Dinsdag 05/07/2022

InterviewSchrijvers over liefde

‘Lize en ik zullen niet samen oud worden. Als ik dat lees, gaat er een steekje door mijn hart’

Rob van Essen en Lize Spit. Beeld Thomas Sweertvaegher
Rob van Essen en Lize Spit.Beeld Thomas Sweertvaegher

De bloeddruk stijgt en de hormonen gieren nu de poorten naar het rijk van de vrijheid op een kier staan, en Saint Amour neemt een royaal voorschot: na bijna twee jaar stilte trok het literaire festival weer op tournee door Vlaanderen om de hoogmis van de liefde te vieren. Wij vierden mee met vijf Saint Amour-habitués en doen u in één moeite door onbetaalbare tips aan de hand.

Talitha Dehaene

ROB VAN ESSEN

‘Liefdevolle kritiek’

Dit jaar was de liefde prominent aanwezig op het podium van Saint Amour, want Rob van Essen (59) was samen met zijn verloofde Lize Spit (34) van de partij. Het schrijverskoppel ging aan het begin van de pandemie noodgedwongen samenwonen in Brussel.

Van Essen: “Corona heeft onze relatie in een stroomversnelling gebracht. Toen de grenzen zouden dichtgaan, besloot ik bij Lize in te trekken. Anders konden we elkaar maandenlang niet zien. Het is de eerste keer dat ik samenwoon, maar het gaat wonderbaarlijk goed. We gleden erg makkelijk in een soort routine, vanaf dag één ­zaten we al samen te schrijven. Ik ben ook echt van Brussel gaan houden. Het voelt een beetje als ­Amsterdam in de jaren 80, toen die stad rauwer was en er openlijk drugs werden verkocht op straat. (lacht)

Is het fijn om dezelfde job te hebben als je partner?

Van Essen: “Soms is het lastig, als de ene wanhopig uitzoekt hoe het verder moet in het verhaal, terwijl de ­andere vrolijk verder zit te ­tikken. Maar de voordelen wegen wel op tegen de nadelen. ­Schrijven is heilig in onze relatie. Wij zullen nooit zeggen: ‘Wat saai dat je weer de hele dag aan je laptop zit.’ Soms zit je in een flow en dan móét je blijven schrijven. Die vanzelfsprekendheid is erg prettig.

“Schrijven is een eenzaam beroep, dan is het fijn als je geliefde tegenover je zit en weet waarmee je bezig bent. En we hebben altijd wat om over te praten. We hebben een prachtig literair roddelcircuit hier met ons tweetjes aan de keukentafel, waar reputaties gemaakt en gekraakt worden. (lacht)

Put je als schrijver inspiratie uit de pandemie?

Van Essen: “Ik heb corona bewust niet verwerkt in mijn recente roman Miniapolis. Ongetwijfeld zullen er wel coronaromans geschreven worden, door de adolescenten die nu hun vormende ­jaren beleven en op wie de impact het grootst is. Maar we moeten het tijd geven. Het is nog veel te vroeg om een analyse van de pandemie te maken. Literatuur hoeft niet hijgend achter de actualiteit aan te ­lopen.”

Lize en jij lezen vaak nieuw werk aan elkaar voor. Durf je kritisch te zijn voor de woorden van je geliefde?

Van Essen: “Zeker, maar wel liefdevol kritisch. Er vliegen geen harde woorden heen en weer. Natuurlijk is het soms even slikken als iets waar je zelf heel trots op bent, volgens de ander een darling is die je moet killen. Dan grom je wel even: ‘Ze begrijpt niet wat ik bedoel.’ Maar het is goed om ­feedback te krijgen, daar word je ­alleen maar beter van. En het is prettig als die komt van iemand die je vertrouwt.”

Kun je eerlijk zijn in je werk als je weet dat je partner het zal lezen?

Van Essen: “(denkt na) Die test moet nog komen, want in de drie jaar dat we samen zijn, heb ik nog niet autobiografisch geschreven. Lize is in ieder geval extreem eerlijk, ook in haar columns voor De ­Morgen. Daarin figureert geregeld een personage dat sterk op mij lijkt en precies dezelfde dingen zegt als ik. Soms schrijft ze over wat haar aan mij opvalt, of waar ze mee zit, maar het is nooit iets wat ik niet wist. Het grote leeftijdsverschil, bijvoorbeeld. We zullen niet samen oud worden en als 70-jarigen arm in arm door Brussel lopen. Ik weet dat ze daarmee zit, en als ik het zwart op wit lees, gaat er een steekje door mijn hart. Maar ik lees daarin ook haar liefde voor mij.”

