Maandag 30/11/2020

InterviewDe Vragen van Proust

Luc Appermont: ‘Bart heeft mij ooit verlaten’

''s Ochtends op blote voeten over het gras lopen, dat is een geluksmomentje. Ik doe dat elke dag, ook in de winter.'Beeld Stefaan Temmerman

Schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Zevenentwintig directe vragen, evenveel openhartige antwoorden. Vandaag: televisiepresentator Luc Appermont (70). Wie is hij in het diepst van zijn gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich?

“Ik heb mijn leeftijd, daar kun je niet omheen, maar ik moet wel even terugdenken aan mijn deelname aan Het huis van Eric Goens op Eén enkele seizoenen geleden. In samenwerking met de universiteit van Leuven hadden ze een test uitgewerkt om je fysieke leeftijd te meten. En dat was ongeveer 50. Wat mij dus een voorsprong van vijftien jaar gaf. Inmiddels zijn we drie, vier jaar verder, dus het zal nu wel 55 zijn. (lacht) Maar mentaal voel ik me nog altijd een veertiger. Ik ga veel om met jonge mensen en probeer de hartslag van vandaag te volgen. Ik voel me in elk geval niet de leeftijd die ik nu heb, laat ik het zo zeggen.”

BIO - geboren op 4 oktober 1949 in Bilzen - studeerde in 1972 af aan Studio Herman Teirlinck - werkte voor diverse regionale radiozenders, later lange tijd voor Radio 2 waar hij naam maakte met De zoete inval - presenteerde voor de BRT vanaf de jaren 70 programma’s als Binnen en buiten, Het staat in de sterren geschreven, Pak de poen show en becommentarieerde enkele malen Eurosong - maakte in 1990 de overstap naar VTM waar hij o.a. Waagstuk, U beslist, Het mooiste moment en talkshow Luc deed - sinds 2018 getrouwd met zanger Bart Kaëll, met wie hij al ruim 40 jaar een relatie had

2. Wat vindt u een belangrijke eigenschap van uzelf?

“Ik probeer me nogal sterk in te leven in hoe iemand anders bestaat of denkt. Oprechte interesse in de ander dus, en vandaar ook mededogen. Daarom heb ik dit vak gekozen. Ik denk niet dat je mensen kunt interviewen en voorstellen zonder dat je oprechte belangstelling hebt voor de ander. Ik hoef daar ook geen moeite voor te doen. Ik vind dat ook geen verdienste. Ik had die nieuwsgierigheid al als kind. Iedereen in de buurt kende mij en ik kende iedereen. ‘Je zit altijd op straat’, zeiden mijn ouders. ‘Hoe komt dat toch?’ Ja, dat was mijn leven.”

3. Hoe was de band met uw ouders?

“Mijn moeder noemde mij ‘een duivel in huis en een engel buitenshuis’. We waren met vijf kinderen, ik was de middelste en liep een beetje verloren tussen die twee oudste en die twee jongste. Daarom zocht ik waarschijnlijk elders de affectie of belangstelling waarop ik recht meende te hebben. Mijn moeder kreeg alleen maar complimentjes te horen: ‘O Lucske dit en Lucske dat’. Maar thuis wisten ze met mij geen blijf. Ze vonden mij een lastige puber. Ik kon me heel moeilijk aanpassen thuis. Ik was een kind van de straat.

“Mijn moeder was huisvrouw en deed ook nog administratief werk voor een architect. Ik denk dat ze nogal veel last had van de stress die bij de opvoeding kwam kijken. Je kunt je ouders natuurlijk niet verwijten dat ze daar geen handleiding voor gekregen hebben. Achteraf snap ik wel dat ze het moeilijk had. Dat was zo in die tijd: de vaders zorgden voor de centen en de moeders moesten het maar beredderen. Wij zijn opgevoed met het credo: ‘Je leeft om te werken.’ Terwijl nu het omgekeerde de maatstaf is.

“Zodra ik op eigen benen stond, is onze relatie helemaal veranderd. Mijn moeder was trouwens mijn allereerste secretaresse. En mijn vader, die niets van mijn vak moest weten toen ik begon te studeren aan Herman Teirlinck, werd uiteindelijk mijn grootste fan. Nu begrijp ik dat beter. Televisie was een wereld die zij compleet niet kenden, ze hadden er geen enkele affiniteit mee. Voor hen was dat een ver-van-mijn-bedshow.”

