Woensdag 13/11/2019

Ludo Abicht

In Géopolitique du chaos geeft Ignazio Ramonet een helder en profetisch gedreven overzicht van de staat van de wereld aan het einde van het millennium. Hij toont het verband aan tussen de 'innerlijke' irrationaliteit van het economische systeem en de 'externe' uitingen daarvan in het fundamentalisme en de etnische conflicten. Het heersende systeem is volgens de auteur "planétaire, permanent, immédiat, immatériel". Deze vier eigenschappen geven het een bijkans goddelijk karakter, dat in geen geval meer ter discussie mag worden gesteld. We kunnen daar alleen tegen ingaan door de vier componenten van de cultuur (traditie, wetenschap, Verlichting en media) opnieuw met elkaar te verbinden.

Met Eigen grond eerst? graaft Eugeen Roosens naar de dilemma's van de multiculturele samenleving die tegelijkertijd rekening moet houden met het diepgewortelde gevoel van 'primordiale autochtonie', dat makkelijk kan omslaan in xenofobie en racisme, en met de verdediging van de mensenrechten van de allochtone minderheden. Zijn essay is een intelligent pleidooi voor een realistische aanpak van het probleem van integratie van en respect voor de ander. Joden. Identiteit en karakter van een volk van Arthur Hertzberg & Aron Hirt-Manheimer biedt een verrassende kijk op het jood-zijn als 'uitverkiezing'. De opdracht om de messiaanse verwachting levend te houden in het belang van de hele mensheid kan, maar hoeft niet noodzakelijk religieus gegrond te zijn.

Frans

Aerts

Zoals de betere wijn wint ook literatuur aan waarde met de tijd; eigenlijk zou men enkel boeken moeten lezen die minstens vijftig jaar oud zijn. Bijvoorbeeld Het neefje van Mlle Autorité, de jeugdherinneringen van André Baillon - nu pas vertaald. Tegen het decor van het heel katholieke Vlaanderen van het laatste kwart van vorige eeuw wordt de persoonlijke tragiek opgevoerd van een wees uit de betere kringen; maar onder de regie van Baillon krijgt ook die tragiek bijwijlen komische allure.

Recenter zijn de dagboeknotities van Michel Leiris, In de tegenwoordige tijd, al ligt het zwaartepunt van de beschreven periode wel een halve eeuw achter ons. Hoe fascinerend klinkt zo'n dagboek van een oude wijze man, vol formuleringen die gesproken lijken over de muur van de dood heen, met de wat barokke bijklank die laatste woorden altijd lijken te hebben.

En dan toch één nieuw boek, het laatste van Patrick Modiano: Dora Bruder. Voor één keer geeft de schrijver zichzelf bloot, het historisch onderzoek naar het verdwenen joodse meisje Dora Bruder mondt uit in een autobiografische zoektocht naar het eigen joodse familieverleden. Een uitgezuiverd boek, heel sober en volkomen eerlijk, misschien wel de beste Modiano tot op heden.

Patrick

Allegaert

1. In Het zwarte boek heeft Orhan Pamuk het over de complexe relaties tussen Oost en West, authenticiteit en imitatie, fictie en realiteit. Het is een ingewikkeld, dubbelzinnig maar toch meeslepend en spannend spel. De vraagen 'Waarom ben ik ik?' wordt op een originele en indringende manier behandeld. De realiteit van het bestaan kan enkel herinnerd en verbeeld worden. "Niets is immers zo verbazingwekkend als het leven. Behalve schrijven."

2. Thomas Lynch, Ondergronds. Levensberichten uit het uitvaartwezen. Lynch, uitvaartverzorger, speurt in deze essays naar de wijze waarop we met de doden omgaan en hoe dit alles zegt over hoe we met onszelf en met het leven omgaan. Hij constateert dat we zeer bang zijn voor de dood, voor de vergankelijkheid van het vlees, voor de stank, en combineert daarbij moeiteloos diepzinnigheid met satire. Zo heeft hij het over het onpopulaire van zijn beroep, "de laatsten die u laten zakken". Zeldzaam is de man of de vrouw die met blijdschap uitkijkt naar een begrafenis. Berichten over het aantrekken van de economie doen mensen naar autodealers of meubelwinkels hollen. We kopen meer dan ons lief is, "maar de regel één begrafenis per klant geldt al millennia, en we hebben echt geen marktonderzoek nodig om aan te tonen dat voor de meesten zelfs die ene één te veel is."

