Woensdag 08/12/2021

Live At Leeds 1970

The Who, Track Records

Het is dat ik niet iedere dag in Tremelo kom, anders zou ik u uit de eerste hand kunnen vertellen of het vanop Expo '58 getransplanteerde Texas City daar nog altijd tussen de bossen staat. Ik ben er als knaap één enkele keer geweest en het westerndorp liet toen een redelijk indrukwekkende indruk op mij na, ook al omdat ik er een échte cowboy uit een brandend raam van een saloon had zien vallen. Tot mijn spijt en ontgoocheling legde een van mijn broers mij op de terugweg uit dat die cowboy gewoon maar een stuntman was die voor zijn werk uit brandende ramen van saloons viel. Gewoon.

Het duurde nog een vol jaar of vijf eer ik terugkeerde naar Texas City. Via de televisiezender Brussel Frans deze keer, waar ze tijdens één of ander tienerprogramma een promovideoclip toonden waarin de vier groepsleden van de ultrahippe modgroep The Who verkleed als koejongens liepen en na enkele revolverschoten en trucs met de lasso languit in het Tremelose zand beten.

The Who lipte een paar van hun allereerste, geweldige singles en of die nu 'I Can't Explain' heetten, 'Anyway, Anyhow, Anywhere', 'Substitute', 'My Generation' of 'I'm a Boy', ze waren allemaal even geweldig en ik was er meteen helemaal weg van.

Samen met hun vrienden en rivalen van The Kinks toonde The Who op ontroerende wijze hoe goed die bleke Londense jongens naar hun grote zwarte helden en naar allerhande vroege rock-'n-roll geluisterd hadden, en hoe ze tegelijk het Carnaby Street-gevoel van medio jaren '60 vlekkeloos in hun werk konden verweven.

Dat kwam natuurlijk ook omdat de leiders van beide groepen niets minder dan genieën waren, want zo mogen we de heren Pete Townshend en Ray Davies heus wel noemen. Maar ook omdat de andere groepsleden van zowel The Who als The Kinks hun instrumentarium feilloos in de tijdgeest geplugd hadden.

Beide groepen vonden op een bepaald moment ook dat ze het popformat ontgroeid waren en gingen dus iets ambiteuzer werk nastreven dat onder andere de niet altijd even gelukte vorm van een rockopera aannam, al kunnen wij in een milde bui zelfs tot de dag van vandaag nog genieten van Davies' Arthur of Townshends Tommy.

Beide groepen lieten zich uiteindelijk verleiden door het financieel zeer aanlokkelijke idee om Amerikaanse 'stadionrockbands' te worden. Daardoor gingen ze jaar na jaar van de Oostkust naar de Westkust zwermen om er aan de hand van steeds groter en sterker wordende p.a.-systemen avond na avond hun Greatest Hits-catalogus op te leveren aan dronken fans. Waardoor ze dan weer heel rijk werden en vergaten om nog aan nieuw werk te denken, zodat ze dus uiteindelijk, tegen het begin van de jaren '90 aan, creatief doodbloedden, allebei.

The Kinks vielen daarna langzaam in stukjes uit elkaar en kwamen nog slechts af en toe even boven water via soloprojecten van Ray of zijn broer Dave Davies en steeds weerkerende, maar ook vage reüniegeruchten.

Die van The Who daarentegen doen nog altijd wat ze nu toch al een halve eeuw geweldig doen : uiterst chaotische concerten geven waarbij ze zo fucking luid spelen dat verbazing, geluk en blijvende oorschade nog steeds de meest voorkomende gevolgen zijn van hun passage door een stad of dorp in uw buurt.

The Who treedt wel opmerkelijk minder op dan vroeger, en wie goed kijkt zal ook met een zekere droefheid moeten vaststellen dat ze dat met steeds minder groepsleden doen: in 1978 verloren ze hun duizendpotige drummer Keith Moon al aan de drank en de pillen. In 2002 bezweek hun ietwat duister ogende basgitarist John Entwistle aan een hartaanval, die volgens medici vooral te wijten was aan iets te copieus gesnuif van een in rockmiddens nogal populair wit poeder.

