Vrijdag 03/12/2021

LUCAS VANDERVORST EN BOB DE MOOR OVER HUN 'GLOED' BIJ MALPERTUIS

De Moor: 'Dit verhaal komt zo dicht mogelijk bij wat er te verwoorden valt over datgene waarover je moet zwijgen. Daarom trok het me zo aan'

De waarde van de vriendschap

Veel kans dat de eerste voorstelling van 2005 meteen de soberste wordt. Gloed van Malpertuis heeft aan twee stoelen en een wastobbe genoeg voor een heel levensverhaal. Het is dat van Henrik en Konrád, twee boezemvrienden op leeftijd. Regisseur Lucas Vandervorst en acteur Bob De Moor delen een even gerijpte verwantschap. 'Er is tussen ons een groot wederzijds respect en een blijvende nood om samen te werken. Maar we zijn het lang niet altijd eens.'

Tielt

Van onze medewerker

Wouter Hillaert

Achter die persoonlijke evaluatie liggen bijna twintig jaar van gedeelde theaterervaringen. De eerste keer dat De Moor en Vandervorst samen de repetitiezaal indoken, was in 1986, voor Tubutsch, toen nog bij het Gezelschap van de Witte Kraai. Niet veel later richtte Vandervorst De Tijd op, waar De Moor in de loop der jaren zo'n vijftien keer als gastacteur zou opduiken. Zelfs toen hij artistiek leider werd van Theater De Korre (1994-2000) en theaterMalpertuis (in 2002), is De Moor De Tijd blijven frequenteren, onder meer in succesproducties als De fantasten, Risquons-tout en onlangs nog Trilogie van het weerzien.

Voor Gloed werden de rollen omgedraaid. Deze keer was het De Moor die Vandervorst uitnodigde om mee in zijn bootje te stappen. Punt van afvaart was de roman Gloed van Sándor Márai. De Hongaarse schrijver (°1900) moest zich zijn hele carrière zo sterk isoleren van de culturele dwingelandij van het communisme, dat hij zich in 1989 finaal een kogel door het hoofd joeg. Zijn dood viel paradoxaal genoeg net voor die Wende, die ervoor zorgde dat zijn oeuvre opgevist werd als een van de uniekste in Oost-Europa.

Veel van Márais succes berust op zijn vermogen om via een geconcentreerde spanning in het vertellen een hoop oorspronkelijke gedachten te formuleren over grote waarden. In Gloed is dat de vriendschap. Een 75-jarige generaal krijgt na 41 jaar opnieuw bezoek van zijn jeugdvriend Konrád, waarmee hij samen het gevaarlijke trapladdertje van het verleden afdaalt. Daar vond ergens in een bos een onopgehelderde confrontatie tussen beide vrienden plaats. Het broeit er van moord en overspel, maar de waarheid laat zich niet vangen. "Het verhaal komt zo dicht mogelijk bij wat er te verwoorden valt over datgene waarover je moet zwijgen. Daarom trok het me zo aan. Het draagt een geheim in zich dat je niet kunt prijsgeven", aldus De Moor.

Je ziet een oude man terugkijken op zijn leven. Net die uitgangssituatie vond je al in eerdere hechte samenwerkingen als Casanova en Tityrus. Toeval?

Vandervorst: "Dat heeft veel te maken met het monoloogkarakter van die teksten. Blijkbaar gaat daar een gedeelde fascinatie van uit."

De Moor: "Dat heb je misschien met ouder worden, dat je belangstelling verschuift naar traditionelere verhalen?"

Vandervorst: "Maar het is toch niet zo dat we op zoek zijn naar nostalgische teksten? Ik word juist jonger met de jaren, vind ik. Het gaat eerder over de eenzaamheid van zo'n verteller."

De Moor: "Tubutsch had dat ook al. Dat was gebaseerd op De man zonder eigenschappen van Musil. Niet toevallig is dat weer zo'n schrijver uit de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie, net als Márai. Zij hanteren een heel bijzondere taal, waar ook een grote ontheemding uit spreekt. Daar hebben we alletwee wel iets mee."

Waarom zoeken zoveel makers hun materiaal tegenwoordig in romans in plaats van in toneelstukken?

