Donderdag 06/05/2021

Ludo Appeltans(59), directeur van Sint-Martinusschool in Herk-de-Stad

oor de Sint-Martinusschool in Herk-de-Stad was januari 2010 wellicht de donkerste maand uit haar geschiedenis. Kort na de kerstvakantie bleek oud-leerlinge Shana Appeltans het slachtoffer van een moord te zijn en bleek leraar technisch tekenen Ronald Janssen de dader. Seriedoder, serieverkrachter, zo werd snel duidelijk, alsook de omvang en de gruwelijkheid van ’s mans daden. Camera’s zoemden in op Loksbergen, een huis, een straat, een buurtcafé, en op Herk-de-Stad, een speelplaats, een schoolgebouw, een klaslokaal. De leerlingen en leerkrachten van ‘Janssens school’ mochten na het aanvankelijke ongeloof en het latere afgrijzen gaan verwerken. En dat is nog bezig. Het verlangen om even ver weg te zijn van alles is groot, de krokusvakantie is het eerste, dankbare rustmoment.Directeur Ludo Appeltans heeft de voorbije weken geluisterd, begeleid, gepraat en bedaard. En grondig nagedacht over hoe hij de tijd die hij meemaakte bijvoeglijk moest benoemen: hectisch, irreëel, surrealistisch?Ludo Appeltans: “Ik kom steeds weer op één woord uit: onwaarschijnlijk. Voor de betrokken mensen, de ouders en de slachtoffers, maar ook voor ons, het team, de ex-collega’s van de dader. Dat zoiets op het dak van een school valt, dat is toch één kans op... een miljoen?”Hoe hebben jullie die eerste dagen beleefd? In een roes, in negatieve zin dan?“Dat was het zeker. Ik vond zelfs niet de tijd om even stil te staan en me af te vragen: is dit nu echt of niet? Het hield ook niet op. We werden overrompeld, er waren steeds nieuwe feiten, wendingen. Eerst de dubbelmoord, dan de verdenking van een leerkracht, daarop de bekentenis door die leerkracht, plotseling werd ook de moord op Annick Van Uytsel eraan gehecht, en nog later vijf verkrachtingen. Daarnaast horen wij in de streek nieuwe verhalen, zoals de getuigenis van een vrouw die op een boogscheut van hier werd klemgereden door een blauw busje. De vrouw zweert dat het Janssen was. Haar verhaal wordt door de politie ook niet in twijfel getrokken. Begrijp je in welke sfeer we leven?”Op school tuimelde men van het ene extreme gevoel in het andere.“De eerste dag van zijn arrestatie verdedigden we Janssen nog. ‘Het was een heel gewone mens’, zei ik. Nu is het helemaal gedraaid. We hebben ons van hem afgekeerd. Onze inrichtende macht opende een proces tegen hem. Als school moeten wij de tuchtprocedure in gang zetten om de leraar die minimaal een drievoudige moord pleegde effectief geschorst, ontslagen, afgezet te krijgen. Ik ben sinds 1989 directeur en ik heb nooit met tuchtprocedures te maken gehad. Ik zit nu dus ingewikkelde teksten te lezen, me af te vragen welke stappen we moeten zetten, hoe we moeten handelen. We worden gelukkig enorm geholpen door de Guimardstraat, onze katholieke onderwijskoepel. Mieke Van Hecke heeft het dossier persoonlijk onder haar hoede genomen. Ze leest onze brieven ook na. Ze wou zich engageren. Ik vond het wel een vreemde evolutie hoor, van voor naar tegen Janssen. Je hebt de indruk dat je een beetje achter het nieuws aan hinkt. Je switcht van kamp: eerst hem beschermen en daarna hem willen straffen en uitsluiten.”Hoe ging uw lerarenkorps om met die switch?