Vorig jaar nam je het voor haar op na enkele kritische recensies van ‘Ik ben er niet’.

Van Essen: “Dat hoort niet, hè, dat een partner dat doet. Maar Lize verdiende die kritiek niet. Bovendien was ik het oneens met de opvattingen over literatuur die daarin weerklonken. Twee recensenten hadden haar boek in negatieve zin met Netflix vergeleken, omdat Lize een spanningsboog hanteert. Ik dacht: menen jullie dat nu? Gaan we alle literatuur die ­spannend is opgebouwd, plots niet meer als literatuur beschouwen? Dan mag je het hele ­oeuvre van Dickens schrappen.

“Ik vond dat zorgwekkend. Ik wil niet dat literatuur een reservaat wordt waarin alleen maar plaats is voor persoonlijke boeken waarin Het Leven op intellectuele wijze wordt beschouwd. Laat een verhaal waarin de spanning wordt opgebouwd, in godsnaam óók literatuur zijn. Als je een boek op basis daarvan afkraakt, ongeacht de literaire stijl, waar zijn we dan mee bezig? Ze noemden het zelfs ‘manipulatie van de lezer’, maar dat is elk boek toch? Ik heb me daar echt over opgewonden. Het kan toeval zijn, maar ik heb sindsdien nooit meer het woordje Netflix in een recensie gelezen. (lacht)

Zou het tussen jullie ook klikken als je niet van elkaars werk hield?

Van Essen: “Ik denk dat we niet eens bij elkaar zouden zijn gekomen als dat niet het geval was geweest. Dat is eigen aan kunstenaarskoppels, ons werk is verweven met onze persoonlijkheid.”

Hoe belangrijk is liefde in de literatuur?

Van Essen: “Als thema is de liefde onovertroffen en vooral erg herkenbaar, want ze overkomt ons allemaal. En de weinige mensen die ze niet herkennen, hunkeren ernaar. De liefde is iets erg persoonlijks, maar tegelijk ook universeels. Soms voelt het alsof je de enige bent wie het overkomt, de enige die die liefde zo diep kan voelen. In ­zekere zin is dat ook zo, maar dat geldt voor iedereen.

“In de letteren is het wel vaak kommer en kwel, want het is extreem moeilijk om boeiend over geluk te schrijven. In dichtbundels kan het nog, maar romans worden al snel zoetig. Daarom schrijven we massaal over de mislukkingen. Als buitenaardse wezens hun idee van liefde zouden baseren op de moderne literatuur, vragen ze zich ongetwijfeld af waarom we die in godsnaam blijven nastreven. (lacht)

SIEN VOLDERS

‘Blozen als een tiener’

Sien Volders (39) heeft met Noord en Oogst twee ­gelauwerde romans geschreven die op vele manieren de liefde bezingen: in de vriendschap, tussen moeder en kind, voor de natuur. In 2018 heeft ze voor het eerst deelgenomen aan Saint Amour.

Sien Volders. Beeld Wouter Van Vooren
Sien Volders.Beeld Wouter Van Vooren

We moeten videobellen, maar dat ben je grondig beu.

Volders: “Ik zit in een luxepositie, met een fijn, warm huis en een grote tuin. Maar ik merk dat de dagen steeds meer in elkaar overlopen. Het leven is ­dorder geworden sinds de pandemie. In het begin deden we nog ons best om het bijzonder te maken, zoals iedereen. We bestelden eten en speelden thuis restaurantje. Maar dat doe je geen twee jaar aan een stuk.”

Mis je het contact met je lezers?

Volders: “Ik mis vooral de lezingen in kleine bibliotheken, waar je met mensen samenzit die graag over je boek willen babbelen. Het maakt me zelfs niet uit als sommigen het niet goed vinden, ik vind het ­gewoon fijn om met anderen te kunnen praten over een wereld die lang alleen maar in mijn eigen hoofd bestond.