3. Luuk Gruwez, Het land van de wangen. Aangrijpende beschrijving van het samenspel van liefde en dood, ernst en ironie, pikanterie en levenswijsheid. De vergankelijkheid van het bestaan en de kracht van de liefde tegen elkaar afgezet. De auteur stelt zich erg kwetsbaar op en doet dat op stilistisch superieure wijze. Daardoor raak je als lezer zeer betrokken bij alles wat geschiedt "tussen God en de pot".

Benno

Barnard

Nu men mij erom vraagt: ik verafschuw dit soort lijstjes, die de indruk wekken dat ik alles gelezen heb en maar drie boeken de moeite waard vind. Volgens mij is dat even bespottelijk als volwassen mensen een worst voor de neus houden: ik heb het over de nominatie van vijf of zeven ongelukkigen voor één prijs. Ja, ik koester ernstige bezwaren tegen 'de geest der eeuw', om met de oude Busken Huet te spreken! De criticus als de Schindler van drie van de vergetelheid geredde boeken, het toptienlijstje, het lijstje met de favoriete films, de aanbevolen toneelstukken, de... dit alles overgoten met de saus der vogue, alles à la dat almachtige televisieblad, alles mij in toenemende mate onverdraaglijk.

Om de waarheid te zeggen: het boek dat mij het voorbije Jaar Eén van mijn vaderschap het meeste plezier heeft bezorgd en waar ik het meeste van heb geleerd, is What to Expect the First Year, van een of andere hedendaagse Dr. Spock.

Maar ik wil niet consequent zijn, ik wil mijn afkeer niet verabsoluteren. Hemel nee! Dus noem ik een boek dat mij in 1998 ontroerd heeft: Het land van de wangen van Luuk Gruwez. En nog een: Terug thuis van Jeroen Brouwers. En nu ik toch bezig ben: een boek, drie folianten dik, waarvan ik nog jarenlang veel zal leren, de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse Beweging...

Voilà, alsnog drie boeken, nee, vijf, nee, zes!

Gie

van den Berghe

The Kidnapping of Edgardo Mortara van David I. Kertzer. Een zesjarig joods jongetje uit Bologna wordt in 1858 op bevel van de inquisitie bij zijn ouders weggehaald, vanwege het gerucht dat hij enkele jaren voordien stiekem gedoopt is (door een dienstmeisje dat voor z'n leven vreesde), en in Rome onder de hoede van de paus geplaatst. Kertzer gebruikt deze ooit geruchtmakende, maar nu vergeten zaak om het einde van het absolutisme en het begin van de moderniteit te belichten. Hij ontrafelt zorgvuldig de teloorgang van de Pauselijke Staat, de Italiaanse eenmaking, het feit dat de pers toen tot vierde macht uitgroeide, schetst het schrikbarende lot van de pauselijke joden en maakt de rol van de moderne Italiaanse inquisitie duidelijk.

Dit magistrale boek, en dat is de grote verdienste ervan, is geen aanklacht, maar een voldragen poging te begrijpen hoe men vanuit zijn overtuiging en met de beste bedoelingen andersdenkenden kan discrimineren en vervolgen. Zo goed geschreven dat het zó verfilmd kan worden. A Sin Against the Future van Vivien Stern: aanbevolen lectuur voor wie nog gelooft dat gevangenissen veel oplossen. Van Sterns vele inzichten onthou ik vooral dat vrijheidsberoving de eigenlijke straf is. Gevangenissen horen dus verder helemaal niet bestraf- fend, hard of inhumaan te zijn. Over televisie van Pierre Bourdieu: een even scherpe als scherpzinnige en op een groot publiek gerichte analyse van het medium televisie (gebracht op tv en nadien in boekvorm uitgegeven). Bourdieu legt een aantal onzichtbare structuren bloot die televisie tot het machtige instrument maken dat het is en verduidelijkt hoe bepaalde mechanismen van informatiegaring en -verwerking de werkelijkheid tot een soort eenheidsworst vervormen. Zijn betoog is niet vrij van enige zelfingenomenheid, maar wel een intellectueel festijn.

Griet

Boddez

1. Fadia Faqir, Zoutpilaren. Een ontroerend verhaal over twee Jordaanse vrouwen die, opgesloten in een psychiatrische instelling, op hun leven terugblikken, doordacht opgebouwd en geschreven in een poëtische, afwisselende stijl.

2. Alia Mamdoeh, Mottenballen. Een erg levendige beschrijving van het leven in Bagdad in de jaren veertig en vijftig.

3. Ibrahim al-Koni, Bloedende steen. Een filosofisch verhaal dat zich afspeelt in de Libische woes- tijn, over de plaats van de mens in de schepping, zijn relatie met de dieren, zijn medemensen en het goddelijke. Interessante kennismaking met ideeën uit een andere cultuur in een vlot lezend boek.