“Door alles wat aan hem appelleerde, weg te doen. Ik stelde tot mijn verbazing vast dat Janssen gewoon verdween uit de school, zonder dat iemand van de directie daartoe opdracht gaf. Zijn foto werd weggenomen, de naam op zijn kastje verwijderd. De stoel waarop hij meestal zat in de leraarskamer bleef leeg. Niemand wou zich daarop zetten, tenzij de stagiairs die niet wisten dat het zijn vaste plek was. In de grote fotokader waar ook één beeld van Ronald stak, bleek zijn foto ineens verdwenen. In de plaats zit nu een groot gat. Ergens is het gebeurd, door iemand of door meerderen, impulsief en ongeorganiseerd. In de groep leefde collectief iets van: hij moet hier buiten.”De omgeving diende weer zuiver gemaakt te worden.“Zoiets. En wellicht deed men het ook uit een gevoel van schaamte. Dat leeft toch wel bij onze mensen. Een van mijn voorgangers, de directeur die Janssen ooit aanwierf, liet me weten dat hij het er heel moeilijk mee heeft, dat hij het had moeten zien. We hebben hem dat uit z’n hoofd moeten praten. Natuurlijk kun je dat niet zien. En toch leefde een beetje het gevoel van: zijn we wel wakker genoeg geweest? Hadden we niet beter moeten weten?”Voelen jullie zich intussen ook slachtoffer?“Uiteraard. Wat me echter enorm verbaasde, was de reactie van Slachtofferhulp toen we de eerste keer contact met de dienst opnamen. Heel beleefd deelde men ons mee: ‘Uiteraard zijn jullie getroffen door de zaak. Maar, tja, eigenlijk zijn jullie de omgeving van de dader.’ Puur technisch gezien zaten we dus ‘aan de andere kant’. De slachtoffers waren Shana, Kevin, Annick en hun dierbaren. Nu, in een volgende fase werden we wel degelijk als getroffen omgeving benaderd.”Toen ook wij de dag van de bekentenis uw school binnenkwamen, konden we de totale ontreddering vaststellen. Jullie waren in shock. Het ongeloof dat jullie uitstraalden, was bijna vast te pakken.“Dat is nu iets minder krachtig, maar de wonde die langzaam dichtgroeit, wordt telkens weer opengereten. We lezen zaken, worden nog regelmatig in het onderzoek zelf betrokken.”Wat komen de onderzoekers bij jullie vragen?“Allerlei dingen. Welke vuilniszakken we op school gebruikten, of we spuitbussen van een bepaalde kleur bezaten. Het lichaam van Annick was blijkbaar in een morteldoek gewikkeld, iets wat onder klinkers wordt gelegd. Dus kwam men ons vragen of wij bepaalde werken hadden laten uitvoeren op school. Nu nodigen ze collega’s die Janssen kenden uit voor aparte gesprekken. Uiteraard helpen wij zoveel als wij kunnen, en met grote bereidheid. We hebben teruggaand tot het jaar 2000 alle aanwezigheidslijsten van Janssen doorgegeven. In sommige gevallen leveren wij daardoor een alibi voor hem. Zoals u weet, is er een mevrouw verdwenen in Aarschot, Tamara Morris. De voormiddag dat zij verdween, gaf Ronald les bij ons. Tenminste, dat kun je uit de lesroosters van vier jaar terug aflezen.”Hoe zit het met uw leerkrachten? Leidt u een zwaar gehavend korps?“Het verschilt van persoon tot persoon. Die afdeling van onze school waarin Ronald Janssen lesgaf, is een nijverheidstechnische afdeling. De mensen daar zijn sowieso eerder doeners dan praters. Ik heb er een paar gezien die het heel erg moeilijk hadden.”En hoe uitten ze dat?