Woensdag 03/03/2021

Loubna, een jaar later: hoe alleen was Derochette?

Een jaar geleden vond de Brusselse BOB in de kelder van de Q8-garage aan de Kroonlaan in Elsene het levenloze lichaam van Loubna Benaïssa. De commissie-Verwilghen ontrafelde in haar eerste rapport de lijdensweg van het onderzoek zoals dit vanaf 1992 door de Brusselse gerechtelijke politie (GP) werd gevoerd. Maar hoe kwam het parket van Neufchâteau eind 1996 bij Patrick Derochette terecht? Een reconstructie.

BRUSSEL.

EIGEN BERICHTGEVING

Op 4 oktober 1996, anderhalve maand na het uitbreken van de zaak-Dutroux, verricht de Brusselse GP een huiszoeking in het Q8-station van de familie Derochette. De actie staat geheel los van het vanuit Neufchâteau gereactiveerde onderzoek rond de verdwijning van Loubna. Ze is het gevolg van een anonieme brief waarin wordt gemeld dat Marc Dutroux en Michel Nihoul "goede kennissen" zijn van de zoon van de uitbater van het tankstation. Het resultaat van de huiszoeking is negatief. De GP neemt enkele videobanden mee, maar daarop is niets verdachts te zien. Er zullen vijf maanden verstrijken tot de Brusselse BOB een nieuwe huiszoeking verricht. Mét resultaat dan.

Op 24 november 1996 arriveert ook bij de rijkswacht een (anonieme) brief met de raad "eens te gaan kijken" in het Q8-benzinestation op de hoek van Wéry- en Kroonlaan in Elsene. Ook luidens deze tip kwamen Marc Dutroux en Michel Nihoul er opvallend vaak. Toch is dit niet hét spoor dat zal leiden tot de lugubere vondst van 5 maart 1997.

"We waren helemaal niet zeker of we juist zaten", zegt een BOB'er die voor het parket van Neufchâteau aan het onderzoek Loubna-bis werkte. "Wij werkten met een combinatie van een aantal feiten. Het element dat uiteindelijk de doorslag gaf, was de getuigenis van de buurvrouw die destijds een kind om hulp had horen roepen in de oude kliniek, rechtover de garage."

De buurvrouw wordt opnieuw verhoord en herhaalt haar relaas. GP-tipgever Jacques Genevois is in die periode (vanwege een vervalst alibi) nog de hoofdverdachte, maar al in december 1996 verschuift de aandacht steeds meer naar het Q8-station. Niet alleen nadat de BOB heeft vastgesteld dat het perfect mogelijk is dat de door de buurvrouw gehoorde stemmen uit de richting van het tankstation afkomstig waren en niet vanuit de bouwvallige kliniek aan de overzijde van de straat, zoals de GP aannam. Op 18 januari 1997 wordt Loubna's zus Nabela verhoord over de route die zij en haar zusjes gewoonlijk namen om naar de Aldi te gaan. Meestal liepen ze voorbij het station van de Derochettes. "Een van de garagisten roept altijd naar mijn zus Najat om te vragen hoe het gaat", vertelt Nabela.

Intrigerend wordt het pas na een analyse van het verleden van de zwakbegaafde Patrick Derochette. Hij is in het begin van de jaren tachtig driemaal vervolgd wegens zedenfeiten met minderjarige jongens. De eerste feiten dateren van kort na de breuk met zijn toenmalige vriendin Cathy. Derochette is dan 23. Wanneer Cathy in februari 1997 samen met enkele kennissen van toen wordt verhoord, wijst iemand op een merkwaardig toeval. Cathy heeft het uitgemaakt in augustus 1982. Zijzelf denkt dat het 5 augustus moet geweest zijn. Dag op dag tien jaar later wordt Loubna ontvoerd.

