Donderdag 02/07/2020

Ludo Poppe, producer en geestelijke vader van 'Peking Express'

'We vielen van de ene verrassing in de andere. Het was alsof we met de karavaan van de Tour de France dwars door Siberië trokken. Ik heb het wel een paar keer gedacht hoor: Ludo, jongen, deze keer ben je een brug te ver gegaan''Eén aflevering van Peking Express vertelt tien keer meer over alcoholisme in Rusland dan een item in Terzake''Kijkers houden van reality, als die tenminste goed gemaakt is. Het kader mag zo artificieel zijn als de pest, maar de personages en de emoties moeten geloofwaardig blijven. Die basisregel hebben de makers van Big Brother uit het oog verloren'

'Genieten was er voor mij niet bij'

Klokvast dendert de Peking Express op donderdagavond door de Vlaamse huiskamer. Menige verstokte huisduif supportert vanuit zijn sofa voor de helden van dit VT4-succes: vier Vlaamse en evenveel Nederlandse duo's die om het snelst van Moskou naar Peking liften. Op hun weg trotseren ze dronken Russen en huilende wolven en laten ze zich ontroerende staaltjes van gastvrijheid welgevallen. Wie haalt als eerste de Drum Tower in Peking? Dat is de enige vraag die ik niet mag stellen aan Ludo Poppe, de producer en geestelijke vader van een realityformat die misschien wel een internationale carrière tegemoet gaat.

Erik Raspoet / Foto Tim Dirven

Televisiemaker Ludo Poppe heeft op de weg van Moskou naar Peking een hardnekkig raadsel opgelost. Waarom hijsen de Russen zoveel wodka? Tijdens een drinkgelag ergens halverwege Yekaterinburg en Novosibirsk werd het mysterie hem door enkele ervaringsdeskundigen verklaard. "Dat gebruik", beweert Ludo Poppe met grote stelligheid, "stamt uit de sovjettijd. De KGB was alomtegenwoordig, iedereen wantrouwde iedereen. Voor de Russen was het een probleem: hoe konden ze weten of iemand al dan niet te vertrouwen was? Er was maar één methode om dat uit te vissen: zich samen lazarus zuipen. In dronken toestand zouden KGB-informanten wel door de mand vallen, zo luidde de redenering. De KGB is inmiddels opgedoekt, maar de gewoonte is gebleven."

Gelukkig heeft Poppe aan zijn expeditie niet alleen pseudo-wetenschappelijke anekdotes overgehouden. Met tonnen beeldmateriaal is hij vorige zomer uit Peking teruggekeerd. Het programma dat daaruit werd gedistilleerd loopt nu iedere donderdag op VT4. We hebben het over Peking Express, een afvallingsrace die grofweg het traject van de Trans-Siberische spoorlijn volgt. Acht duo's, vier Vlaamse en vier Nederlandse, proberen als eerste de 9.000 kilometer tussen Moskou en Peking te overbruggen. Hotels of vliegtuigen komen er niet aan te pas. Met een budget van 2 euro per dag zijn de deelnemers overgeleverd aan de goodwill van de Russen, Mongolen en Chinezen die ze tijdens hun odyssee ontmoeten. Liften is de boodschap, en iedere avond op zoek gaan naar gratis logies en voedsel. Misverstanden, taalverwarring, ontroerende staaltjes van gastvrijheid, het wordt allemaal geregistreerd door een discrete cameraman die elk koppel op de voet volgt. Kijkers staan er niet bij stil, maar ook die cameraman moet een zitje krijgen als er wordt gelift. Net als bij De Mol zijn er proeven waarmee de teams een bonus kunnen verdienen, onder de vorm van enkele tientallen werst voorsprong in de race. Treuzelen is hoe dan ook uit den boze, want om de twee etappes wordt het laatst geklasseerde koppel huiswaarts gestuurd. Slechts twee teams zullen uiteindelijk de finale spelen op en rond het Tian'anmenplein, waar de hoofdprijs van 70.000 euro wordt uitgereikt. Peking Express is de jongste loot in het bloeiende genre van reality-adventure waarvan Ludo Poppe zich de Vlaamse pionier mag noemen. Ook VT4-successen als Expeditie Robinson en de tropische overspelshow Temptation Island dragen het stempel van Kanakna, het productiehuis dat hij in 1993 met wijlen Pascal Decroos uit de grond stampte. Er is echter een belangrijk verschil. Expeditie Robinson en Temptation Island zijn geïmporteerde formats die VT4 met tientallen buitenlandse zenders deelt. Peking Express daarentegen is een nieuw concept dat door Poppe zelf werd uitgedokterd. Niet dat hij voor het luchtige televisiegenre in de wieg werd gelegd. De veertigjarige Antwerpenaar begon zijn carrière bij NV De Wereld, een VRT-programma dat de kijker een geweten schopte met vaak schrijnende reportage uit godvergeten streken. Poppe is bovendien de maker van een doortimmerd drieluik over het internationale moslimextremisme. Achter de sluier werd in 1998 door Canvas uitgezonden, lang voor de Twin Towers tegen de grond gingen.

