Dinsdag 24/11/2020

InterviewMuziek

Lous and the Yakuza: ‘Ik verborg zo veel mogelijk dat ik dakloos was, ik schaamde me ervoor’

Beeld RV

Zelden had ons land een zangeres met meer internationale flair dan Marie-Pierra Kakoma (24) aka Lous and the Yakuza. Niet alleen met haar buitenaardse looks blaast het model met Congolees-Rwandese roots ons van onze sokken, maar ook met het ‘Brussels by night’-gevoel van haar debuutplaat Gore. Niet zo lang geleden sliep Kakoma nog als dakloze op straat, intussen deelde Madonna een filmpje waarop haar dochters zich uitleven op haar song ‘Tout est gore’.

Kakoma: “Ik begon te zingen op mijn 17de, en heb alle muzieksoorten uitgeprobeerd: reggae, hardrock, metal... Ik ben bij urban beland via vrienden als Damso en l’Or du Commun, omdat die sound het best mijn boodschap ondersteunt. Die is er één van liefde en waarheid. Die zoektocht naar waarheid is voor mij het belangrijkste, pas dan komen de melodieën, de geluiden en de flow.”

Wie vertelt volgens jou de waarheid in zijn of haar muziek?

“Kanye West. Een complete gek, maar zijn muziek is écht, een eerlijke weerspiegeling van wat er in zijn brein omgaat. En Kate Bush. Ik hoorde haar ‘Wuthering Heights’ voor het eerst op mijn 15de. Extraordinaire! Acht uur aan een stuk heb ik die song afgespeeld, acht uur aan een stuk heb ik zitten huilen, een hele nacht lang.

“‘Army Dreamers’ is voor mij de mooiste song die er ooit is gemaakt. Totaal eigenzinnig zijn en toch door de mainstream aanvaard worden: het is het hoogste wat je kan bereiken en Kate Bush hééft dat bereikt.”

Je lijkt mij een oude ziel.

“Ik beschouw mezelf als een dametje van 55. Correctie: van minstens 55. (lacht) Het heeft me bloed, zweet en tranen gekost om hier te geraken in deze chique interviewruimte bij deze chique platenfirma, ça a été l’enfer – het was de hel. Dat begon al met de oorlog in Congo, toen ik werd gescheiden van mijn moeder toen ik anderhalf jaar was – ze vluchtte als Rwandese naar België. Mijn eerste herinnering aan haar dateert van toen ik 4 was: een vreemde vrouw die me knuffelt op de luchthaven, in de Belgische koude van februari. In 2005 – ik was 9 – gingen we in Rwanda wonen. Daar werd ik geconfronteerd met de gevolgen van de genocide. Eén op de twee mensen miste er een arm of een voet. Ik was een kind, maar mensen vertelden me oorlogsverhalen alsof ik een volwassene was: dat mensen tijdens de genocide voetbalden met de afgehakte hoofden van baby’s... Dat beeld alleen al bezorgde me een nachtmerrie die me acht jaar lang heeft achtervolgd.

“Daarom heet mijn plaat Gore. Ik heb horror gehoord en gezien, maar ik wou geen horrorplaat maken: gore is een filmgenre waarin het bloed zodanig alle kanten opspat dat het grappig wordt. Dat is mijn overlevingsmechanisme: altijd het positieve proberen in te zien, in plaats van me te verliezen in het donker.”

Rond je 15de verhuisde je familie terug naar België, op je 19de belandde je een tijd op straat in Brussel. Dat moet toch een érg donkere periode zijn geweest?

“Natuurlijk, voorbijgangers spuwden me in het gezicht. Ik belandde een eerste keer op straat toen ik 19 was, en nog een keer op mijn 20ste – al had ik toen ’s nachts wél een dak boven mijn hoofd, in een opnamestudio. Een familielid stak me al die maanden eten en maandverband toe, en laadde mijn telefoon voor me op. Ik verborg zo veel mogelijk dat ik dakloos was, want ik schaamde me ervoor. Maar ik voelde me al alleen sinds mijn 18de, toen mijn familie me liet vallen omdat ik muziek wou maken. Die eenzaamheid ontketende een gezonde roekeloosheid: ik had niks meer te verliezen.”

Marie-Pierra Kakoma.Beeld L&TY

Heb je je ooit ingebeeld dat je een personage was, of meerdere personages, om de hardheid van de realiteit aan te kunnen?

“O ja. Mijn vroegste songs werden letterlijk gemaakt door verschillende personages die ik uit mezelf haalde. Dat waren telkens mensen van wie ik voelde dat ze niet ‘mochten’ bestaan in onze maatschappij: ik vond het mijn taak om ze bestaansrecht te geven. Zo was Josephine de donkere, depressieve vrouw in me die niet geaccepteerd werd door haar omgeving. Ik had al vroeg door dat ik een weirdo ben. Ik aanvaardde mezelf, maar iedereen had alleen maar kritiek op mij, op mijn gedrag, op mijn kleding. Josephine is de vrouw die zich daar niks van aantrekt – zij was ook het dominante personage tijdens mijn periode als dakloze.

