Vrijdag 23/10/2020

Interview

Lize Spit: "Heb ik nu rechtse gedachten of niet? Daar maak ik me dagelijks zorgen over"

Beeld Stefaan Temmerman

De Franse schrijver Marcel Proust beantwoordde ze ooit in een vriendenboekje, nu geeft De Morgen er een eigenzinnige draai aan. Dertig directe vragen, evenzoveel openhartige antwoorden. Vandaag: schrijfster Lize Spit (29). Wie is zij in het diepst van haar gedachten?

1. Hoe oud voelt u zich? 

"Ik voel me eerder 20 dan 30, eerder meisje dan vrouw. Soms, als ik in de supermarkt waspoeder koop, heb ik nog steeds het idee dat ik ­winkeltje speel. Volgens mij komt daar pas ­verandering in als ik leer autorijden of kinderen krijg.”

2. Wat vindt u uw belangrijkste eigenschap? 

“Mijn ­inlevingsvermogen. Ik kan mij heel goed inleven in ­anderen om hen te proberen te begrijpen. Zo kan ik echt emoties beleven die niet op mij van toepassing zijn.

“Beroepsmatig komt dit van pas, in mijn privéleven maakt het zaken soms onnodig moeilijker, omdat ik gewoon te veel inzit met anderen. Ik kan heel veel plaatsvervangend verdriet voelen. En dan vraag ik me af: heeft dit nu wel zin? De persoon in kwestie weet toch niet dat je met hem of haar in je hoofd bezig bent. En misschien til ik er wel veel ­zwaarder aan dan zijzelf.

“Die behoefte om mij te verplaatsen in anderen heeft eigenlijk te maken met een soort controledrang, denk ik. Ik ben echt een freak, op dat vlak.”

3. Wat is uw grootste passie? 

“Schrijven. Het is een privilege dat ik van mijn lievelingsbezigheid mijn beroep heb kunnen maken.”

4. Wat beschouwt u als uw grootste prestatie? 

“Goud behalen op een judokampioenschap met, wat nadien bleek, een ­gebroken pols. Ik had vlak voor de wedstrijd een mislukte flikflak gemaakt en was daarbij verkeerd terechtgekomen.

“Ik vraag me vaak af of ik een zwak karakter heb, of ik wel hard genoeg ben en mij hard genoeg inspan. En dan schittert die daad in het verleden, want toen heb ik letterlijk doorgevochten. Het blijft voor mij een heroïsche gebeurtenis.” (
lacht)

5. Wat zijn de gelukkigste momenten in uw leven? 

“Wanneer ik vol verwachting naar iets uitkijk. Of achteraf, wanneer ik er met afstand op terugblik. Ik ben vaak gelukkig, maar op het moment zelf te ongeduldig of te zelf­bewust om het te beseffen.”

6. Welke kleine alledaagse gebeurtenis kan u blij maken?

“Melk opschuimen, bij valavond de lampen in huis aanknippen, in bed liggen terwijl het regent, ‘2+1 gratis’-stickers aantreffen in de winkel, een nieuw scheutje aan mijn kamerplant ontdekken, midden in de nacht uit bed komen om een idee te noteren.”

7. Wat is uw grootste zwakte? 

“Jaloezie, een gevoel dat vaak te herleiden valt tot onzekerheid. Het kost me vaak moeite om te beseffen dat een ander zijn kunde niet per se mijn onkunde weerspiegelt.

“Maar er is wel een verschil tussen jaloezie en afgunst. Ik gun anderen altijd alle succes. Bij literaire prijzen voor
Het smelt dacht ik telkens: ik hoef ze niet te winnen, ik heb al zoveel erkenning gekregen, ik mag al blij zijn. Maar als een jury me niet bij de top vijf selecteert, slaat de twijfel wel toe: is mijn boek dan toch gehypet of is het echt wel goed?

Beeld Stefaan Temmerman

“Ik kan heel jaloers zijn als ik vrienden moet delen met andere vrienden. Of als vrienden onderling afspreken zonder dat ik erbij ben. Ik ben gewoon bang dat ze mij er niet meer bij willen. De angst niet goed genoeg te zijn. Mijn vrienden weten dat nu, en verduidelijken meteen waarom ik er niet bij was. Ik eis geen ­verantwoording van hen, maar het is zo gegroeid.