Ludo Poppe ontvangt ons in een kantoor aan de Schaarbeekse Wahislaan, niet toevallig gesitueerd in de schaduw van de VRT-toren. Het was via de openbare omroep dat Kanakna het genre van de docusoap op Vlaanderen losliet. Het leven zoals het is op de camping, bij de politie of in het kinderziekenhuis, het zijn allemaal series die Ludo Poppe met zijn spitsbroeder Stef Soetewey heeft gedraaid. Intussen is Kanakna de huisproducent van VT4 geworden, al zijn de banden met de VRT niet helemaal doorgeknipt. Voor een directeur van een kmo oogt hij onverwacht sjofel; zijn lichaamstaal verraadt een rusteloze natuur. Tijdens het interview woelen zijn handen rusteloos door de lange haren, en sigaretten belanden wel eens met het verkeerde uiteinde tussen zijn lippen. We zullen het hebben over ontberingen in Siberië. En over de langzame bocht van een televisiemaker die zich geen schuldgevoelens laat aanpraten. Maar eerst dit: de eerste aflevering van Peking Express haalde 350.000 kijkers. Tevreden over de lancering?

Ludo Poppe: "Naar VT4-normen waren die cijfers zonder meer uitstekend. Ook in Nederland was het een schot in de roos. Een miljoen kijkers, terwijl Net 5 een gemiddelde kijkdichtheid van 350.000 sorteert. De perskritieken waren lovend, op één uitzondering na. Een Vlaamse krant sprak smalend over de trein der traagheid. Nu kun je van Peking Express veel beweren, maar niet dat er geen tempo in zit."

Over iets anders gesproken. Presentatrice Roos Van Acker vertelt heroïsche verhalen over de opnames van Peking Express. Uitputting, ontbering, honger, koude, ongedierte en wolven, niet alleen de deelnemers maar ook de crew kreeg het zwaar te verduren. Hoe hebt u dat als producer ervaren?

"Als baas van zo'n onderneming moet je de kar trekken. De eerste check-in, de eerste check-out, de eerste proeven, ik heb ze allemaal zelf bijgewoond tot ik zeker was dat ieder spelonderdeel vlot liep. Het was rennen van hot naar her, met de auto, de trein of het vliegtuig. Logistiek was het een nachtmerrie.Vergeet niet dat we ginder naast de zestien deelnemers een ploeg van honderd man op de been hadden. Tussen de kop en de staart van onze groep lag gemiddeld 2.000 kilometer. Gelukkig bestaan er tegenwoordig satelliettelefoons. Dan kun je al eens vanuit Ulaanbaatar naar je team in de Gobi-woestijn bellen om te horen of alles lekker loopt met de proef die ze aan het opbouwen zijn. Genieten was er voor mij niet bij. Ik heb nochtans fabelachtige landschappen gezien, zoals in Mongolië, waar we in de gers (ronde vilten tenten, ERa) van de nomaden sliepen. Dan sta je in the middle of nowhere, dat is echt het einde van de wereld. Maar voor al die schoonheid had ik amper oog. Veel te druk met het organiseren van de race."

Kickt u op grootschalige producties?

"Het moet een verslaving zijn, ik zie de zaken steeds groter en steeds zotter. In het begin draaiden we documentaires met twee man, daarna docusoaps met twaalf man. Bij Expeditie Robinson kwamen al veertig man en een paar helikopters kijken. Peking Express gaat nog een heel eind verder. In zekere zin was Expeditie Robinson een dankbare klus. Je strijkt met je crew op een eiland neer waar je tot het einde van opnames verblijft. Om het decor en de spelinstallaties hoef je je niet te bekommeren, want die staan er nog van de vorige televisieploeg waarmee je de format deelt. Met Peking Express vielen we daarentegen van de ene verrassing in de andere. Het was alsof we met de karavaan van de Tour de France dwars door Siberië trokken. Ik heb het wel een paar keer gedacht hoor: Ludo, jongen, deze keer ben je een brug te ver gegaan."