“Het personage Alice is dan weer de biseksuele vrouw in mij, want Alice was eens erg verliefd op een andere vrouw. Ik wil mezelf niet eens biseksueel noemen – ik hou niet van labels – maar tot mijn 18de heb ik dat soort gevoelens moeten verstoppen. Ze strookten niet met de culturele achtergrond van mijn familie. Ook daarvan heb ik me moeten losrukken.”

Beséfte je dat die personages overlevingsmechanismen waren?

“Nee, dat doe ik nu pas. Een vriendin heeft me toen wel gezegd: ‘Je moet daarmee naar een psychiater!’ Maar ik dacht alleen maar: al die mensen in mij, dat ben ik. Ik fantaseerde zelfs dat ik een bus was, met genoeg zitjes voor iedereen. (lacht) Ik had zelfs een naam voor die bus: de 57. Ik zag iedereen in me op bus 57 zitten, compleet met andere kapsels en kleren. Heel weird, maar ik zei het al: ik bén een weirdo.

“Wat me vooral door die donkere periode heeft geleid, was hoop. Familie, vriendschap, eigenwaarde en trots: alles was ik kwijt als dakloze, behalve de hoop dat ik muziek zou maken.”

En hoe. ‘Si je pouvais je vivrais seule / Loin des problèmes et des dilemmes’, zing je in je grote doorbraak ‘Dilemme’. Ook al leef je niet meer op straat, je bént graag alleen?

“Ik schreef ‘Dilemme’ toen ik net had getekend bij een platenfirma. Mijn familie sloot me weer in de armen, opgelucht dat er íéts van mijn muzikale plannen was terechtgekomen. Maar ze zeurden me ook de oren van mijn hoofd: waarom ik niet naar dit of dat verjaardagsfeestje kwam? Ze begrepen niet dat ik in de studio moest zijn om muziek te maken. En de mensen met wie ik op straat had rondgehangen, kwamen opeens bedelen om geld, eisten dat ik hun kleren en schoenen kocht, want ik had het ‘gemaakt’. (zucht) Mensen denken graag – zeker bij een zwarte vrouw – dat jouw succes hun succes is. Dan moest ik ‘vrienden’ eraan herinneren dat zij in de zetel achter me joints zaten te roken terwijl ik songs aan het schrijven was. Zij vonden dat ze recht hadden op een deel van de koek, terwijl ze gewoon rondhingen en niks creatiefs deden. Ik heb véél vrienden aan de deur moeten zetten. Dat deed pijn, maar het luchtte ook op.”

Je speelt in je make-up en kleren met etnische symbolen. Hoe sta je tegenover de polemiek rond ‘culturele toe-eigening’? Mag ik van jou als witte vrouw vlechtjes in mijn haar dragen?

“Natuurlijk, zeg. Doe wat je wilt. De kwestie racisme tot zulke onnozelheden reduceren, helpt het probleem nog minder de wereld uit.

“Het zou een probleem zijn mocht je beweren dat je dat kapsel zelf uitgevonden hebt. Ik mix van alles uit verschillende culturen – kijk naar de groepsnaam Lous and the Yakuza, de Japanse maffia. Ik zég dat ook in alle interviews, dat ik ondanks mijn Afrikaanse roots veel haal uit de Japanse cultuur. Kijk, ik heb het wéér gezegd. (lacht) Het is net door te samplen uit andere culturen dat we als mensheid zijn geëvolueerd.”

Je bent nu ook model. Droomde je van modellenwerk toen je als dakloze in de chiquere Brusselse buurten aan de Louizalaan rondhing, omdat het daar veiliger was tussen de Louis Vuitton- en Chanel-boetieks?

“O nee, daar heb ik nooit over gefantaseerd. Merken als Chloé, Louis Vuitton en Adidas boeken me nu als ‘persoonlijkheid’, niet echt als model. Al heb ik wel modellenmaten – met dank aan mijn tijd op straat, toen ik 17 kilo afviel.

“Ik ben er wél trots op dat ik zorg voor meer zwarte gezichten in het straatbeeld. Ik ben al bedreigd omdat ik durf te zeggen dat onze maatschappij structureel racistisch is. Mensen haten je daarvoor. Maar als je dan als zwarte vrouw op een affiche in een bushokje op de Louizalaan staat, valt hun mond open. Dan heb ik gewonnen, zonder dat ik iemand heb moeten beledigen. Dat is altijd mijn advies aan iedereen, wit of zwart: focus op jezelf.”

Gore van Lous and the Yakuza verschijnt op 16 oktober bij Sony.

Beeld RV

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234