeters brood voor morgenvroeg uitdelen en Jean-Marie Dedecker rondhossen met Deborah van Temptation Island in zijn nek. Geen twijfel mogelijk, Sterren en kometen is helemaal terug. Al benadrukte Alloo bij Dag Allemaal dat het géén opgefriste versie van het cultprogramma uit 1999 is.

Luk Alloo: “Dat is het inderdaad niet. Het ís gewoon Sterren en kometen! (lacht) Ik doe al 25 jaar hetzelfde, ik ga me nu niet meer heruitvinden. Dat het programma (h)Alloomedia heet, was de keuze van de bazen. Ik had het liever Zeven kanjers, zeven dozen genoemd. Of Ik ben zo eenzaam zonder mij.” (lacht)

Je hebt al een paar opnamedagen achter de rug, wat is er de laatste twintig jaar veranderd in de showbizzwereld?

“De magie van de camera is weg. Als ik met een BV op een braderij verschijn, staan er tien mensen met hun iPhone te filmen. Dat maakt mijn job er niet makkelijker op, want alles staat meteen op Facebook. De kijker verrassen wordt moeilijker. Vroeger had men ook ontzag voor een cameraploeg. Nu slaat een puber me op de schouder en vraagt: ‘Es’t veur YouTube?’ Jongeren kijken geen televisie meer. We moeten ons voorbereiden op het einde van het medium. Ik geef het nog zes jaar.”

Heb je de indruk dat je nu uit een grotere BV-vijver kunt vissen?

“Het zijn er evenveel als vroeger, alleen heb je nu meer BV’s die dankzij realityprogramma’s als Blind getrouwd of Temptation Island van een instantsuccesje genieten. De Fabrizio’s en Pommelines van deze wereld.”

Twintig jaar geleden wilde je geen kandidaten uit Big Brother in Sterren en kometen laten opdraven. Waarom nu wel?

“Je kunt niet meer om hun populariteit heen. Zo’n Aleksandra uit Love Island heeft 180.000 volgers op Instagram, daar kunnen de meeste BV’s alleen maar van dromen.”

“Het medialandschap is ook veranderd: Big Brother was in 2000 de pionier, nu is de helft van wat op tv verschijnt reality. Al lach ik met die term. Niemand is nog ‘echt’ als hij een camera op zijn hoofd gericht krijgt.”

Jij slaagt er wel in om mensen op hun gemak te doen voelen voor een camera. Is dat jouw grootste troef?

“Ik probeer vooral te verrassen. Geen afspraken op voorhand of overlegde scenario’s. Ik herneem ook geen scènes: de eerste handdruk die je in beeld ziet, moet effectief de eerste zijn. Ik had Johan Boskamp maanden niet gezien en heb mezelf achter een deur weggestopt omdat ik zijn ‘Hey Lukkie’ zo spontaan mogelijk wilde. Als je op voorhand met hem een koffie drinkt, is dat weg. Dat houdt ook risico’s in, want je weet nooit met welk materiaal je zult thuiskomen. Maar ik moet kunnen improviseren. Als je dat van me afneemt, maak je me dood als televisiemaker.”

Ik zag daarnet een item met Sergio Quisquater. Ga je BV’s die out of the picture zijn in (h)Alloomedia reanimeren?

“Ik stel vast dat Sam Gooris deze zomer zestig keer optreedt. Bovendien is hij een leuke gast die zichzelf relativeert. Geen dikke nek, what you see, is what you get. Idem voor Sergio. De mensen zijn dol op die gasten, dat heb ik gezien tijdens hun optredens. Waarom zou ik hun geen platform mogen geven?”

Ik was bij Sterren en kometen onder de indruk van de onbevangenheid waarmee je op beroemde mensen afstapte. Zelfs bij de grote Lou Reed leek je geen schroom te hebben.