4. Wat is uw passie?

“Ik heb maar één woord: mijn vak. En alles wat daarmee in verband staat. Het klinkt misschien cliché maar ik herinner me nog, ik was een jaar of negen, de viering van het vijfjarig bestaan van de turnkring waarin ik zat. Zaal Concordia in Bilzen, ik weet nog op welke rij, in welke stoel. Tony Corsari presenteerde. Ik liep naar huis en riep: ‘Ik wil presentator worden!’ En mijn vader, terwijl hij zijn krant zat te lezen, in zijn dialect: ‘Djieje, djie wordt niks!’ En ik dacht: wacht maar papa.” (lacht)

5. Is het leven voor u een cadeau?

“Als jonge gast, als puber niet, omdat ik thuis niet aardde en ze met mij geen blijf wisten. Maar nu wel, ja. Voor een stuk heb ik dat zelf gerealiseerd, maar met heel veel hulp van derden.”

6. ‘Blijf in uw kot’: wat deed dat met u?

“Wel, ik moet eerlijk bekennen dat wij vroeger ook al veel in ons kot bleven. Wij zijn niet echt premièrejagers, wij gaan enkel naar opdrachten die gerelateerd zijn aan ons vak omdat we het al zo druk hebben. En eigenlijk kwam die coronacrisis als een godsgeschenk omdat we nu aan een vervolg kunnen schrijven op onze theatershow Bart & Luc Intiem. Ook voor zorginstellingen hebben we verhalen ingesproken en liedjes opgenomen, dus het was best wel pittig. ‘En, wat gaan we vandaag doen?’: die vraag hebben we ons geen enkele keer moeten stellen.”

7. Welke geluksscore geeft u zichzelf?

“Dat is moeilijk, maar als ik er toch een getal op moet plakken, een acht, denk ik. Alleen een persoon zonder zwakke plekken kan een tien scoren.”

'Ik heb vroeger nogal abrupt relaties en vriendschappen afgebroken omdat het mij op dat moment niet goed uitkwam. Dat was vrij egoïstisch.'Beeld Stefaan Temmerman

8. Welke kleine gebeurtenis kan u blij maken?

“Mijn ochtendritueel: ‘s ochtends op blote voeten over het gras lopen, dat is een geluksmomentje. Ik doe dat elke dag, ook in de winter.

“Ik herinner me toen ik als kleine jongen misdienaar was er eens een pater uit een naburig klooster de mis kwam doen. Hij ging in het bruin gekleed en liep altijd met blote voeten in sandalen. Het mocht sneeuwen, een halve meter dik, hij kwam te voet van het klooster naar dat kerkje waar ik diende en dat heeft me altijd gefascineerd. Ik dacht: als die man dat kan, zal dat wel goed zijn zeker?”

9. Wat is uw zwakte?

“Ik denk dat ik iets te meegaand ben. Als ik nu met jou babbel en je overtuigt me van een bepaald argument, neem ik dat in mij op. Maar als een half uur later je collega Ann juist het tegenovergestelde zou zeggen, dan wil ik weer met haar meegaan. (lacht) Ik zou veel meer aan mijn eigen ideeën moeten vasthouden, maar ik vind dat niemand de wijsheid in pacht heeft, dus ook ik niet. Ik ben nogal makkelijk beïnvloedbaar en dat kan heel verwarrend zijn, op een vergadering bijvoorbeeld. Ik kan binnengaan met overtuiging A en buitengaan met overtuiging Z. Ik vind dat een grote zwakte, maar wie ben ik om te zeggen wat de juiste visie is?

“Ik zal ook nooit in mijn pen kruipen om een opiniestuk te schrijven. Ik vind dat zeer gevaarlijk. We hebben een overvloed aan meningen. In alle weekbladen en kranten: al die opiniemakers. De wekelijkse brief van Joël De Ceulaer in De Morgen of de column van Tom Lanoye in Humo: wat moet ik daar nu mee? Dat zijn maar meningen van één man, hè. Dat is niet de waarheid. En daar zitten dan ook altijd oordelen aan vast, en als er iets is wat ik mezelf elke dag voorneem, dan is het: niet oordelen. We zitten vol met oordelen en vooral veroordelingen van alles en nog wat. Telkens als er iets op me afkomt waarvan ik denk: dat is helemaal niet mijn ding, dan zeg ik: ‘jammer.’ Jammer dat die persoon dat zegt, of jammer dat die dat schrijft maar daar houdt het mee op. En sinds ik dat doe, slaap ik beter en is mijn leven veel rustiger.” (lacht)

