Woensdag 29/06/2022

GetuigenisLuc Nilis en Mieke Jonckers

Luc Nilis: ‘Ik isoleerde mezelf. Typisch voor een verslaafde. Het moment dat je het probleem herkent, is het vaak al te laat’

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Shirtreclame op de truitjes van uw favoriete voetbalploeg, Jean-Claude Van Damme die in een reclamespot een huiskamer binnenvalt, affiches op straat die u aansporen om verantwoord te spelen. De reclametechnieken van gokbedrijven zijn talrijk en creatief, maar moeten tegen het einde van het jaar zo goed als allemaal verdwijnen, heeft minister van Justitie Vincent Van Quickenborne beslist.

Iemand die de lokroep van de winst niet kon weerstaan, is Luc Nilis (54). Na jaren van gokproblemen en depressie verzeilde hij uiteindelijk in een afkickcentrum in Zuid-Afrika, waar eerder ook al zijn zoon Arne in therapie ging. Nu het leven hem weer toelacht, blikt hij samen met zijn partner Mieke Jonckers (40) terug op die woelige periode.

Jan Hauspie

“Ik heb de kwaliteiten niet om hoofdtrainer te zijn”, sprak Nilis eind 2020 nog. Niet eens een halfjaar later bewijst hij zijn eigen ongelijk: bij Belisia Bilzen, een Limburgse club uit de tweede amateurklasse, ging hij vorige zomer de sportieve lijnen uitzetten. Zijn eerste volwaardige trainersjob in België.

Luc Nilis: “Toen Bilzen me benaderde, wist ik: als ik deze kans niet grijp, zal ik nooit weten of ik het in me heb. Ik wilde later geen spijt hebben. Wel, ik ben blij dat ik het heb geprobeerd: het is een fantastisch jaar geworden.”

Je had je neus kunnen ophalen voor het lage niveau.

Nilis: “O, maar daar kijk ik niet naar. Trouwens, het niveau is beter dan ik had verwacht.”

In december 2020 leek je terugkeer naar België al nakend: Anderlecht liet je twee weken stage lopen als spitsentrainer. Maar dat liep af met een sisser: het financiële voorstel dat paars-wit deed, was naar verluidt nogal mager.

Nilis: “Wouter Vandenhaute had me nochtans zelf gebeld. Maar goed, toen het aanbod van Bilzen kwam, heb ik daarvoor gekozen. Tot ik na een tijdje heb aangegeven dat ik nog een extra job zocht, omdat ik ook overdag iets omhanden wilde hebben. Toen kwam Racing Genk op de proppen. Ik train nu Belisia, geef individuele training aan de Genkse aanvallers en volg op woensdag de UEFA A-trainerscursus in Leuven. Mijn week is mooi gevuld zo.”

Waarom ben je zolang uit beeld gebleven in België? In Nederland heb je jarenlang puik werk geleverd als spitsencoach en assistent, bij PSV en VV Venlo.

Nilis: “Misschien dachten ze hier wel: hij zit daar goed, hij gaat toch niet weg. Jonge talenten beter maken, daar haalde ik mijn voldoening uit. Groter was mijn ambitie niet. Steven Bergwijn, Memphis Depay, Hirving Lozano, Jürgen Locadia: ze hebben het allemaal gemaakt bij PSV. Niet alleen door mij, dat hoor je me niet zeggen. Maar ik heb toch enkele jaren goed met hen gewerkt. Dan is het leuk om te zien dat ze het hebben opgepikt.”

Volgens voormalig Venlo-coach Robert Maaskant ben je geen volbloed assistent: ‘Luc is niet iemand om een groep te begeesteren, meer iemand voor de individuele aanpak.’

Nilis: “Ik snap dat wel. Bij Belisia leer ik nu wat het is om voor een groep te staan. In het begin was het zoeken, vooral in de communicatie moest ik sterker worden. Ondertussen gaat het steeds makkelijker.”