Waar heeft de vertwijfeling het hardst toegeslagen?

"Toen we nog in Moskou waren. Stel je voor, een dag voor de race zaten we nog zonder transportmiddelen. De tien Toerans die Volkswagen ons ter beschikking had gesteld, stonden geblokkeerd aan de Wit-Russische grens. Wat was er aan de hand? De douaniers van Wit-Rusland hadden ontdekt dat de reservewielen niet correct waren gedeclareerd. Smokkel van reservewielen, klonk het prompt, en dus werden die wagens in beslag genomen. Ze staan er trouwens nog, Volkswagen is nog altijd met de Wit-Russische douane aan het onderhandelen. Ik stond daar intussen mooi voor aap: baas van een televisieploeg van honderd man zonder één auto. Tot overmaat van ramp staken onze slaapzakken, kookgerei en voedsel in die geblokkeerde auto's. We hebben in allerijl de verhuurbedrijven van Moskou afgeschuimd om bestelwagens te vinden. Dat is wel gelukt, maar die huurauto's mochten niet verder dan Kazan, het eindpunt van de eerste etappe. Dus moesten we opnieuw bestelwagens zien te regelen. Zo bleef dat maar doorgaan tot in Mongolië. Het was om gek van te worden, ons draaiboek dreigde voortdurend in het honderd te lopen. Zo'n race is namelijk minutieus gepland. Eén dag verliezen in Kazan, en je hotelreserveringen in Novosibirsk vallen in het water. De teams zelf hebben van al die problemen niets gemerkt. Dat was voor ons prioriteit nummer één: de deelnemers zo weinig mogelijk confronteren met de productiemachine. Het kwam eropaan dat zij zich volledig aan de race konden overleveren."

Rusland, Mongolië en China zijn geen landen die bekendstaan om hun transparante en flexibele bureaucratie. Was het gemakkelijk om de nodige vergunningen te versieren?

"We hebben niet voor niets een half jaar koortsachtig gewerkt aan de voorbereiding. Weet je dat we alleen al in Rusland tweeëntwintig filmvergunningen hebben aangevraagd? Dat land is sterk gedecentraliseerd, een document uit Moskou maakt in Kazan niet de minste indruk. China is heel anders. Als de grote baas zijn fiat geeft, wijzen alle neuzen in dezelfde richting. Alleen is het een helse klus om tot bij die grote baas te geraken. Mongolië was het gemakkelijkst. Daar hanteren ze het 'ons kent ons'-systeem. Je klopt aan bij de Jef, die een goede vriend is van de Fons, die op zijn beurt weer een oom heeft in Ulaanbaatar die alles kan regelen. Maar we hebben geen enkel risico genomen. De belangrijkste steden en de dorpen waar proeven werden georganiseerd hebben we vooraf drie keer bezocht. In Rusland is dat bittere noodzaak. De eerste keer nemen ze je niet ernstig. Ja ja, zeggen ze, we zullen wel zien als het zover is. De tweede keer kijken ze verbaasd. Tiens, daar heb je die buitenlander met zijn gekke plannen weer. Pas de derde keer beseffen ze dat het menens is en schieten ze in gang. Vooral in de buurt van Moskou was de scepsis groot. Daar hebben ze sinds de perestrojka al zoveel westerlingen gehad die gouden bergen beloofden.

"Maar afgezien van de douaneperikelen mogen we niet klagen over de samenwerking met de autoriteiten. In Kazan heeft de minister van Toerisme van de provincie Tatarstan een rist stadsbusjes opgevorderd om ons uit de nood te helpen. Hoe dieper in Siberië, hoe groter het enthousiasme werd. Voor heel wat dorpen was onze doortocht het evenement van het jaar. Bij de aankomst van een etappe werden we opgewacht door de burgemeester en de gouverneur. Op de achtergrond stond een buffet klaar, en er moest natuurlijk uitgebreid worden getoast op de vriendschap der volkeren. Voor mij was het soms gênant. Ik had eigenlijk geen minuut te verliezen, want 's anderendaags moest de race weer verder. Maar een toast afwijzen is ginder heel onbeleefd. Op een keer, tijdens een halte in een kolchozendorp, heb ik de honneurs aan onze Nederlandse copresentator Ernst-Paul Hasselbach overgelaten. Ernst-Paul is een potige kerel met een groot debiet, maar 's avonds lag hij wel knock-out onder de tafel."