“Ik ben inderdaad zelden verlegen, tenzij bij bepaalde dames (lacht). Maar ontzag is er soms wel. Lou Reed was mijn idool, ik ging met een klein hartje naar hem toe. Die ontmoeting was trouwens een ramp. Ik verknalde het meteen door een vraag over zijn nieuwe vrouw Laurie Anderson te stellen. ‘I don’t discuss this,’ zei hij en hij stak een monoloog van 12 minuten af. Ik ging af als een gieter, maar ik zei: ‘Foert, we zenden het uit.’ Je moet niet altijd zelf willen scoren, je kunt soms beter een ander laten shinen.”

Ben je nog even prettig gestoord als twintig jaar geleden? Durf je het nog aan om als smurf op een Open Vld-receptie te verschijnen?

“Geen idee, dat moet ik op het moment zelf voelen. Maar in mijn hoofd ben ik alvast niet verouderd. Toen ik voor (h)Alloomedia een go kreeg van de VTM-bazen, ben ik voor hun neus op de bureautafel gesprongen. Moet je als vijftigplusser ineens gereserveerder, diplomatischer en kuiser worden? Ik pas. Ik zal nooit veranderen. Al begrijp ik niet waarom men me een enfant terrible noemt. Alsjeblieft, ik ben wel 56, hè.”

Krijgt (h)Alloomedia ook een journalistieke insteek? Zien we je op pad gaan om te bemiddelen tussen Jacques Vermeire en Ruben Van Gucht?

“Nee. Ik heb me altijd ver van het privéleven van de BV’s gehouden, ik hoef niks te onthullen. Mijn enige ambitie is een kleine glimlach te toveren op de gezichten van de mensen.”

‘Ik denk niet dat ik ooit nog entertainment zal maken,’ zei je in 2014. Wat trok je opnieuw over de streep?

“De nood aan iets luchtigs. De voorbije jaren heb ik vooral ernstige programma’s gemaakt: Alloo in de gevangenis, Alloo in de psychiatrie, Alloo bij de wegpolitie… Ik moet af en toe andere lucht kunnen opsnuiven. De mix tussen sérieux en speelsheid heb ik altijd nodig gehad: toen ik als researcher bij Jambers en Goedele werkte, nam ik voor het magazine Medialaan ook interviews met sterren als Sharon Stone af. Zo ben ik uiteindelijk ontdekt door Tom Huybrechts, om het VRT-programma Duel! te presenteren. Daarin liet ik BV’s gekke dingen doen: Marijn Devalck en Martine Jonckheere die om het snelst naar de Grote Markt van Brugge moesten liften. De opvolger van Duel! moest Sterren en kometen worden. Ik had een pilot in elkaar gebokst, maar omdat Ben Crabbé met het mediamagazine Nieuwe maandag kwam, hield de VRT de boot af. Gelukkig had VTM wel interesse, anders zaten we hier nu niet te praten.”

Luk Alloo: ‘Ik ben erg bezig met de tijd die me nog rest: de helft van mijn leven is al voorbij.’

Toen Radja Nainggolan vorig jaar niet voor het WK geselecteerd werd, trok je met een ninjamasker en megafoon naar het bondsgebouw om te protesteren. Zit Sterren en kometen in je DNA ingebakken?

“Als ik het voel jeuken, moet ik kunnen krabben. Mijn megafoon ligt in mijn auto. Zie ik aan de verkeerslichten een jong koppeltje kussen, dan gaat mijn venster omlaag: ‘Hallo! Dit is het ministerie van Statistiek. Hoelang zijn jullie al samen?’ (lacht) Een beetje gekscheren, je ziet het steeds minder. Waar is de vrolijkheid naartoe?”


Speelvogel

Ik ken geen vrolijker mens dan jij. In die mate dat ik me afvraag of je Obelix-gewijs niet in een vat Prozac bent gevallen. Was je als kind al zo?

“Ja, ik was een speelvogel. Een uur op de schoolbanken duurde voor mij een dag. Ik gooide al eens graag een ajuin naar het bord in de biologieles. Geen baldadigheden, hoor. Meer een beetje De Witte van Sichem, dat moet toch kunnen?”

Misschien heb je ADHD?

“Nee. Veel mensen denken dat, maar ik zit gewoon goed in mijn vel. Ik leef graag, haal veel energie uit de dingen die ik graag doe. Ik zit inderdaad niet stil, misschien omdat ik nieuwsgierig in het leven sta? Als kind vroeg ik al aan een ober op restaurant wat hij met zijn fooi zou kopen.”