“Als andere vrouwen naar mijn lief kijken, vind ik dat alleen maar leuk, begeerlijk in mijn ogen. Maar omgekeerd, als hij te veel naar andere vrouwen kijkt, dan voel ik wel jaloezie, ja. Dan begin ik weer aan mezelf te twijfelen. Ben ik wel aantrekkelijk genoeg?”

8. Waar hebt u spijt van? 

“Ik heb geen spijt. Ik zou mijn leven bij een heruitvoering vrijwel hetzelfde willen. Misschien zou ik wel vanaf mijn 14de mijn diabetes beter verzorgen, en een andere weg nemen op 21 juni 2013 zodat ik niet aangereden werd en nu nog twee intacte knieën had.

“Ik verwacht wel dat ik later spijt zal hebben dat ik mijn familiebanden niet genoeg gekoesterd heb, maar daar is het nu nog niet te laat voor.”

9. Wat is uw grootste angst? 

“Ik ben een angstig persoon van nature. Toen ik hier op school zat in Brussel, ben ik twee jaar in behandeling geweest voor een heftige angststoornis. Het was begonnen toen ik een joint rookte; ik keek naar mijn lichaam en had het gevoel dat ik uit mezelf was gevallen. Een paar weken later werd ik ‘s nachts wakker en leek het alsof mijn armen de mijne niet meer waren, heel gek. Zo ging het van kwaad naar erger. Die angststoornis heeft twee jaar geduurd, ik ben er maar heel langzaam uit geraakt, met behulp van therapie en medicatie.

“Angst voor angst is dus eigenlijk mijn grootste angst. Bang zijn om gek te worden. Angst om helemaal de controle te verliezen. Vandaar ook mijn angst voor alcoholverslaving. Veel mensen in mijn omgeving zijn verslaafd aan alcohol, dat maakt zo veel kapot. Mijn relatie tot alcohol is zo beladen dat ik niet ongedwongen een glas kan drinken zonder die simpele daad kapot te redeneren. In gezelschap tel ik zelfs hoeveel glazen de anderen drinken. Maar nooit meer drinken kan ik dan ook weer niet.”

Beeld Stefaan Temmerman

10. Waarvoor wilt u vechten? 

“Rechtvaardigheid, ik heb een sterk rechtvaardigheidsgevoel. En ik verbeeld me ’s avonds, als ik alleen op straat loop, weleens hoe ik een aanrander een trap zou verkopen.”

11. Wanneer hebt u voor het laatst gehuild? 

“Vorige week, thuis, in de zetel, omdat de persoon naast me verdrietig was maar zelf niet zo gauw huilt. En ook op het vliegtuig naar Japan, twee keer, bij het zien van de films
Moonlight en Her. Ik huil om het minste, soms moet er nog maar een auto toeteren omdat ik aan de verkeerde kant van de baan fiets en dan springen de tranen in mijn ogen.”

12. Wanneer schrok u van uzelf? 

“Toen ik een zakkenroller iemand zag bestelen op een Brusselse tram en ik hem op automatische piloot overmeesterde. En wanneer ik mezelf in de krant zie staan, dan moet ik er telkens aan wennen dat ik die persoon ben.”

13. Wanneer bent u ooit door het lint gegaan? 

“Dit jaar van oud naar nieuw, op weg naar huis. Dronkenschap werkt als een vergrootglas, en als de drank slecht valt, zie ik plots alles somber in. Maar écht door het lint gaan, en met dingen gooien of schreeuwen, dat is me zover ik me herinner nog nooit overkomen. Ik heb weleens een keer tegen een zak kattenbakvulling getrapt, om stoom af te laten, tijdens een woordenwisseling met mijn vriend.”

14. Welke kunstvorm beroert u het meest? 

“Film. Ik kom de bioscoop vaak ongegeneerd buiten met natte wangen of met grote voornemens. Zelf een film schrijven wil ik dan weer niet, omdat ik niet genoeg controle heb over hoe hij in de zalen te zien zal zijn.”

15. Hebt u ooit een religieuze ervaring gehad? 

“Als kind zag ik tijdens de misviering boven het hoofd van de priester een ­luster op en neer bewegen, ik beschouwde het als een teken van God. Jaren later bleek het een grap van enkele dorpelingen die in de zolder van de kerk waren gekropen om aan de bekabeling van de luster te trekken.”

