Vrijdag 15/10/2021

Luik gooit zich in strijd om buitenlandse investeringen

Met subsidies, industrieterreinen en een bloeiende luchthaven

Geholpen door de erkenning als Europese Objectief 2-regio is de provincie Luik zich dezer dagen in ijltempo aan het ombouwen tot vestigingsplaats voor telecom-, distributie- en autobedrijven. Ook de bloei van de regionale luchthaven, een knooppunt van het koerierbedrijf TNT, is een bijkomende troef. 'Maar het eerste wat ik buitenlandse bedrijven nog altijd moet uitleggen, is waar Luik ligt', zegt Jean-Paul Dispas, de Luikse verantwoordelijke voor buitenlandse projecten.

Brussel

Jan Scheidtweiler

Dispas reist "één dag op twee" de wereld rond, op zoek naar potentiële buitenlandse investeerders. De brochures in zijn koffer prijzen onder meer de verkeersinfrastructuur van de provincie aan, de 'ideale ligging' en de subsidie (tot 30 procent) die kandidaat-investeerders voor hun project kunnen krijgen. Vorige week was hij op een seminar in de staat Michigan in de VS, volgende week zit hij alweer in een vliegtuig.

Dispas werkt voor de Luikse provinciale investeringsdienst SPI+, het orgaan dat investeerders in de regio begeleidt. Op zijn buitenlandse reizen botst hij vaak op collega's uit andere landsdelen die net hetzelfde als hij, maar dan voor hun stukje grondgebied: Vlaanderen heeft de Dienst Investeren in Vlaanderen (DIV), Wallonië sinds kort het OFI. "En allemaal hebben we hetzelfde probleem", zegt Dispas. "Mensen ginder weten al niet waar België ligt, en dan moeten wij daarna nog ons stukje op de landkaart wijzen." Problematisch vindt hij de verkaveling van het investeringsterrein niet echt, al zou hij liever wat meer samenwerking zien. "Soms staan we naast elkaar op een stand."

Als vertegenwoordiger van de kleine Luikse regio ondervindt Dispas meer concurrentie van zijn onmiddellijke buren, Nederland en Duitsland. "Als je ziet wat die kunnen investeren in het aantrekken van buitenlandse investeerders, staan we hier natuurlijk niet ver." Cijfers over zijn eigen budget wil hij niet geven, "maar het is natuurlijk veel, veel minder dan wat men in Vlaanderen of in Nederland kan uitgeven".

Toch doet de regio die Dispas in het buitenland promoot het de jongste jaren erg goed. Sinds het Nederlandse koerierbedrijf TNT eind 1996 met nachtvluchten vanuit Luik begon, heeft het er "honderden jobs gecreëerd", zegt Dispas. De logistieke bedrijven TTS en Weerts hebben er sindsdien hun activiteiten uitgebreid. Op het terrein van TTS bij de luchthaven staan ruim 250 trucks. De groep exploiteert er ook een distributiecentrum. Dispas slaagde er zelfs in de Kortrijkse industriële wasserij Malisse een vestiging te doen opzetten tussen Huy en Luik. Malisse bedient vanuit dat distributiecentrum onder meer ziekenhuizen in de regio.

Dispas probeert buitenlandse investeerders met vier doorslaggevende argumenten ervan te overtuigen naar Luik te komen. Naast de uitstekende geografische ligging van de streek - "we zitten mooi in het midden voor wie op de Europese markt wil werken" - speelt hij ook de verkeersinfrastructuur in Luik uit. "Je hebt hier toch alles. We zitten op een knooppunt van autosnelwegen, we hebben de grootste Europese binnenhaven, na Duisburg en Parijs, en we hebben binnenkort een TGV-station op weg naar Keulen en Berlijn." Ook de luchthaven is een sterke troef voor het aantrekken van buitenlandse investeerders, zegt Dispas. "Ze is helemaal op vrachtvervoer gericht. TNT gaat hier een trainingsschool oprichten en we hebben akkoorden met de Parijse luchthavens Roissy en Orly voor het behandelen van vracht." Lawaai bij nachtvluchten is blijkbaar geen thema dat leeft bij de Luikse bevolking. TNT moest in 1996 onder druk van de Duitse Groenen uit Düsseldorf wegtrekken vanwege de geluidsoverlast. In Luik werden bewoners onteigend, zegt Dispas, "maar het economische voordeel dat we uit de aanwezigheid van TNT halen is toch veel groter dan eventuele nadelen".

