Woensdag 25/11/2020

Londens museum voor hedendaagse kunst Tate Modern trok in vijf jaar tijd 22 miljoen bezoekers

Directeur Serota: 'We hebben nooit gedacht dat Tate erin zou slagen van Londen een bestemming te maken voor iedereen die in kunst ge�nteresseerd is'

Groot, Groter, Tate

Tate Modern in Londen bestaat volgende week vijf jaar. Tegen die tijd zullen er bijna 22 miljoen mensen een van 's werelds grootste musea voor hedendaagse kunst bezocht hebben. In 2000 vond Tate onderdak in het monumentale Bankside Power Station, een in onbruik geraakte elektriciteitscentrale aan de Theems. Louter cijfermatig is Tate groter dan zijn naaste concurrenten: Centre Pompidou in Parijs en Museum of Modern Art (MoMa) in New York. 'Maar de grootste verdienste van Tate is dat Londen een deel van Europa is geworden', zegt directeur Nicholas Serota.

Brussel

Eigen berichtgeving

Eric Rinckhout

Met meer dan vier miljoen bezoekers per jaar is het Londense Tate Modern 's werelds drukst bezochte museum voor hedendaagse kunst. Dat cijfer is de hele tijd stabiel gebleven, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Guggenheim in Bilbao. Hoewel dat museum kon profiteren van het zogeheten Bilbao-effect - innoverende architectuur die tot culturele heropleving van een achtergebleven gebied leidt - vielen de bezoekersaantallen de eerste drie jaar na de opening met de helft terug. Toen het nieuwe eraf was, bezochten zo'n 600.000 mensen per jaar het museum in de Noord-Spaanse stad. Daarna gingen de getallen weer de hoogte in.

Een pluspunt voor Tate is natuurlijk dat de toegang gratis is, schrijft Deyan Sudjic in de Britse krant The Observer. "Maar Tate biedt ook meer dan alleen maar sensationele architectuur." De journalist vervolgt: "Tate heeft de Britten anders naar kunst leren kijken en Tate heeft de wereld ook anders leren kijken naar Groot-Brittannië." Tate heeft een hele reeks nieuwe namen, van Tracey Emin tot Langlands en Bell, voor een zeer heterogeen publiek toegankelijk gemaakt, aldus de auteur.

Volgens directeur Nicholas Serota is de grootste verdienste van Tate het feit dat het museum ervoor gezorgd heeft dat "Londen een deel van Europa is geworden en de stad niet geïsoleerd is geraakt in een Britse kunstwereld." "We hebben nooit gedacht dat Tate, samen met de Londense kunstenaarsgemeenschap, erin zou slagen van Londen een bestemming te maken voor iedereen die in kunst geïnteresseerd is", vervolgt Serota in The Observer.

Maar Tate is meer dan alleen maar een kunstmuseum. Er is een bijzonder uitgebreide en voortreffelijke kunstboekhandel en een prima restaurant met een van de beste uitzichten over de Londense binnenstad. De gigantische Turbine Hall van Tate speelt zelfs een rol in Ian McEwans roman Saturday. En er is toch ook een Tate-effect. Het museum vestigde zich in een oude, verlaten elektriciteitscentrale, het Bankside Power Station, een monumentaal, streng, bakstenen gebouw met een 99 meter hoge schoorsteen, vlak tegenover St. Paul's Cathedral. De buurt rond de voormalige kolencentrale was er in de jaren 1980 slecht aan toe. Men wist blijkbaar niet goed wat men met de wijk moest doen en hoe men ze een nieuwe dynamiek kon geven. Een eerste stap in de richting van de heropleving was de reconstructie van het Globe Theatre van Shakespeare. Maar het is pas sinds de komst van Tate Modern dat de voorheen verloederde Londense South Bank weer in de lift zit. De grondprijzen rijzen er onvermijdelijk de pan uit - het verhaal klinkt bekend - maar er wordt zwaar geïnvesteerd, kantoorgebouwen en torenflats schieten er uit de grond en Tate trekt ook een heleboel commerciële galeries aan die zich in de onmiddellijke nabijheid komen vestigen. De buurt leeft duidelijk op.

