Donderdag 28/10/2021

Lof der pedagogie

De kans is groot dat de naam Dirk Lauwaert u niet meteen iets zegt. Dat komt, denk ik, omdat je de man zelden als kandidaat in het betere gezelschapsspel Blokken tegenkomt en hij ook al nauwelijks te zien is in iets van de strekking The Block: Hoegaarden.

Toch moet u me maar op mijn woord geloven dat Dirk Lauwaert een van de fijnste geesten van dit rare land is.

Hij is een briljante essayist. Uit zijn stukken over film en fotografie blijkt vaak dat hij meer verstand heeft van de materie dan de mensen die de betreffende films of foto's hebben gemaakt. Hij is tegelijk een gepassioneerde lesgever en een superieure pedagoog, een combinatie die minder voorkomt dan u zou kunnen denken.

Ooit had hij het in een van zijn stukken over de dagelijkse praktijk van het doceren. Uit het blote hoofd wil ik daar graag een zinsnede uit citeren die me al jaren bijblijft: "Het mooiste aan lesgeven", zegt Lauwaert, "is dat ze daar altijd zitten". Met 'ze' bedoelt hij 'de studenten', vermoed ik, en die gedachte ontroert me.

Wellicht omdat ik, naast het achterlaten van allerlei slijmsporen in de wereld van het existentiële variété, zelf ook al meer dan een kwarteeuw voor een klasje mag staan. Vaak in Schaarbeek, soms in Brussel-Stad, regelmatig in Amsterdam en een enkele keer ook wel in Porto of Brest. En inderdaad: ze zijn er altijd.

Soms komen ze wat te laat en soms gaan ze al eens te vroeg weg, maar in de regel zijn ze er. Dat ligt niet aan mij, denk ik dan, maar wel aan het feit dat weinige jongelui door hun ouders verplicht worden om naar de filmschool te gaan.

Het is ook een verpletterende verantwoordelijkheid, dat lesgeven, al weet ik dat sommigen het ook gewoon en ordinair als een schnabbel bekijken.

Je hoort tegenwoordig ook weerzinwekkende mensen spreken over dingen als "de onderwijsmarkt", "de school als bedrijf", "de student als klant".

"Alles is porno", zou mijn collega Paul Baeten Gronda daarop zeggen, en ook deze keer heeft hij gelijk.

Onderwijs gaat alleen maar over doorgeven. Voor wie niets door te geven heeft ontstaat er dus een echt probleem, dat jaren kan duren en levens kan verwoesten.

Ik kan het weten want ik heb het zelf meegemaakt: aan de school waar ik lichtjaren geleden in de kunst wilde worden ingewijd, vertoefden wel honderd leraren, maar als ik het van hieruit bekijk waren er uiteindelijk maar twee die ertoe deden. De ene gaf dramaturgie en wat de andere precies gaf, daar ben ik nog niet uit. Ze heetten Herwig Hensen en Alex Van Royen. Soms bekruipt mij de zin om ze op te bellen en ze te bedanken voor wat was. Maar ze zijn natuurlijk allebei allang dood, zoals dat met fijne mensen dikwijls gaat.

Ook dood is de genaamde Woppy. Ik vernam het via Teletekst, die goede vriend van wie vaak thuis zit en niet té vroeg aan de borrel wil. Ik kan niet zeggen dat ik het erg vond, want op de vele pagina's van het grote facebook in mijn hoofd staat geen enkele vriend die Woppy heet. Toen ik het bericht toch aanklikte en de gele letters zinnen gingen vormen op mijn beeldscherm, begreep ik dat het om het vroege overlijden van de toneelspeler Carl Ridders ging.

Jong en eenzaam, het bestaat. En de laatste tram nemen wanneer je begrijpt dat zoals John Lennon ooit zong "the pain gets so big you feel nothing at all", het bestaat ook.

Carl Ridders was véél meer dan een Woppy, een creatuur dat hij even neergezet had in een jeugdreeks. Hij was bovenal een bezeten theaterman die zich graag wentelde in de teksten van Jean Genet, Friedrich Hölderlin en Michel Tournier.

En of hij nu een van de hoofdrollen speelde in Yasmine Reza's Kunst of bij wijze van spreken een brief moest opbrengen in een avondvullende draak, altijd deed hij dat met waardigheid en ware liefde voor het vak en vooral - een zeldzaam goed, dezer dagen - véél spelplezier.

De redacteurs van Teletekst hadden Carl overigens ook kunnen kennen van de eerder kleine rollen die hij vol overgave speelde in een half dozijn films van bijvoorbeeld Jan Verheyen of Marc Punt of van een enkele keer bij Aspe of Flikken.

En de wereld zou ondertussen ook weet mogen hebben van zijn glansrol als Claude in Hugo Claus' Het sacrament. Nog voor de film gedraaid werd, zat Omtrent Deedee, de roman waarop de film gebaseerd is, al helemaal in Carls hoofd en het verhaal gaat dat hij Claus op een avond in de horeca aansprak met de woorden: "Claude, dat ben ik." En gelijk had hij, natuurlijk. Al was hij, zoals gezegd, ook veel meer. Een pedagoog bijvoorbeeld, die mooie voorstellingen kon maken met jonge mensen.

Wat mij weer bij een touchante brief brengt die ik net in de Humo van deze week las en die het had over de Humo van vorige week. Het gaat om de moeder van twee studenten aan wie ik ooit les heb gegeven. Ze hebben allebei veel talent en hun mama vindt dat ik hun naam wel eens vergeet te noemen in het openbaar, hoewel ze de zeer mooie film Small Gods gemaakt hebben. Ze heeft gelijk, maar ik ben nog vele tientallen anderen ook vergeten een name-check te geven.

Deze twee alumni heten dus Dimitri en Nicolas Karakatsanis. Ik zou het duizend keer kunnen zeggen maar ik ga het toch nog maar drie keer doen: Dimitri en Nicolas Karakatsanis, Dimitri en Nicolas Karakatsanis, Dimitri en Nicolas Karakatsanis!

En zo is het wel goed geweest. Ik moet trouwens nog een titel bedenken bij dit stuk, eer het op de elektronische bus moet. Ik denk dat ik maar eens ga voor: lof der pedagogie.

Soms bekruipt me de zin om de enige twee leraars die er destijds op mijn school toe deden, te bellen en te bedanken voor wat was

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234