Dispas pakt tegenover buitenlanders ook uit met de beschikbaarheid van werknemers. "De werkloosheid is hier nog relatief hoog en tegelijk vind je hier veel geschoolde mensen." Ook bedrijven die zich met een call-center in de regio willen vestigen, kunnen putten uit een ruim reservoir, zegt Dispas." Je hebt Tongeren en de Oostkantons hier vlakbij, dus is drietaligheid geen probleem." Het aantrekken van call-centers is een van de terreinen waar SPI+ zich op wil gooien, in harde concurrentie met onder meer Nederland en Ierland.

Maar Luik blijkt vooral bedrijven te kunnen aantrekken dankzij de beschikbaarheid van industrieterreinen. SPI+ is eigenaar van 42 industrieparken in de provincie, van een kleine industriezone van 20 hectare tot monsterprojecten van 300 hectare. Die rust het zelf uit met nutsvoorzieningen en wegen. Buitenlandse bedrijven hebben daarbij de keuze: ze kunnen nagelnieuwe gebouwen huren of een tijdelijke onderkomen krijgen in een incubator van een bedrijfspark. "Maar we stellen de bedrijfsparken ook open voor Waalse ondernemingen", zegt Dispas. Vijfenzeventig procent van de bedrijfsterreinen is nu in gebruik.

Het paradepaardje van SPI+ is het bedrijvenpark Telebase dat telecommaatschappijen en call-centers moet verenigen. De provincie heeft er veertig 'modules' uitgetekend, die gespreid zijn over twintig panden en die instapklaar zijn voor telecombedrijven. Totnogtoe zijn er nog maar twee van die gebouwen voltooid - voor het Belgische call-center Target Power Group - en zijn er twee in aanbouw. SPI+ is eigenaar van de gebouwen, de call-centers huren ze.

Naast het binnenhalen van call-centers moet Dispas er zich vooral op toeleggen hetzelfde te doen voor biotechbedrijven, toeleveranciers voor de autosector, distributiebedrijven en de voedingsindustrie. De biotechindustrie kan voorlopig alleen echt uitpakken met de joint venture tussen het Duitse Boehringer Ingelheim en het Amerikaanse BioWhittaker, maar onderzoeksspin-offs van de Luikse universiteit en financiering van de Waalse overheid moeten daar verbetering in brengen. Ook de vestiging van autoindustriebedrijven is niet echt indrukwekkend. De Duitse bandenmaker Continental heeft dan wel een vestiging in Luik en het Luikse designbureau Jonathan's Industries mag dan wel interieurs leveren aan Volvo, toch blijft de aanwezigheid van grote namen beperkt. Op zijn tocht naar seminars, zoals dat in Michigan, probeert Dispas wel de zwaargewichten uit de sector aan te spreken (Delphi, Magna...). Maar zelfs het argument dat Luik pal in het midden ligt van een gebied met tien autoconstructeurs (van Ford Genk tot Toyota in Valenciennes en de Smart in Hambag) volstaat vaak niet. Autofabrikantentoeleveranciers willen vaak vlakbij die fabrikanten zitten, en dat voordeel kan Luik niet altijd bieden.

Dat de provincie Luik net die domeinen afgebakend heeft, is geen toeval. "Ze zijn interessant omdat ze de meeste werkgelegenheid opleveren," zegt Dispas. Het aantal werknemers in een nieuwe vestiging is ook het criterium dat gehanteerd wordt bij het berekenen van subsidies voor een investeringsproject. Dankzij het statuut als Europese Objectief 2-regio - gebieden in Europa die economische steun krijgen - mag de Waalse overheid tot 30 procent van de kosten van een project subsidiëren. In vergelijking met Belgisch Limburg (waar de subsidie tot 21 procent mag bedragen), Nederlands Limburg (15 procent) en Aken (18 procent) heeft Luik een concurrentievoordeel. "Maar zulke subsidies zijn maar één ding", zegt Dispas. "Je kan ook andere belastingvoordelen bieden, van vrijstelling van onroerende voorheffing tot die van energiebelasting. Andere regio's doen dat ook. Naast het subsidietarief is het al even belangrijk dat investeerders weten waar ze aan toe zijn voor ze hier komen." Dat het Belgisch ministerie van Financiën, naar buitenlands voorbeeld, begonnen is investeerders via fiscale rulings zekerheid te geven over de behandeling van hun investering is al een stap vooruit, zegt Dispas.

Luik blijkt vooral bedrijven te kunnen aantrekken dankzij de beschikbaarheid van industrieterreinen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234