Zondag 29/11/2020

'Luid kan heel intiem zijn. En omgekeerd'

Triggerfinger-hoofdman Ruben Block (43) was negentien toen hij voor het eerst een akkoord aansloeg op de gitaar. Het was een coup de foudre die zijn leven misschien wel tot aan de laatste ademtocht zal bepalen. 'Is dat niet schoon misschien, een oude man die zijn keel wijd opentrekt?'

Dranouter, een stralende vrijdagochtend. Op een bankje in de tuin van Kobe Desramaults zit Ruben Block - losjes in het pak, hemd twee knoopjes verder open dan in dit land gebruikelijk is. Hij leest een roman, Gelukkige slaven van Tom Lanoye, en lijkt volledig te zijn verdwenen in dit moment.

Het is een prachtig stilleven, een beeld dat het avondlijke gesprek dat aan deze mooie ochtend was voorafgegaan niet beter had kunnen vatten.

Ruben Block had zich hier vooral te kennen gegeven als een tevreden man. Een man die op jaloersmakende wijze in het reine lijkt met zichzelf en de wereld. Angst? Woede? De Pijn van het Zijn? Block heeft er zijn deel van gehad, maar het zijn niet deze gevoelens die hem - de man én de muzikant - vandaag sturen. Wat hem in het leven drijft, is misschien wel in de eerste plaats de schoonheid. Innerlijke en uiterlijke schoonheid, die twee lopen wel eens door elkaar.

Zo is er dat eeuwige kostuum van hem. Een gimmick, zou je denken, maar voor Block betekent het zo veel meer. "Een kostuum aantrekken", zegt hij aan het begin van ons gesprek, "is deel geworden van het ritueel van een optreden. Het helpt me om in de juiste concentratie te komen. Een goed zittend kostuum doet je ook anders bewegen."

Een beetje zoals een vrouw die hakken aandoet?

"Exact. Je gaat er echt rechter van staan. Ik ben er zeker van dat het een effect heeft op onze op- tredens. Met Triggerfinger hebben we één keer niet in kostuum opgetreden. Het werd een van de slechtste concerten die we ooit speelden."

Had je die gestileerde baard al als kind?

"(lacht) Het scheelt niet veel. Die twee fashen van mij staan er al sinds ik baardgroei heb."

Enig idee waar dat groot esthetisch bewustzijn van jou vandaan komt?

"Ongetwijfeld van mijn moeder. Zo lang ik mij kan herinneren, was ze met esthetiek bezig. Mijn broer is binnenhuisarchitect geworden. Hij zal het ook wel niet van vreemden hebben.

"Misschien heb ik dat gevoel voor esthetiek onbewust ook bij mijn vriendin gezocht. Vale- rie heeft architectuur gestudeerd. Ze werkt bij Dries van Noten. Best fijn, zo'n stijlgevoelige vriendin. Als ik niet weet welke plastron te kiezen, dan stuur ik haar twee foto's door en hakt zij de knoop onmiddellijk voor mij door."

Schoonheid is, zoals het cliché zegt, vergankelijk. Ben je bang voor de onvermijdelijke aftakeling?

"Het hangt er maar vanaf wat je met aftakeling bedoelt. Het is niet omdat je al wat ouder bent, dat je niet meer stijlvol door het leven kunt gaan. Kijk naar Roland. Die kan hier straks binnenstappen met een hoed met namaakfruit op z'n kop, en toch zullen we zeggen: wat een grave, stijlvolle man is dat.

"Mijn haar wordt grijzer en dunner, ik heb al wat rimpels, en ik onthoud niet meer zo goed als vroeger. Kijk, ik ik ben wel ijdel, maar ik zit er op dit moment echt niet mee dat ik ouder word en dat dat bepaalde gevolgen heeft voor mijn fysiek. Ik zou zeker niet jonger willen zijn. De Polle (Paul Van Bruystegem, bassist van Triggerfinger) is 54 en zegt me dat het beste nog moet komen. Ik zal hem maar geloven, zeker?"

Is muziek de vorm van schoonheid die je het diepste raakt?

"Het is de vorm waarin ik me het best kan uiten. Maar ik kan net zo goed geraakt worden door andere vormen van schoonheid. Dat kan iets oppervlakkigs zijn - een Dodge Charger uit 1968 voorbij zien racen, bijvoorbeeld, maar net zo goed een tentoonstelling.