Tate Modern groeide in 2000 uit Tate Gallery, een museum dat in 1897 in Millbank op de andere oever van de Theems voorbij het Britse parlement werd opgericht als National Gallery of British Art. Die eerbiedwaardige Tate Gallery werd al eens uitgebreid met de Clore Gallery om de indrukwekkende Turner-collectie te kunnen hangen. In de loop van de jaren 1990 werd de beslissing genomen om Tate-collectie in tweeën te splitsen en meteen ook een tweede museum te bouwen. Een van de mogelijkheden was een chronologische opdeling met het jaar 1900 als grens. Maar men koos voor de gewaagdere geografische splitsing. De Britse kunst, oude en nieuwe, bleef aan Millbank in Tate Britain, zoals de Tate Gallery herdoopt werd. De moderne en hedendaagse internationale kunst verhuisde naar de nieuwe Tate Modern. Het was een moeilijke en destijds controversiële keuze, waarover Serota nu zegt: "Ja, ik heb hier en daar spijt van, maar het was het enige wat we konden doen." Een van de nare gevolgen is dat de Tate Britain nog altijd wat op de sukkel is en vooral met spraakmakende tentoonstellingen bezoekers moet trekken, zoals met Turner, Whistler, Monet, een expositie die nog tot 15 mei loopt.

Hoewel het gebouw van Tate Modern zo al een grote vloeroppervlakte heeft, wil Serota de tentoonstellingsruimte van Tate nog eens vergroten met 60 procent. Daartoe zullen de Zwitserse architecten Herzog en de Meuron, die ook de plannen tekenden voor de renovatie en reconversie van de electriciteitscentrale, een nieuwbouw ontwerpen. "Die zal een totaal ander karakter hebben dan het huidige gebouw", zegt Serota in The Observer. Herzog en de Meuron versloegen in 1995 in de architectuurwedstrijd voor Tate Modern gerenommeerde architecten als Renzo Piano, Norman Foster en Rem Koolhaas. Inmiddels staan Herzog en de Meuron zelf aan de internationale top. Ze ontvingen de prestigieuze Pritzker Prize voor architectuur en bouwen musea in San Francisco en Minneapolis, en het Olympisch Stadion in Peking.

De ingrepen die de Zwitsers in 1995 voorstelden waren eenvoudig maar efficiënt. Zo behielden ze de buitenkant van het gebouw en lieten ook de enorme Turbine Hall leeg; die is zeven verdiepingen hoog en loopt over de hele lengte van het gebouw. Ze hadden die hal kunnen volbouwen maar deden dat niet. Voor die hal worden nu regelmatig nieuwe kunstwerken gecreëerd, zoals de reusachtige spinnen van de Amerikaanse beeldhouwster Louise Bourgeois, die de confrontatie met zo'n immense ruimte kunnen aangaan. Anish Kapoor ontwierp een reusachtige membraanstructuur die bijna de hele hal in beslag nam. Groter kon moeilijk. De Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson maakte er een weerproject, Bruce Nauman ging op zijn beurt nog verder in het immateriële en liet in de hal spraakfragmenten opklinken.

Intussen waren er ook de uitstekende tentoonstellingen. Ze waren kwalitatief hoogstaand en trokken veel, soms zeer veel volk. Hopper, Brancusi, Judd, Beuys, en niet te vergeten de Belgische schilder Luc Tuymans. Matisse/Picasso in 2002 was de populairste tentoonstelling met 4.671 bezoekers per dag.

Maar er zijn ook schaduwzijden aan Tate Modern. De permanente opstelling van het museum biedt een uitstekend overzicht van de moderne en hedendaagse kunst, maar kan kwalitatief toch niet tippen aan de ronduit imposante collectie van MoMa in New York. Op het vlak van hedendaagse kunst biedt een kleine broer als het Van Abbe Museum in Eindhoven dan weer een ruimer, persoonlijker en gedurfder traject. Hier en daar vertoont Tate al opmerkelijke tekenen van slijtage - dat is de tol van het succes, natuurlijk. Veel zalen zijn aan de kleine kant en geven een claustrofobische indruk, de permanente opstelling - thematisch en confronterend, niet chronologisch - is niet overal even helder, en het parcours is vaak labyrintisch.