“Maar ik mag niet klagen over sociaal contact. Aan het begin van de coronacrisis had ik net een nieuwe job als brugfiguur voor daklozen in Gent. Normaal gezien werkt Lieven (Scheire, haar man, red.) meer uren dan ik, maar plots werd ik tot essentiële medewerker gebombardeerd en moest hij thuisblijven bij de kinderen. Dat was een erg intense, maar ook ­boeiende periode. Ik was één van de weinigen die nog buiten mochten komen en reed door verlaten straten. Waanzin!”

Zal die waanzin ook in je werk opduiken?

Volders: “Ik denk het niet, maar dystopisch denken vind ik wel erg boeiend: hoe die crisis over ons heen is gespoeld, hoe we erop hebben gereageerd en hoe we nu met het nieuwe normaal proberen om te gaan. Ik schrik ervan hoe snel ik gewend ben geraakt aan de fysieke afstand tegenover andere mensen.

“Vorig jaar moest ik naar het ziekenhuis voor een MRI-scan, en op een gegeven moment kwam er een verpleger bij me in het kleedhokje staan. Een rijzig type dat niet bepaald pijn aan de ogen deed. (lacht) Die fysieke nabijheid van iemand anders, na zoveel maanden afstand houden, was zó overweldigend. Ik stond te blozen als een tienermeisje! En toen moest hij nog een pleister op mijn pols kleven. (lacht) Wat gaat dat geven als het nachtleven weer van start gaat en iedereen op elkaar geperst staat in een zweterige massa? Mensen worden zót! Ja, er wachten ons wilde zomers.”

Dat brengt ons naad­loos bij de liefde.

Volders: “Ik ben erg tactiel met mijn vrienden, maar de grens is voor mij altijd duidelijk. Ik heb daar een theorie over: het onderscheid tussen een diepe vriendschap en romantische liefde is dat je niet meegaat in de erotische roes. Een beginnende vriendschap kan heel hard op verliefdheid lijken. Dat kan erg ­verwarrend zijn als er ook een fysieke component is, want het is perfect mogelijk om bevriend te zijn met mooie mensen. Het brandbare materiaal kan er dus wel zijn, maar zonder vonk schiet het niet in de fik. Ofwel is die vonk er niet, ofwel hou je die bewust klein.”

Je bent al sinds je 17de samen met Lieven. Wat is jullie geheim?

Volders: “Vrijheid en vertrouwen. We gunnen elkaar veel ruimte. Dat is de enige manier waarop het kan werken als je elkaar al op jonge leeftijd vindt, omdat je nog moet groeien. En koester een blijvende bewondering voor elkaar. Kijk vanop dezelfde hoogte naar elkaar op. Ik verwonder me nog steeds graag over Lieven. Het is belangrijk dat je nooit denkt dat je de ander helemaal hebt doorgrond.

“Er moet ook respect voor elkaar zijn. Dat klinkt oubollig, maar je kunt ook té gewend raken aan de ander. Ik merk bijvoorbeeld dat ik mijn vreselijke ochtendhumeur ­beter onder ­controle heb als hier iemand blijft slapen. Bij anderen doe je toch een ­béétje je best, terwijl de mensen die het dichtst bij je staan altijd je échte zelf te zien krijgen, met alle lelijkheid erop en eraan. In een relatie kun je zo dicht op elkaar zitten dat je je ­tegen de ander gaat gedragen zoals je dat zelf nooit van een vriend zou pikken. Maar eerlijk gezegd ben ik de laatste aan wie je advies moet vragen. Ik ken niks van relaties, want ik ken er maar één. Ik roep dus maar iets. (lacht) Ik heb zelfs nog nooit liefdesverdriet gehad.”

Geloof je in de onvoor­waardelijke liefde?

Volders: “Niet voor een partner, in die zin dat mijn lief ooit niet meer mijn lief zou kunnen zijn – als er een god is, mag die dat verhoeden. (lacht) Maar ik zal altijd de moeder van mijn kinderen zijn. Het ouderschap voegt een extra aspect toe aan de relatie, want Lieven is ook de vader van mijn kinderen. Dichter bij onvoorwaardelijkheid kunnen we niet komen: we zijn voor altijd met elkaar verbonden. Als ouders zijn we samen een oneindig verhaal aangegaan, en dat vind ik erg mooi.”

ERWIN MORTIER

‘Duister verlangen’

Erwin Mortier (56) blijkt een warme minnaar van Saint Amour. Dit jaar staat hij voor de vijfde keer op de planken van het literaire festival.