“Ze zwegen, losten af en toe iets, soms op een onverwacht moment. Ik heb leerkrachten gehoord die me zeiden: ik ben hier vandaag, maar ik weet niet of ik het morgen nog zal kunnen. Nochtans is het qua afwezigheden nog meegevallen. Natuurlijk, de sfeer belaadde ons die eerste dagen enorm. In de leraarskamer was het stiller dan gewoonlijk. Op vrijdag, wanneer het min of meer traditie is om te blijven zitten, na te praten, een pintje te drinken, was de sfeer ook navenant. Mensen zochten écht contact met elkaar, fysiek, gaven schouderklopjes, leunden letterlijk tegen elkaar aan. “Wat me de laatste weken ook opvalt, is dat er iets meer conflicten zijn dan vroeger op school. We zien gevoeligheden, kleine irritaties. We vragen ons af of dit boven water was gekomen zonder de zaak-Janssen. Bij de leerkrachten is het allemaal veel krachtiger qua gevoel dan bij de leerlingen. Dat was vanaf dag één zo. De leerlingen die het moeilijk hadden, waren jongeren die een persoonlijke geschiedenis hadden met Shana of die zelf al kwetsuren hadden opgelopen in hun jonge leven, die vertrouwen in volwassenen gesteld hadden maar daarin beschaamd werden of beschadigd. Zij hebben iets heftiger gereageerd. Maar ach, zij zijn jong hé.”Ook vreemd was dat net op deze school Axel zit, de halfbroer van Kim en Ken, die in de jaren negentig verdwenen.“Dat dit alles samenkomt, is inderdaad eigenaardig. Tja, Axel heeft zijn verhaal in een krant gedaan, maar het is mij niet bekend hoe dicht hij ooit bij Janssen heeft gestaan. Hoe dan ook, zijn gezin is van Antwerpen naar Limburg getrokken om een nieuw leven op te starten en kijk: ze komen hierin terecht.”U bleek als directeur wel een volleerde communicator naar de buitenwereld.“We hadden geluk.”Geluk?“Ik bedoel: dat het redelijk vlot liep met die communicatie heeft met onze schoolstructuur te maken. De meeste scholen hebben één directeur, die er alleen voor staat. Wij hebben een team én we hadden al eerder een soort crisisplan uitgetekend. Uiteraard ben je op zulke zaken nooit voorbereid, maar er was toch een werkbaar model dat een en ander kon ondervangen. Een punt daarin was dat de externe communicatie door de coördinerende directeur zou gebeuren, andere verantwoordelijken van het team communiceerden intern, naar leerlingen en leerkrachten. Dat alles samen heeft het proces voor ons draaglijker gemaakt én het heeft gewerkt. Ook voor de pers, blijkbaar.”Waar haalt u de vaardigheden om in een enorm moeilijke situatie de zaak zo te beheersen?“De dag voor het nieuws bevestigd was dat hij de dader was, hebben wij ondanks ons ongeloof een worstcasescenario ontworpen. Dat scenario hebben we nadien uitgevoerd. Mijn functie daarin was gedefinieerd en dat was handig voor mij. Nu, los daarvan, ik ben hier al een tijdje in dienst als leerkracht en al 21 jaar directeur. Ik ben ook een paar jaar weggeweest om rond regionale samenwerking tussen scholen te werken. Ik heb daar zaken mogen leren en daarvan word je nooit dommer. Mijn aanstelling zelf was een lucky shot. Toen ik directeur werd, waren daar nog geen procedures voor.”Wie toevallig in de juiste gang liep, werd aangeduid?“(lacht) Nee, het was gewoon een andere tijd met andere gebruiken. Toen een voorganger van mij, de laatste priester-directeur, wegging, diepte hij papiertjes op uit zijn zak en deelde die uit. Op het briefje mocht je je drie voorkeuren geven. De leraar wiskunde werd daardoor directeur. En na een jaar wou die man het niet meer doen en kwam men mij vragen ‘of ik zin had’. Ik zei ja. Zo simpel ging dat toen.”Gaf u graag les?