Maar samen met zanger en soms ook vriend Roger Daltrey houdt de in vele opzichten merkwaardige Pete Townshend het fel gehavende schip dat The Who heet toch maar boven water, ook in het turbulente tweede decennium van deze eeuw.

In hun discografie staat genoeg fraais om The Who niet alleen naast The Kinks te plaatsen op het ereschavot van de britpop van de jaren'60, maar hen ook zonder meer bij de absolute toppers te rekenen. Slechts één étage lager dan de Beatles en de Stones, maar toch nog in die fijne buurt waar ook The Animals, The Searchers, de originele Manfred Mann en de verbluffende Small Faces woonden.

Wie The Who écht wil leren kennen, kan zijn voordeel doen met lp's als The Who Sell Out, het ongelijke maar toch bijzondere Tommy, het formidabele Who's Next of de carrière-omvattende filmsoundtrack The Kids Are Allright. Maar als u het niet erg vindt om naar ons te luisteren, dan raden wij u toch vooral en volmondig Live At Leeds aan, een rauwe concertregistratie uit 1970 die zo hard van jetje geeft dat menig specialist het erover eens is dat dit gewoon de beste live-rockplaat aller tijden is.

Dat zou wel eens waar kunnen zijn, al weet deze specialist dat de titel van 'beste live-lp aller tijden' geclaimd kan worden door tenminste 35 andere enkele of dubbele langspeelplaten. Mijn eigen lijstje ziet er deze week overigens zo uit :

1) Live At Leeds - The Who, 2) Stand In the Fire - Warren Zevon, 3) It's Too Late to Stop Now - Van Morrison, 4) Live ! - Bob Marley & The Wailers, 5) Get Yer Ya Ya's Out - The Rolling Stones, 6) Rock of Ages - The Band, 7) Stop Making Sense - Talking Heads, 8) Live at The Apollo - James Brown, 9) Stupidity - Dr. Feelgood, 10) Hard Rain - Bob Dylan

Maar dit volledig ter zijde.

Live At Leeds is in ieder geval een lillende, levende geschiedenis van de rock. Een zalige mix van enkele van The Who's eigen meesterwerken en een stuk of wat klassiekers die Townshend en de rest van de band muzikaal gevormd hebben.

De originele lp-uitgave van Live At Leeds duurde maar een goed halfuur en zat in een gewild armzalige hoes die een ironisch antwoord moest bieden op de in die dagen welig tierende mode van de bootlegs.

Hoogtepunt was altijd al een kwartierlange versie van het Mods-anthem 'My Generation', inclusief een forse hap uit Tommy's 'See Me, Feel Me', al konden mijn jonge benen ook dankbaar dansen van blijdschap op de covers van Johnny Kids 'Shaking All Over', Eddie Cochrans 'Summertime Blues' of, vooral niet te vergeten, Mose Allisons 'Young Man Blues'.

Op latere cd-versies kwamen daar nog een tiental titels bij en hele live-lappen uit Tommy en uiteindelijk zelfs nog een hele tweede lp van het optreden de dag nà Leeds (Live At Hull), maar de ware magie ligt toch vooral bij dat oer-album dat in die kartonnen floppy hoes zat, met die magische rubberen stempelafdruk erop : 'Live At Leeds'.

Liver dan u ooit zal zijn. Neem ook dat van mij aan.

Eén gouden tip om er echt van te genieten: beluister Live At Leeds zo luid als maar kan in uw auto, of in die van iemand anders, terwijl u via de A12 onderweg bent van Antwerpen naar Brussel, of vice versa. De plaat duurt precies even lang als de rit indien u zich tenminste aan de snelheidsbeperkingen houdt.

Concentreer u ondertussen op de vreemdsoortige drumpatronen die, denk ik, uit de linkerspeaker komen geknald en die de betreurde Moonie uit zijn kit haalt met hoorbare angst voor zijn baas Townshend die de hele handel zo meteen in de fik zal steken.

Rock-'n-roll, quoi!

The Who in de oerbezetting, v.l.n.r. John Entwistle, Roger Daltrey, Keith Moon en Pete Townshend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234