De finale werd gefilmd op en rond het Tian'anmenplein, de gevoeligste plaats van China die wemelt van de agenten in burger. Hoe hebt u dat geflikt?

"Met veel schietgebedjes. Door het uitbreken van de sars-epidemie heeft het hele China-luik aan een zijden draadje gehangen. De twee etappes tussen de Mongoolse grens en Peking hebben we noodgedwongen geschrapt. Ook voor de finale in Peking zag het beroerd uit. Onze researcher, die de aflevering in Peking moest voorbereiden, kreeg overal de deur op zijn neus. Eerst snapte hij er niets van, tot bleek dat ze hem ervan verdachten sars te verspreiden. Pas toen de Wereldgezondheidsorganisatie in mei Peking officieel sars-vrij verklaarde, anderhalve maand voor de start van de race, kwam er weer schot in de zaak. Maar uiteindelijk heeft die epidemie ook in ons voordeel gespeeld. De Chinezen konden wel wat internationale promotie gebruiken om het toerisme op te krikken. Op sommige momenten waren ze onverhoopt soepel. Zo konden we de prijsuitreiking in de Drum Tower filmen, een van de beroemdste monumenten van Peking. Achthonderd dollar voor een droomlocatie, dat was echt geen geld."

Het beperken van het reisbudget schept een paradoxale situatie. De armoede van de deelnemers is artificieel en tijdelijk van aard. Maar de mensen bij wie ze om eten en onderdak bedelen, zijn doorgaans structureel arm, zonder uitzicht op beterschap. Is dat niet een tikkeltje decadent?

"Het krappe reisbudget is de unique selling point van Peking Express, de factor waarmee de format zich van andere avontuurlijke reisprogramma's onderscheidt. Door de deelnemers met 2 euro op zak in het veld te sturen verplichten we hen de confrontatie met hun omgeving aan te gaan. Dat levert interessante televisie op, het biedt de kijkers de kans om samen met de deelnemers een onbekende wereld ontdekken. Het blijft natuurlijk een spelprogramma, maar dan wel eentje met een documentaire meerwaarde. Vooral de interactie tussen onze duo's en de lokale bevolking is verhelderend. Eén aflevering van Peking Express vertelt tien keer meer over alcoholisme in Rusland dan een item in Terzake.

"Maar toegegeven, sommige teams hadden het moeilijk met dat bedelen. Stel je voor, het gebeurde dat straatarme Russen een van de teams zelfs wat roebels toestak om hen te helpen. Maar decadent? Zo wil ik het niet bekijken. Tenslotte hebben we niemand gedwongen. Als een Rus geen zin heeft om iets te geven, dan laat hij dat heus wel weten. De meeste Russen voelden zich evenwel vereerd door onze komst. Ze waren vooral trots dat ze hun gastvrijheid konden tonen. Na de uitzending van de eerste aflevering ontving ik positieve reacties van Belgische Russen. Die vonden dat we een erg genuanceerd beeld hadden opgehangen. 'Een verademing', zegden ze, 'want ons land komt alleen in het nieuws met armoede, corruptie of geweld'. De kans bestaat trouwens dat Peking Express binnenkort op de Russische televisie komt. Niet als format met Russische kandidaten, maar in de originele versie. De Russen vinden het zelf fascinerend om te zien hoe westerlingen op hun land reageren. Ook in een ander opzicht zou Peking Express voor Russische kijkers een openbaring zijn. De Moskovieten bijvoorbeeld weten absoluut niets over de oostelijke provincies van hun land. Meer dan eens hebben ze ons gek verklaard. 'Wat gaan jullie in Siberië doen? Daar zijn geen wegen, dat is de wildernis'."

Wat hebt u zelf als journalist over Rusland bijgeleerd?