Directeur Serota wil in elk geval nog eens vijf jaar volmaken. Hij wil de plannen voor de uitbreiding op de sporen krijgen en vooral een van de grootste problemen van Tate aanpakken: de onmogelijkheid om op de exploderende kunstmarkt nieuw werk te kopen. "We hebben mensen nodig die ons belangrijk werk willen schenken." Ten slotte wil hij zelf weer tentoonstellingen gaan maken. "Als ik het contact met de kunstenaar verlies, ga ik dood."

muhka-directeur Bart De Baere: 'Problematisch dat het de norm wordt voor alles'

"Tate Modern heeft ervoor gezorgd dat er in Engeland een breed draagvlak voor hedendaagse kunst is ontstaan", zegt Bart De Baere, directeur van het Museum Hedendaagse Kunst in Antwerpen (MuHKA). "Dat draagvlak was daar nog kleiner dan hier in Vlaanderen. Tate laat ook zien waartoe een land in staat is dat op een traditionalistische en centralistische manier werkt en imperiale ambities heeft. Het is een land waar een grote inzet mogelijk is. Tate heeft een zeer groot budget, het beschikt bijvoorbeeld over zeventien curatoren. Eén curator houdt zich alleen met de zaalteksten bezig."

Daar kunnen wij alleen van dromen.

De Baere: "Ja, maar moeten we daar ook van dromen? Het problematische is dat Tate Modern de norm wordt voor alles. Dat is gevaarlijk. Je moet de Kalmthoutse Heide niet vergelijken met de Sierra Nevada. We moeten ons afvragen hoe we ons kunnen verhouden tot zulke grote instellingen. Vanuit onze aspiraties en mogelijkheden hebben wij in dat verhaal een bijzondere plaats. De grote machines, en daar behoort ook het Centre Pompidou in Parijs bij, hebben encyclopedische collecties, het zijn een soort alleseters. Vlaanderen is een regio met een groot belang voor de beeldende kunst, we hebben misschien niet veel geld maar kunnen wel performant zijn en de aanstuurders worden van instellingen zoals de Tate. Dat soort instellingen maakt een synthese."

"In Vlaanderen kunnen we wel het niveau ambiëren van instellingen als het Van Abbe Museum in Eindhoven, het MACBA in Barcelona en de Fundação de Serralves in Porto, musea die niet in het centrum maar aan de rand zitten en in kwaliteit vaak niet voor de groten moeten onderdoen."

"Tate heeft veel mensen het noorden doen verliezen. Je moet je afvragen hoe je op je eigen manier en met je eigen middelen relevant bezig kunt zijn. Anders ben je provincialistisch."

(ER)

schilder Luc Tuymans: 'Tate bereikt reusachtig publiek'

De Belgische schilder Luc Tuymans, die vorige zomer in Tate Modern een solotentoonstelling had, zegt dat de Tate een enorme toeristische trekpleister is. "Tate werkt zoals het Centre Pompidou en het Musée d'Orsay in Parijs. Er is dat imposante gebouw, de nieuwe brug over de Theems - dat wérkt dus allemaal. Tate bereikt een reusachtig publiek en speelt een belangrijke rol in de cultuuroverdracht."

"Het is een belangrijke plek. Tate heeft de Britse kunst uit het isolement gehaald. Er was een Britse kunstscene ontstaan met onder meer Damien Hirst en gedreven door de Saatchi Gallery en andere collectioneurs, maar daar stond geen instituut tegenover, geen plek waar die Britse kunst met de internationale kunst kon worden geconfronteerd. Tate Modern heeft de voorbije vijf jaar die positie veroverd. De Britten waren op zichzelf gefixeerd met de Turner Prize en nu is er dat geglobaliseerd effect."

"Toen ikzelf mijn solotentoonstelling in Tate Modern had, ben ik hier in België uitgebreid op het nieuws geweest en zijn er nogal wat geïnteresseerden die nog nooit een tentoonstelling van mij hadden gezien in een soort nationale reflex naar Tate gaan kijken. Ik heb dus bredere lagen van de bevolking bereikt. Zo'n tentoonstelling zorgt ook voor je internationaal prestige. Tate is nu eenmaal geen kleine instelling." (ER)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234