Mortier: “Ik kijk er echt naar uit, het is al een half jaar geleden dat ik nog op een podium heb gestaan. Maar het is wel vreemd om op een muur van mondmaskers te moeten kijken.”

Erwin Mortier. Beeld Saskia Vanderstichele HUMO 2020
Erwin Mortier.Beeld Saskia Vanderstichele HUMO 2020

Verschilde de verplichte coronapauze veel van het solitaire schrijversbestaan?

Mortier: “Toch wel. Ik vind het fijn om geregeld vanachter de papieren tevoorschijn te klauteren en even de mensheid in te duiken vanaf een podium. Die afwisseling heb ik nodig. Niets laadt mijn ­batterijen zo goed op tussen periodes van intense concentratie als de ambiance van het publiek voelen.

“Kort vóór de eerste lockdown is mijn vader ­overleden. Ik had toen lange tijd alleen aan mijn werktafel of aan zijn ziekbed gezeten. Ik keek uit naar alle lezingen na de verschijning van De ­onbevlekte in april 2020, maar in maart ging de wereld plots op slot. Het was onwerkelijk om alleen nog naar de bakker te mogen gaan, schuifelend langs de gevels door een verlaten stad.”

Zal corona aan bod komen in je werk, denk je?

Mortier: “Ik betwijfel het. Er staat ons ongetwijfeld een golf van coronaboeken te wachten, maar daar laat ik me liever tegen inenten. (lacht)

Wat ga je dit jaar op Saint Amour brengen?

Mortier: “Ik lees voor uit De brieven van Matthew, een novelle die zich afspeelt tussen mijn romans Godenslaap en De spiegelingen. Het hoofdpersonage ­Hélène heeft, net als haar broer ­Edgard, haar hart verloren aan ­Matthew. En hij aan hen. Voor het eerst komt hij zelf aan het woord, in de brieven die hij aan zijn twee geliefden heeft geschreven. Een gecompliceerde relatie, en dus héérlijk om over te schrijven.”

Is gewoon over geluk schrijven dan zo saai?

Mortier: “(lacht) ­Dodelijk saai, en ook vreselijk moeilijk. Twee personages die elke dag samen toast met marmelade eten, ’s avonds thuiskomen waar de pantoffels al liefdevol zijn klaargezet… Veel bladzijden kun je daar niet mee vullen. Mensen zijn complexe wezens en de liefde is dat bijgevolg ook. Verlangen is iets moois, maar het heeft ook zijn duistere kanten. Het mooie aan literatuur is dat ze het leven van alle kanten wil bekijken. We raken niet uitgelezen en uitgeschreven over die liefde, want we blijven er maar over struikelen. Ze verhindert ons meestal om een rustig leven te leiden. En als je over moeilijke liefdes leest, geeft dat hoop: bij jou valt het nog mee.”

Schrijf je nu anders over de liefde dan twintig jaar geleden?

Mortier: “Ik denk het wel. De liefde evolueert met je mee. In mijn debuutroman Marcel was het hoofdpersonage een kind, in De onbevlekte is hij een man van middelbare leeftijd. Hij kijkt veel milder naar de liefde en het huwelijk van zijn grootouders. Hij ziet nu ook de haken en ogen, naast datgene wat hen bindt. Een liefdesverhouding is als een organisch weefsel dat een leven lang kan veranderen. Hij ziet hoe het werkt door soms niet te werken. Hoe de liefde ook gevoed en gedragen wordt door de momenten waarop je in onbegrip langs elkaar heen schuift. De schaafwonden van het leven horen er evenzeer bij als de vleugels.

“Dat besef je nog niet tijdens je eerste verliefdheid. Die is een soort aanval op je zinnelijke en psychische immuunsysteem, een felle opstoot als reactie op iets wat je nog niet kent. Op mijn leeftijd is het eerder een soort verkoudheid van de ziel. Je loopt drie dagen te sniffen en daarna is het over. (lacht) Als je wat ouder bent, word je niet zo snel meer van je sokken geblazen, maar de emoties blijven wel dezelfde. Het verband tussen wat je voelt in je hart en wat de badkamerspiegel je elke ochtend vertelt, wordt steeds groter. Net als een boom zitten er meer jaarringen rond. Met de jaren besef je dat de resterende tijd te kort is om nog als een bakvis te zitten smachten naar een onbereikbaar ideaal.”

Wat is liefde voor jou, in één zin samengevat?