Kun jij überhaupt neerslachtig zijn?

“Ja, ik kan melancholische buien hebben. Onlangs had ik mijn Alain Delon-week, dan duik ik in mijn 40 dvd’s van hem en herbekijk ik La piscine, Le battant, Scorpio. Ik geniet van de oude beelden, de traagheid van de film.”

“Op die momenten sta ik ook stil bij het leven. Ik ben enorm bezig met tijd: ik besef dat de helft van mijn leven al voorbij is. En dan komt mijn cassant trekje boven. ‘Hoeveel rest er ons nog?’ vraag ik vaak aan mijn voetbalvrienden als we aan de toog staan. ‘Een derde? De chemotherapie ligt al op de loer!’ Je moet nú leven, profiteren en niet te veel kankeren.” (zwijgt)

“Ik ben een wees, Jeroen. Ik schrik nog altijd als ik die zin uitspreek. Mijn papa is al meer dan twintig jaar dood, mijn moeder stierf acht jaar geleden. De oudste van de familie zijn, dat vond ik confronterend. Plots was ik de eindverantwoordelijke voor mijn gezin en ik vond dat veel te vroeg. Mijn moeder was een klankbord, bij haar kon ik reflecteren. Nu doe ik dat vooral bij Jenny en Will (Tura, zijn schoonouders, red.). Ik ben jong van geest, maar advies vraag ik nog altijd het liefst aan ouderen.”

Houdt tv-maken je jong?

“Als de cameraploeg me ’s avonds komt ophalen, dan zegt Sandy: ‘Zie eens, hij is weer 17.’ Ja, ik voel me dan opnieuw als een kind in een snoepwinkel, maar ik let er wel op dat ik geen roofbouw meer pleeg op mijn lichaam. Vroeger deed ik hele nachten door, maar nu probeer ik om 3 uur ’s nachts te stoppen. Anders voel je de dag erna een te grote weerslag.”

Zie jij je ook als Paul Jambers binnen een jaar of tien met Sandy op een zeilboot? Zal de eeuwige spring-in-’t-veld ooit op een punt komen dat hij wil onthaasten?

“Neen. Net als yoga vind ik ‘onthaasten’ een hip woord om in glossy magazines mee uit te pakken. Ontspannen doe ik door te zwemmen, te voetballen en aan de toog te hangen. Onthaasten duurt bij mij 5 minuten. Mijn auto is mijn therapeutische cel: ik stap in, leg loeihard The Clash op en ik ben zen. Sorry Ingeborg, ik kan er ook niet aan doen.” (lacht)

Je hebt de laatste vijftien jaar maar twee persoonlijke interviews gegeven. Praat je niet graag over jezelf?

“Jawel. Maar ik heb te vaak meegemaakt dat de journalist die voor me zat niet geïnteresseerd was in mij of mijn werk. Dit klinkt pretentieus, maar als je je huiswerk niet gedaan hebt, dan wil ik mijn tijd niet aan je verdoen. Ik wil geprikkeld worden door een journalist, anders hoeft het niet.”

Werd je geprikkeld door het televisienajaar dat de zenders op ons loslaten?

“Niet echt. Er wordt op safe gespeeld, de angst regeert. Het Britse format First Dates loopt al een tijdje zowel op Eén als op Vitaya. Nu de VRT ziet dat het scoort, willen ze een eigen versie maken. Programma’s moeten eerst hun deugdelijkheid in het buitenland hebben bewezen, voor men ze hier durft uit te zenden. Je zou denken dat we in Vlaanderen geen tv-talent meer hebben, maar er worden nochtans veel eigen ideeën gepitcht. Alleen zien die het zonlicht nooit, omdat het vierde seizoen van een Australisch realityprogramma dat een hit was in Denemarken, het haalt van een eigenzinnig Vlaams programma met lef en branie. Al moet ik toegeven dat er wel iets beweegt. Ik ben bijvoorbeeld blij dat Loïc een kans als VTM-kok krijgt.”