Mieke Jonckers: “Luc heeft een zacht karakter. Aanvankelijk liet hij nog over zich heen lopen bij Belisia. Maar dat is eruit: nu kun je hem soms zijn stem al horen verheffen in de kleedkamer. Kijk, Luc heeft een paar serieuze stappen gezet in zijn leven. Daardoor is hij opener geworden. Hij was klaar voor het trainerschap.”

Nilis: “(lachje) Luister goed, zij kent mij. Als enige.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Jonckers: “We moeten niet rond de pot draaien: Luc is door een slechte periode gegaan. Hij heeft aan zichzelf gewerkt en is er sterker uitgekomen. Daardoor heeft hij kansen gegrepen die hij vroeger wellicht zou hebben afgewezen. Hij durft nu voor zichzelf op te komen: ‘Ik ben Luc en hier ben ik goed in!’”

Nilis: “Ik ben meer mezelf geworden. Opengebloeid. Vroeger was ik in mezelf gekeerd, asociaal zelfs. Mede door mijn verslaving, maar ook omdat ik nooit een haantje-de-voorste ben geweest. Alles buiten het voetbal boeide me niet. Ik meed de plaatsen waar ik herkend zou worden. Je hebt er die het opzoeken, maar ik niet. Vroeger was er nog geen Facebook en Twitter: zet nu één voet buiten en iedereen heeft het gezien. Wij konden nog op stap zonder dat er foto’s uitlekten. Gelukkig maar! (lacht)

“Toen ik van Anderlecht naar PSV ging, heb ik voor mezelf moeten leren opkomen. Anders lopen ze over je heen in Nederland. De mensen zijn er rechttoe rechtaan: staat iets hen niet aan, dan zeggen ze ’t in je gezicht. Ook bij PSV: zodra er iets broeide in de kleedkamer, werd het op tafel gegooid. In België niet: daar bleef alles veel langer sudderen. Akkefietjes werden niet uitgepraat. Tot de bom barstte. Daarom heb ik me altijd zo goed gevoeld bij Jan Boskamp. Mijn beste jaren bij Anderlecht waren die onder hem. Zijn directheid beviel me.”

Zelf ben je niet zo.

Nilis: “Toch wel. Als iets mij niet aanstaat, zal ik me niet inhouden. Dan geef ik heus wel mijn mening.”

Jonckers: “Luc krijg je niet snel kwaad. Hij kan goed relativeren en geeft mensen veel kansen. Maar o wee als je te ver gaat, dan zul je ’t geweten hebben.”

Je gokverslaving was geen geheim: in je in 2016 verschenen autobiografie spreek je er openlijk over. Kan dat clubs ervan weerhouden hebben om met jou in zee te gaan?

Nilis: “Ongetwijfeld, ja.”

Jonckers: “Luc is een halfjaar in therapie gegaan in Zuid-Afrika, om aan zijn verslaving te werken.”

Nilis: “Twee jaar geleden, vlak voor de coronapandemie. Ik heb in Zuid-Afrika hetzelfde traject doorlopen als Arne (zijn zoon, red.). Heel confronterend. Cinema spelen ging niet meer: al het slechte werd genadeloos op tafel gegooid.”

Jonckers: “Dat had je zelf toch ook al gedaan? Na Venlo ben je in een depressie verzeild. Je was alles beu: ‘Ik weet niet of het voetbal wel iets voor mij is’, zei je. Je hebt toen tien dagen aan een stuk in bed gelegen. Niets interesseerde je: ‘Wat doe ik hier nog? Wil ik nog wel leven?’ Ik heb de telefoon genomen en heb Arne gebeld: ‘Arne, ik kan het niet meer alleen, ik weet niet wat ik moet doen.’ Ik vergeet het nooit: het was Arnes verjaardag, 27 februari. ‘Kom maar af’, zei hij.

“Luc had toen net zelf een vriend in Australië gebeld. Hij zou een maand bij hem intrekken en proberen alles te vergeten. Arne heeft hem dat meteen verboden: ‘Jij gaat níét naar Australië!’ Na die maand zou zijn probleem niet opgelost zijn. Volgens Arne kon Luc maar één ding doen: zich laten opnemen in Zuid-Afrika.”

Nilis: “Twee dagen later zat ik in het vliegtuig.”

