Vrijdag 18/06/2021

ReportageLuik

Luik was ‘het Bergamo aan de Maas’, maar wilde de terrassen een week vroeger open. Wat is daar aan de hand?

De gesloten terrassen van La Brasserie ogen troosteloos, terwijl de rest van het Place de la Cathédrale volzit met mensen.
 Beeld Wouter Van Vooren
De gesloten terrassen van La Brasserie ogen troosteloos, terwijl de rest van het Place de la Cathédrale volzit met mensen.Beeld Wouter Van Vooren

Op 8 mei gaan de terrassen open. In Luik wilden ze dat eigenlijk al een weekje vroeger doen. Vreemd voor een stad die amper een half jaar geleden nog zwaar getroffen werd en het ‘Bergamo aan de Maas’ werd genoemd. Wat is er daar aan de hand?

Cours! Cours! Cours!”, roept een jonge vrouw, alsof haar leven ervan afhangt, naar haar gezel. Druk wijzend naar de rand van het grote bloemenperk op de Place de la Cathédrale probeert ze twee koffies en enkele broodjes vast te houden zonder morsen. De man spurt naar de laatst beschikbare zitplaatsjes op het plein.

Daar zit naar schatting honderd man te genieten van de zon en van de in de supermarkt of broodjeszaak gekochte lunch. Aan de overkant van het plein zijn de terrassen van La Brasserie gesloten. De paviljoentjes met opgestapelde stoelen ogen ronduit troosteloos.

De gesloten terrassen zijn nogal een dingetje in Luik. Heel wat horeca-uitbaters zijn het beu dat het volk dat anders op hun terrassen zit nu op bankjes, bloemenperken of gewoon de grond zit, met een elders gekochte lunch. Enkele weken geleden liet een vijftigtal Luikse cafés en restaurants weten hun terras te zullen openen op 1 mei, of dat nu mocht van het Overlegcomité of niet. Zaterdag 1 mei zou het feest zijn in Luik, klonk het. En niemand die hen kon tegenhouden. Zowel de Luikse burgemeester Willy Demeyer (PS) als provinciegouverneur Hervé Jamar was dat ook niet van plan, zeiden ze in een aantal media. Ze hadden naar eigen zeggen begrip voor de actie.

Het Luikse horecaprotest breidde als een olievlek uit over Wallonië en Brussel. Ook daar schoven uitbaters de bijna magisch geworden datum van 1 mei naar voren als ‘terras-open-dag’. Ook daar kregen ze vaak bijval van lokale politici.

Twee werelden

Het zorgde in Vlaanderen voor heel wat wenkbrauwengefrons. Want tijdens de tweede golf in oktober en november vorig jaar was uitgerekend Luik nog de ‘zwaarst getroffen stad van Europa’, lagen de ziekenhuizen overvol en kreeg het de bijnaam van Bergamo aan de Maas. Een stad dus waarvan je zou verwachten dat men net heel voorzichtig geworden is. Zeker nu de cijfers ook in deze derde golf opnieuw opvallend hoog zijn. Dat net Luik het horecaprotest aanzwengelde, lijkt dan ook vreemd. Zijn de Luikenaars de miserie van toen vergeten?

“Natuurlijk niet”, zegt professor Steven Laureys, die als neuroloog aan de slag is in het Universitair Ziekenhuis van Luik. “De mensen zijn hier wel degelijk bezig met de gezondheidsproblematiek en het volgen van de regels. Alleen wordt er in de aanpak van de crisis nog altijd onderschat hoe moeilijk bepaalde groepen het hebben. En dan heb ik het als vader van vijf zeker over jongeren, maar evengoed over zelfstandigen zoals de horeca.”

Hij kent de ‘twee werelden’ waarin deze crisis zich aan het afspelen is. Enerzijds die van het ziekenhuis, waar ze dagelijks de gevolgen van het virus zien en met een bang hartje naar de curves kijken. Anderzijds die van de straat, waar wie niet ziek is vooral de gevolgen van de maatregelen voelt. “Het wordt nu te veel vanuit één hoek bekeken, die van de viroloog”, vindt de neuroloog. “De aanpak van de crisis moet meer zijn dan enkel het virus aanpakken. Er wordt volgens mij te weinig beroep gedaan op andere expertises om creatievere oplossingen te zoeken. We moeten op zoek gaan naar een werkbaar evenwicht.”

null Beeld Wouter Van Vooren
Beeld Wouter Van Vooren

In Vlaanderen kan je voor zo’n uitspraak meteen in het verdomhoekje van de ‘versoepelbrigade’ worden gestopt. Maar volgens de neuroloog krijg je vooral verzet, zoals die van de Luikse horeca, omdat hele groepen zich nu niet gehoord voelen. “Het ergste wat je met mensen kan doen, is hen het gevoel geven dat je niet naar hen luistert.”