Waarom werd Sterren en kometen indertijd afgevoerd?

“We haalden geen goede kijkcijfers meer. Dat lag vooral aan mezelf: na meer dan 130 afleveringen werd ik te laks. Op den duur voerde ik alleen nog mijn vrienden op: Kamagurka, Jean-Pierre Van Rossem en Herman Brusselmans.” (lacht)

Je carrière kende hoogtes en laagtes: zo’n acht jaar geleden leek je afgeschreven. Je maakte vanuit een meubelzaak in Lokeren televisie voor Life!tv, daar keek toen anderhalve man en een paardenkop naar.

“Echt, dat kon me niet schelen. We maakten dat programma met twee man en alle BV’s die ik wilde, kwamen naar de studio, inclusief de grote Matthias Schoenaerts. 90 minuten, in één take: ik heb me rot geamuseerd. Liever dat dan een kijkcijferkanon maken waar ik niet gelukkig van word.”

Heb je nooit gedacht dat je tv-carrière erop zat?

“Neen, omdat ik wist dat mijn talent niet was verdwenen. Goedele Liekens, Sergio Quisquater en Rob Vanoudenhoven maakten net hetzelfde mee. Konden die na al die succesvolle jaren plots niet meer presenteren of interviewen? Een tv-gezicht overleeft bij de gratie van de vier bazen die het in het tv-landschap voor het zeggen hebben. Als die toevallig je kop niet meer kunnen zien, heb je een probleem. Dat is de verschroeiende waarheid.”

‘Er zitten te weinig Mike Verdrenghs aan de top, te weinig tv-makers met buikgevoel’, zei je toen. Is dat ondertussen veranderd?

“Niet echt. Toen ik in 1998 Sterren en kometen aan toenmalig VTM-baas Eric Claeys voorstelde, zei hij dat ik tien afleveringen mocht maken. Weliswaar via een bestaand productiehuis. ‘No way, ik betaal de BMW’s van die bazen niet,’ zei ik. ‘Dertig afleveringen met mijn eigen productiehuis. Te nemen of te laten.’ Claeys keek een halve minuut door het raam en zei: ‘Het is goed, we gaan het doen.’ Dat bedoel ik met buikgevoel. Zoiets bestaat niet meer. Voor men iets beslist, moeten er eerst twintig creatives en een buitenlands marketingbureau hun licht over een nieuw tv-format laten schijnen.”

Volgens Bruno Wyndaele, voorzitter van de vereniging der tv-producenten, zit de tv-sector in een diepe crisis. ‘Er is onvoldoende budget om de kwaliteit van onze tv-programma’s te waarborgen,’ zei hij.

“Daar ben ik het niet mee eens. Voor goede programma’s is er altijd budget. Anders zouden The Voice, De mol of Gert Late Night niet meer gemaakt worden.”


In het bordeel

Je komt ook weer op het scherm met Alloo bij de wegpolitie. Van het vorige seizoen herinner ik me een bloedstollende achtervolgingsscène met enkele drugsdealers op de snelweg met 220 kilometer per uur. Niet bang geweest?

“Neen, de mannen van de wegpolitie zijn goede chauffeurs. In het begin zat ik al met een ei in mijn broek als ze 180 reden. Nu vind ik het fantastisch als ze met 220 door de regen vlammen.”

Blijven die achtervolgingsscènes je het meest bij?

“Eigenlijk niet. Ik herinner me vooral een koppel dat met 60 kilometer per uur op de snelweg reed. Toen ze aan de kant werden gezet, vertelden ze aan de agenten dat ze net hadden vernomen dat hun schoonzoon zelfmoord had gepleegd. Hoe die agenten dat opvingen, de tederheid die ze toonden, dat pakte me enorm.”

Is je beeld van de politie door de opnames veranderd?

“Ja, ze zijn menselijker dan ik aanvankelijk dacht. En je kunt wel klagen over boetes, maar uiteindelijk voeren zij de wet maar uit. Wat is je tijdswinst als je 150 rijdt? Jean-Marie Dedecker mag wel vinden dat zulke snelheden ’s nachts moeten kunnen, maar niet iedereen is een even goede chauffeur.”