Jonckers: “In Zuid-Afrika heeft hij hard aan zichzelf gewerkt. Hij is er als een andere Luc buitengekomen. Een Luc die wél met zijn hoofd omhoog loopt: ‘Kijk wie ik ben!’”

Zes jaar geleden vertelde Arne in Humo over zijn gokverslaving en opname in Zuid-Afrika: ‘Het eerste wat ik te horen kreeg, was: ‘Eén derde van de mensen die hier binnenkomen, slaagt. Eén derde hervalt en één derde stapt uit het leven.’’

Nilis: “Dat hoor ik voor het eerst. (zwijgt) Maar ik begrijp het wel.”

Jonckers: “Ik herinner me nog de woorden van de psychiater in Utrecht bij wie je voor de nazorg langs moest: ‘Jij zit nog op de roze wolk.’”

Nilis: “(lacht) Ik vroeg hem of hij al iemand had behandeld die níét van die wolk was afgedonderd. Niet, dus. ‘Dan zal ik de eerste zijn’, zei ik.”

Volgens Arne heeft Zuid-Afrika hem gered: zonder die opname was hij er niet meer geweest.

Nilis: “(knikt) Op den duur zag hij geen uitweg meer. Hij had schulden opgebouwd. Dat maakte het zoveel zwaarder: begin maar eens mensen terug te betalen. Zover heb ik het nooit laten komen.”

Heb je even diep gezeten?

Nilis: “Toch wel, ja.”

Jonckers: “Je had geen fut meer. Je hebt het me zelfs letterlijk gezegd: ‘Waarom leef ik nog?’ De pillen lagen naast jou. Het was jouw manier om te zeggen: ik kan niet meer, ik heb hulp nodig. Daarom heb ik Arne gebeld.”

Luc, wisten Arne en jij van elkaars verslaving?

Nilis: “Nee. Arne verbleef vaker bij zijn moeder, mijn ex-vrouw Patsy. Ik had er dus niet zo’n goed zicht op. Bovendien: wie er zelf middenin zit, ziet het niet bij iemand anders.”

Jullie hebben de beslissing om hem te laten opnemen samen genomen. Herkende je je eigen probleem dan niet in het zijne?

Nilis: “Dat is het net: een verslaafde zal nooit toegeven dat hij een probleem heeft.”

Jonckers: “Lucs leven draaide om liegen en manipuleren. Tot ik doorhad hoe erg het de spuigaten begon uit te lopen. Ook financieel, daar hoef ik niet flauw over te doen. Het was niet meer houdbaar. Luc was Luc niet meer. In het begin van onze relatie hadden we plezier, maar op het einde was het thuiskomen, in bed kruipen en slapen. Láng slapen.”

Nilis: “Ik isoleerde mezelf. Typisch voor een verslaafde. Het moment dat je het probleem herkent, is het vaak al te laat.”

Wat jij met Arne niet hebt gekund, heeft hij wel met jou gedaan: helpen.

Nilis: “(knikt) Dat is zo.”

Jonckers: “Daar zijn we Arne eeuwig dankbaar voor.”

Nilis: “En jou: jij hebt de signalen opgepikt en bent ermee naar Arne gestapt.”

Ben je tekortgeschoten als vader?

Nilis: “Tuurlijk! Niet alleen tegenover Arne, trouwens: tegenover mijn dríé kinderen, mijn familie, Mieke. Maar omdat ik in mijn eigen wereld leefde, besefte ik het niet.”

Jonckers: “Arne heeft het er erg moeilijk mee gehad dat hij zijn eigen vader moest helpen. Zelf had hij hem immers nooit om hulp kunnen vragen. Daarom zeggen we nu vaak: ‘Had ik toen maar…’”

Nilis: “Je mag niet achterom kijken, want dan raak je niet meer vooruit. Ik ben vooral blij met waar ik nú sta. Wat gebeurd is, kan ik niet meer veranderen.”

Een gokverslaving gaat niet zelden gepaard met een alcohol- of drugsverslaving.