Mortier: “Liefde is elkanders kelders van weemoed dweilen.”

Betekent Valentijnsdag iets voor je?

Mortier: “Ik zie die dag vooral als een ­samenzwering tussen Hollywood en de middenstand. Het is in ieder geval prettig voor producenten van ­chocolade en lingerie, niet? Lieven (­Vandenhaute, red.) en ik vieren die dag niet, het is ook pas een feestdag geworden toen wij al langer samen waren. En inmiddels heb ik niet de benen meer voor fijne kant en dergelijke. (lacht)

BREGJE HOFSTEDE

‘Liefde als religie’

Bregje Hofstede (34) deed in 2019 voor het eerst mee aan Saint Amour, nadat ze met haar tweede roman Drift, over het huwelijk waar ze op een winternacht van wegliep, de ­longlist van de Libris ­Literatuurprijs had gehaald.

Bregje Hofstede. Beeld Maartje Geels
Bregje Hofstede.Beeld Maartje Geels

Hofstede: “Bij een literaire voorstelling zit je doorgaans op een stoeltje en lees je iets voor. Met verschillende schrijvers on the road gaan en onder een overkoepelende regie iets brengen, zoals bij Saint Amour, is echt bijzonder. In mijn ­editie zat het qua rocksterallures ook goed, met schrijvers als Ilja Leonard Pfeijffer en ­Tommy Wieringa, die allebei tot de diva’s van de literatuur ­behoren. (lacht) Toch voelt het ook als een schoolreis: je stapt met z’n allen in een busje en achterin zitten de grootste lawaaimakers, voorin de mensen die in stilte willen lezen.”

Tot welk kamp behoor jij?

Hofstede: “Ik zat achterin! Tot mijn verbazing, want al vind ik het tof om voor een publiek te staan, ik heb geen aandrang om ook in de coulissen een show op te voeren. Ik ben een introvert. Desondanks vond zelfs ik het lastig tijdens de lockdowns. Ik woon nu in een Frans dorpje en toen de grenzen dichtgingen, was dat best heftig. Zelfs als mensen niet bij je zijn, kun je je nog omringd voelen door te denken dat ze er zouden kúnnen zijn. En toen viel die mogelijkheid weg.”

In 2019 had je net Drift uit, over je relatiebreuk.

Hofstede: “Dat was niet helemaal autobiografisch. Ik heb het hoofdpersonage mijn naam gegeven omdat het boek deels gaat over hoe je in een liefdesrelatie toch je eigen verhaal vertelt, zeker na een breuk. Achteraf is vaak bijna niet meer te achterhalen wat waarheid en fictie is, wat je er zelf aan heb toegevoegd vanuit je eigen emoties en ervaringen. Maar het was wel lastig toen ik met Drift de hort op moest en daar constant vragen over kreeg.

“Er zitten natuurlijk consequenties aan vast, want als je een boek schrijft, gaat het nooit alleen maar over jou. Iedereen staat altijd in relatie tot andere mensen, en die trek je op de één of andere manier mee in het verhaal. Maar ik wilde niet steeds vragen over mijn ex beantwoorden. Daar heeft hij niet voor gekozen.”

Jullie zijn bijna tien jaar samen geweest, sinds je 17de. Is het te romantisch om te verwachten dat je die vormende jaren samen heelhuids kunt doorkomen?

Hofstede: “Ik denk het wel, ja. Het idee van de eerste liefde, die ware liefde, lijkt wel in de plaats van religie gekomen. Die ene persoon van wie je alles verwacht, met wie je alles deelt, die je in alles steunt, is één van de meest gekoesterde mythes. We verwachten heel veel van die eerste liefde. ­Laten we het eerst een paar keer fout doen, denk ik dan. Een relatie die voorbij is, is niet per se een mislukking. Je leert er altijd iets uit. Je kunt perfect een fijne tijd met ­iemand gehad hebben en gelukkig op die relatie terugkijken, zelfs als hij niet je levenslange liefde blijkt. ­Ariana Grande heeft een nummer met de titel ‘thank u, next’. Ik ben niet jaloers op de exen van mijn vriend, wel dankbaar. Zij hebben van hem de man gemaakt die hij nu is.”

Je vriend, Toine Donk, is ook je uitgever. Kun je dan nog open schrijven?

