Zondag 20/10/2019

Lotto, van idealistische stageplaats tot ambitieuze subtopper

Het was met nobele motieven dat de directie van de Nationale Loterij bij het begin van het seizoen 1985 een wielerploeg voorstelde. De Nationale Loterij wilde niet meteen succes en snelle reclame. Neen, Lotto zou 'in de diepte' werken, jonge renners de kans te geven te rijpen. Daarom ook werden bekwame ploegleiders aangetrokken: Walter Godefroot en Patrick Lefevere.

Vandaag staan Godefroot en Lefevere met Telekom en Mapei-Bricobi aan het hoofd van twee van de sterkste teams van het internationale peloton. Toen waren ze beiden (tijdelijk) versmacht in het Belgische wielrennen dat onder het 'post-Merckx'-syndroom zuchtte. Beiden hadden ze narigheid meegemaakt met voortijdig afhakende sponsors: IJsboerke, Marc Zeepcentrale, Capri Sonne. Die ploegen leden aan de Belgische ziekte: sponsors leefden nog met het Merckx-beeld voor ogen, en door die irrealistische (en amateuristische) politiek kon de ene generatie jonge renners na de andere de verwachtingen niet kon inlossen. Lotto wilde beter doen. Geduldiger vooral.

Godefroots aanpak sloeg aan. In het eerste jaar 'scoorde' Lotto zelfs met zogezegd afgeschreven profs die plots openbloeiden: Paul Haghedooren won het Belgisch kampioenschap te Halanzy, Eddy Schepers reed een uitstekende Tour (15de, eerste Belg, voor Van Impe en Criquielion).

Ook de jaren nadien bleef Lotto een vaste waarde, al bleven grote overwinningen uit. Goed, Marc Sergeant won ook zijn tourrit en zijn Belgische driekleur, maar verder deed Lotto wat het moest doen: jonge renners wegwijs maken in het peloton.

Maar dat veranderde begin jaren negentig. Dat kwam niet zozeer door de intrede van Jean-Luc Vandenbroucke als sportdirecteur - Godefroot en Lefevere kozen opnieuw voor 'grotere' ploegen - maar wel door de invoeren van het FICP-klassement, zoals de UCI-ranking toen heette. Onder Godefroot kon Lotto het zich permitteren wat te freewheelen en vrijwillig aan de Tour te verzaken, plots kregen dergelijke beslissingen uitermate zware consequenties. Als een ploeg onvoldoende FICP-punten verzamelde, mochten ze gewoon niet meer meedoen aan serieuze klassiekers en de Tour. De 'stage' zou dan uitgehold worden, en - het moet gezegd worden - de Lotto-directie had van succes geproefd en wilde graag meer. En ze kregen dat. Aan het begin van de jaren negentig werd Lotto een ploeg die internationaal telde: Claude Criquielion was goed voor een toptienplaats in de Tour en won een tweede nationale driekleur, Johan Museeuw was er voor de tourritten, won ook het BK en klassiekers als het Kampioenschap van Zürich, Johan Bruyneel was primus in de Henniger Türm, net zoals Peter Van den Abbeele, Hendrik Redant won Parijs-Tours, er waren tourritten voor knechten als Peter De Clercq en Jan Nevens, Sammie Moreels heette een belofte. De toekomst kleurde roos.

Of niet? Na het afhaken van Criquielion en de overstap van Museeuw naar MG-GB probeerde de ploeg tevergeefs de oude status hoog te houden. Wilfried Nelissen moest die droom waar maken, samen met alleskunner Andrej Tsjmil. Soms lukte dat - Tsjmil won in '94 op indrukwekkende wijze Parijs-Roubaix door uitgerekend Museeuw total loss te rijden - maar steeds vaker werd Lotto een tweederangsploeg. Nieuwe 'kopmannen' als Luc Roosen en Jim Van de Laer waren illustratief voor de bloedarmoede, bij het collectief opgeven van de ploeg in '95 op weg naar La Plagne. Dat was het absolute dieptepunt.

Sindsdien ging het beter, langzaam. Lotto koos voor buitenlandse kopmannen, maar terwijl Abdoesjaparov, Madouas, Salmon en Laukka mislukten, waren het langzaamaan Belgische renners die de ploeg opnieuw in het peloton deden meetellen. Vorig jaar verbaasde Lotto door met drie renners in de kopgroep - Tsjmil, Jo Planckaert en Marc Wauters - de piste van Roubaix op te draaien, dit jaar reden Lotto's permanent in de eerste lijn. Net nu de ploeg haar verkrampte houding van 'wij willen grote jongens zijn' heeft ingewisseld voor complexloos en genietbaar rijden, barst een dopingbom van formaat. Als zou blijken dat de Lotto-renners systematisch door pep werden voortgedreven - wat gevreesd wordt, maar nog niet bewezen is - is de ploeg haar roots helemaal vergeten. De vraag of de Belgische overheid dan nog geld in dit team hoeft te steken, moet dan zelfs niet meer gesteld worden. (WP / TL)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234