Zondag 17/11/2019

Literair Vlaanderen: een kleine staat

Uitgeverijen sluiten, subsidies krimpen, schrijvers vloeken. Het lijken geen bloeiende tijden te zijn voor de Vlaamse literatuur. Ligt dat aan de politiek, de uitgeefconcerns, de critici, Amazon, de Chinezen of misschien aan de schrijvers zelf? Auteur Paul Baeten Gronda zocht enkele antwoorden.

Momenteel stroomt de modder door de straten van Genua. Fiat 500'jes drijven er in papperig slijk langs de piazza's, terwijl hier in Borgosesia, 200 kilometer noordelijker, brandweer en civiele bescherming door de stortregen voorbijloeien. Zij gaan de bruggen sluiten. De vrees bestaat na-melijk dat die in de komende uren worden opgeslokt door de Sesia, die overmoedig tegen haar oevers vecht.

Het sluiten van bruggen, ja, je voelt zo dat daar in overdrachtelijke zin nog wel een en ander over te zeggen valt, maar eerst even rustig ademhalen.

De Vlaamse literaire rentree anno 2014 zit er immers net op. Goed, want veel langer was de pret niet meer te harden. Een slap relletje, een dozijn compleet unieke debutanten, hetzelfde stock-stuk over de Boekenbeurs in het nieuws. Iedereen voelt zich half november een beetje zoals Philip Roth na de laatste 150 uitreikingen van de Nobelprijs literatuur: moe en leeg maar blij dat het weer voor een jaar achter de rug is. Zeker nu de wereld rond de lokale letteren niet meteen in feeststemming verkeert.

Fabriekje dicht

Het begon met dat nieuws over De Bezige Bij Antwerpen (DBBA). Sluit, verdwijnt, verdwijnt niet, verdwijnt half, blijft be-staan maar wordt een nachtwinkel... Een feit was alleszins dat enkelen van mijn makkers wakker werden met vervelend nieuws. Sommigen onder hen voelden zich al lang te mooi of te slim om in te gaan op werkaanbiedingen van de VDAB omdat ze ooit zeven gedichten geschreven hebben, en nu werden ze plots behandeld als anonieme arbeiders die in de pers moeten lezen dat de bazen in het buitenland besloten dat hun fabriekje dicht moet wegens herstructureringen. De schande. Denk eens aan die kinderen. Die ego's. WPG, het moederbedrijf van De Bezige Bij, ging natuurlijk geweldig in de fout. Communicatie van Noord-Koreaan-se subtiliteit. De elegantie van een zatte reus.

Bleek meteen daarna ook dat de nieuwe regering, namelijk de regering die op alles behalve haar eigen besparingen wil besparen, ook op cultuur zal besparen. Zo. Dat hadden we niet zien aankomen, van een reactionaire bende nieuwe rijken die met een afgebot populisme aan de macht kwam. Ik had persoonlijk verwacht dat ze er een miljoen of tien bij zouden kletsen, met de blije boodschap: maak er maar lekker hermetische shit van, rakkers! Ons belastinggeld is jullie belastinggeld! Cristal pour tout le monde!

Gelukkig hebben we nog de schrijvers zelf. Dark knights van het intellect, verbreders van de zede en bewaarders van het schone woord. Wel een beetje gek, hoe velen van hen op al dat slechte nieuws reageerden.

Sinds de eerste regering-Leterme maakt progressief Vlaanderen zich bij monde van haar schrijvers even vrolijk als druk over het volgens hen verstikkende provincialisme van nieuw rechts - dat je herkent doordat het zo misleidend hard op oud rechts lijkt. Ik weet dat, want ik was er zelf bij, als dertienjarige columnist van deze krant. Pagina's werden volgeschreven over kleingeestigheid en navelstaarderij. Men ging zich weer Belg noemen, of liever nog: Vlaming, Belg, Europeaan en wereldburger. Naar buiten moesten we, Vlaanderen moest ademen, we konden eindelijk de wijde wereld in en we zouden die bekrompen boekhouders wel eens laten zien wat een schoon werk het verleggen van grenzen kan zijn. Ja!