Tanja Dexters vertelde in de krant dat ze na een ongeval op de vlucht sloeg omdat ze verwittigd was dat jij met een cameraploeg in aantocht was. Klopt dat verhaal?

“Neen. We zijn wel naar dat ongeval geweest, maar ze kan dat nooit op voorhand geweten hebben. Waar ik ben en in welke politiewagen ik zit, wordt niet gecommuniceerd.”

Ik vraag me altijd af hoe je die mensen voor de camera krijgt. Daar staat toch niemand voor te springen na een overtreding?

“Dat valt mee: maar twee keer op de tien weigeren ze mee te doen. Meestal zijn ze dan dronken. Te snel rijden vinden ze allemaal stoer, maar dronken rijden ligt gevoelig. Dan neemt de schaamte het over en willen ze onherkenbaar zijn.”

Het verbaasde me dat in Alloo in de nacht iemand zich herkenbaar in een bordeel liet filmen.

“Die man ben ik later gaan opzoeken. Hij had een functie bij De Lijn en had twee kinderen. Als ik denk dat een fragment iemand privé of professioneel schade kan berokkenen, laat ik het op voorhand zien. Maar ik mocht het uitzenden van hem.”

Hij deed me denken aan de man die bij Goedele Liekens ooit over plasseks getuigde. Moet je zo iemand niet tegen zichzelf beschermen?

“Als die man sterk in zijn schoenen staat, goed beseft dat hij daarop zal aangesproken worden, en per se zijn verhaal wil doen: wie zijn wij dan om hem tegen te houden? Het is geen ziekte, maar een seksuele voorkeur.”

Net nadat het schandaal rond Guy Van Sande was losgebarsten, heb jij de acteur lang geïnterviewd. Krijgen we die beelden ooit te zien?

“Neen. De bedoeling was om zijn getuigenis eventueel na de rechtszaak te brengen, maar ze is nu niet meer relevant. Hij heeft zijn gevoelens en daden toen gecamoufleerd. Hij zat duidelijk nog in de ontkenningsfase.”

Is hij een pedofiel? Of een cocaïnejunkie die de pedalen verloor, zoals hij zelf beweert?

“Geen idee. Hij kan dat wel als excuus inroepen, maar daar heeft het slachtoffer geen boodschap aan. ‘Sorry, ik was dronken, zat aan de anabolica en daardoor heb ik mijn vrouw uit het raam geduwd’ doet het niet zo goed in de rechtbank.”

Alloo: ‘Ik maak me zorgen over onze journalistiek. ‘Het nieuws’ en ‘Het journaal’ zijn hun aura van instituut aan het kwijtraken en dat hebben ze aan zichzelf te danken.’

Dat brengt ons naadloos bij Alloo in de gevangenis. Omdat je de link legde tussen de zelfdoding van gedetineerde Kim Van den Broeck en het regime in de gevangenis van Hasselt, kreeg je de cipiersvakbond tegen. Je werd de toegang tot de gevangenissen ontzegd. Zou je het achteraf gezien anders hebben aangepakt?

“Neen. Kim pleegde zelfmoord op de dag dat ze – na maanden wachten – haar dochtertje zou terugzien. Zou, want uiteindelijk kon ze naar het bezoek fluiten. Een detentie-ambtenaar had haar weken in het ongewisse gelaten. ‘Ja toch wel, je mag ze zien. Neen, toch maar niet.’ Ze had borderline en moest 20 uur per dag in de isoleercel doorbrengen omdat ze een halve joint hadden gevonden in haar cel. Dus: ja, er is een verband tussen haar zelfdoding en het regime in die gevangenis. Het was mijn plicht om dat aan te kaarten.”

Je stelt je openlijk heel wat vragen over het gevangeniswezen in ons land.

“Ja. Iemand zoals Kim, met zware psychische problemen, hoort daar niet thuis. En dan heb ik nog in één van de beste gevangenissen gefilmd. In Vorst of Sint-Gillis zullen ze nooit een cameraploeg toelaten. Ik was verontwaardigd dat we de waarheid hier niet meer mogen tonen. Zulke praktijken horen thuis in een bananenrepubliek, niet in België.”