Hofstede: “Ja, maar daar heb ik wel fictie voor nodig. Ik werk met een ­notitieboekje en ik doe alsof het ‘toch maar een kladje’ is dat niemand ooit zal lezen. Alleen zo kan ik echt schrijven wat ik wil. Die versie wordt uiteindelijk het manuscript, maar ik heb die omweg nodig om me onbespied te wanen. Wat ook helpt, is dat hij zegt: ‘Je mág over mij schrijven. Je moet onverbiddelijk zijn en het beste boek schrijven.’ Die onverschrokkenheid moet je hebben als je samen bent met een schrijver, want alles kan materiaal voor een boek worden.”

‘De schrijversblik is bijna een derde persoon in de relatie, dat is moeilijk voor een partner’, zei je ooit.

Hofstede: “Die blik staat centraal in Drift. Je kunt iets ­kapotmaken door er intens naar te kijken. Maar ik heb ook geleerd dat de liefde pas floreert als je naar de ander kunt blijven kijken alsof je die nog niet honderdduizend keer hebt gezien. Je mag jezelf niet blind laten ­worden. De onzichtbaarheid van de ander vreet aan de liefde, alles wordt dan ‘typisch’ hem of haar. Die scherpe schrijversblik, ­waarmee je steeds iets nieuws aan een ander kunt ontdekken, is dus niet per se slecht.”

Wat is liefde voor jou?

Hofstede: “De honger naar verbinding met wie of wat dan ook: een ander mens, een hond, zelfs een land. Nationalistische liefde is ook maar de wens om bij de rest te horen. Alleen bij een romantische liefde is die wens naar verbinding zo sterk dat je jezelf bijna in de ander wilt overgieten, dat je de grens tussen ‘ik’ en ‘jij’ wilt uitvegen. Het is een glijdende schaal, want ik wil me ook graag verbonden voelen met mijn bordercollie, maar dat gaat niet zo ver. Bij hem ben ik al blij als hij gewoon bij me op de bank wil zitten. (lacht)

HANNELORE BEDERT

‘Liefde is ook pijn’

In 2019 verloor ­muzikante en schrijfster Hannelore Bedert (37) onverwacht haar grote ­liefde Stijn. Over dat verlies, het verdriet en de twijfels, maar vooral over de liefde schreef ze in volle corona­crisis het prachtige boek Hoelang gaat papa nog gestorven zijn?.

Hannelore Bedert. Beeld Carmen De Vos / Humo
Hannelore Bedert.Beeld Carmen De Vos / Humo

Bedert: “Veel mensen klaagden over de eenzaamheid van de pandemie en de nood om weer buiten te kunnen komen. Zelf heb ik daar minder last van gehad. Misschien omdat er al een ander soort eenzaamheid was, die een jaar eerder de boel had overgenomen. Bovendien heb ik het eerste jaar na het overlijden van Stijn, nog vóór corona, zoveel volk gezien dat ik op den duur zelfs naar rust snakte. Door de pandemie had ons gezin de tijd om weer onze draai te vinden (Bedert heeft twee jonge kinderen, red.).

“Ik heb echt genoten van die tijd met de kinderen. Maar we waren tijdens de ­lockdowns niet helemaal op onszelf aangewezen, hoor. Veel mensen dachten aan ons. Als alleenstaande mama is het al niet simpel, en toen kwamen er de lockdowns en quarantaines bij. De eerste maanden van de coronacrisis stond bijna elke dag volk aan de deur, ik heb ontelbaar veel stoepkoffietjes gedronken.”

Het moet extra moeilijk geweest zijn om te rouwen tijdens de coronacrisis, terwijl knuffelen verboden was.

Bedert: “(knikt) Ik zet me in voor jonge weduwes en weduwnaren, dus het raakte me hard. Het moet hels geweest zijn om zoiets in die periode te moeten verwerken. Ik ben heel blij dat ik zelf destijds goed omringd werd door familie en vrienden.

“Anderhalf jaar later is één van de beste vrienden van Stijn gestorven. Toen ­waren er strenge beperkingen voor begrafenissen. Je mocht maximaal per twee zitten, iedereen droeg mondmaskers, je moest afstand van elkaar houden… Dat kún je gewoon niet op zo’n moment. Een vriendin die net haar geliefde heeft verloren, kun je onmogelijk níét vastpakken. Toen dacht ik: fuck it, dan krijgen we het maar.”

