Zaterdag 15/08/2020

Lokerse Feesten nemen vliegende start

Opmerkelijk hoe de Lokerse Feesten, ooit begonnen als een kermis met een podium erbij, zijn uitgegroeid tot een van de belangrijkste evenementen op de festivalkalender. Ook het openingsweekend van de 38ste editie was een schot in de roos.

Terwijl zich zeventig kilometer verderop Reggae Geel voltrok, stond een van de grootste sterren die het genre rijk is vrijdagavond op het podium van de Lokerse Feesten. Damian Marley werd sinds zijn samenwerking met de immens populaire Skrillex door een nieuw, jonger publiek ontdekt en dat was eraan te merken. Al meteen veel volk op de Grote Kaai, en Marley - de dreadlocks letterlijk tot aan de enkels - doorbrak eigenhandig het cliché dat alle reggae lijzig en eenvormig klinkt. Met zijn eigen versie van 'Make It Bun Dem' en een greep uit het repertoire van vader Bob kreeg hij de massa makkelijk in beweging. Vreemd dus dat de zanger en zijn crew het een kwartier te vroeg voor bekeken hielden.

Maar wél een goeie zaak voor Orbital, dat daardoor dan weer wat vroeger op mocht. De broers Paul en Phil Hartnoll zetten in de jaren negentig een handeltje op in baanbrekende elektronica, waren samen met The Chemical Brothers, Underworld en The Prodigy de gezichten van de Britse ravescene, en bouwden op de koop toe een show op waarbij stuiterende beats en glorieuze melodielijnen elkaar in evenwicht hielden. Eerder dit jaar bracht Orbital voor het eerst sinds 2004 weer een nieuwe plaat uit. Een verrassend goeie, bovendien. En ook live maakten de twee een sterke beurt, al had je het inmiddels allemaal al eens eerder gezien, en was de verrassing er twintig jaar later uiteraard ook wel wat af. Niettemin: deze kinderen van Kraftwerk hadden met 'Halcyon', 'Lush' en de hilarische manier waarop Belinda Carlisle en Bon Jovi in elkaar werden gemixt toch nog en paar onverslijtbare dancetracks in de machines zitten.

Afscheid van Arid

Zaterdag mochten Arid en Milow Lokeren opwarmen tot het de beurt was aan Roxy Music-legende Bryan Ferry. Voor Arid was het meteen een soort afscheid, want Jasper Steverlinck begint binnenkort met de opnamen van een soloplaat, en dus gaat de groep de eerste paar jaar weer het vriesvak in. Openen op de Lokerse Feesten is nooit een cadeau, en bijgevolg kwam Arid in eerste instantie wat moeizaam op gang. Maar met een mooie dwarsdoorsnee uit dertien jaar carrière wisten de vier uiteindelijk toch in die mate te overtuigen dat er achteraf nog een bisronde werd afgedwongen.

Op de koop toe bracht Arid al vrij vroeg veel volk op de been, zodat Milow achteraf voor een behoorlijk gevulde Kaai mocht laten zien waarom hij, in tegenstelling tot veel andere Belgische bands, wel een internationale carrière heeft.

Jonathan Vandenbroeck zong over Neil Young en coverde Bruce Springsteen. Hij kent zijn classics niet alleen, hij maakt er ook zelf. Bovendien heeft hij met 'You Don't Know', 'Never Gonna Stop' en 'You and Me (in My Pocket)' nummers die zo universeel zijn dat ze van Tokio tot Los Angeles kunnen aanslaan.

Het moment suprême was uiteraard gereserveerd voor Bryan Ferry. Zesenzestig jaar is hij inmiddels, maar anders dan het gros van zijn leeftijdsgenoten nog lang niet op zijn retour. Op de koop toe had hij met voormalig Smiths-gitarist Johnny Marr als special guest een levende legende in de rangen, al gebiedt de eerlijkheid op te merken dat Marr zelden of nooit zijn stempel drukte in een vijftienkoppige band waar nog twee andere stergitaristen de dienst uitmaakten.

Op het stevige 'Reason or Rhyme' na liet Ferry zijn jongste plaat Olympia helemaal links liggen en opteerde voor een greatest hits om duimen en vingers bij af te likken. 'I Put a Spell on You' en 'Slave to Love' waren ijzersterke openers, en Ferry zelf - van kop tot teen stijl en charisma - had er duidelijk zin in. Met twee zuinig ingepakte danseressen en een hoop fraai vrouwvolk op video was er op de koop toe ook wat om naar te kijken. Alleen jammer dat Ferry vier achtergrondzangeressen mee had die hem bij momenten zodanig overstemden dat de songs er wat onder te lijden hadden. 'More than This' miste daardoor de magie van anders, en ook 'Oh Yeah' - nochtans een topnummer - klonk zodus iets minder melancholisch dan je gewend was.

Maar niet getreurd: het laatste halfuur was er opnieuw pal op, met de bolle funk van 'My Only Love', de pompende disco van 'Love Is the Drug' en het speelse 'Let's Stick Together' leefde de sfeer van grote dagen meteen weer op. De drie Dylan-covers hadden wat ons betreft niet gehoeven, maar met de Roxy-classic 'Editions of You' had hij het hele plein mee, en ook de van Sam & Dave geleende soulstandard 'Hold On, I'm Coming' gaf aan dat Ferry's eerste liefde nog steeds bij Stax en Motown lag.

Zelfs met een set die af en toe onder zijn gebruikelijke niveau bleef, onderstreepte Ferry dat er na veertig jaar carrière geen twee rondlopen zoals hij. Wat hij heeft het nog altijd allemaal: de klasse, de songs en, niet te vergeten, die dromerige, ongrijpbare stem. Volgend voorjaar verschijnt er een nieuwe plaat. Iets om naar uit te kijken.

Vanavond staan Intergalactic Lovers, Arsenal, Absynthe Minded, The Roots en Sound of Stereo op het programma.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234