Tijdens Alloo in de psychiatrie viel me op dat jouw vrolijke toon plaatsmaakte voor een ingetogen empathie. Ik kan me vergissen, maar volgens mij heeft die reeks je meer geraakt dan alle vorige samen.

“Ja, omdat het vaak zo onrechtvaardig aanvoelde. Die mensen hadden een perfect normaal leven kunnen hebben, indien ze in een veilige omgeving waren opgegroeid. Heel vaak ligt seksueel misbruik aan de basis van psychische problemen.”

Jouw programma’s vallen op door hun rudimentaire filmstijl. In tegenstelling tot Het huis of De Columbus maak je geen gebruik van muziektapijtjes en mooie landschapsbeelden. Bewust?

“Ik ben niet gebiologeerd door de vorm. Da’s allemaal leuk, een muziekje of een beautyshot eronder, maar het is de inhoud die uiteindelijk telt. Tegenshots, luistershots, doen alsof we babbelen: ik doe daar niet aan mee. Ik weet dat ze rust brengen in je aflevering, maar ik vind het niet erg dat de kijker soms naar adem moet happen.”

“Het gaat me ook om de emotie die je op die manier oproept. Je kunt onder één en dezelfde quote een vrolijk of een triest muziekje zetten, en hij zal heel anders klinken. Hoe ver zit je dan nog van de leugen?”


Fake news

Hoe ga jij met kritiek om?

“Mediakritiek interesseert me geen zak. Ik maak geen tv voor journalisten, wel voor mezelf en voor de kijker. Wacht, kom eens mee. (Toont twee recensies die met een punaise aan de muur hangen) Kijk, ze gaan beide over Alloo in de psychiatrie, eentje uit De Morgen, eentje uit De Standaard. De ene uitermate lovend, de andere vernietigend. Wat moet je daarmee? Bespaar me de oprispingen van de kwaliteitspers.”

Eén van die oprispingen is dat jij als eerste de verkleutering in de politiek hebt gebracht. Is het relevant om te weten dat Bart De Wever van Darth Vader houdt en Katleen Van Brempt naar jazzconcerten gaat?

“Absoluut. Jan Jambon gaat graag naar de opera. Dat hij daar een stukje geluk vindt, zegt toch iets over de man? (Geënerveerd) Het is ook nooit goed, hè? ‘Je maakt Jambon te sympathiek,’ zeggen ze dan. ‘Je moet hem net harder afschilderen, want het is een rechtse zak.’”

“Ik heb Amerikaanse vrienden die niet begrijpen hoe de media hier over Donald Trump berichten. Hij is absoluut een lompe boer, maar hij hielp de economie in de VS er wel bovenop. Ik had ook liever gehad dat Obama die pluimen op zijn hoed kon steken, maar de waarheid heeft zijn rechten. Trump kan bij veel intellectuelen op respect rekenen, maar die mensen krijgen we in onze journaals nooit te zien. Nog nooit zag ik een Trump-fan geïnterviewd worden tijdens een concert van Nick Cave of op de opening van een Christo-tentoonstelling. Als een Trump-aanhanger in beeld komt, ziet hij er altijd fout uit: groene bermuda, petje met Amerikaanse vlag op, hamburger in de ene hand, pistool in de andere. De ‘normale’ Trump-aanhanger lijkt voor de journalist niet te bestaan. Net als dat het niet kan kloppen dat Jambon naar iets verfijnds als een opera gaat. Die moet op het Vlaams Zangfeest of de IJzerwake zitten. Die vooringenomenheid fnuikt de waarheid.”

Je hebt een groot probleem met framen?

“Ja, omdat de waarheid gefilterd wordt. Het nieuws en Het journaal zijn hun aura van instituut aan het kwijtraken en dat hebben ze aan zichzelf te danken. Men zoomt te veel in op de meest gelezen artikels in de onlinewereld, inclusief de gossip.”