Vandervorst: "Het theaterwereldje weet momenteel niet zo goed waar het heen moet, merk ik. Iedereen is op zoek naar een vorm om te overleven. Sommigen doen dat in hun vormgeving, met video en zo, anderen in het soort verhaal dat ze brengen. En daar is de grote meerwaarde van een literaire schrijver dat hij zelf geen theatrale oplossing suggereert. Hij maakt je dus sterk verantwoordelijk voor hoe je zijn boek leest. Dat sluit mooi aan op de gedeelde verantwoordelijkheid die je in het theater steeds essentiëler voelt worden. Het belang van een mooi afgelijnde rol voor elke acteur is aan het vervagen. In de plaats komt de collectieve 'adem' van de vertelling."

Ik kan me voorstellen dat net daar onenigheid ontstaat, in de vertaling van de roman naar een gezamenlijke interpretatie.

De Moor: "Inderdaad. Thuis in je zetel lees je zo'n boek zoals je wilt, afhankelijk van je gemoed. Maar op de scène word je gedwongen om uit die persoonlijke interpretaties één keuze te maken, in je spel en je toon. Lucas wou het allemaal veel suggestiever maken, en daar zijn heel wat tekstdagen overheengegaan. Maar uiteindelijk kom je toch tot een consensus. Zo hebben we veel minder dan Márai gefocust op het duel tussen Henrik en Konrád, maar net op hun gedeelde vriendschap. De wraakgedachte is eruit, in de plaats komt een grotere lotsaanvaarding."

Vandervorst: "Als ik literatuur bewerk, ben ik eigenlijk nooit bezig met de vormgeving van de bron, maar altijd met de voorstelling zelf. Ik word wel eens versleten voor een literaire theatermaker, maar ik voel me veel meer een schilder. Ik maak levende beelden, geen vertaling van literatuur."

Toch merk je dat in jullie Gloed vooral de vertelling op zich een rol gaat spelen. Je ziet een man die op zoek gaat naar de waarheid maar het eigenlijk vooral, nog meer dan in het boek, voor zichzelf rond wil krijgen, net door te vertellen.

Vandervorst: "Theater maken op basis van literatuur is altijd je verhouden tot het probleem van de tijd. Toneel is per definitie tijdsgebonden, terwijl een goed auteur in zijn boek altijd de tijd kan stilleggen. Daar streven wij ook naar op de scène, waardoor er meteen een mentale ruimte ontstaat. Want als er geen tijd is, is er ook geen ruimte. Dan kom je heel snel uit bij de puur existentiële vraag: 'Waar zijn we hier in dit leven mee bezig?'"

Maar dat wordt dan zo sober en statisch vormgegeven dat je het publiek tijdens de première toch af en toe voelde afhaken. Is die volgehouden traagheid in het vertellen iets wat vandaag nog wel te verdedigen valt?

Vandervorst: "Dit is gewoon geen impulsentheater. Binnen de structuur die wij kiezen, kunnen we elkaar nooit verrassen met een sprong in een koud bad. Het is dus eigenlijk geen theater om premières mee te houden, omdat er dan een spanning over komt te liggen waar de vertelling absoluut niet bij gebaat is. Het is pas in de duur van de voorstelling en van de speelreeks dat dit theater zijn mogelijke zin krijgt."

De Moor: "Toch zijn we er zeker niet op uit om echt een 'trage' voorstelling te maken. Als ze zo overkomt, dan is dat het gevolg van iets, niet het doel. Het is dansen op een slap koord."

Maar zelfs dan blijft het theater waarvoor je haast een bepaalde leeftijd moet hebben om er echt voeling mee te krijgen. Of niet?

De Moor: "Ik blijf dat heel raar vinden, maar het lijkt wel te kloppen. Jonge mensen hebben wel respect voor wat wij doen, maar het is zelden hun ding. Mensen van boven de veertig vinden het vaak juist fantastisch. Het is gewoon omdat wij dat doen, meer niet."

Vanavond om 20.30 uur gaat Frieda Van Wijck met Bob De Moor en Lucas Vandervorst in gesprek op de Maandagen van Malpertuis, Stationsstraat 25, Tielt. Gratis toegang. Gloed doet deze week alvast Geel (13/1, cc De Werft), Overijse (14/1, gc De Bosuil) en Mortsel aan (15/1, cc MLS) en toer nog tot de dernière in Malpertuis op 25 en 26 februari. Info: www.malpertuis.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234