"Even geleden al zag ik de Seagram Murals van Mark Rothko in de Tate Modern. Ik ben als het over beeldende kunst gaat eerder van het sceptische type, maar kijk, plots stond ik voor een vlak met een vierkant erin, en het benam mij de adem."

Na de middelbare school ging je schilderkunst studeren aan de Academie van Gent.

"En ik ben er al na een half jaar mee gestopt. Een puur impulsieve beslissing. Ik schilderde graag, maar ik had ook net een meisje ontmoet, een gelijkgestemde ziel, met wie ik bijna onmiddellijk ben gaan samenwonen. Ongeveer op hetzelfde moment heb ik de gitaar ontdekt. Zodra ik drie akkoorden kon spelen, ben ik met haar een groepje begonnen (samen met Martine Vanhoof richtte hij in 1991 Sin Alley op). Een waanzinnige tijd was dat."

Je was 19, kon nauwelijks gitaar spelen, maar gaf wel alles op voor de muziek?

"Zo zie je dat op die leeftijd niet. De droom om met muziek mijn brood te verdienen, is ook maar gaandeweg gekomen. Ik heb het jarenlang gecombineerd met allerlei jobs. Flightcases gemaakt. Roadie geweest voor De Mens. Tot het allemaal niet meer combineerbaar was. De keuze was zo gemaakt. Ik leefde toen al voor de muziek."

Maar kon je er ook al meteen van léven?

"Dat ging, maar rijk werd ik er natuurlijk niet van. De gouden tijden van de muziekindustrie waren toen al voorbij. Ze hebben me wel eens gezegd dat ik beter twintig jaar eerder was geboren. 'Je zou zoveel meer platen hebben verkocht.'

"Dat zal wel kloppen, maar wat heb ik aan dat soort overwegingen? We leven nu. En ik vind het echt superinteressante tijden om muziek te maken. Onze sector beleeft een sleutelmoment. Anno 2014 kun je op zoveel verschillende manieren naar muziek luisteren. En niemand die precies kan zeggen waar het naartoe zal gaan."

Eén ding lijkt al wel duidelijk: de tijd dat mensen een volledig album kochten, is voorbij.

"Dat geloof ik niet. Oké, veel mensen kopen vandaag maar één nummer van een album. Maar er is ook een beweging in de andere richting. Waarom leeft de vinylplaat vandaag op? Waarom hebben we met Triggerfinger bijna evenveel op vinyl als op cd verkocht? Omdat muziek beleven ook een ritueel kan zijn.

(brede lach) "Onlangs grasduinde mijn zoon Arthur door mijn platenkast. Hij kwam daar de soundtrack van Batman tegen, de originele uit de sixties. Op zijn verzoek heb ik die plaat opgelegd. Kap open, naald laten zakken, en mijn jongen die op zijn stoel gaat zitten luisteren.

"Een half uur later - ik was aan het afwassen - riep hij dat het gedaan was. 'Nee', zeg ik. 'Nee, we moeten de plaat nog omdraaien.' Je had hem moeten zien kijken. Het was of ik een soort scheikundig experiment aan het doen was.

"Mensen zijn, behalve rationele, ook romantische wezens. En een vinylplaat draaien is nog altijd de meest romantische manier om naar muziek te luisteren. Bovendien bestaat er ook zoiets als de kwaliteit. Op dat vlak gebeurt er iets wat ik niet begrijp. Wij, en de mensen rondom ons, maken meer dan ooit werk van de kwaliteit van een opname. Alles om het maar zo groot, dik en vet mogelijk te laten klinken. Tegelijk promoot de industrie mp3, het slechtste formaat dat er bestaat.

"Ik hoor dat er bookers bestaan die je demo beluisteren op de speakers van hun laptop, en vervolgens zeggen dat het allemaal wat te weinig push heeft. Daar word ik kregelig van."

Jullie hebben met Triggerfinger ooit gezworen om het zonder computers te doen. Is dat niet een tikkeltje conservatief?

"Ik denk dat het minder te maken heeft met tegen computers zijn, dan vóór de natuurlijke interactie tussen muzikanten zijn. Ik wéét wel- ke meerwaarde dat met zich mee kan brengen.

"Ik heb niks tegen elektronische muziek, wel tegen groepen die zich graag laten begeleiden door een harddisc waar pakweg veertig kanalen audio van meelopen. Dat resulteert voor mij meestal niet in een spannend concert.

"Ooit zag ik Moloko op Werchter. Fijn concert, tot ze plots moesten stoppen. De reden? Hun computer was kapot. Ze stonden met zeven muzikanten op het podium maar konden hun concert niet afwerken. Iedereen doet voor mijn part wat hij wil op een podium, maar ik voelde me als muziekliefhebber en fan bekocht.