Jos

Borré

Ik heb de productie van het afgelopen jaar nog niet helemaal bekeken, maar tot dusver is Tussen mes en keel van Geerten Meijsing de beste roman die ik heb gelezen. Als lid van een jury die over korte tijd aan strategische gesprekken over persoonlijke voorkeuren begint, wil ik echter liever niets meer over mijn 'opgelegde' lectuur zeggen.

In de Vlaamse literatuur zijn de interessantste publicaties van het afgelopen jaar ongetwijfeld de verzamelde gedichten van Herman de Coninck en (het eerste deel van) de brieven van Gerard Walschap. De verzameling Onbegonnen werk. Gedichten 1964-1982 (1984) heeft jaren lang hoog op mijn lijst gestaan van tien boeken om mee te nemen naar een onbewoond eiland, maar ze wordt nu vervangen door De gedichten. Een weloverwogen, evenwichtige keuze uit het werk van Herman de Coninck, die een totaalbeeld van zijn ontwikkeling in beeld brengt en onthult hoe ook hij moest zwoegen en vijlen en groeien om de schijnbaar spontane eenvoud en ongedwongenheid tot stand te brengen. Samensteller Hugo Brems bewijst De Coninck een grote dienst door de realiteit van zijn ambacht uit te stallen voor er straks misschien een standbeeld wordt opgericht en de mythologisering haar eigen weg gaat.

Het eerste deel van de brieven van Walschap loopt van 1921 tot 1950 en slaat dus op zijn woeligste jaren. Een documentair unicum, verplichte lectuur voor wie zich over het Vlaanderen van die tijd nog wil uitlaten. Een combinatie van gedrevenheid en morele bewogenheid, sterker dan bedachtzaamheid, die hem ertoe bracht zijn nek uit te steken in tijden en omstandigheden waar dat niet voor de hand lag of aangewezen was, met een grote aanleg en lust voor het geschreven woord. Een authentieke homme de lettres, die Walschap.

Eric

Bracke

Bovenaan mijn lijstje staat Meridiaan van Bloed van Cormac McCarthy. De Amerikaanse schrijver rekent af met de romantische mythe van de verovering van het Wilde Westen door een nieuwe, gruwelijke mythe op te bouwen, aaneengekoekt met zwart geronnen bloed. Het is een taai epos waarin grenzeloze wreedheid schittert als de gloed van brandende kolen. Je kunt Judge Holden, de leider van de bende Indianenjagers waar het naamloze hoofdpersonage zich bij aansluit, dan ook als de verpersoonlijking van de duivel beschouwen. McCarthy is de Homerus én de Shakespeare van de twintigste eeuw.

Robert Hughes' meesterwerk American Visions, mijn nummer twee, is er in zekere zin mee vergelijkbaar. Het is een epische situering van de Amerikaanse kunst in de brede bedding van de geschiedenis van dit beloofde land voor immigranten. Het slaat de mythe aan diggelen dat de kunstgeschiedenis van Amerika uit het niets ontstaat - met Hopper en Pollock. Dit ambitieuze werk van de Australische kunstcriticus, de helderste onder alle critici, werkte net als McCarthy bij mij lang na. Sindsdien speurde ik in verschillende Amerikaanse musea naar interessante schilders die bij ons nauwelijks bekend zijn, zoals Marsden Hartley, Milton Avery en George Bellows.

Nummer drie is van geheel andere aard. Bij De Slegte kocht ik een paar maanden geleden Hans Warrens Geheim Dagboek 1954-1955 en las het meteen uit. Dit vijfde deel van Warrens Dagboek bezit de kwaliteiten van een bescheiden meesterwerk. Vergeleken bij de zuinige maar hartstochtelijke wijze waarop Warren over de perikelen met zijn mooie Arabische jongens schrijft, komt de gevierde Reve niet verder dan hol, maniëristisch gezwets.

Fred

Braeckman

Een heel mooi debuut (voor zover ik weet althans) is In vol vertrouwen van Michael Kimball. Hoe ga je aan de haal met je levensverzekering? Nieuwe, soms heel komische versie van een oud verhaal. Dit keer wil de dode zelf de premie incasseren.

Van de bekenderen: Elmore Leonard, Cuba Libre. Hartverwarmende historische thriller vol romantiek en misdaad die speelt in de vorige eeuw. Cuba wil onafhankelijk worden van de Spanjaarden maar Amerika ligt op de loer. Niet te overtreffen is weer eens Ruth Rendell. In Losprijs krijgt inspecteur Wexford te maken met de milieuproblematiek, corruptie en groen terrorisme. Maar wat kan hij eraan doen?