Nilis: “Niet bij mij. Ik heb ze wel allemaal gezien, daar in Zuid-Afrika: mensen met een eetstoornis, seks-, drugs- of alcoholverslaving. En héél veel pillen, zwáre pillen, zoals valium en morfine. Maar de onderliggende mechanismen zijn vergelijkbaar, we zaten allemaal in dezelfde les.”

Arne had het over nachtmerries tijdens het afkicken. Ook last van gehad?

Nilis: “Niet zo extreem. Het overkomt me nog zelden dat ik droom dat ik aan het gokken ben. Dan schiet ik wakker en ben ik blij dat ik in mijn bed lig. (lacht)

Waakzaam blijven is de boodschap.

Nilis: “Altijd.”

Jonckers: “Toen Arne aankondigde dat hij vader zou worden, begon het speculeren over het geslacht: ‘Wat wordt het, een jongen of een meisje?’”

Nilis: “Ik heb me toen afzijdig gehouden: ‘Ik mag niet gokken.’ Stom, hè? Maar zo streng moet ik zijn. Mijn huisarts zat eens voor een wedstrijd van Belisia in de viploges te lunchen. Toen de pronostiek rondging, vroeg hij me om mee te doen. ‘Vul maar iets in,’ zei ik, ‘ik ken niets van voetbal.’ (lacht) Toen viel zijn frank. Hij kon zich wel voor het hoofd slaan.”

Jonckers: “Ik ga Luc niet controleren. Hij is sterk en weet wat hij moet doen en laten. Zolang hij maar iets te doen heeft overdag. Anders gaat hij zich vervelen en hervalt hij misschien.”

Nilis: “Ik heb een strikte dagindeling nodig. Daarom volstonden die twee avondtrainingen met Belisia niet, ik voelde hoe de verveling om de hoek loerde. Vroeger zou ik dan online gaan spelen zijn. Daar moet ik voor opletten, dat ik niet in die val trap. Het is zoals met een alcoholist: één pintje en je bent weer vertrokken.”

Jonckers: “Om je daartegen te wapenen, ga je naar die meetings.”

Nilis: “Arne heeft een zelfhulpgroep opgericht. Daar is hij na Zuid-Afrika voor gaan studeren. Hij werkt nu bij Affect2U, een verslavingskliniek in Hoboken, en geeft lezingen in scholen en voetbalclubs.”

Luc Nilis naast Hein Vanhaezebrouck, tijdens de bekermatch van Belisia Bilzen tegen AA Gent. Beeld Photo News
Luc Nilis naast Hein Vanhaezebrouck, tijdens de bekermatch van Belisia Bilzen tegen AA Gent.Beeld Photo News

Liegen en bedriegen

Heb je ’t met de jonge spitsen die je traint soms over de gevaren van het gokken?

Nilis: “Dat is niet aan mij. Ik begeleid hen in het ontwikkelen van hun talent. De rest laat ik aan Arne over. (lacht)

Voetballers met een gokverslaving zijn ideale prooien voor matchfixers. Ben jij ooit benaderd?

Nilis: “Nooit. Trouwens, ik heb ook nooit op voetbalwedstrijden gegokt. Vond ik niet spannend genoeg. De enige sportwedstrijden waarop ik heb gespeeld, waren golftoernooien. Golf is een mooie sport, ik was er zelf ook goed in. Maar de laatste jaren heb ik mijn techniek te weinig onderhouden.”

Denk je soms aan wat je met al het vergokte geld had kunnen doen?

Nilis: “(schudt het hoofd) Nee, daar mag je niet aan denken. Ik kan nog altijd een mooi leven leiden. Met ‘wat als’ krijg ik niets terug.”

Het is een wonder hoe je al die jaren overeind bent gebleven als trainer. Hoe deed je dat?

Nilis: “Simpel: op het veld vergat ik alles. Pas bij Venlo is het ontspoord.”

Jonckers: “Stan Valckx (technisch directeur bij Venlo en voormalig ploegmaat van Nilis bij PSV, red.) wist van het probleem. Met hem had ik de afspraak dat we elkaar op de hoogte hielden. Soms belde ik hem als Luc nog niet thuis was. ‘Mieke toch,’ zei hij dan, ‘de training is al lang afgelopen.’ Maar Luc had altijd een antwoord klaar: dan hadden ze zogezegd nog een nabespreking gehad. Liegen en bedriegen, dat kon hij als de beste.”

