Vrijdag 05/03/2021

Louis Couperus of de angst voor den ouderdom

Naar aanleiding van de Boekenweek in Nederland herleest Christophe Vekeman de evergreen Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan... van Louis Couperus in een geïllustreerde luxe-editie.

In zijn causerie Hoe een roman wordt geschreven spreekt Louis Couperus zijn geloof uit "dat de goede roman wordt 'ontvangen', in éénen. Plotseling is de schrijver vervuld van zijn symbool, beeld en idee en heeft hij meestal niet anders te doen dan het te laten rijpen in zijn geest."

Het was tijdens of net na de begrafenis van zijn vader, in 1902, dat Couperus bezocht werd door "symbool, beeld en idee" van wat een van zijn absolute meesterwerken zou worden: Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan... De schrijver maakte zich op dat moment op om veertig te worden, een leeftijd die aan het begin van de vorige eeuw allicht heel wat meer pejoratieve connotaties had dan in onze tegenwoordige tijd, waarin het leven pas op veertig heet te beginnen. Met al dan niet troostend bedoelde prietpraat als zou een mens maar zo oud zijn als hij zich voelt, diende je bij de niet van ijdelheid gespeende dandy Couperus dan ook niet aan te komen: in een ander hoogstaand babbelstuk, Ouderdom en leeftijd, poneerde hij zonder verdere plichtplegingen dat "leeftijd is het aantal jaren, dat men telt en ouderdom beduidt den meer of minderen graad van fyziek en moreel verval, die de leeftijd onherroepelijk met zich mede sleept".

Toen Couperus een en ander "in zijn geest" had "laten rijpen" en gedurende de tweede helft van 1904 aan de roman in kwestie arbeidde, was zijn carrière commercieel gesproken al een aantal jaren bezig in het slop te verzeilen: critici en kopers bleken het er roerend met elkaar over eens dat zijn laatste, door dikke, rozige parfumwolken omgeven sprookjes en in de verre oudheid spelende mythes heel wat minder lezenswaardig waren dan vroegere, psychologische romans als Eline Vere, Extaze en Metamorfoze. November 1904, net voordat hij Van oude menschen... voltooide, klom de voorts nochtans immer galante schrijver zelfs in de pen om een soort van dreigbrief aan zijn uitgever te richten: "Ik schrijf, of liever geef voortaan geen letter meer uit in het Hollandsch." Gelukkig voor ons echter bleef het maar bij een wanhopig idee: de historische, 'homoseksuele' roman De berg van licht verscheen in 1905, een jaar later gevolgd door Van oude menschen..., dat er overigens niet in slaagde te zorgen voor zelfs maar een bescheiden Couperusrevival.

Het lijkt er kortom sterk op dat "symbool, beeld en idee" van de "goede", "in éénen ontvangen", doch voorts en vooral ook bijzonder pessimistische roman Van oude menschen... bepaald niet uit de lucht zijn komen vallen, maar de onvermijdelijke oogst waren van door Couperus als sterk terneerdrukkend ervaren omstandigheden. Een aantal in Van oude menschen... aan te wijzen autobiografische elementen versterken die indruk nog, en wel in die mate dat je zou kunnen concluderen dat Van oude menschen... niet alleen een van de beste maar ook een van de meest persoonlijke romans is die Louis Couperus schreef.

Al benadrukte Couperus aan het begin van zijn Metamorfoze heel verstandig dat een roman altijd een roman is en blijft, "niets dan een roman", en zich dus nooit kan "realizeren tot autobiografie", dat nogal wat personages in Van oude menschen... niettemin, gesteld dat zij een kijkje konden nemen in de spiegel van het 'echte leven', zichzelf moeiteloos zouden herkennen, is een onweerlegbaar feit.

Vooral Couperus zelf verschijnt in Van oude menschen... als nauwelijks vermomd personage ten tonele en speelt, naast de Ouderdom of zo je wilt Vadertje Tijd, de eigenlijke hoofdrol in het voorts opvallend dichtbevolkte boek. Dit hoofdpersonage, schrijver-journalist van professie, heet Charles, maar wordt door elkeen consequent 'Lot' genoemd, een voornaam die sterk doet denken aan die van Couperus, onder meer auteur van het boek Noodlot. Heel af en toe wordt de 'weke' en 'verwijfde' hoofdrolspeler door zijn geliefde moeder aangesproken met 'Charlot', - Couperus, die genoemd werd naar drie gestorven zusjes van hem en voluit Louis Marie Anne heette, zou tot zijn achttiende in het Haagse bevolkingsregister abusievelijk te boek staan als meisje.

Nog markante overeenkomsten: in de roman trouwt Lot met 'Elly', die later zijn nicht zal blijken te zijn, - 'Elisabeth' dan weer was de naam van het meisje, zijn nicht, jawel, dat Couperus in 1901 tot zijn bruid nam. Het huwelijk van - de homoseksueel geaarde - Louis en zijn vrouw zou nooit geconsumeerd worden, zoals ook in Van oude menschen... Elly, voor "wie de daad een behoefte was", na enkele weken van een 'kaal' te noemen huwelijksreis thuiskomt: dat Lot niet tot het schrijven van een nieuwe roman in staat blijkt te zijn, is haar "een groote desillusie". Niets aan te doen echter: "op een morgen, een beetje nerveus, had hij gezegd, dat het hem onmogelijk was... Dat het hem te moeilijk was. Dat hij niet kon." Of hoe Couperus de ellende van zijn eigen impotentie in de echtelijke sponde met ons, de lezers, deelt door het gebrek aan creatieve daadkracht van zijn fictieve alter ego te beschrijven.