10. Waar hebt u spijt van?

“Ik heb vroeger nogal abrupt relaties en vriendschappen afgebroken omdat het mij op dat moment niet goed uitkwam. Dat was vrij egoïstisch. Ons vak is heel egocentraal gericht. Het is een bijna dagelijks gevecht om dat ego te temmen en als er iets is waar ik spijt van heb, dan is het dat ik soms mijn ego heb laten primeren.

“Ik heb Bart leren kennen op mijn 28ste, via mijn toenmalige vriendin, in een cafeetje in De Haan. Hij was de eerste man in mijn leven op wie ik verliefd ben geworden, ja. Bart kwam, en mijn vriendin verdween. (lacht) Ik had voordien nog vriendinnen gehad, wellicht omdat ik uit een heteromilieu kwam, maar ik voelde ook wel: dit is het niet. Ik had er ook altijd van gedroomd om kinderen te hebben. En als er iets is wat ik mis in mijn leven, is het dat. Ik had heel graag kinderen opgevoed, maar dat kon niet, zeker niet in de tijd toen we elkaar leerden kennen. Bart stond daar ook niet voor open. Hij zei: ‘Ik ben zelf een groot kind’ en dat is voor een stuk ook zo. (lacht)

“En toen ik ooit een citaat las van Kahlil Gibran (Libanees-Amerikaans dichter en denker, red.): ‘Uw kinderen zijn uw kinderen niet, ook al komen ze uit u voort, ze behoren u niet toe’, dacht ik: ja, zo is het. Precies zoals ik denk. Daarom zijn we nu aangesloten bij Cunina, een organisatie die kinderen in achtergestelde gebieden een kans geeft om naar school te gaan via financiële adoptie, 35 euro per maand. Wie naar school kan, kan een vak leren en een diploma halen en daardoor zorgen voor de andere leden van het gezin. Bart en ik hebben nu drie financiële adoptiekinderen, eentje in Nepal, eentje in de Filipijnen en eentje in Zuid-Afrika. Op die manier proberen we dat gemis wat op te vangen.”

11. Wat is uw grootste angst?

“Bart kwijtraken. Hem verliezen, dat zou het grootste gemis zijn.”

12. Wanneer hebt u het laatst gehuild?

“Fjoew, nu moet ik nadenken. Dat is een hele tijd geleden, drie, vier jaar, toen mijn moeder overleed.”

13. Bent u ooit door het lint gegaan?

“Nog nooit. Ik ben een enorme controlefreak. Ik heb altijd geleerd om mij te beheersen. Ik herinner me nu ineens dat ze dikwijls tegen mij als kind riepen: ‘Beheers u!’, ‘Hou u in!’.”

14. Welk boek zou u aanraden?

“De Tao van Lao Tzu vertaald door Wayne Dyer, een boek met 81 verzen. Ik heb al dikwijls gedacht: ik moet dit naar alle politici sturen. Mochten ze dit maar eens lezen, het zou er beter en respectvoller aan toegaan. Je kunt dit boek telkens weer ter hand nemen en er een hoofdstuk uit lezen, en telkens opnieuw heb je daar iets aan. Ik heb het bijna als een soort bijbel bij me.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad?

“Ik had een heeroom als peter, die heel jong gestorven is, ik was een jaar of vier, aan longkanker of zo, hij rookte drie pakjes Groene Michel per dag, maar daar is verder nooit over gesproken. En ik herinner me nog mijn plechtige communie: we zaten in de kerk en op een gegeven moment voelde ik een aandrang om achterom te kijken. Bij een pilaar stond mijn heeroom in zijn priestergewaad. Ik sloeg mijn ogen neer, keek weer op en hij was verdwenen. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken, ik kan het niet benoemen, maar het was een heel vreemde ervaring die me altijd zal bijblijven.”

16. Hoe voelt u zich in uw lichaam?

“Goed. Ik heb maar één credo en dat is ‘Leef met respect’. Respect zowel voor de natuur, voor je medemens, als voor jezelf. En daar hoort bij dat je je verzorgt. Ik zwem, ik fiets, ik wandel, ik doe wat turnoefeningen.