Toemaatje, niet-thriller: Saul Friedländer, Nazi-Duitsland en de joden. Deel 1: De jaren van vervolging 1933-1939. Meesterlijke historische studie met centraal het beleid en de standpunten van de nazi's, maar daarin integraal verweven het lot en de opvattingen van hun slachtoffers.

Stefan

Brijs

1. Leonard Nolens, Een lastig portret. Het vierde dagboek van de dichter, waarin hij opnieuw op meesterlijke wijze een indringend beeld geeft van het gevecht met zichzelf, met de drank, met de literatuur, met het leven. Tekenend is de volgende zin, geschreven op 23 april 1994: "Ik zal nog zo diep vallen dat ik van puur geluk geen woord meer kan zeggen of schrijven."

2. Stefan Hertmans, Steden. Prachtige reisimpressies, tegelijkertijd verhalen, essays, beschouwingen en herinneringen. Met kritische blik dwaalt Hertmans door steden, en of hij het nu over Triëst, Sydney, Marseille, Wenen of zijn thuishaven Gent heeft, steeds weer vindt hij op elke plaats een of andere onbekende hoek waarover hij zijn verhelderend licht werpt.

3. Bart Plouvier, Het gemis. Nauwelijks opgemerkte nieuwe roman van de rasverteller, waarin hij het verhaal doet van bootsman Dagobert Van Hemeldonck, die herinneringen ophaalt aan de bemanning van de stomer de Leukotheia: de astmatische scheeparts Jan Pronker, de gespierde hoerenzoon Jozef Boonen, de zware zwarte kok Mugo, de zingende eerste machinist Ignazio... Allen missen zij één ding: de liefde. Sappig geschreven, met veel humor en evenveel tragiek. Plouvier op zijn sterkst.

Bart

Brinckman

Het zal Vlaams minister-president Luc Van den Brande ongetwijfeld plezier doen maar ik heb me uitstekend geamuseerd met de Nieuwe encyclopedie van de Vlaamse beweging. Op een open en wetenschappelijke manier wordt de Vlaamse geschiedenis tegen het licht gehouden zonder dat dit meteen hoeft samen te vallen met een separatistisch project. Wat de huidige Vlaamse beweging uit lafheid niet durft, kan deze encyclopedie wel: het ondemocratische en racistische karakter van het Vlaams Blok in de verf zetten.

Een schitterende analyse van het fascisme maakt Umberto Eco in zijn opstel 'Het eeuwige fascisme', een onderdeel van het kleine juweeltje Vijf morele dilemma's. Het is aanbevolen literatuur voor extreemlinkse militanten die iedere politieke tegenstander bij gebrek aan referentiekader maar meteen als fascist bestempelen. Ook PS-politicus Claude Eerdekens kan er heel wat van opsteken. En het antwoord van Eco op de vraag of een ongelovige een morele overtuiging kan hebben, is een toonbeeld van "naastenliefde en wijsheid", de basis van elke samenleving die naam waardig.

Met wat schaamrood op de wangen moet ik voor de fictie mijn toevlucht nemen tot het Engelse taalgebied. Ik heb nu eenmaal een zwak voor Jonathan Coe die in zijn The house of sleep opnieuw met een afwisselend gevoel voor inleving en ironie en aan de hand van een erg intelligent opgebouwd verhaal de samenleving doorgrondt. Toch kan het boek niet tippen aan zijn vorige What a carve up!, maar die afrekening met de jaren tachtig van Margaret Thatcher was dan ook outstanding.

Geert

Buelens

Welke Goddeloze Onverlaat waagt het hier een lofzang op Drie Boeken te vragen? Terwijl wij toch allemaal weten dat er in Onze Cultuur slechts plaats is en mag zijn voor Eén Boek? De Auteur van dat Ene Boek verspreidt Zijn Woord - naar aloude Goddelijke traditie - wel via allerlei 'andere', zogenaamd 'verschillende' auteurs. Die heten dan Bill Gates, Guy Verhofstadt, Yves Desmet, Bert Anciaux, Daniel Goleman... en zoemen Inventiviteit, Integriteit, Intelligentie en Emotie de wereld in. De Boodschap: huilend consumeren kan de wereld redden. Of: stemmen doe je zoals shoppen - keer tevreden terug. Kortom: put your heart where your money is, maar denk intussen wel Diepe Dingen en laat je begeleiden door een didgeridoo.