Er wordt inderdaad te weinig naar hen geluisterd, menen de leden van het Collectif Wallonie Horeca, een groep van Luikse horeca-uitbaters die aan de basis liggen van het verzet. De meesten hebben een zaak in of rond de Carré, de uitgangsbuurt in het centrum van Luik. Ze voelden zich tijdens de eerste lockdown al niet goed vertegenwoordigd door de Waalse horecafederatie en besloten, tussen pot en pint, om zelf actie te ondernemen. Er volgende enkel ludieke acties, zoals de Empty Plate Operation, waarbij uitbaters foto’s van henzelf met een leeg bord op sociale media zetten. Ze kregen heel wat bijval in de hele sector.

Toen de horeca in oktober opnieuw dichtging, trok het Collectif zelfs de juridische kaart. Samen met de horecafederatie, waarmee ze zich ondertussen verzoend hebben, trokken ze naar de rechter om de sluiting aan te vechten. Zonder succes. Een maand geleden rijpte er dan een nieuw plan: de terrassen openen op 1 mei, no matter what.

“Waarom het begon in Luik? Dit is een rebelse stad met een traditie van sociale opstanden”, zei Marc Carnevale, eigenaar van het restaurant Les Sabots d’Hélène, vorige week nog in Le Soir. “Wij zijn de kleinkinderen van de staalarbeiders die tegen de bazen vochten. Wij hebben nog altijd die geest van rebellie.”

300 reserveringen

Zelf had hij naar eigen zeggen al meer dan driehonderd reserveringen binnengekregen voor 1 mei. Een duidelijk teken dat de bevolking achter hen staat, meent Carnevale. Maar zowel de procureur des Konings van Luik als minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) stak stokken in de wielen. Er is gedreigd met zware boetes én het terugtrekken van gekregen coronasteun voor uitbaters die zich niet aan de regels houden. “En dus gaat het plan niet door, we kunnen dat financieel niet aan”, zegt Valerie Migliore van Caffe Internazionale, een van de oprichters van het Collectif. Het is als met een bazooka op een mug schieten, vindt ze. “De terrassen zullen dan wel dicht blijven op 1 mei, de woede van de Luikse horeca is verre van weg.”

Het is een woede die Raoul Hedebouw, kamerlid voor PTB-PVDA én Luikenaar, volledig zegt te begrijpen. “Mensen worden door het beleid voor een onmogelijke keuze gezet: financieel overleven of het virus overleven. Dat is een keuze die geen mens ooit zou moeten maken”, zegt Hedebouw, die ook in de Luikse gemeenteraad zetelt. “Er speelt hier een socio-economische factor die vaak onderbelicht blijft. Voor een hoop mensen betekent deze crisis een serieus inkomensverlies. Niet alleen voor de horeca, ook bijvoorbeeld voor mensen die in quarantaine moeten. Die kunnen 30 tot 40 procent van hun inkomen verliezen. Voor heel wat mensen maakt 200 of 300 euro minder op het einde van de maand wel degelijk een groot verschil. In Wallonië, waar de armoede groter is, speelt dat nog sterker.”

De Waalse en Brusselse horeca-uitbaters krijgen ook een pak minder steun dan de Vlaamse. De federale overheid voorziet een aantal steunmaatregelen, zoals een overbruggingskrediet. Dat pakket werd vorige week zelfs nog uitgebreid en de federale steun is over het hele land gelijk. Maar het zijn de regionale regeringen die in de vaste kosten van de horeca-uitbaters, zoals de kosten voor huur en verzekeringen, tussenkomen.

In Vlaanderen krijgen horecazaken ondertussen maandelijks 15 procent van de omzet als steun. Volgens Matthias Decaluwe van Horeca Vlaanderen is dat een realistisch bedrag. Hij prijst de samenwerking met de Vlaamse regering, die volgens hem altijd veel begrip heeft getoond voor de horeca. “Wellicht komt dat omdat we voor de hele crisis al goeie contacten hadden opgebouwd met alle politieke partijen en hen een roadmap hadden gepresenteerd met constructieve en goed uitgewerkte voorstellen over hoe we de sector duurzaam zagen evolueren. We zijn dus aan het begin van deze crisis vanuit een goede basis kunnen vertrekken.”

null Beeld Wouter Van Vooren
Beeld Wouter Van Vooren

In Wallonië koos de overheid voor een eenmalige premie, op basis van het aantal werknemers dat een zaak in dienst heeft. Maar die uitgekeerde bedragen komen niet eens in de buurt van de werkelijke vaste kosten die een uitbater moet dragen. Een gemiddelde brasserie in Vlaanderen krijgt ongeveer dubbel zoveel als een in Wallonië. In Brussel is de tussenkomst zelfs nog lager. De Waalse en Brusselse horecafederaties proberen al maanden om de situatie verbeterd te krijgen. Zonder succes.