Nee! Wacht. Als dat wereldburger wezen nu ook al gaat betekenen dat we godverdomme helemaal naar Amsterdam moeten om een boek uit te geven, dan draait de wereld toch een paar rpm's te hard door.

Amsterdam ligt in vogelvlucht bijna 150 kilometer boven Antwerpen. Dat is verder dan van Hasselt naar Oostende. Of toch bijna. Veel minder zal het niet zijn.

"Het gaat 'm natuurlijk niet over die letterlijke afstand, maar over de culturele en artistieke verschillen."

Excuus. My bad. De Bezige Bij-directeur Henk Pröpper bood me inderdaad een glas karnemelk aan toen ik laatst bij hem op bezoek ging aan de Van Miere-veldstraat. Allee jong, nonkel Charel! Kar-nemelk! Dat zoudt gij nu bij ons toch nooit zien! Laten we hierom dan ook meteen boterhammen smeren en gewapend naar het noorden trekken om het Museumplein te belegeren.

Het echte probleem - en dat weet ik nu dankzij enkele vlammende opiniestukken - zit echter nog dieper. In Nederland schrijven ze namelijk totaal andere boeken. De boeken zijn daar zo anders, dat kan men zich amper voorstellen. In Vlaanderen schrijven we nu eenmaal een bepaald type boek, dat fundamenteel verschilt van wat ze een half land verderop schrijven - wat natuurlijk ook weer allemaal kopieën van elkaar zijn. Eigenlijk kunnen we vanaf nu elk jaar één Vlaams en één Hollands boek publiceren. Die winnen dan beide een mooie prijs en hop, gedaan met het gelul en eindelijk meer tijd om rustig tv te kijken.

Stel nu dat we toch over het verschil tussen de Vlaamse en de Hollandse school heen kunnen stappen, dan zijn er nog steeds keiharde data.

Gewaardeerd boekbewaarder en voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) Jos Geysels citeerde in De Standaard uit een studie van de Taalunie. Daaruit bleek dat de media, de kritiek en de prijzen vooral naar eigen land kijken.

Nu leerde ik dat je als Vlaamse schrijver inderdaad iets minder snel die hele of dubbele pagina in het NRC of in De Groene krijgt dan een Nederlandse collega. Je krijgt ze wel, maar het is waarschijnlijk niet bij het eerste boekje. Verder lijken die conclusies mij vandaag achterhaald.

Vier van de vijf laatste AKO's werden gewonnen door Belgen (Mortier, Van Rey-brouck, Terrin, Hertmans). Verhulst, De-wulf en Petry kregen tussen 2009 en 2011 elk hun Libris, en Joost de Vries, bij mijn weten een redelijk echte Nederlander, won de laatste Gouden Boekenuil. Die daarvoor was voor Nederlander Oek de Jong. Die daarvoor ging naar (moet ik nog 'Nederlander' zeggen?) David Pefko.

Het is waar dat dit een recente evolutie is, maar een evolutie mag best recent zijn.

Hetzelfde geldt voor entertainment-genres. Griet op de Beeck haar populaire chicklit scoort hoog in De wereld draait door en de Nederlandse boekhandels, alsook de franchise van de ietwat bleke chansonnier Bart Van Loo.

Hobbyisme

In Amsterdam leeft natuurlijk ook die nieuwe grachtengordel-scene rond Das Mag en Das Mag kwam intussen ook naar Vlaanderen. Er werd hier nog vooral geschreven over hoe hip dat wel niet was, maar ik heb hoop voor de toekomst. Overigens denk ik dat vandaag persoonlijke overeenkomsten en toeval veel meer bepalen of schrijvers elkaar vinden dan nationaliteit dat doet. Ik ken Maartje Wortel beter dan Saskia De Coster, bijvoorbeeld. Dat soort gekheden kan allemaal, in 2014.

Natuurlijk mag er ook uitgegeven worden in Vlaanderen, het liefst goed. Ik geloof in de terugkomst van de kleinere uitgeverij, en hoe meer paddenstoelen er uit de grond poppen, hoe beter. