Woensdag 30/09/2020

Lof der zotheid

Het was mei en 1997. Door een fundamentele fout van het lot stortte de grote dichter Herman de Coninck in elkaar, daar op die witte keien van Lissabon. Enkele dagen later volgde een rouwdienst in een universiteitsaula te Wilrijk. Het was een mooi feest van collectief verdriet

Zoals ik altijd doe bij dergelijke gelegenheden zat ik helemaal aan de zijkant, klaar om lekker laf weg te vluchten wanneer het me allemaal te veel zou worden.

De dienst was nog maar net bezig toen ik in het tegenlicht dat bij een scherpe lentezon hoort, iemand zag binnenkomen die met al de discretie van de ware gentleman gauwgauw en onopvallend wou gaan zitten op een eenzaam overblijvende klapstoel, naast mij.

Hij excuseerde zich, omdat hij te laat was - beetje last gehad met parkeren omdat er nu eenmaal heel veel mensen van Herman hielden - en hij zei ook dat zijn vrouw niet mee was kunnen komen, omdat ze moest werken.

Toen kwam een man met kepi opdagen, die duidelijk behoorde tot het gild van de lijkdragers. Hij keek de binnenkomer streng aan en sprak toen, in een jargon dat ik spontaan associeer met sommige steden waar ze over een zoölogische tuin beschikken, volgende afschuwelijke woorden: "Menier. U zit hier wèl op een ploats die oitsloitend veurbehouwden is veur belangraaike mensen, hey."

Ik had zin om de rouwsoldaat een uppercut te verkopen van Wilrijk tot Waikiki, maar gezien de omstandigheden kwam ik niet verder dan wat gutturaal gestamel in de richting van hoe 'belangraaik' ik die 'Menier' in kwestie wel vond.

Nog eer ik mijn halfbakken halfzin uitgesproken had, was de berispte man al weer verdwenen en op weg naar een standplaats tussen het plebs. Hij had het daar zichtbaar naar zijn zin.

Het ging om de toneelpeler Ferdinand Buyl.

Nand Buyl was een zeer belangrijk man: omdat hij die toneelspeelkunst tot in de diepste diepten doorgrondde, omdat hij de vis comica die hij van de natuur gekregen had op zo'n wonderlijke wijze had gecultiveerd dat hij met double takes en double entendres kon goochelen als een begenadigde Noel Coward van de lage landen, omdat hij mensen, ook al kende je hem zoals ik maar een heel klein beetje, ongelofelijk chaleureus en genereus kon bejegenen.

Maar vooral omdat hij Nand Buyl was.

Een superieur acteur, vanzelfsprekend, maar ook een komiek, een regisseur, een directeur, een filmster, een docent, een vriend en vooral een echtgenoot van een vrouw die hij meer dan een halve eeuw teer bemind heeft.

Nand was ook de houder van een vreemd soort Oost-Europees verdriet dat ergens binnen in hem huisde , maar dat hield hij meestal op stal, zoals elke goede zot dat doet.

Hij speelde soms een hofnar, dat is waar, maar hij was tegelijk ook en altijd een koning.

Een koning hoort royaal te zijn en dat was hij ook.

In de vriendschap natuurlijk, maar zeer zeker ook in zijn vak.

Buyl heeft zijn hart, zijn lijf, zijn stem, kortom zijn hele instrument en zijn talent bijna tachtig jaar lang ten dienste gesteld van een nauwelijks telbaar aantal theatervoorstellingen, films, tv-spelen en series.

Of het nu om Shakespeare ging of om Spoed, om Bobbejaan Schoepen of Bertolt Brecht, om Keromar, De kat op de koord of De Kavijaks, het maakte Nand helemaal niets uit.

Hij deed wat hij moest doen en hij deed dat altijd goed: op en top een heer, en dat allemaal met een bescheidenheid die hem op zo gunstige wijze onderscheidde van al die vieze BV'tjes die dezer dagen in het ijle toeterend de kantjes aflopen van de industrie van het menselijk geluk.

Een jaar of vijf geleden mocht ik op eenvoudig verzoek van Stijn Coninx een cameo-appearance maken in de VTM-reeks De Kavijaks, waarin Buyl een zeer mooie grootvader aan het neerzetten was.

Toen ik op de set aankwam, werd mij de weg gewezen naar de op locatie vaak geïmproviseerde kleedkamer. Ik kwam er terecht in een nest overvloedig aanwezig jong grut dat bij de figuratie hoorde en ik zag plotseling hoe misschien wel de beste acteur van dit land een beetje moeizaam zijn broek stond aan te trekken terwijl niemand daar, behalve ik, scheen te beseffen wie hij wel was.

Hij keek me streng aan en zei toen afgemeten: "Bedankt, hé."

Ik wist niet waar hij het over had maar hij ging vrolijk verder: "Gij hebt goed in mijn portefeuille gezeten, gij", en net toen hij merkte dat ik wat van mijn melk dreigde te raken door zijn opmerking, voegde hij er grijnzend aan toe: "Gij hebt dit toch geschreven? Had ge mij nu niet in aflevering 5 kunnen laten sterven in plaats van in aflevering 3, dan had ik hier misschien nog iets moois aan overgehouden."

Nand, weet dat als het van mij zou afhangen ik je helemaal nooit zou laten sterven.

Toch goed dat we laatst nog samen met Chris en wat vrienden een glas champagne gedronken hebben in Flagey, na dat mooie concert van Raymond waar je je ouwe knoken nog foutloos in het ritme liet knikken tijdens 'Liefde voor muziek'.

Nog één vraag, slechts , voor je wegvliegt: wie gaat nu in het vervolg al die fantastische kreeften van bij vishandel François opeten?

Bon voyage, Monseigneur.

Nand Buyl speelde soms een hofnar, dat is waar, maar hij was tegelijk ook en altijd een koning

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234