Nilis: “(lacht) De professionaliteit van de verslaafde: hij windt iedereen om zijn vinger.”

Jonckers: “Niemand heeft het ooit aan Luc gezien. Toen ik het mijn ouders moest vertellen, schrokken ze zich een ongeluk.”

Nilis: “Daarom was het ook zo moeilijk voor mij om het bij Arne te herkennen. Hij beheerste dezelfde trucjes als ik.”

In 2011 was je al eens opgestapt bij PSV en naar Turkije gevlucht in een poging je van je demonen te bevrijden.

Nilis: “Mijn verslaving had toen nog niet de proporties die ze later heeft aangenomen. Dat vertrek had vooral met PSV te maken. Ik werd van elftal naar elftal geschoven en hoorde nergens echt bij. Daar was ik klaar mee. Trainer Fuat Çapa heeft me toen de hand gereikt en meegenomen: eerst naar Kasimpasa, daarna naar Gençlerbirligi. Toen mijn vader (voormalig profvoetballer Roger Nilis, red.) overleed, ben ik naar België teruggekeerd. Twee dagen na de begrafenis eiste de club me al opnieuw op. Veel te vroeg, vond ik: ik kon mijn moeder niet zo snel alleen achterlaten. Ik ben niet meer teruggekeerd.

“Op het einde was mijn vader helemaal op, graatmager ook. Twee dagen voor zijn overlijden heb ik nog een erg goed gesprek met hem gehad. Alles heb ik hem nog kunnen vragen: wat hij wilde, wat ik voor mama moest doen… Door dat gesprek heeft zijn overlijden er niet zo hard ingehakt. Ik heb het snel een plaats kunnen geven.”

Als Mieke je niet vindt, zit je meestal bij zijn graf, las ik.

Nilis: “Nu gebeurt het iets minder vaak. Maar tot mijn opname kon je me er geregeld aantreffen, ja.”

Jonckers: “Luc is niet het type dat naar het kerkhof gaat op Allerheiligen of de verjaardag van zijn vader. Als hij ergens mee worstelt, gaat hij. Zonder dat iemand het weet. En dan vertelt hij het aan zijn papa.”

Nilis: “Hij kan het niet doorvertellen, hè. (lacht)

Jonckers: “Je mama zegt het vaak: ‘’t Is allemaal door onze pa, dat gij die gokproblemen hebt!’ Toen Luc voor Winterslag voetbalde, stond er een bingo in de kantine. Als Luc na de training binnenkwam, zag hij zijn vader op die machine spelen. Is dat een trigger geweest?”

Nilis: “Mijn mama is overtuigd van wel: ‘Gij hebt niks anders gezien, daaraan ligt het!’ Nee, zeg ik dan, het is mijn eigen schuld.

“In Zuid-Afrika hebben we naar de oorzaken van mijn verslaving gezocht. Ook of het genetisch was. Het bleek uiteindelijk toch vooral terug te voeren tot mijn beenbreuk bij Aston Villa. Ik had vijftien jaar van de kicks geleefd en van de ene op de andere dag stopte mijn carrière, zonder dat ik erop voorbereid was. Als speler kaartte ik al graag en bezocht ik sporadisch een casino. Niets problematisch. Maar na het ongeval ben ik de adrenaline steeds meer in het gokken gaan zoeken. Mijn lichaam hunkerde ernaar. (zwijgt) Die beenbreuk is een immens trauma geweest.”

Een trauma dat je wel hebt overwonnen.