"Ik begrijp ergens wel waarom ze dat doen. Ze willen het risico niet nemen dat er iets fout loopt. Maar is het niet net die mogelijkheid dat het fout loopt die zo'n concert interessant maakt?

"Een optreden dat mij heel erg is bijgebleven, was dat van de Babyshambles, begin dit jaar. Ik heb ze twee keer gezien, één keer met een half nuchtere Pete Doherty, een tweede keer met een Pete Doherty die ver heen was.

"Dat tweede concert was een bijzonder heftige ervaring. Hier stond een zanger die wankelde, maar nog net overeind bleef dankzij de band, die als een warm dekentje rond zijn frêle schouders hing. Ik zeg niet dat muzikanten beter aan de drugs dan aan de computer kunnen gaan, en ik vond het eerste concert sowieso beter dan het tweede, maar als toeschouwer was het wel fascinerend om te zien. Daar gebéurde iets."

Klopt het dat je allereerste single 'Borderline' van Madonna was?

"Ja. Gekocht in de GB in Lier, in de tijd dat ik nog samen met mijn moeder naar de winkel ging."

Weet je nog waarom je dat nummer kocht?

"Ik denk dat ik toen al aangetrokken werd door wilde vrouwen. Later ben ik grote fan geworden van Annie Lennox van de Eurythmics. Ik vind haar nog altijd een fantastische vrouw."

Je bent een vrouwenman?

"Ik denk het wel, ja."

Terwijl je muziek echt wel macho is.

"Dat vind ik helemaal niet. Vrouwelijkheid is net heel cruciaal in wat Triggerfinger doet. Heel veel rock is vierkant. Luid. Rechtdoor. Onze muziek moet groovy zijn. Rollen. Als het niet bolt, dan is het niet goed. Daar zijn we alledrie heel gevoelig voor."

Zie je jezelf op je 50ste nog zo staan roepen en schreeuwen op een podium?

"Misschien wel. Waarom niet, eigenlijk? Is dat niet schoon misschien, een oude man die zijn keel wijd opentrekt? Het is ook een misvatting dat luid niet intiem kan zijn. Of omgekeerd, dat je al fluisterend niet heel rauw kan zijn. Kijk naar Nick Cave."

Zijn er nooit momenten dat je de noodzakelijke energie niet kunt opbrengen?

"Soms is het moeilijk. Zeker na een lange tijd toeren. Je raakt steeds vermoeider, je ziet je klein mannen niet, je hebt ongeveer nergens privacy en kunt nooit eens terugvallen op een echt thuisgevoel. Dat zorgt voor ontheemding. Het gevoel dat de grond onder je voeten wegschuift. Op zulke momenten moet je je wel eens naar een podium slepen, vol twijfels of je er nog wel een goed optreden uit zult persen."

Mensen met een normale job kunnen zich in zulke gevallen verstoppen. Jij moet doen alsof je ontploft van energie.

"Dat ben je aan je publiek verplicht. Uiteindelijk hebben ze een ticket gekocht voor een groep waarvan ze verwachten dat die alles van zichzelf geeft. Als je je niet goed voelt in je vel, is het een gevecht om toch nog dat concert te brengen. Maar net uit dat gevecht haal ik dan weer energie. Zij het een ander soort energie. Het is meer een soort fuck it-gevoel. Zo van: ik voel me rot, maar hey, we gaan er wél staan. Als dat lukt, geeft dat een geweldige kick."

Kun je de kick van een optreden beschrijven?

"Het is het beste wat er is."

Beter dan...

"(lacht) Even goed. De kick van zo'n optreden zit voor mij trouwens ook vooral in het samenspel. De interactie. Samen tot aan de rand gaan van wat je kent, en er dan overstappen. Daar wordt het dan pas echt spannend. Je stapt een bos in, en je hebt geen idee hoe je er uit zult raken. Misschien val je onderweg wel op je gezicht, of in een plas. Maar dat is niet erg. De anderen trekken je er wel uit. En je bent toch maar mooi in dat machtige bos geweest."

Met andere muzikanten ben je nooit in dat bos geraakt?

