Zondag 29/11/2020

luchtige latino-kitsch

Een huid van karamel van Sandra Cisneros bevat alles wat je van latino-literatuur mag verwachten. Het is een omvangrijke, kleurrijke, anekdotische familieroman, in de lijn van Laura Esquivel en Isabel Allende.

Sandra Cisneros

Een huid van karamel

Oorspronkelijke titel: Caramelo

Vertaald door Arthur de Smet

De Geus, Breda, 444 p., 22,50 euro.

In Mexico kwam een paar jaar geleden een groep jonge schrijvers samen om een manifest te schrijven. Ze noemden zichzelf 'crack' en waren de cactussen beu. Vooral hadden ze er genoeg van dat de Latijns-Amerikaanse literatuur altijd over Latijns-Amerika moest gaan en dan nog liefst op een folkloristische manier, met veel aandacht voor indio's, bijgeloof, tropische keuken en exotische erotiek. Het moest nu maar eens uit zijn met het magisch-realisme van de epigonen van Márquez. Uit balorigheid legden de crack-auteurs zichzelf een aantal dogma's op: geen cactussen, geen indio's, geen verwijzingen naar plaatselijke mythologieën. Jorge Volpi (De zoektocht naar Klingsor) en Ignacio Padilla (Amphitryon) situeerden hun romans dan ook consequent in Midden-Europa. Nu zou het jammer zijn als de crackers in de boosheid zouden volharden en helemaal nooit meer over hun eigen land en cultuur zouden willen schrijven. De literaire uitdaging bestaat er juist in om dat wél te doen, maar dan op een frisse, onverwachte manier, zonder in een geïdealiseerd verleden te blijven steken. Voor het overige hebben de crackers overschot van gelijk: het folklorisme is in de Latijns-Amerikaanse letteren nog lang niet dood, wel integendeel. En het leeft niet alleen op het continent, maar ook daarbuiten. De verheerlijking van de roots is op dit moment zelfs vooral een Noord-Amerikaans fenomeen. Er is in de Verenigde Staten een grote groep schrijvers actief die van hun Spaanse afkomst hun thema gemaakt hebben. Zij maken deel uit van Amerika's grootste minderheid, de Hispanics. Hun ouders kwamen uit Mexico, Cuba of Puerto Rico, maar zelf zijn ze Amerikaanse staatsburgers, spreken ze Engels en drukken ze zich ook literair in die taal uit. De latinisering of hispanisering van de VS is al decennialang aan de gang, maar pas de laatste jaren begint het te lonen om zich als kunstenaar of schrijver, als acteur of zanger met het label 'latino' te tooien. De trend is gezet door Hollywood en de muziekindustrie. Antonio Banderas, Andy García, Ricky Martin, Enrique Iglesias, Jennifer Lopez, Selma Hayek, Shakira, Las Ketchup en alle anderen: ze behoren lang niet allemaal tot de bevolkingsgroep van de Hispanics (er zijn ook gewone Spanjaarden tussen), maar hun succes past perfect in wat men de 'Latino Wave' is gaan noemen. Ook een bepaald soort literatuur deint mee op die golf. Dat Hispanics over zichzelf, hun familie en hun cultuur schrijven, is natuurlijk volstrekt normaal, maar het is nog maar sinds kort dat hun werk het merk 'latino' meekrijgt. De latino-literatuur wordt als dusdanig gepromoot door uitgeverijen en bestudeerd in speciale seminars op congressen en aan Noord-Amerikaanse universiteiten.

Een zestal latino-auteurs is tot hiertoe in het Nederlands vertaald: Oscar Hijuelos en Cristina García (van Cubaanse afkomst), Rosario Ferré en Esmeralda Santiago (uit Puerto Rico), Julia Alvarez (Dominicaanse Republiek) en Sylvia López Medina (Mexico). Isabel Allende en Laura Esquivel worden vaak samen met die anderen genoemd, meestal in lovende vergelijkingen op het achterplat. Esquivel is geen Hispanic, maar een Mexicaanse uit Mexico; Allende woont sinds enige tijd in Californië, maar schrijft in het Spaans. Wel worden hun boeken direct in het Engels vertaald (van Esquivel zijn dat er niet zoveel) en gretig door de Noord-Amerikaanse (en Europese) doelgroep gelezen.

Ter tafel ligt een nieuwe latino-roman, Huid van karamel van Sandra Cisneros. Cisneros werd in 1954 in Chicago geboren als dochter van een Mexicaanse vader en een Mexicaans-Amerikaanse moeder. Ze schrijft in het Engels en wordt publicitair aangekondigd als Amerika's 'Leading Latina Author'. Dat is misschien wat overdreven, maar met haar roman The House on Mango Street en haar verhalen had ze wel een vaste plaats verworven binnen het kransje van succesvolle schrijvende latina's. Haar 'luchtige verteltoon' wordt opnieuw vergeleken met die van Laura Esquivel en 'de warme en kroniekachtige vertelstijl' met die van Isabel Allende. De vergelijking doet het boek een beetje tekort, maar voor de rest bevat Een huid van karamel alles wat je van latino-literatuur mag verwachten. Het is een omvangrijke, kleurrijke, anekdotische familieroman, verteld door kleindochter Celaya of 'Lala', zeg gerust Cisneros zelf.