“Ik maak me zorgen over onze journalistiek. En ik ben niet de enige. Jan Van Rompaey had het in Humo over de schotten die verdwijnen tussen nieuws, sport en folklore; hoe de Iedereen beroemd-items stilaan in de journaals sluipen. Er spelen te veel commerciële belangen mee. Een ongenuanceerd verhaal over een babe uit Love Island levert nu eenmaal meer clicks op dan een artikel over de klimaatverandering. Ik zou graag op Eén professor Jared Diamond in primetime over de ondergang van de beschavingen willen zien. Maar hij haalt zelfs Canvas niet. Ik maak me daar zorgen over. De pers blijft de vierde macht en moet op het wel en wee van onze planeet toezien. Dat ons medialandschap maar twee spelers meer telt en er eigenlijk maar twee opinies meer zijn, helpt ons ook al niet vooruit.”

Is het kwaad niet al geschied? Kunnen we het wantrouwen van de kijker tegenover de klassieke nieuwsmedia nog herstellen?

“Dat wordt moeilijk. De perceptie van de kijker is inderdaad veranderd. Vroeger ging die ervan uit dat wat hij in een journaal zag de waarheid was, nu niet meer. Sommige figuren buiten dat handig uit. Ze durven het aan om ronduit te liegen. En ze komen ermee weg. ‘Ik ben verkeerd geciteerd. Fake news!’ toeteren Donald Trump en Dries Van Langenhove. Vroeger zou de meerderheid van de kijkers dat weglachen, maar nu gelooft het merendeel hun praatjes. Dat is beangstigend.”

Waar ligt dat aan? De sociale media die het van de klassieke media hebben overgenomen?

“Voor een deel. Wie bagger wil spuien, krijgt er een vrije tribune. Maar de media hebben hun grenzen ook niet goed bewaakt.”

Je bedoelt: Dries Van Langenhove was beter nooit in Terzake of Pano verschenen?

“Ik weet niet of hij juist is aangepakt. Als je iemand in een hoek zet en een pak slaag geeft, dicht je hem de rol van underdog toe. Voor vele jongeren is hij een held, daar ben ik zeker van. In Terzake kon hij ook nog eens tegen de grote Katleen Cools fulmineren, als David tegen Goliath. Dat zien de mensen graag.”

Wat is je grootste passie naast tv-maken?

“Mijn sociaal leven. Op restaurant gaan met vrienden, of aan de toog lullen over voetbal, film en literatuur. Ik ben niet getrouwd met mijn werk. Omdat ik me realiseer dat alles in de media een beperkte houdbaarheidsdatum heeft. Eigenlijk speel ik nu al in de extra time. Ik voel me als een 38-jarige voetballer die nog mag meedoen in eerste klasse.”

“Ik besef dat het Olivier Deschacht-syndroom om de hoek loert: nog goed genoeg voor Anderlecht zijn, maar toch moeten voetballen bij Zulte-Waregem. Ongeacht het mooie parcours, geldt ook voor mij dat de commerciële televisie geen liefdadigheidsinstelling is. Een baas die zegt: ‘Alloo, je hebt 2.345 kijkers minder dan vorige week, we gaan ermee stoppen.’ De tijd dat een muzikaal genie als John Cale platen mocht maken die voor geen meter verkochten, is voorbij. Vandaag zit hij zonder platenfirma. Je mag dan nog een icoon zijn, als het economische plaatje niet klopt, heb je het vlaggen.”

Legt dat geen verschroeiende druk op je schouders?

“Nee, ik vind dat leuk. Give me the heat! Maar ik ga niet flauw doen: natuurlijk zou ik graag willen dat ze me een contract voor tien jaar aanbieden en dat ik elk jaar mag kiezen welk programma ik wil maken. Mijn ultieme droom is een liveprogramma tussen twaalf en drie uur ’s nachts waarin mensen me met hun grote en kleine levensvragen opbellen. Maar ik ben al tevreden dat VTM het licht op groen heeft gezet voor (h)Alloomedia. Dat was eigenlijk al niet evident. Mike Verdrengh waart toch nog rond in de Medialaan.”

© HUMO

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234