De aanwijzingen zijn duidelijk en welomlijnd. Ze komen echter grotendeels uit het oude dossier van de Brusselse GP. Er weerklonk dan ook triomfalisme in de mededelingen die de rijkswacht in maart 1997 verschafte over het werk van BOB-adjudant Legendre. Hij was het die met een niet eens zo grote groep enquêteurs slaagde waar de GP had gefaald. Toch verliep het 'heronderzoeken' niet altijd zo heroïsch als de rijkswachttop het toen voorstelde. In de dagen na de ontknoping heette het dat Legendre aan het puzzelen was gegaan met een nummerplaat en zo op Derochette was gestoten.

In werkelijkheid gebeurde het volgende. Op 18 augustus 1992, twee weken na de ontvoering, meende Aziza E.M. haar klasgenootje Loubna in Elsene te hebben opgemerkt op de achterbank van een zwarte Volkswagen Golf. Het negenjarige meisje noteerde de nummerplaat snel op haar arm: FKE080. Al in 1992 was de GP tot de bevinding gekomen dat die plaat verwees naar een bejaard koppel uit Overijse dat nooit met een VW Golf heeft gereden.

Legendre doet hetzelfde als wat zijn collega's bij het CBO twee maanden eerder hebben gedaan met de informatie die een student uit Bertrix doorspeelde over een verdachte witte bestelwagen: hij begint de combinatie te wijzigen in functie van wat een logische vergissing kan zijn geweest. Misschien zag Aziza een H aan voor een K. De oefening leidt tot een onthutsend resultaat. Er was in 1992 een VW Golf met nummerplaat FHE080. De auto was eigendom van M.C. Hij is gehuwd met een nicht van Patrick Derochette. Maar er is meer. M.C. is de griffier van een bekende Brusselse onderzoeksrechter. Zijn Golfje was echter niet zwart, maar groen. Wie in 1992 wel met een zwarte Golf rondreed, is de broer van Patrick Derochette. De speurders houden er lange tijd rekening mee dat de nummerplaten mogelijk zijn verwisseld. Het VW Golf-spoor doet de relaties tussen de parketten van Brussel en Neufchâteau verzuren, zeker wanneer de griffier door de BOB op de rooster wordt gelegd. De onderzoeksrechter is niet te spreken over het vermoeden alleen al.

"We hebben de wagen van de griffier teruggevonden en helemaal onderzocht, maar het resultaat was negatief", vertelt de BOB'er. "De zwarte Golf van de broer hebben we nooit teruggevonden. Hoewel we nu aannemen dat het één grote toevalligheid is geweest, heeft de piste van de nummerplaat ons op een bepaald ogenblik wel gemotiveerd." Het laatste wat de speurders over de zwarte VW Golf vernamen, was dat hij was verkocht aan een Spanjaard die ermee naar Spanje gereden was om het vehikel daar door te verkopen.

Thierry Derochette, de broer, is na de ontdekking van het lijkje van Loubna een tijdlang verdacht. (Patrick beschuldigde overigens aanvankelijk zijn eigen vader en zijn broer van medeplichtigheid.) Volgens de speurders is er tot op heden echter geen enkel element gevonden dat erop wijst dat Patrick Derochette medeplichtigen had. "We vroegen ons wel af hoe het mogelijk was dat een familie vier jaar lang met een lijk in huis woonde en nooit iets gemerkt heeft", zegt de BOB'er. "Inmiddels zijn we daaruit. Wetenschappelijk onderzoek van de koffer wees uit dat die luchtdicht was. Er konden geen bacteriën aan. Niemand had in die vijf jaar ooit de koffer geopend. Daardoor was het lichaam nog vrij goed bewaard toen we het ontdekten."

Op het lichaam werden vezels aangetroffen, waarvan enkele overduidelijk afkomstig waren van Patrick Derochette. Er werden ook vezels aangetroffen die naar de kleding van een derde persoon leken te verwijzen. Deze analyses zijn nog steeds aan de gang en het is te vroeg voor conclusies. "Ook voor de conclusie dat er geen medeplichtigen waren", meent de familie Benaïssa.

Annemie Bulté

Douglas De Coninck

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234