In dat klimaat is Mijn Boek van het Jaar tegelijk perfect en pervers: het presenteert zich zeer duidelijk als een Bijbel voor het volgende millennium, het is schaamteloos multicultureel en toch door Amerikanen samengesteld en uitgegeven, het propageert allerlei geestelijke waarden (ecologie, spiritualiteit...) en een duidelijk geloof in de toekomst, maar doet dat via het meest nutteloze, belachelijkste, verouderdste en commercieel onverantwoordste genre dat er bestaat. Ik heb het over het door Jerome Rothenberg & Pierre Joris samengestelde Poems for the Millennium. The University of California Book of Modern & Postmodern Poetry. Volume Two: From Postwar to Millennium: bijna 900 bladzijden poëzie uit de hele wereld waarin zowel die poëzie als die wereld radicaal wordt herdacht en hertekend. Bent u nog mee?

Bert

Bultinck

De boeken die ik in 1998 heb gelezen waren zelden overweldigend. Toch drie hoogtepuntjes:

1. Ian Mc Ewan, Enduring Love - en dan vooral het magistrale eerste hoofdstuk, waarin de roman grenzeloos buitelt op verschillende niveaus, een onwaarschijnlijke narratieve krachttoer. Na het eerste hoofdstuk zakt het tempo een beetje en blijft er gewoon een Zeer Goed Boek over.

2. Rutger Kopland, Mooi, maar dat is het woord niet - en dan vooral het essay over Frank Koenegracht en diens hilarisch ontwijkende antwoord erop. Mooi is het woord wèl.

3. Stefan Hertmans, Steden - soms protserig, aanstellerig, pedant en naar het schijnt bij tijden zelfs onjuist wat bepaalde feiten betreft, maar op andere momenten aanstekelijk romantisch. De bohémien-macho, verliefd op alles wat slim en sexy is, voert je aangenaam dronken.

Joël

De Ceulaer

Simon Singh, De laatste stelling van Fermat. Een wiskundige stelling en Pierre de Fermat, Frans wiskundige, die 360 jaar geleden beweerde het bewijs ervan te kunnen leveren, maar het niet opschreef. Het tot drama's leidende gepieker daarop van wiskundigen die hun tanden op de stelling stukbeten. Tot Andrew Wiles ze in 1995 bewees. Dit boek vertelt het complete verhaal, met alle historische details en anekdotes

Alan Guth, Het uitdijende heelal. Het heelal en hoe dat zo gekomen is, bevattelijk uiteengezet in een tot onthutsend gepeins aanzettend boek. Zou Alan Guth, zoals Stephen Hawking, in een rolstoel zitten, dan kon elke marketingboy een bestseller maken van deze turf over de inflatietheorie. Frans de Waal, Van nature goed. Is de moraal ons van Hogerhand komen aanwaaien? Zo ja, dan heeft ook heel wat ander gedierte een speciale plek in des Scheppers handpalm. Etholoog Frans de Waal waagt zich met succes aan niets minder dan "de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren".

Niet zodra was ik in twee ademloze weken door zijn oeuvre heengeraasd, of daar verscheen Hand to Mouth. A Chronicle of Early Failure van Paul Auster. Een eerlijke brok autobiografie over zijn jonge jaren: hoe hij overdag vertaalde voor de kost en 's nachts schreef uit innerlijke noodzaak. Een stichtend boek.

De enige nieuwe Vlaamse roman die ik graag had gelezen (wie o wie legt mij uit wat er zo goed is aan pakweg Het goddelijke monster?) moet nog geschreven worden, en wel door Marcel Vanthilt.

Jef

Coeck

Om redenen van beroepsmisvorming, vakidiotie en onvertrouwdheid met de hedendaagse literatuur zal ik mij beperken tot non-fictie.

1. Desmond Morris, De andere sekse. Waarin mannen en vrouwen van elkaar verschillen. Een sociobiologisch meesterwerk van de orde van Morris' eerste seller, De naakte aap (1967). Hij schrijft nog steeds verhelderend, geestig, provocerend, onthullend, wetenschappelijk verantwoord en toch communicatief. Verwoede feministen krijgen lik op stuk, of tik op kut: theoretisch is het mogelijk dat in de toekomst ook mannen baren en zogen. Maar ook zonder deze provocerende passus is het een schitterend boek.

2. Chauvet, Deschamps & Hillaire, De grot Chauvet. Op school leerden wij over de 'fantastische' grottekeningen van Altamira en Lascaux. Tot groot genoegen van de erven Van In zullen de schoolboekjes andermaal moeten worden aangepast na de ontdekking van de grot Chauvet. Dubbel zo oud (30.000 jaar) als Altamira en Lascaux bevat ze een overvloed aan wandtekeningen waarvan het artistieke niveau dat van veel hedendaagse kunst ruimschoots overtreft. Talrijke foto's bewijzen dat. Een extra reden om het boek aan te schaffen is dat de grot zelf gesloten blijft voor het publiek.