En dus is het niet eerlijk dat de Luikse horeca-uitbaters verweten worden ‘versoepelaars’ te zijn, die niet bezig zijn met de gezondheidsrisico’s, meent Hedebouw. “Die mensen proberen te overleven. Niet meer of niet minder. En ze zijn wel degelijk bezig met de maatregelen. Ze hebben zelf ook al heel wat constructieve voorstellen gedaan. Er hangt hier helemaal geen sfeer van: ‘Laat maar waaien.’ Dat is een totaal fout beeld.”

In Luik reageert burgemeester Demeyer alvast opgelucht op de duidelijkheid die er nu volgens hem in zijn stad bestaat. Nu het Collectif aangeeft toch niet meer voor een vervroegde opening te gaan, hoopt hij vooral op een rustige 1 mei. En het enige wat hij naar eigen zeggen wou bereiken was het bewaren van de openbare orde. “Als zoveel horecazaken zeggen dat ze hun terrassen opendoen, dan heb ik niet de mankracht om hen dat te verhinderen”, zegt Demeyer. “U moet begrijpen dat Luik een jonge en bruisende stad is, waar het openbaar leven zich altijd al voor een groot stuk op die terrassen heeft afgespeeld. Als de terrassen openen en ik zend er politie op af, dreigen er rellen te ontstaan. Mijn taak is net te voorkomen dat de boel helemaal ontploft.”

Gemengde gevoelens

In het Luikse Universitair Ziekenhuis kijken de collega’s van professor Laureys toch met gemengde gevoelens naar de situatie. Ze zien namelijk hoe hun ziekenhuis opnieuw volloopt, met patiënten die jonger zijn dan tijdens de vorige golven. Het sterftecijfer is lager, maar de verblijfsduur van patiënten wel langer. Dat verhoogt de druk op het personeel aanzienlijk. Maar zelfs op de dienst intensieve zorg klinkt begrip voor de bevolking.

“Abrupte sluitingen van hele sectoren en verboden die mogelijk geen effect hebben op het virus zijn niet de beste strategie”, zegt intensivist Philippe Devos. Ook hij pleit er net als zijn collega Laureys voor om een evenwicht te vinden en creatief te zijn. Hij verwijst naar de oplossing die drie Waalse experts eerder al opperden. In de plaats van hele sectoren te sluiten of te heropenen zou het beter te zijn om geval per geval te bekijken wat kan en wat niet. Een kapper die een goede ventilatie heeft en waarbij iedereen een mondmasker draagt is iets anders dan een schoonheidssalon waar je een gezichtsbehandeling krijgt. Een geïndividualiseerde strategie, dus, waarbij je zou kunnen werken met een Covid Safe-label.

De experts gaven in hun voorstel toen ook aan dat de terrassen openen virologisch weinig risico’s inhoudt. Op voorwaarde wel dat alle veiligheidsmaatregelen en afstandsregels gerespecteerd worden. In Wallonië lijken ongeveer alle experts op diezelfde lijn te zitten, ook ULB-epidemioloog Yves Coppieters. Die wees er eerder in De Morgen al op dat hij niet begreep waarom de terrassen niet vroeger open mochten. “Onderzoek heeft uitgewezen dat je voor besmetting heel nauw contact moet hebben”, zei hij. “En dat terwijl buiten sporten of samen een glas drinken op een terras psychologisch enorm veel deugd kan doen. Volgens mij is het Overlegcomité te weinig empathisch. Mensen begrijpen zulke regels niet, waardoor je verzet krijgt.”

Te weinig empathisch. Dat is ook hoe de uitbaatster van brasserie Le Huit op de Place du Marché het ziet. Op het iconische pleintje ligt het ene terras netjes naast het andere. In niet-coronatijden zitten ze tot een kot in de nacht vol met studenten, politici, kunstenaars, journalisten en toeristen. De vrouw wil liever niet met haar naam in de krant, zeker niet in een Vlaamse krant. Want Vlamingen zijn een stuk harder, vindt ze, en ze veroordelen snel.

“We wilden met de 1 mei-actie vooral een signaal geven: we zijn op. Compleet op. We horen politici en vooral Vlaamse experts de bevolking oproepen nog even geduld te hebben. Misschien lukt dat in Vlaanderen, maar hier heeft niet iedereen die luxe. Een andere aanpak en een beetje menselijkheid, dat is wat we vragen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234