"Ik heb al met veel muzikanten samengewerkt. Heel straffe muzikanten. Maar het was nooit zo intens als het nu met die twee is. Ik zal het nooit vergeten: die eerste keer dat de Polle met ons samenspeelde. Hij moest bas spelen, een instrument dat hij eigenlijk niet kende. Maar dan begon hij te spelen. Zevenduizend keer te luid, en hij klonk ook als een gitarist die de baas speelt, maar we wisten het van bij de eerste noot: dit is er recht op. De chemie was er van bij die allereerste keer. En in de loop van de tijd is die natuurlijk alleen maar groter geworden."

Na zo'n optreden staat een muzikant naar het schijnt stijf van de adrenaline. Hoe daal je weer af naar de normale wereld?

"Meestal gaan we even in de kleedkamer zitten. Concert analyseren, rustig muziekje erbij. Iets van Frank Sinatra of zo."

Regi Penxten vertelde ons ooit over de schrijnende leegt na het optreden. De anonieme hotelkamer, de plotse eenzaamheid, de verlokkingen van de minibar...

"Het bestaan tijdens zo'n tournee is inderdaad vaak leeg. Negentig procent van je tijd moet je jezelf zien bezig te houden. Ik kan me goed voorstellen dat je dan begint te drinken. Al was het maar uit verveling."

Jij lijkt daar niet veel last van te hebben.

"Ik denk dat ik geen talent heb voor een drankverslaving. Natuurlijk drinken we na een optreden wel eens een glas. Maar het is nooit een middel om de verveling te bestrijden. Het helpt ook dat wij ons samen goed amuseren. Op tournee zijn we in de eerste plaats een bende tieners bij elkaar."

Jullie bassist maakt er geen geheim van dat hij ooit met een serieuze drankverslaving worstelde.

"Dat was best een heftige tijd. Zeker ook omdat hij een maat is. Ik ben van het principe dat iedereen doet wat hij wil. Ik heb groepen gezien die het anders aanpakten, en er keihard tegenin gingen, maar dat werkte altijd averechts. Vraag is dan wat je wél moet doen. Onvermijdelijk komt het punt waarop je niet meer kunt samenwerken. Gelukkig heeft de Polle dat net op tijd zelf beseft. Hij heeft zich toen laten opnemen, hij is afgekickt, en heeft daarna geen druppel meer aangeraakt."

Triggerfinger is een groep, maar jij bent er wel het boegbeeld van. Is dat oké voor de anderen?

"Door omstandigheden ben ik soms naar voren geschoven als leader of the pack, maar in de praktijk is dat niet zo."

Maar er is ook de perceptie.

"Ja, en dat maakt het niet altijd evident. Daarom proberen we dat evenwicht zo goed mogelijk te bewaken. In de meeste gevallen geven we interviews met ons drieën. In uitzonderlijke gevallen wijken we daar, zoals nu, van af. Maar nooit zonder dat we daarover hebben gepraat."

Dat lijkt allemaal sterk op een liefdesrelatie.

"Dat is het eigenlijk ook."

Terwijl je een vriendin hebt. En kinderen. Het roept een vraag op die doorgaans alleen aan vrouwen wordt gesteld: hoe combineer je dat allemaal?

"Soms is het moeilijk. Sinds 'I Follow Rivers' is het echt heel druk geworden. Dat betekent dat vandaag vooral zij voor de kinderen zorgt."

Het klassieke patroon, dus.

"Het is het praktische gevolg van wat ik doe. Het gaat niet anders. Je kunt dit alleen doen als je je er als een waanzinnige in smijt. Al onze vrouwen zijn ooit wel eens met ons mee geweest op tournee. Nadien beseften ze eens zo goed dat je zot moet zijn om dit te doen."

Jullie hebben elk een eigen huis. Waarom?

(denkt na) "Ik vind het fijn om met iemand samen te zijn. Bij één iemand, emotioneel thuis. We hebben ook een tijd samengewoond, maar om de een of andere reden was dat moeilijk. Dat lag zeker ook aan mij. Ik had nogal de neiging om mezelf te verliezen in een relatie. Op den duur ging ik mezelf dan verloochenen. Dat is niet gezond. Het heeft ons serieus wat moeite gekost om in te zien dat het in het klassieke patroon niet zou werken, en dat we op zoek moesten naar een andere manier van samenleven."

Werkt deze manier ook voor haar?

"Ook voor haar is dat zeker geen evidente keuze geweest. Haar idee over hoe een relatie er moet uitzien was ooit een stuk klassieker. Ik vind het heel straf dat ze die switch heeft kunnen maken. En soms is het inderdaad niet simpel. Niet voor mij, en niet voor haar. Er zijn periodes dat we elkaar echt te weinig zien. De situatie met die twee huizen maakt het er niet makkelijker op. Maar het werkt.