3. Jacqueline Goossens, De beste straat ter wereld. Ik baal onderhand van columns, maar wat Goossens in deze eigenste krant regelmatig over New York bericht sla ik zelden over. Columns zijn per definitie zeer vergankelijk, veel van Goossens' stukjes daarentegen zijn tijdeloos - omdat ze over mensen gaan. De auteur is geen groot stiliste, maar wel een scherp waarneemster. Dat is waarschijnlijk haar sterkste kant: ook na 18 jaar verblijf in the Big Apple heeft ze haar verwondering behouden. Hier is geen deskundologe aan het woord, maar een begaafd bewoonster van de meest besproken stad ter wereld. Dat een boek daarover toch nog interessant blijft, zegt alles.

Pascal

Cornet

In dit tempo heb ik de Recherche uit tegen 2010. Proust lezen als ingetogen daad van verzet: geen hobby maar een houding die, door andermans toedoen, de affreuze omschrijving 'onthaasting' moet torsen. Van mijn vier Pléiade-bladzijden per uur heb ik het afgelopen jaar wellicht het meest genoten.

Een mogelijke verklaring daarvoor trof ik aan in Stefan Hertmans' inspirerende boek Steden. Ik denk aan een uitweiding over "iets eindeloos" in "anonieme details", over "het verlorene, dat zich even geeft".

"God zat in de details en nergens anders." Dat las ik dan weer in J.B. Schwartz' Reservation Road: een meeslepende psychologische thriller waarin dader en slachtoffer uiteindelijk nader tot elkaar komen in een gedeelde onmacht. Goede ontspanning. Gerrit Komrij ten slotte zij geprezen voor zijn virtuoze citeertechniek in de bloemlezing In liefde bloeyende. En uiteraard ook voor zijn deskundige en liefdevolle commentaar.

Lode

Delputte

De Portugese literatuur zat er al jaren op te wachten: de Nobelprijs. Maar ook zonder die hoge onderscheiding zou mijn voorkeur absoluut zijn uitgegaan naar Stad der blinden, het recent in het Nederlands vertaalde meesterwerk van de 76-jarige José Saramago. Het is het beklemmende relaas van een groep mensen die, door de buitenwereld verstoten omdat hun plotselinge overklaarbare blindheid besmettelijk blijkt, op elkaar aangewezen zijn om zich staande te houden in een stad waar de epidemie zo erg heeft toegeslagen dat alleen dierlijk overlevingsinstinct nog redding kan brengen. "Ach," zei Saramago enkele dagen voor hij het nieuws uit Stockholm te horen kreeg, "u weet toch perfect dat de werkelijkheid veel erger is dan dat? Cynische machthebbers, absurd ge-weld en grenzeloos egoïsme, zijn die niet uit het leven gegrepen?"

De macht en de waanzin die ermee gepaard gaat zijn ook de geprefereerde thema's van die andere Portugese Nobelprijskandidaat, António Lobo Antunes. In Het handboek van de Inquisiteur verzamelt hij enkele grandguignoleske getuigenissen over het Portugal van voor en na de Anjerrevolutie. Zoals al zijn romans gaat ook deze over de domheid van de elite, haar egoïsme en haar narcisme.

Het derde Portugeestalige boek dat er dit jaar uitsprong is een klassiek werk, Dorre levens, van de Braziliaanse auteur Graciliano Ramos. De roman, erg kundig vertaald door August Willemsen, gaat over een jong gezin dat, gejaagd door honger en droogte, op zoek gaat naar een beter bestaan. Ramos beschrijft de nietigheid van de mens in de tijd- en ruimteloosheid van de Braziliaanse sertão, dat "dorre, meedogenloze, onleefbare paradijs, dat zijn bewoners uitspuwt en overlevert aan de ramp van de beschaving". Als u zich daar niets bij kunt voorstellen, moet u in elk geval de film Central do Brasil gaan bekijken.

Joris

Gerits

1998 begon schitterend voor wie verslaafd is geraakt aan de lectuur van non-events in de met een soap vergeleken cyclus Het Bureau van J.J. Voskuil, waarvan in januari het extra dikke (977 pagina's) scharnierdeel verscheen: Het A.P. Beerta-Instituut. Een maand later verhuisde het echte Meertens Instituut uit het hart van Amsterdam naar een gemoderniseerd fabriekspand in de Watergraafs- meer. In die nieuwe behuizing zal men vergeefs zoeken naar de afdelingen dialectologie, volkskunde en naamkunde, want ze zijn opgeheven. Dankzij Voskuils Bureau blijven ze bestaan in de dag na dag sec en daardoor glanzend beschreven twijfel aan hun zin en nut. Wordt vervolgd.