Nilis: “Dankzij mijn kinesist, Ivo Melotte. Als speler van Anderlecht had ik al eens bij hem gerevalideerd na een kruisbandblessure. Na dat ongeval heb ik hem opnieuw opgezocht. Ik moest alles opnieuw leren, stappen en zo. Maar ik was ook bang. Als de kinderen te dicht bij mijn been kwamen, duwde ik ze weg. Ik blokkeerde. Ivo legde me op zijn tafel en masseerde me. Steeds dichter bij de plek van de breuk. Ik schreeuwde het uit: ‘Stop!’ Maar hij ging onverstoorbaar door: ‘Laat je maar gaan.’ Wat er toen is gebeurd, kan ik nog altijd niet verklaren: ik heb die botsing met de doelman tot op de seconde herbeleefd en vervolgens een halfuur liggen huilen op die tafel. Maar toen ik eraf stapte, was het trauma verwerkt. Vanaf dat moment ben ik nooit meer bang geweest. Nóóit. Dankzij Ivo ben ik weer tegen een bal beginnen te trappen. Dat had ik anders nooit meer gedurfd.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

Even PSV bellen

Voetbal je nog?

Nilis: “Op zondagochtend, in een veteranenploegje met mijn goede vriend Stan Valckx. Maar dat is er wat bij ingeschoten nu ik hoofdcoach ben en zelf wedstrijden heb op zondag. Onlangs heb ik nog eens met FC De Rebellen gespeeld, een selectie van oud-spelers waaruit geput wordt voor speciale gelegenheden. Af en toe draaf ik ook op met Legendary PSV.”

Je fabuleuze traptechniek vertoont nog geen spoortje sleet?

Nilis: “(grijnst) Hij is er nog. De kracht is wat afgenomen, maar ik kan nog alles uitvoeren wat ik in mijn hoofd heb. Zoiets verleer je niet.”

Dick Advocaat noemde je ‘een wereldvoetballer die de drive miste om de wereld te veroveren’. Zelf vond je dat je talent had, maar ‘geen absolute topper’ was.

Nilis: “Da’s het verschil tussen een Belg en een Nederlander: een Nederlander verkoopt zich beter. (lacht) Kijk, wie ben ik om Dick Advocaat tegen te spreken? Maar toch: ik had alles, behalve startsnelheid. En ik kon niet koppen. Ik was dus top, maar niet top-top. Nu, mocht Barcelona zich gemeld hebben, had ik zeker niet geweigerd. Alleen: het is nooit gebeurd. Tegenwoordig zou een makelaar dat wel voor me regelen, maar ik zat goed bij PSV: waarom zou ik er dan weggaan?”

Wat Advocaat wellicht bedoelt, is dat je niet alles uit je carrière hebt gehaald.

Nilis: “Maar zou me dat gelukkiger hebben gemaakt? Acht jaar Anderlecht en zes jaar PSV: dat zijn veertien fantastische jaren. Ik heb er alles uitgehaald.”

PSV is je na je spelerscarrière in de armen blijven sluiten. Is het meer dan Anderlecht je club?

Nilis: “Toch wel, ja. Zeker na wat er vorig jaar na die stage bij Anderlecht is gebeurd.”

Jonckers: “Als we naar PSV willen gaan kijken, hoeven we maar één telefoontje te doen. Dat blijft één grote familie. Je komt er binnen en voelt je meteen opgenomen. Iedereen lacht er en maakt plezier. Wat een verschil met Anderlecht! Daar gaat het er gereserveerd toe. Onlangs moesten we naar een gala, we zaten aan een tafel met Marc Degryse. Ik durfde bijna niet te bewegen, zó stijf was het daar.”

Kijk je soms achterom?

Nilis: “Nooit. Alhoewel, toevallig hebben we onlangs naar wat oude beelden gekeken.”

Jonckers: “De 50 mooiste goals van Luc Nilis. ‘Genoeg’, zei je na een tijdje. Je kijkt niet graag naar jezelf, hè?”