“Jawel, en germanisten zijn doorgaans ook populaire leraren. Vooral Nederlands is een fantastisch vak om aan jongeren over te brengen. Zeker in de hoogste jaren. Wat je vastpakt, wat je leest, wat je bent, dat is taal, je eigen taal. Ik werkte als leerkracht enkel met aso-leerlingen. Nu word ik ook met leerlingen uit het beroeps- en technisch onderwijs geconfronteerd. Schitterende jongeren allemaal, maar ze hebben een ander ritme. In een beroepsles aan de dag beginnen is geen sinecure. Je moet de tijd nemen die nodig is om toegang te krijgen tot hun geest. Je ziet in die groep ook grotere kwetsbaarheden, dus de inleving van leerkrachten moet heel groot zijn.”Net op die technische school werkte Janssen.“Dat is inderdaad niet simpel voor deze leerlingen, maar we zijn alert. Zodra we iets merken, pakken we dat aan. Ook in het aso doen we dat, op een andere manier. Zo hebben ze daar nu lessen over de werking van justitie. We hebben dat lessenpakket toegepast op de zaak-Janssen: hoe loopt dit onderzoek, welke stappen volgen er, van raadkamer tot assisen, volgens welke procedure verloopt een en ander? “Ik denk dat dit een kans is die we moeten grijpen. De leerstof zal er beter ingaan door de relatieve betrokkenheid. Het doel is ook om de leerlingen verder te leren kijken dan wat voor hun neus staat. Je moet maar naar internet gaan en fora aanklikken over Roland Janssen. Je leest er er zaken als ‘ze moeten ’m opknopen’. Dat is een veel te simpele redenering, zoiets moet je nuanceren. Waar kun je dat beter dan op de school, en zeker op onze school die bovendien nog betrokken is.”Wat met de ‘moraliteit’? Ziet u daar een verschuiving in de leerlingengroep of het lerarenkorps?“Het is nog te vroeg. We moeten er minstens een jaar laten overgaan voor we daar de vinger op kunnen leggen. Zelf vind ik dat we ons niet tot meer kwaaddenkende mensen mogen laten maken. Als het resultaat van dit alles zou zijn dat wij, vanuit een zware moraliteit, strenger of vervelender worden tegenover leerkrachten bij aanwervingen, dan is dat geen winst. Dan heb je het probleem van de open geest die dichtgaat.”Bent u daar bang voor?“We moeten vooral proberen om ons daartegen te wapenen. Als ik een parallel mag trekken: twee jaar geleden is er bij mij thuis binnengebroken en werden er waardevolle zaken gestolen. Wekenlang kregen mijn vrouw en ik boodschappen à la ‘tja, die Albanezen en die Roemenen’, terwijl er geen enkel spoor was die in die richting wees. Ik heb dat naast mij neergelegd en ik ben ook niet onnodig bang geworden. Omdat het geen zin heeft om irrationele gevolgtrekkingen te maken.”Met irreële angsten kregen jullie wel te maken op school.“Die eerste dagen leefde dat enorm. Mensen schrokken van het minste. Het sneeuwde toen, en we hebben het meegemaakt dat er een brok ijs van het dak viel en dat leerlingen en leerkrachten opschrokken. Bang omdat er iets wegschoof! Nu is die zogenaamde psychose er een beetje uit.”Het irrationele heeft plaatsgeruimd voor...“... toch een soort aanvaarding, de gebeurtenis plaatsen waar ze thuishoort. We zijn geraakt door iets waar wij zelf geen verantwoordelijkheid voor dragen. We hebben het niet uitgelokt, we herhalen dat ook tegen elkaar: ‘We hadden het niet moeten zien, want er was niets te zien.’”Een type misdadiger als Janssen is ook moeilijk te detecteren.“Ik ben als directeur verantwoordelijk voor het personeel. Er is nu intern bij ons een beperkte tendens van: we moeten veel strenger zijn bij de selectie. Maar, zeg me, hoe zuiver je iemand als Janssen eruit? Goede huisvader, sociale mens, geliefde buurman en fijn leraar. Met welke psychologische tests hadden we zijn afwijkende gedrag kunnen opsporen? “We zijn in het onderwijs net gestart met functioneringsgesprekken én evaluaties. Nu, ook met dat systeem hadden we hem niet gedetecteerd. Hij heeft trouwens functioneringsgesprekken gehad, en hij scoorde goed op alle onderdelen. Geen enkel probleem, geen vreemd gedrag, niets gaf aanleiding tot een negatieve evaluatie.”U hebt zelf nooit gedacht: wat een vreemd sujet?