Gerrit Komrij, die zichzelf geen professionele poëzieduider acht, probeerde in In Liefde Bloeyende het genot dat hij aan poëzie beleeft te delen met zijn lezers door een lucide commentaar van een drietal bladzijden te schrijven bij 100 en enige Nederlandse gedichten van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw. Deze bloemlezing versterkt het gevoel dat poëzie van alle troost misschien de minst schrale is. Wie daarvan nog niet overtuigd was, kan door Komrij te lezen zeker over de streep getrokken worden.

"Nooit, nergens heb ik mij de wet laten stellen. Dat zit in mijn familie en in mij. Men kan mij armen en benen afsnijden, dan ról ik mij nog naar de plaats waar ik mij vrij voel" (Gerard Walschap in een brief aan Herman Teirlinck op 18 maart 1938). In het najaar verscheen Brieven 1921-1950 van Gerard Walschap, verzameld en toegelicht door Carla en Bruno Walschap m.m.v. Harold Polis. Deze uitgave is een goudmijn voor wie het geestesleven in Vlaanderen tijdens het interbellum en in de jaren van verzet, collaboratie, repressie en epuratie wil opdelven. Maar ze vormen ook gewoon de vele steentjes van het levensmozaïek van een vader die schrijver was. Wordt eveneens vervolgd.

Kristien

Hemmerechts

Drie boeken vooral zijn me bijgebleven, alle drie boeken die op ingehouden wijze een uitgesproken emotionele ervaring centraal stellen. De eerste twee zijn expliciet autobiografisch, het laatste lijkt autobiografisch maar kan ook fictie zijn:

1. Jenny Diski, Skating to Antartica: een aanrader voor iedereen die dacht een ingewikkelde relatie met zijn ouders te hebben en vervolgens zal ontdekken dat het altijd nog slechter en troostelozer kan.

2. Ted Hughes, Birthday Letters: een absolute must voor wie van de poëzie van Sylvia Plath en/of Ted Hughes houdt.

3. Bernhard Schlink, Der Vorleser: het sterkste en ontroerendste boek dat ik in jaren heb gelezen, een boek over de holocaust dat ons op het hart drukt: oordeel niet te snel.

Stefan

Hertmans

1. Don DeLillo, Onderwereld.

2. Rüdiger Safranski, Het kwaad.

3. Elfriede Jelinek, De kinderen van de doden.

Leen

Huet

1. Marina Tsvetajeva, Herinneringen en portretten. Boek van verblindende, hartverscheurende intensiteit. Wekt vreemde gedachten op: de wereld is goed, omdat zíj er haar bladzijde over schwarzer Peter in schreef. De geest kan het niet vatten - uit dat gruwelijke lot kwam deze schoonheid voort.

2. Ludovico Ariosto, Orlando furioso. De razende Roeland. Zoetvloeiend, verrukkelijk meanderend en wijs epos over de sprookjeswereld van ridders en dames, dames en ridders. Toppunt van hoofse letterkunde. Schitterende vertaling van Ike Cialona.

3. Geen boek, een gedicht: Binsley Poplars, Felled 1879, van Gerard Manley Hopkins, geschreven op 13 maart 1879:

My aspens dear, whose airy cages quelled Quelled or quenched in leaves the leaping sun, All felled, felled, are all felled; (...)

Dirk

Van Hulle

1. Ian McEwan heeft terecht de Bookerprijs gewonnen, zij het misschien voor de verkeerde roman. Niet zozeer het satirische en puntgaaf gecomponeerde Amsterdam, maar de ontregelende roman Ziek van liefde, over de smalle grens tussen gezond verstand en waanzin, is (alleen al vanwege het in- drukwekkende openingshoofdstuk en het pseudo-wetenschappe- lijke artikel achterin) het lezen, zelfs het herlezen meer dan waard.

2. Nick Hornby schreef een opmerkelijk boek over de kunst om niet op te vallen als een levensnoodzakelijke vorm van mimicry. Vermomd als alledaagse realiteit camoufleert Hornby's sprankelende fictie zich onder de opzettelijk nietszeggende titel Een jongen.

3. Colum McCann ondergraaft een eeuw Amerikaanse geschiedenis door het verhaal van een New Yorkse metrodelver en dat van diens kleinzoon als twee helften van een tunnel te laten samenkomen in het midden van zijn knappe eerste roman Het verre licht, die net iets dieper (een meter of twintig) onder de kerstboom ligt.