"Voordat ik aan deze onderneming begon, had ik een somber beeld van Rusland. Maar het is ginder niet al kommer en kwel. Dat land heeft een enorm potentieel, alleen lijdt het onder een verstikkende inertie. Negentig procent van de Russen zit nog gevangen in de oude, communistische mentaliteit. Ze durven geen beslissingen te nemen of in de kijker te lopen. Dat was in de Sovjet-Unie gevaarlijk: wie zijn nek uitstak, riskeerde zijn kop. Tegenover die apathische meerderheid staat een kleine maar groeiende groep. Jonge Russen die wel initiatief nemen en die er juist extra hard voor gaan. Dat zijn de mensen die je voor dit soort expedities moet hebben."

Peking Express wordt wel eens vergeleken met het Woestijnvis-programma De Mol. Een flatterende vergelijking, want de format van De Mol is een internationaal succes. Gaat het met Peking Express dezelfde weg op?

"De Mol is natuurlijk een mooie referentie. Toch zie ik weinig raakpunten, behalve misschien het hoge niveau van productie en montage. In De Mol draaide alles om het spel, het ontdekken van de Mol. Naar Peking Express hoef je niet alleen te kijken voor de games en de race. De confrontatie met de omgeving, de interactie tussen de teams en de alchemie binnen de teams, dat zijn allemaal verschillende lagen in het programma. Of Peking Express een internationale carrière tegemoet gaat? De format is nog niet op de markt, maar er is wel al belangstelling. Onmiddellijk na de uitzending van de pilotaflevering kregen we een telefoontje van RTL Duitsland. Ze hadden het programma gezien en wilden dringend komen praten. Zaterdag (vandaag, ERa) vertrek ik trouwens naar de televisiebeurs van Cannes. Ik ben benieuwd hoe Peking Express daar zal worden ontvangen."

Wordt er al aan een tweede reeks gedacht?

"Die vraag had je moeten stellen toen de karavaan in Peking arriveerde. Iedereen zat op zijn tandvlees. Dit nooit meer, klonk het van alle kanten. Maar je weet hoe dat gaat. Zes maanden later hangen ze allemaal aan de telefoon. 'Zeg eens Ludo, wanneer beginnen we aan die nieuwe reeks?' Er is nog niets beslist, maar we zijn op nieuwe plannen aan het broeden. Als er een vervolg komt, dan moeten we wel een nieuwe route uitstippelen, want het moet verrassend blijven. Er zijn niet zoveel zwarte vlekken meer op de wereldkaart. Europa is uitgesloten, en ook Latijns-Amerika is al plat gefilmd. Alleen in China, India en bepaalde delen van zwart Afrika zie ik nog potentieel."

In 1998 schreef Kanakna televisiegeschiedenis met Camping, de eerste docusoap op de Vlaamse buis. Hoe moeilijk was de omschakeling naar docusoap en realitytelevisie voor een gereputeerde reportagemaker?

"Die bocht hebben we niet vrijwillig genomen. Halfweg de jaren negentig was de populariteit van de VRT naar een dieptepunt weggezakt. Toen kwam Bert De Graeve met het plan om de VTM met gelijke wapens te bekampen. Gedaan met reportages uit het verre buitenland, De Graeve eiste voorrang voor lokale topics. Bij Kanakna stonden we voor het blok: ofwel gooiden we het roer om, ofwel gingen we failliet. Zo is Camping ontstaan, en dat was direct een voltreffer. De VRT scoorde achthonderdduizend kijkers in prime time, dubbel zoveel als wat in die donkere dagen normaal was."

Reality brak pas echt door met de lancering van Big Brother in 2000. Vier jaar later zit er sleet op die formule. Mogen we dat als een teken aan de wand voor het hele realitygenre beschouwen?

"Absoluut niet. Er komen nog altijd nieuwe formats op de internationale markt. Kijkers houden van reality, als die tenminste goed gemaakt is. Het kader mag zo artificieel zijn als de pest, maar de personages en de emoties moeten geloofwaardig blijven. Die basisregel hebben de makers van Big Brother uit het oog verloren. Door steeds extremere types te casten hebben ze zich van de kijkers vervreemd. Big Brother werd een verzameling freaks, mensen die bereid zijn hun broek laten zakken in de hoop zo een carrière in de showbizz te maken. Ach ja, het is een bekend gezegde in de televisiewereld. De eerste serie lokt altijd the most original competitors. Zodra een format op de televisie is geweest, trekt het een ander soort kandidaten aan. Mensen die meedoen omwille van de 15 minutes of fame, en niet voor het avontuur zoals de acht duo's die de eerste Peking Express hebben gestoffeerd. We merken dat zelf bij Temptation Island. De eerste lichting bestond uit koppels die het meenden. Ze waren oprecht bereid hun relatie in de waagschaal te werpen. Nu we aan de derde reeks zitten, zien we verborgen agenda's. Je kunt er zo de kandidaten uitpikken die enkel uit zijn op televisieglorie en naambekendheid."