"En het went. Valerie zegt vandaag zelfs dat ze zot zou worden, mocht ik de hele tijd bij haar zijn. En ergens heeft het ons ook wel dichter bij elkaar gebracht. Iemand missen is een heel waardevol gevoel. Ik kan me voorstellen dat je dat gevoel veel minder hebt als je de hele tijd bij elkaar bent."

Heeft ze nooit last van jaloezie?

"Dat werkt in twee richtingen, niet? Ik denk dat we beiden een gezonde dosis jaloezie bezitten. Daar is, zolang het niet obsessief wordt, niks verkeerds aan. Als er geen jaloezie is, wil dat misschien ook wel zeggen dat je niet veel meer om elkaar geeft."

Heb je ooit getwijfeld om kinderen op de wereld te zetten?

"Ja, toch wel. Ik heb lang helemaal geen kinderwens gehad. Die wens is er met haar gekomen. Met haar wilde ik er wél. En toen was ze ineens zwanger (lacht). Waarom wel met haar? Dat kan ik niet goed uitleggen. Het heeft, denk ik, met vertrouwen te maken. Liefde en vertrouwen. Iets warms, in elk geval."

Er moeten periodes zijn dat je je kinderen nauwelijks ziet.

"Om onze laatste plaat te maken heb ik zeven weken in LA gezeten. Dan komen er momenten waarop het echt pikt. Dat je aan niks anders kunt denken. Verschrikkelijk, maar nogmaals: het is een consequentie van het leven waarvoor ik gekozen heb. Dit is een job die je niet half kunt doen. En laat ik duidelijk zijn: meestal vind ik het fantastisch om dit te doen en te leven, met alle voor- en nadelen erbij."

Houden je kinderen van je muziek?

"'I Follow Rivers' vonden ze wel cool. Al hun vriendjes kenden dat liedje. (lacht) Voor hen was dat papa's beste liedje. Maar ook niet meer. Triggerfinger zien ze als papa's werk. Ons Lizzie kweelt net zo goed mee met de liedjes van de Disneyfilms. Totaal geen probleem voor mij. Geef kinderen zo veel mogelijk mee, denk ik dan, en laat ze zelf de gave des onderscheids ontwikkelen."

Door 'I Follow Rivers' werd je van de ene op de andere dag een halve BV. Heeft dat nummer je leven veranderd?

"Het heeft vooral de perceptie over mij en onze groep veranderd. Voor veel mensen was het alsof we het met die hit plots hadden gemaakt, maar dat was absoluut niet hoe wij het hebben aangevoeld. Wij amuseerden ons vóór die hit al te pletter. En de erkenning was er ook al, zij het dan voor een iets beperkter publiek.

"Natuurlijk is het aangenaam om je publiek groter te zien worden. Financieel zijn we er ook niet slechter van geworden. Maar op een manier heeft die hit onze levens ook moeilijker gemaakt. Of beter gezegd: vermoeiender."

Misschien was je beter in Amerika geboren, in plaats van in dat kleine provincienest Lier.

"De muziek die ik maak is voor een belangrijk deel in Amerika geworteld. Maar of ik er ook echt zou willen leven? Nee. Eigenlijk niet. Ik voel me goed in het hier en nu. Hoogstens droom ik er wel eens van om mezelf terug te flitsen naar the roaring sixties. Dat waren toch redelijke boeiende tijden. Tijden waarin nog heel veel mogelijk was. Denk ik toch. Misschien is dat ook maar een idee.

"Uiteindelijk heeft het ook geen enkele zin, om je af te vragen of je niet beter ergens anders, of in een andere tijd was geboren. De kunst is volgens mij: accepteren wat je hebt gekregen, en je verantwoordelijkheid nemen om daarmee iets cools te doen."

***

Afscheid nemen doen we een dag later. Na een vrolijke, met niet altijd even smaakvolle liedjes van Toto en Ween opgeluisterde terugrit naar Antwerpen, vertelt Ruben Block ons dat het gesprek hem deugd heeft gedaan. "Soms is het goed om je eens aan zo'n stevig gesprek te onderwerpen. Het dwingt me om na te denken over dingen waarbij ik anders misschien nooit zou stilstaan."

Op de stoep volgt nog een stevige hug, en dan stapt hij weg. Zon in de rug, reistas losjes in de hand, kostuum als een tweede huid rond het kaarsrechte lijf.

VOLGENDE WEEK transplantatiechirurg Phillip Blondeel

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234