Geert

van Istendael

1. Torgny Lindgren, Het licht. Ik heb ooit het voorrecht gehad deze boomlange, baardige Zweed een verhaal te horen voorlezen uit de bundel De schoonheid van Merab. Ik werd hevig ontroerd en moest ook vreselijk lachen. Dit was een dorpsverteller van de allerbeste soort. Ik ben dat boek onmiddellijk gaan kopen. Het heeft me niet teleurgesteld. In Het licht wordt een middeleeuws, afgelegen dorp getroffen door de pest. Iedereen sterft, op een half dozijn mensen na. En wat vee. Heen en weer geslingerd tussen verbijstering en verstand proberen ze hun dorp te bewaren. Lindgren zegt dat hij de kunst van het vertellen van zijn grootmoeder afgekeken heeft. Márquez zegt hetzelfde. Lindgren heeft misschien beter afgekeken.

2. Brigitte Reimann, Franziska Linkerhand. In de DDR is de vroeggestorven Reimann ook na de Wende een cultfiguur gebleven. Haar roman Franziska Linkerhand verscheen in 1974, een jaar na haar dood, onvoltooid. In Oost-Berlijn, moet ik even benadrukken. De hoofdfiguur is een vrouw in een beroep dat toen nog voor mannen bestemd was, architect, een vrouw met vele liefdes, in een nieuwe Oost-Duitse provinciestad. Lijkt banaal of achterhaald? Zeg dat vooral niet. Ik weet niet wat me het sterkst aantrekt in deze 600 bladzijden, de vrijmoedigheid, de intelligentie of de subtiele techniek van de schrijfster. Voor generaties vrouwen in de DDR was dit een lijfboek. Maar onlangs zei een West-Duitse me dat het ook voor haar indertijd een revelatie was geweest. Wie waagt zich aan een Nederlandse vertaling van dit meesterwerk?

3. Francis Ponge, La Rage de l'expression. En vele andere bundels van deze wonderlijke dichter, maar deze, verschenen in 1952, heb ik dit jaar herlezen. Ponge, die ooit schreef dat het in de kunst permanent revolutie moet zijn, terreur zelfs, wijdt minutieuze beschouwingen aan een wesp, een anjer, een pijnbomenbos, een vogeltje. Of aan een telefoontoestel, een fabrieksschoorsteen, modder. Zijn gereedschap was de grote Littré. Dingen en gedichten zijn onverzoenbaar, placht hij te zeggen. En dan niet kunnen ophouden de dingen te betasten met woorden. Sublieme teksten, logisch en toch kronkelig, zijn het resultaat. Een grote meneer.

Herman

Jacobs

De mooiste: Marianne Fredriksson, Anna, Hanna en Johanna (de hele eeuw omspannend levensverhaal van Zweeds driegeslacht, traditioneel maar niet reactionair, indringend, ontroerend - wijs); Isabel Marie, De koffer (vlijmend lucide, navrant relaas van na helse jeugd bij pleegouders toch ongebroken 'niemandsdochter' die alsnog aan haar afkomst ten onder gaat); Charles Ducal, Naar de aarde (grimmig gevecht tegen het narcisme om weer aansluiting te vinden bij de wereld, in granieten, genadeloze, adembenemende ge dichten). (Geen plaats is hier verder helaas voor Leila Berg, Waaierboek; Erich Hackl, Sara en Simón; Vénus Khoury-Ghata, De maîtresse; Torgny Lindgren, Hommelhoning; Toon Tellegen, Dora.)

De eigenzinnigste: Gerrit Kouwenaar, Gedichten 1978-1996 & Een glas om te breken (zoveel meer dan hermetisch horlogemakerswerk: indrukwekkende, levende, bijwijlen volmaakte poëzie van Nederlands grootste levende dichter); Péter Esterházy, Een vrouw (even uitzinnige als melancholieke als hilarische als dreigende als ware variaties op de liefde uit de taal te voorschijn getoverd); Felicitas Hoppe, Kappers in het gras (sprookjesachtig meedogenloze wereld monter bezworen in korte, zeer fantasierijke verhalen). De interessantste: behalve de al genoemde (al dan niet autobiografische fictie die - geen tijdverdrijf maar tijdverblijf - je iets meer van jezelf, de ander en de wereld doet begrijpen), deze non-fictietitels: Frans de Waal, Van nature goed. Over de oorsprong van goed en kwaad in mensen en andere dieren (fascinerende demonstratie van het feit dat ook dieren moraal en altruïsme bezitten); Elizabeth Loftus & Katherine Ketcham, Graven in het geheugen. De mythe van de verdrongen herinnering (goed gestoffeerd pleidooi voor enige nuchterheid in de seksueel-misbruikhysterie).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234