Net als Big Brother heeft Temptation Island bakken kritiek gekregen. Het programma heet platvloers te zijn, een aanfluiting van de menselijke waardigheid. Zelf zou ik het een bijwijlen gênante vorm van emotioneel exhibitionisme noemen. Raakt die kritiek u als producer?

"Ach, die kritiek. Je had het tumult in de VRT-gangen moeten horen toen we de eerste tape van Camping klaar hadden. 'Een schande', riepen de tegenstanders, 'we moeten die arme campingbewoners tegen zichzelf in bescherming nemen'. 'Waarom?', kaatste ik dan terug. Die mensen vinden het helemaal niet erg hun emoties voor de camera te etaleren, want ze lopen altijd met hun emoties te koop. De verontwaardiging daarover is typisch voor mensen uit de middenklasse, waar emoties als privé worden beschouwd. Toeval of niet, maar het is dezelfde middenklasse die de kabinetten van psychiaters doet vollopen.

"We zijn nu zeven jaar verder, en ik stel vast dat die discussie voorbij is. Jonge mensen hebben hun schroom afgelegd, ze zijn openhartig en directer geworden, op zijn Hollands. Want wat gebeurt er eigenlijk in Temptation Island? Je ziet jongens en meisjes die spelen met gevoelens als jaloezie, affectie en seksualiteit. In de oude cultuur was dat not done, maar voor jonge mensen is dat de gewoonste zaak van de wereld. Ga op een zaterdag naar La Rocca en pik er het eerste het beste meisje uit. Waar is die mee bezig? Experimenteren met relaties, meegaan met verschillende jongens om ze met elkaar te vergelijken. Dat is ook waar Temptation Island om draait. Het decor mag dan wel exuberant zijn, maar de emoties zijn heel herkenbaar. Voor mij is dat een cruciaal punt: ik wil programma's maken die aansluiten bij een maatschappelijke trend, en geen aberraties. Want je hebt geen idee wat je allemaal te zien krijgt op internationale televisiebeurzen. Vooral in Japan durven ze erg ver te gaan met realityformats. Ze sluiten bijvoorbeeld een man op in een hok met een geit en een mes. De kijkers wachten in spanning het grote moment af. Wanneer zal hij dat beest de keel doorsnijden en rauw opeten? Ik verzin hier niks, dat is ginder echt uitgezonden."

Achter de sluier, uw driedelige documentaire over het internationale moslimextremisme, is opnieuw brandend actueel. Die reeks heeft u drie jaar research gekost, u hebt er de halve wereld voor afgereisd. Hebt u toch geen heimwee naar dat soort werk?

"Het is dubbel. Achter de sluier werd door verschillende buitenlandse zenders aangekocht. Een succes, maar evengoed heb ik er mijn broek aan gescheurd. Nog één zo'n onderneming, en Kanakna mocht de boeken definitief sluiten. Natuurlijk is dat geen prettige vaststelling. Je carrière als internationale reportagemaker is mislukt, louter en alleen omdat de Vlaamse televisiemarkt te klein is om nog langer buitenlandse documentaires te financieren. Dan sta je voor de keuze. Ofwel waag je je kans in een groter taalgebied, maar dat betekent verhuizen naar Londen, Parijs of Berlijn. Ofwel doe je zoals Kanakna: we passen ons aan de markt aan, maar we doen toch ons eigen ding. Ik beschouw reality en docusoap niet als minderwaardige televisiegenres. Maar af en toe steekt het wel. Toen in New York de Twin Towers instortten, zaten we zoals iedereen ademloos naar CNN te kijken. Het gaf me een wrang gevoel. De helft van de islamkenners die door CNN werden opgevoerd, had ik zelf ooit geïnterviewd. Shit, dacht ik toen, in New York wordt wereldgeschiedenis geschreven, en ik zit hier in de kelder Expeditie Robinson te monteren."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234