Nilis: “Toen ik bij Genk aan de slag ging, hoorde ik de trainers tegen die jonge gasten zeggen dat ze me maar eens moesten opzoeken op YouTube. Die kennen mij niet meer, hè. Alleen: zelf hoef ik niet te kijken. Al die goals zitten in mijn hoofd. (lacht)

Jonckers: “In het mijne niet. Wij schelen veertien jaar: toen hij voetbalde, verzamelde ik nog de flippo’s met zijn beeltenis die bij de zakjes chips zaten. (lacht)

‘Vandaag de dag zou een makelaar misschien wel een transfer naar Barcelona voor me hebben geregeld, maar ik zat goed bij PSV: waarom zou ik er dan weggaan?’ Beeld ISOPIX
‘Vandaag de dag zou een makelaar misschien wel een transfer naar Barcelona voor me hebben geregeld, maar ik zat goed bij PSV: waarom zou ik er dan weggaan?’Beeld ISOPIX

Geen vechtscheiding

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

Jonckers: “Ik kwam vaak in de Bonaparte, de snookerzaak die Luc nog mee heeft opgestart in Zonhoven. Ik kwam uit een problematische relatie, die van Luc was ook wat uitgeblust, en we deelden een beetje dezelfde vriendengroep. Zo zijn we aan de praat geraakt.”

Nilis: “(plagerig) Vertel eens over onze eerste ontmoeting. Toen je me wilde trakteren…”

Jonckers: “Ik vroeg de barman om hem ook iets te drinken aan te bieden. Dat wilde hij niet: ‘Ik drink niet van alleman.’ Nou, dacht ik, wat een dikkenek, die Nilis. (lacht) Maar al snel bleek dat we goed met elkaar konden praten.

“Ook met Patsy is de band goed. Toen Luc in Zuid-Afrika zat, heb ik haar gebeld. Voor mij was het allemaal nieuw wat er gebeurde. Maar Patsy had het meegemaakt met Arne en had ook altijd van Luc z’n verslaving geweten. Deels is dat ook de reden geweest dat hun relatie is stukgelopen. Ze had al langer door dat Luc en ik samen waren. ‘Ik wist dat hij in goede handen was bij jou,’ vertelde ze me, ‘zo heb ik hem kunnen loslaten.’

“Arne is getrouwd en Mathis is geboren. Op het doopfeest waren we allemaal samen, als één grote familie. De bekendmaking van het geslacht was bij Patsy thuis. En als we in De Spork gaan eten, waar Arnes vrouw werkt en Patsy de boekhouding doet, komt ze aan ons tafeltje zitten. Niemand voelt zich daar ongemakkelijk bij.”

Nilis: “Da’s wel fijn, het is geen vechtscheiding geweest. Het leven is vallen en opstaan, en de een valt wat dieper dan de ander. Maar zolang je weer opstaat, is het goed. Ik ben heel gelukkig nu.”

Mathis werd geboren op de dag dat Anderlecht besloot je stage als spitsentrainer niet om te zetten in een contract.

Nilis: “Is dat toeval? Ik weet het niet. Arnes tweede is nu uitgerekend op 25 mei, mijn verjaardag. Mooi, toch? Uiteindelijk valt alles toch weer op zijn plaats. Dat maakt het leven zo mooi.”

Direct na Mathis’ geboorte ben je wel naar Jordanië vertrokken, als assistent van Vital Borkelmans, toen die daar bondscoach werd.

Nilis: “Dat was een unieke kans. En het was maar voor zes maanden. Als ik ergens spijt van heb, dan dat het niet langer heeft geduurd. Jordanië is een prachtig land, dat wist ik niet. Weet je, ik ben niet zo honkvast als het misschien lijkt. Mocht er zich weer zo’n kans aandienen, ik doe het meteen opnieuw.”

Jonckers: “Luc heeft zichzelf nooit op de voorgrond geplaatst. Nog altijd ben ik het vaak die hem moet aansporen: ‘Doe dat toch!’ Even vaak zegt hij me achteraf dat hij blij is dat hij het heeft gedaan. Dat hij de stap naar Zuid-Afrika heeft gezet, heeft me zó gelukkig gemaakt. Omdat ik een nieuwe Luc heb teruggekregen. De tijd die we nu samen hebben, is onbetaalbaar. Alles doen we samen.”

Nilis: “Zelfs de interviews! ‘Ik ben je manager’, grapt ze vaak. Ach, ik heb veel aan haar te danken. Mieke is een vrouw met pit – het leeftijdsverschil, zeker? Maar ik klaag niet: zij houdt me jong. (lacht)

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234