“Een vorm van ijdelheid is mij natuurlijk niet vreemd. Ik wil graag gezien worden, dat is ook de reden waarom ik op een podium kruip.”

17. Wat vindt u erotisch?

“Iemand die zonder het te beseffen een seksuele uitstraling heeft door te zijn wie hij of zij is. Een knappe bouwvakker die bezweet staat te werken in een marcelleke, bijvoorbeeld. Ik zou die nafluiten, maar dat mag niet meer. #MeToo. (lacht) Ik hou nogal van het pure, terwijl Bart meer op verfijnde types valt, stylish. Onze meningen zijn daarover verdeeld.” (lacht)

18. Wat is uw goorste fantasie?

“Eigenlijk heb ik die niet en dat heeft ook weer te maken met mijn opvoeding. Seksualiteit was slecht en vies. Op internaat kwam de prefect in mijn chambrette kijken of ik wel met mijn handen boven de lakens lag. Als 12-jarig jongetje begreep ik daar niets van.

“Goorheid, maar ook porno, kan mij absoluut niet triggeren.”

'Ik hou niet van vrouwen of mannen, ik hou van mensen en als iemand in je leven komt die je zo persoonlijk raakt, met wie je zoveel connectie voelt, dan maakt het niet uit, denk ik.'Beeld Stefaan Temmerman

19. U belandt in de gevangenis, wat zou de reden kunnen zijn?

“Moord, denk ik. Ik kan me voorstellen dat als je in een bepaalde positie wordt gedwongen, je buiten je zinnen geraakt. Maar ik hoop dat het nooit zal gebeuren want ik ben een te grote pacifist. Toen mijn vader overleed, erfde ik een jachtgeweer. Ik dacht: ik houd dit bij me voor de veiligheid, want we woonden nogal afgelegen. Maar toen kwam er een nieuwe wapenwet, waardoor je een vergunning moest aanvragen. Ik dacht: ik doe dit niet, ik lever dat wapen gewoon in. Je moet het gevaar niet zoeken.”

20. Bent u een goede vriend?

“Ik denk het wel, ik probeer er altijd te zijn. Ik ben ook iemand die het initiatief neemt om te bellen als ik vrienden lange tijd niet gezien of gehoord heb.”

21. Hoe definieert u liefde?

“Ik heb heel intense vriendschappen gehad, vrouwen met wie ik alles kon delen, maar nooit gevoeld wat ik bij Bart gevoeld heb. Ik denk ook dat je dat niet kiest. Achteraf besefte ik: ik hou niet van vrouwen of mannen, ik hou van mensen en als iemand in je leven komt die je zo persoonlijk raakt, met wie je zoveel connectie voelt, dan maakt het niet uit, denk ik.

“Als je iemand echt graag ziet, denk en leef je min of meer in functie van de ander, zonder daarbij jezelf te verloochenen. Dat is voor mij het summum van liefde, maar ook dat hebben we moeten leren. Bart heeft mij ooit drie dagen verlaten. De reden was dat ik hem wilde kneden naar mijn evenbeeld, omdat ik vond dat ik goed in het leven stond. Ik wilde een kopie maken van mezelf, van hoe ik dacht en was, wat natuurlijk een immense fout was. Want hoe meer ik hem naar mij wilde toetrekken, hoe meer afstand hij nam. Hij heeft toen ook letterlijk gezegd: ‘Ik kan mezelf niet zijn bij jou.’ In het begin aanvaardde ik dat niet, was ik zelfs opstandig, maar doordat hij plots weg was heb ik ingezien dat ik verkeerd bezig was. Je moet iemand zichzelf laten zijn. Je kunt iemand wel wijzen op dingen die je niet zinnen en daarover praten, maar altijd met het volste respect voor het individu. Dat was een fantastische levensles die Bart mij heeft gegeven. Sindsdien heb ik nooit meer gepoogd om iemand naar mijn hand te zetten.”