16. Wat biedt u de ultieme ontspanning? 

“Koken voor gasten in een opgeruimde keuken, mijn kamerplanten verzorgen, zwemmen in hoge golven. Ik heb een hekel aan nietsdoen, dan ga ik nadrukkelijker piekeren. Toen ik in therapie was voor mijn angststoornis, vroeg een dokter me: wanneer heb jij ooit eens op een stoel zitten niksen, gewoon genoegen nemen met de tijd die voorbijgaat? Nog nooit dus. Ik vind het leven daarvoor te kort.”

17. Hoe kijkt u naar uw lichaam? 

“Dit vind ik een van de moeilijkste vragen. Ik kijk er eerder met tegenzin en wantrouwen naar. Soms wou ik dat ik mijn lichaam kon thuislaten, dan zou ik me vrijer en complexlozer voelen.

“Je lichaam is eigenlijk een verhaal dat je vertelt. Je kleedt je aan, je maakt je op. Soms voelt dat als een leugen. Als ik mijn haar niet opsteek en geen schmink draag, kom ik niet graag buiten.

“Ik vond het heel gek toen mensen in het begin zeiden dat ik mijn uiterlijk gebruik om mijn boek te verkopen, omdat ik dat totaal niet zo aanvoel. Voor mij is mijn uiterlijk echt een obstakel en dat heeft wellicht veel te maken met mijn diabetes. Ik ben van kleins af aan zo beschaamd over mijn lichaam. Ik heb het heel moeilijk om naakt te zijn bijvoorbeeld, of om te gaan zwemmen. Omdat ik niet in bikini durf, zelfs niet met mijn beste vrienden.

“Sinds mijn verkeersongeval zijn mijn knieën kapot en zit ik als het ware nog meer gevangen in mijn lichaam.”

Beeld Stefaan Temmerman

18. Wat vindt u erotisch? 

“Gespierde mannenhanden.”

19. Wat is uw goorste fantasie? 

“Ik beeld me vaak in hoe ­dingen te pletter zullen storten – fruit, bijvoorbeeld.”

20. Welk dier zou u willen zijn? 

“Een niet-gesteriliseerde huiskat.”

21. Aan wie bent u schatplichtig? 

“Aan de mensen die in het dankwoord van mijn eerste boek staan, en ook de mensen die ik zal vermelden in het volgende. Aan heel veel mensen, in feite. Ook aan mijn vrienden, die ervoor zorgen dat ik me nooit alleen voel.

“Professioneel zou ik zeggen: aan Daniël (van der Meer, uitgever van ‘Das Mag’, red.), omdat ik op een bepaalde manier zo naar hem opkijk. Het smelt wou ik ergens ook voor hem schrijven. Zijn gezicht heb ik vaak voor mij gezien tijdens het scheppingsproces omdat hij de eerste echte lezer was.”

22. Hoe is/was de relatie met uw ouders? 

“Liefdevol maar afstandelijk. Ik ben geworden wie ik ben, zowel dankzij als ondanks mijn opvoeding. Al geldt dat laatste wellicht voor iedereen.

“Mijn ouders zijn trots op mij, maar ik vraag mij af wat er gebeurd zou zijn mocht Het smelt geflopt zijn. Ze hebben zich in zekere zin ook wel opgetrokken aan het succes ervan. Ze moeten het toch maar durven: dat boek lezen en twee dagen later op mijn boekpresentatie aanwezig zijn en alle blikken trotseren. Er is geen gemakkelijke manier om over ouders te schrijven, ze zullen zichzelf er steeds in herkennen.

“Soms vind ik dat succes wel moeilijk tegenover mijn broer en zussen. Zij hebben ook veel bereikt in hun leven en toch gaat het altijd over mij, continu. Als ik op familiebezoek ga, moet ik ook altijd zeggen: het mag nu even níét over mij gaan.”

23. Aan wie hebt u leed berokkend? 

“Aan naasten over wie ik schreef. Aan onbekenden ook, in columns. Je raakt mensen wel met wat je over hen schrijft.

“Als kind heb ik eens iemands cavia losgelaten in de tuin. Ik heb dat dier en die persoon toen ook zeker leed berokkend.”