Huidhonger was hét woord van de pandemie, maar als jonge weduwe kende je dat natuurlijk al.

Bedert: “Vóór Stijn wegviel, had ik er ook nog nooit van gehoord. Eenzaamheid, dat kent iedereen, maar het is een groot begrip. Het eerste jaar na zijn dood heb ik wel héél veel knuffels gekregen, dat was er wat over. (lacht) Op den duur dacht ik: je hoeft me niet per se vast te pakken als je mij ziet. En een knuffel of een kus van een vriendin is uiteraard niet hetzelfde als van je geliefde.”

Na de dood van Stijn had je het moeilijk om muziek te maken, maar je bent wel blijven schrijven: een novelle en een boek, en elke week een column.

Bedert: “Schrijven is een geweldige uitlaatklep. Dat geldt ook voor muziek schrijven, trouwens. Het stoorde me vroeger als criticasters ­zeiden dat mijn muziek ‘van die therapiemuziek’ was. Maar door mijn columns besef ik dat ik inderdaad mijn gevoelens verwerk via teksten. Als er iets gebeurt of ik ergens mee zit, helpt het om dat in een tekst te gieten. Dan moet ik er rustig over nadenken en er structuur in proberen aan te brengen. Zo krijg ik het ook in mijn hoofd geordend. En ik merk aan mijn mailbox dat veel mensen er iets aan hebben, dat doet me deugd. Soms sturen ze mijn column door naar familie of vrienden, zodat die kunnen begrijpen hoe ze zich voelen. Dat vind ik schoon.”

Ga je nu anders over de liefde schrijven dan vóór het overlijden van Stijn?

Bedert: “Zijn dood zal ­altijd een impact hebben op hoe ik schrijf. Ik heb het nu vaak over hem in mijn ­columns, en ik besef meer dan ­vroeger wat hij voor me heeft ­betekend. Als je zo lang samen bent met iemand, sta je daar niet bij stil. We vonden elkaar op den duur bijna evident, ook al gruwden we allebei van ­evidentie. Maar we waren er zo van overtuigd dat we de rest van ons leven met elkaar zouden doorbrengen. Pas toen hij wegviel, merkte ik hoe extreem veel ruimte hij had ingenomen in mijn leven. En hoe hard ik daarna moest zoeken om te weten wie ik zelf nog ben.

“Mijn zoon vroeg ­onlangs: ‘Zou ik papa even hard missen als hij er wel nog zou zijn?’ Waarop ik antwoordde: ‘Nee, dat denk ik niet, want dan zou het vanzelfsprekend zijn dat hij er is.’ Op het eind van ons gesprek was zijn conclusie: ‘Eigenlijk mag je mensen niet vanzelfsprekend vinden.’ Zo is het precies.

“Ik ben heel voorzichtig om iemand anders te leren kennen, omdat ik weet wat voor een impact het heeft als je iemand echt graag ziet, en hoeveel pijn het doet als die wegvalt. Tegelijkertijd wil ik wel een nieuwe liefde toelaten, want ik weet dat Stijn dat voor mij had gewild.”

Is Valentijnsdag moeilijk voor je?

Bedert: “Ja, maar niet ­omdat we daar vroeger belang aan hechtten of zo. We hebben ­Valentijn nooit gevierd, ik vind het veeleer een ­commerciële dag. Maar Stijn is op 17 ­februari gestorven, en het is confronterend dat veel mensen in die periode de liefde vieren. Je ziet ook overal etalages vol hartjes en chocolade, je krijgt de ene na de andere mail over Valentijn...

“Toen je vraag voor dit interview kwam, was mijn eerste reactie: o, nee! Niet over Valentijn! Maar over liefde en literatuur wil ik wel graag praten, omdat ik het belangrijk vind dat ook het verhaal van de verloren liefde wordt verteld. Valentijn gaat altijd over verliefde mensen die nog samen zijn, maar liefde is óók iemand keihard missen. Dat wordt vaak vergeten. Het is niet omdat ik in een rouwproces zit, dat die liefde er niet meer is. Mensen denken soms dat er na een jaar of twee alleen nog verdriet overblijft. Dat is niet zo, ­natúúrlijk blijf je de ander nog graag zien. Soms zelfs nog meer dan vroeger. Liefde is nu eenmaal meer dan zeemzoete muziek en romantische films, het is ook pijn, verdriet en gemis. Dat maakt ze zo mooi.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234