De schrijfster zal het ongetwijfeld ontkennen en zich beroepen op haar fantasie, maar het kan niet anders of haar boek is zeer autobiografisch. Delen 1 en 3 vertellen het leven van Celaya Reyes, haar vader, moeder en zes broers (in latino-romans zijn grote families verplicht; Oscar Hijuelos heeft dat fenomeen eens geparodieerd in De veertien zusters van Emilio Montez O'Brien; Rosario Ferré voert in Excentrieke kringen haar hele stamboom op, inclusief een tiental tantes, verdubbeld met ongeveer hetzelfde aantal ooms). Alles begint met de jaarlijkse reis die het gezin Reyes maakt van Chicago, waar ze wonen, naar Mexico-Stad, waar het huis van oma en opa staat. Voor Lala is het alsof ze van een begrafenis in een feest zonder einde terechtkomt. Maar tegelijk komen er tijdens het Mexicaanse verblijf oude, onopgeloste conflicten naar boven. Het familiebezoek zorgt ook voor irritaties tussen haar ouders. Lala staat op het punt een belangwekkend geheim te ontdekken, wanneer deel 1 bruusk afbreekt.

Na deze prelude duikt de vertelster in een verder verleden. Haar overgrootouders hebben de woelige tijden van de Mexicaanse Revolutie (1910-1917) nog meegemaakt. Terwijl Cisneros in deel 1 haar jeugdherinneringen als basis gebruikte en er veel bij verzon, neemt ze hier de verhalen over die ze als kind moet hebben horen vertellen - en eveneens verzint ze er van alles bij. Ze heeft zich ook goed gedocumenteerd: Cisneros neemt namelijk de gelegenheid te baat om de familiekroniek te laten kruisen met de geschiedenis van Mexico. (Hoe zat het ook alweer met Emiliano Zapata en Pancho Villa? Wat is een rebozo? Wat deed Charlotte, zus van Leopold II, als keizerin in Mexico verzeilen?) Uiteindelijk, na de nodige strubbelingen en avonturen, komt de familie in Chicago terecht. Op het eind van deel 2 wordt Lala geboren; in deel 3 volgt haar levensverhaal. Als finale krijgen we een feest: pa en ma Reyes zijn dertig jaar getrouwd en dat moet gevierd. Want ondanks alle conflicten blijft de familie nummer een. "En of je het nou leuk vindt of niet, we zijn allemaal een en dezelfde."

Het is er allemaal: de idyllische herinneringen aan het land van herkomst, de Spaanse taal met haar prachtige uitdrukkingen, de sentimentele liedjes, de kruidige keuken, het heimwee naar een tijd toen geluk nog heel gewoon was. En dan de tweede generatie: de epische pionierstijd, de nieuwkomers in de VS die zich door hard te werken een plaatsje probeerden te verwerven in de American Dream. Hun kinderen zijn helemaal vernoordamerikaanst. Ze zijn geworden waar hun ouders van droomden, maar toch voelen ze zich op een bepaalde manier nog ontheemd, gevangen tussen 'hier' en 'ginds', tussen 'nu' en 'toen'.

Die zoektocht naar een verleden, die constructie van een eigen traditie, daar draait het in de meeste latino-literatuur om. Nu zijn er in de literatuur geen goede of slechte onderwerpen. En de queeste naar de oorsprong is al zo vaak met succes beschreven. Bij de latino-schrijvers dreigt het een rituele oefening te worden: voor je het weet, zit je met kitsch (de sentimentele kitsch van de nostalgie, het heimwee naar een plaats die nooit bestaan heeft, de belofte van geluk gesitueerd in een gedroomd verleden). Dit risico wordt nog eens vergroot door de populariteit van de latino-literatuur: zij is ontdekt door de marketeers, die haarfijn weten uit te leggen aan welke criteria een goede roman moet beantwoorden. Deze commercialisering van het genre leidt onvermijdelijk tot een groter conformisme. Niet alleen lijken veel latino-romans op elkaar, ze moeten dat ook willen ze als latino-roman herkend worden. Een huid van karamel past helemaal binnen dat stramien (dat veel weg heeft van een telenovela of soap). Het bevat al wat je kunt verwachten, en dit in grote doses, maar veel meer ook niet. Cisneros is een vakvrouw die weet wat ze wil of anders wordt ze door een uitstekende redacteur bijgestaan. Er is duidelijk veel aandacht besteed aan de vorm (overzichtelijke structuur, afwisseling van types tekst). Er is de nodige lering (verklarende voetnoten, een chronologie van de Amerikaans-Mexicaanse betrekkingen) en het nodige vermaak (anekdotes, jeugdherinneringen, liedjes). Cisneros bespeelt precies die thema's die bij haar postkoloniale en postfeministische lezers (waarschijnlijk vooral lezeressen) aanslaan. Echt spannend of pakkend wordt het verhaal nooit; daarvoor is de stijl te luchtig en te kroniekachtig. Een huid van karamel zal ongetwijfeld binnen het genre een vaste referentie worden, maar het blijft vooralsnog wachten op de 'Great Latino Novel'.

Peter Venmans

Het is er allemaal: de idyllische herinneringen aan het land van herkomst, de Spaanse taal met haar prachtige uitdrukkingen, de sentimentele liedjes, de kruidige keuken

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234