24. Welke eigenschappen waardeert u in anderen? 

“Mijn beste vrienden zijn betrouwbaar, kwetsbaar, lief, creatief en verwonderd. En als ‘Leonard Cohen beluisteren’ een eigenschap is, kan ik dat ook waarderen, want dat verraadt een melancholisch kantje.”

Beeld Stefaan Temmerman

25. Hoe definieert u liefde? 

“Voor mij is liefde echt wel een thuis, een plek waar je veilig bent. Maar als er één sluitende definitie voor bestond, zou ik er het komende jaar geen roman over schrijven.”

26. Hoe wilt u bemind worden? 

“Mijn vriend is een genereuze minnaar. Hij geeft veel affectie. Ik ben eerder zuinig op dat vlak, vrees ik, zo ben ik ook opgevoed. Bij mij uit beminnen zich meer in zorgzaam zijn. Ik word kregelig als hij mij komt kussen terwijl ik juist de sla sta te wassen, bijvoorbeeld. Maar ik ben blij dat hij dan toch doorzet, zo staan we af en toe in het midden van de keuken een slow te dansen op muziek van Aretha Franklin.”

27. Welk maatschappelijk probleem kan u woedend maken? 

“Het winstbejag dat niets en niemand ontziet.”

28. Hebt u zichzelf ooit betrapt op racistische gevoelens? 

“Op vooroordelen wel, maar daar ben ik me bewust van en die corrigeer ik meteen. Racistische gevoelens zitten in de diepte, en daar beschouw ik mezelf nooit als superieur.

“Ik zag laatst twee mannen van allochtone afkomst in een camionetje rijden met een fiets in de koffer, een vriend van me was net zijn fiets kwijt, en ik probeerde meteen te kijken of het de zijne was. Dan betrap ik me op het idee: zou ik dat ook gedaan hebben als die mannen twee blanken waren? Is dit nu racisme of een vooroordeel?

“Hier in Brussel ben je in bepaalde buurten als blanke Belg met Vlaamse roots vaak de enige. En dan vraag ik me wel af: wat met de Vlaamse identiteit en wat is dat überhaupt, identiteit? Op dat moment ben je echt de vreemdeling en dan kan ik toch wel spijt voelen om iets wat verloren is gegaan. Maar op dat gevoel spelen racistische partijen natuurlijk in.

Beeld Stefaan Temmerman

“Tegelijk denk ik ook: de wereld is maar geworden wat hij is dankzij die grote identiteitsverschuivingen. Wie zijn wij eigenlijk om over een zogenaamde ‘identiteit’ te waken? Die krampachtigheid ­moeten we loslaten, ook al ervaar ik ze soms zelf.

“Heb ik nu rechtse gedachten of niet? Is het wel oké om zus of zo te denken? Daar maak ik me dagelijks zorgen over. Ik kan me zo opwinden over mensen die uitgesproken ideeën hebben over zo’n ingewikkeld vraagstuk. Veel van de rechtse stemmers wonen in een villa op het platteland en komen zelden in aanraking met deze realiteit hier. Als ik met de trein van Brussel naar Antwerpen reis, langs verkavelingen waar per huis minstens twee auto’s voor de deur staan, denk ik vaak: een grote groep mensen heeft het nog steeds bovengemiddeld goed. Ze zijn gewoon bang om iets te verliezen, ze zijn bang om te moeten delen met mensen die minder hebben. Die gedachte kan mij zo droevig maken.

“Het is makkelijk om neen te zeggen als je de ander niet hoeft aan te kijken. Maar op het moment dat je hem in de ogen kijkt of een gesprek voert, verandert je oordeel helemaal.”

29. Wat zoekt u op reis? 

“De zee. En het geluk en vooruitzicht naar huis te kunnen terugkeren.”

30. Hoe werkt u mee aan een betere wereld? 

“Door anderen niet aan te doen wat ik zelf niet zou kunnen verdragen. Maar dat lijkt soms ontoereikend.

“Ik heb het gevoel dat ik niet genoeg doe. Ik ben niet activistisch, ik ga nooit betogen, ik twitter ook zelden. Uitgesproken meningen deel ik niet zo makkelijk met anderen, daarvoor denk ik er te lang over na. Ik probeer altijd alle facetten van het verhaal te zien.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234