22. Hoe zou u willen sterven?

“In mijn slaap. O ja. Zodat ik niets hoef mee te maken. Zeker geen aftakeling en geen ziekte. Ik hoop dat ik nooit, maar dan ook nooit naar een instelling moet. Niet dat mensen daar niet goed verzorgd worden, mijn moeder heeft daar tien jaar verbleven en is ontzettend goed verzorgd, maar neen, ik denk niet dat ik dat overleef. Dus ik hoop dat als ik moet gaan, het mag gebeuren in mijn slaap en dat Bart en ik samen in hetzelfde graf zullen rusten. Mijn grootouders liggen in een graf van vijf en die zijn al meer dan zestig jaar overleden, dus die zijn er niet meer, we zouden daar begraven kunnen worden. Dat idee is een tijdje geleden spontaan ter sprake gekomen in een programma op VTM. ‘Nee’, zei Bart, ‘ik ken die mensen niet, ik wil niet bij die mensen liggen.’ (lacht) En hij wil nog altijd niet, maar ik heb de concessie laten verlengen. Ik zeg: ‘Tutut, wij gaan dat doen.’

“Wat ik zou wensen als laatste avondmaal? Goh, iets wat Bart heeft klaargemaakt, hij kookt zo lekker. Elke ochtend in coronatijd vroeg hij: ‘En, wat wil je vanavond eten?’ Dus ik heb een heerlijk restaurant thuis. Ik heb eens eten afgehaald, omdat ik dacht: dan moet hij toch niet alle dagen koken, maar ja, je krijgt dan zo’n grote doos met allemaal pottekes en pannekes en een handleiding op een A4’tje en dan was ik daar zo onhandig in dat hij het zelf heeft moeten bereiden. Dus dat doe ik nooit meer.”

23. Wat zou u nog willen doen voor het te laat is?

“Goh, eigenlijk niets meer. Ik heb geen bucketlist meer af te vinken. Terwijl ik mediteer denk ik vaak: laten we samen gezond en in harmonie oud worden en van betekenis zijn voor onszelf en voor anderen. Dat is een mantra die ik elke dag in mijn meditatie meeneem. Materieel ben ik aan niets meer gehecht. In het begin wil je vergaren en bezitten, maar dat heb ik allemaal losgelaten. Je bent met niets gekomen, je gaat met niets weg. Ik maak ook zelden foto’s omdat de herinneringen opgeslagen zitten in mijn hersenen en die koester ik.”

24. Waarover bent u de laatste tijd anders gaan nadenken?

“Over loslaten, onthechten, maar dat is een langzaam proces geweest.”

25. Is de mensheid op de goede of slechte weg?

“Ik denk dat we zowel het goede als het slechte in ons hebben, dat varieert naargelang het ego. Hoe groter je ego, hoe meer je in staat bent om dingen te doen in je eigenbelang, zonder rekening te houden met het belang van anderen. En zo zijn er wel wat voorbeelden te noemen. Ik kan alleen maar hopen dat er in Amerika eindelijk nog eens een Democraat aan de macht komt, en dat we wereldleiders krijgen die niet vanuit hun ego redeneren maar wel vanuit het algemeen belang. Mocht iedereen de Tao lezen, zijn we op de goede weg.

“Tegelijk zie ik positieve impulsen. Het ecologisch bewustzijn bijvoorbeeld. Dat is bij mij ook geëvolueerd hoor. Ik moet eerlijk bekennen dat ik tien, twintig jaar geleden het verschil nog niet tussen een beuk en een eik; ik had geen enkele interesse voor de natuur. Maar nu door die corona heb ik elk grassprietje zien groeien, elk blad aan de boom zien ontluiken. Dat was een unieke ervaring voor mij. Als de tijd je daartoe dwingt, zie je elke dag in de natuur iets wat gisteren anders was. Of we daardoor nu helemaal anders gaan leven dan voor de lockdown, betwijfel ik, maar het heeft toch wel onze ogen geopend.”

26. Welke gebeurtenis in uw leven zou een goed filmscenario opleveren?

“Misschien mijn Herman Teirlinck-periode, omdat ik als jongen uit Limburg toen toch in een heel andere wereld terechtkwam. Terwijl ik voorheen alleen maar via het scherm contact had met mijn droomwereld, stapte ik er als achttienjarige plots met twee voeten in. De wereld waar ik altijd van gedroomd had, werd ineens realiteit. Dat was een rollercoaster hè.”

27. Wat is de titel van uw biografie?

Hier ben ik, meer zou dat niet zijn. Zo kort en zo bondig mogelijk.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234