“Ik zal u meer zeggen. Stel dat men op 1 januari jongstleden had gezegd: kijk, in uw gebouw bevindt zich iemand die een moord heeft begaan, geef een lijstje met vijf kandidaten. Los van het feit dat ik er nooit vijf had gevonden, was Janssen nooit op die lijst beland. Hij was de laatste van wie je zoiets dacht.”Zet dat uw eigen inzichten niet op hun kop? U die pedagogisch bent opgeleid, gedurig bijgeschoold. Slaat zoiets de grond niet weg onder uw voeten?“Dat is ook heel even gebeurd. Je kunt als mens op het verkeerde been worden gezet en Janssen is daar een extreem voorbeeld van. Het is me bekend dat er zoiets bestaat als schijngedrag. Je ziet dat bijvoorbeeld bij jonge leerkrachten die zich extra inzetten zolang ze niet benoemd zijn. Dat mechanisme herkent iedereen, maar dit is van een andere orde.”Heeft de zaak-Janssen iets gedaan met uw geloof in de mensen?“Ik denk het niet. En als er toch een zweem van is, hoop ik dat ik mij daarover kan zetten. Liever word ik nog eens bedrogen dan dat ik argwanend zou worden.”Bent u vanuit idealisme met deze job gestart?“Ik ben inderdaad nog zo’n echte. In het begin had ik zeer idealistische doelen, intussen ben ik ‘faciliterend’ directeur. Raar woord, ik weet het. Ik bedoel daarmee dat ik probeer om het mensen gemakkelijk te maken, ik zorg er mee voor dat zich uit de groep initiatieven kunnen ontwikkelen. Ook leerlingen wil ik daarin stimuleren. Waarom zouden hun ideeën niet beter kunnen zijn dan die van de directeur? Waarom moeten wij hen een actie voor Kom op tegen Kanker opleggen? Het is toch véél beter als het spontaan van hen komt. Ook hun feest voor de honderd dagen, bij ons Chrysostomos genoemd, doen we in overleg. Het is altijd beter als het van hen komt, zo bereik je meer.”Werd er dit jaar al ‘gevierd’? De nieuwjaars-receptie hebben jullie afgeblazen, maar mocht dat feest van de honderd dagen doorgaan?“We hadden voorgesteld om het te verschuiven, maar voor de leerlingen hoefde dat niet. Hoelang stel je dat ook uit? Veertien dagen? Een maand? En zal zo’n uitstel iets veranderen? Nu, bij de start van het feest hebben de laatstejaars een minuut stilte gevraagd. Zoals je bij voetbalwedstrijden ziet. ‘Voor Shana en Kevin’, zeiden de organisatoren. Heel stil werd het toen.”Kunnen jullie zo’n drama ooit opbergen?“Dat is iets heel vreemds. Bij een sterfgeval volgt er een begrafenis, of een crematie. Ergens sluit je daardoor het verlies af, maar natuurlijk niet het verdriet. Ik heb in ons geval een soort ritueel gemist waardoor ik kon zeggen: dit is afgesloten. Misschien zal de veroordeling van Janssen zo’n scharniermoment zijn. Rituele periodes zijn belangrijk. Rooms-katholieken kennen dat, dingen als advent of de vastentijd, die hebben wel degelijk een functie. Hier blijft het maar slepen en duren. Weer een nieuw feit en daar gaan we weer. Je kunt zo moeilijk de pagina omdraaien.”U blijft duidelijk heel betrokken bij deze zaak.