Maar meer nog dan door het voornoemde gebrek aan scheppend doorzettingsvermogen, wordt de achtendertigjarige "levensdilettant" Lot gekenmerkt door een zijn hele wezen overschaduwende angst, die hem dagelijks bleek wegtrekken doet en hem op een gegeven ogenblik zelfs in appelflauwte vloerwaarts dwingt: "de Angst voor den Ouderdom!"

In het oeuvre van Couperus treffen we menige titel aan die tot de mooiste, meest welluidende van de Nederlandstalige letteren kan worden gerekend: De boeken der kleine zielen, bijvoorbeeld, of Langs lijnen van geleidelijkheid. Toch spant naar mijn smaak Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan... de kroon. Kan de roman zelf nu aan zijn titel tippen?

Het schijnt dat de meeste recensenten het boek bij verschijning in de eerste plaats beoordeelden op zijn merites als misdaadroman, wat Van oude menschen... inderdaad ook ís, net zoals De gebroeders Karamazov en De vreemdeling misdaadromans zijn. Dat het gros der toenmalige critici het boek laatdunkend verwierp als zijnde niet spannend genoeg, is echter onverklaarbaar: uiteraard wilde Couperus zich niet meten met Sir Conan Doyle, Van oude menschen... dient, misdaadroman of niet, zonneklaar te worden gelezen als de evocatie van wat Couperus alias Lot genadeloos in de klauw moet hebben gehouden, te weten de zonet vermelde angst om ouder, oud te worden.

Zogoed als alle personages delen deze universele, 'tijdloos' te noemen angst, en zo zij de angst om oud te worden niet kennen, dan uitsluitend omdat zij oud zíjn en daar steevast meer spijt van hebben dan er zich nog haren op hun hoofd bevinden.

De moeder van Lot, bijvoorbeeld, Ottilie, die er dan evenals haar zoon veel jonger mag uitzien dan zij in werkelijkheid is, maar toch onmiskenbaar zestig jaren telt. 'Mooi Lietje' werd zij eertijds genoemd, maar de tijd is meedogenloos, en mooie liedjes duren niet lang. Altijd is zij kind gebleven, behaagziek, hunkerend naar liefde en aandacht, maar als dat de gang - of liever de wezenlijke stilstand - van zaken is, "waarom dàn ouder te worden (...) Ach, waarom had zij maar niet jong mogen sterven..." En: "O, het was vreeslijk, dat oud, ouder worden, en dat altijd blijven toch wie je was." Haar - derde - man Steyn, pas vijftig nochtans, verdoezelt zijn spijt met deemoed: "Wat vermodderd was, was vermodderd: het leven, eenmaal vergooid, was niet meer terug te winnen." En Anton, behalve pederast ook de vijfenzeventigjarige broer van mama Ottilie, voelt zich bij het aanschouwen van Lot en diens drieëntwintigjarige verloofde "nijdig" worden, "en zijn ogen geelden, nu hij dacht, dat frissche jaren de zijne lang niet meer waren".

Een uitzondering vormt onder meer 'tante Stefanie'. Zoals velen in het boek eeuwig jong zouden willen blijven, desnoods door jong te sterven, zo wil zíj dolgraag oud worden. Zulks echter niet uit liefde voor het leven, maar uit angst om dood te gaan.

Maar wat maakt "den Ouderdom" nu verder zo verschrikkelijk? Het onherroepelijk "fyziek verval" lijkt nog het minst erg, al legt Couperus zich geen enkele beperking op in zijn uitvoerige, soms haast wellustig aandoende schildering van de lichamelijke bejaardheid, en al schrijft hij zich, kun je zeggen, dienaangaande met dezelfde onverzettelijke geestdrift in het zweet als waarmee Oscar Wilde de schoonheid van de jeugd bezong in zijn The Picture of Dorian Gray, ook al een misdaadroman, die trouwens door Couperus' vrouw Elisabeth in het Nederlands werd vertaald.

Nee, het eigenlijke antwoord op de bovenstaande kwestie zit in de titel van het boek vervat. Oorspronkelijk luidde die: Van oude menschen; de dingen, die voorbij zijn... Dat 'voorbijgaan' evenwel heel wat treffender is dan 'voorbij zijn', komt doordat het eerstgenoemde werkwoord in deze context een tweeledige betekenis krijgt: dat wat voorbijgaat, verdwijnt in het verleden, terwijl het zich ook in het heden laat gelden door herinnering te worden, herinnering die tevens in de toekomst onvermoeibaar zal blijven voorbijtrekken, passeren aan het geestesoog. Bovenal gaat dit op voor herinneringen die bedoeld zijn levenslang geheim te blijven en in die hoedanigheid alsmaar zwaarder gaan wegen, mettertijd in omvang toenemen ook, groeien, zwellen "als een stille kanker..." Lots oom Harold, die als kind - de enige - getuige was van de moord op zijn vader en zich inmiddels allang is begonnen af te vragen "waarom hij zo oud moest worden", weeklaagt er bij zichzelf als volgt over: "Het ging voorbij, maar in het langzame voorbij-gaan, kwam het zoo dicht, kwam het zoo dicht weêr terug."

Dit is wat Couperus ons in deze onvergankelijke misdaadroman voor jong en oud bovenal lijkt te willen vertellen: hoe ouder iemand wordt, hoe meer geheimen hij verzamelt om mee in het graf te nemen, en hoe eenzamer hij bijgevolg zal sterven. Dat is geen fraai vooruitzicht, nee. Is het zelfs wel beter dan niets?

Louis Couperus

Van oude menschen, de dingen, die voorbijgaan...

Veen Klassiek, Amsterdam, 288 p., 19,90 euro.

Louis Couperus schrijft zich met dezelfde onverzettelijke geestdrift in het zweet als waarmee Oscar Wilde de schoonheid van de jeugd bezong in 'The Picture of Dorian Gray'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234