“Het is dwaas om te zeggen, maar ik heb meer medelijden met Janssen dan dat ik boos op hem ben. Niet iedereen denkt er zo over. De leerkrachten zitten in verschillende emotionele fases. Ondanks het verschil in verwerking valt het wel op dat veel leerkrachten bijstand inroepen van hulpverleners. Het is blijkbaar toch makkelijker om met externen te praten.”Had u hulp nodig?“Neen. Vier keer hebben ze me gevraagd hoe het met mij ging. Ik zei dat het wel lukte. Ik ben nooit echt gebroken in die periode. Al ben ik wel één dag ziek geweest, terwijl ik nooit ziek ben. Twee weken geleden was het er ineens: ik kón niet naar school. Ik blokkeerde. Ik ben ook maar een mens, en mensen zijn niet van beton. Maar praten helpt. We moeten blijven praten met elkaar. Mensen genezen mensen door bij elkaar te zijn. Ikzelf maak mij er misschien wat simpel van af door deze zaak, deze dader te zien als iets aberrants, als de grote uitzondering. Daardoor tast het mijn fundamentele geloof niet aan, mijn geloof in de mensen, geloof in iets hogers. Al mag je mij sowieso al geen traditioneel praktiserende gelovige noemen. Veranderingen in de kleine, alledaagse dingen, die hebben een veel grotere invloed op wie je bent en wat je beleeft. De zaak-Janssen niet, dat is iets buitenissigs.”U verwacht geen mentale dip?“Die kan nog komen natuurlijk. Ik weet het niet, maar ik lees er wel over. Nu ben ik bezig in een boek over calamiteiten, over hoe mensen reageren op extreme situaties. Ik voel de nood om een en ander te kaderen. Ik ben niet gedesillusioneerd. Wel geschokt, samen met de rest van de maatschappij. Leerkrachten en bij uitbreiding het onderwijs scoren niet slecht bij de publieke opinie. We scoren beter dan justitie en politiek. Dat iemand uit een betrouwbaar domein als het onderwijs dergelijke misdaden begaat, dát schokt de mensen.”Leerkrachten hebben iets absoluuts. Als zij iets misdoen, is iedereen ontzet. Neem het geval van de ‘betonleraar’ of de leraar die een leerling hard aanpakte na een sneeuwballengevecht.“Tja, de fameuze filmpjes zitten op ieders netvlies vast. Zulke zaken kunnen natuurlijk niet, maar toch begrijp ik die leerkrachten ook, zonder dat ik die acties goedkeur. Je verliest je overzicht en kiest voor de reactie. Die zaken zijn bovendien bij de publieke opinie blijven hangen omdat alles gefilmd werd en getoond. Iedereen heeft het gezien.”Zoals iedereen vijf weken geleden de beelden zag van uw gebouwen, de Sint-Martinusschool. Zijn die onuitwisbaar?“De mensen zullen zich dat herinneren, maar of het onuitwisbaar is? Onze school staat voor meer dan dat. Onze school is meer dan die slechte herinnering. Wij staan voor een prachtige schooltijd van jongeren, voor goede vorming, voor mooie herinneringen. Onze school zweert ook bij integratie, dat is onze missie. We zijn extreem ver gegaan in het principe dat alle leerlingen gelijk zijn. Dat trekt zich door in het gebouw, op de speelplaats en in het reglement. Latijn of beroeps, alles en iedereen loopt hier door elkaar. In een bepaalde klas kan eerst de derde Latijnse zitten en daarna de vierde verzorging. Daar willen wij voor blijven gaan. Akkoord, de schade is er nu voor iedereen, maar onze draagkracht is intussen nog groter geworden. We waren hier misschien zelfs beter op voorbereid dan andere scholen, omdat we dit model hanteren. Ik hoop uiteraard stilletjes dat we geen imagoschade lijden. Dat zullen we later wel zien. Maar ons project dat we dag na dag tot uitvoering brengen, is belangrijk. Wij willen niet de school van Ronald Janssen zijn.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234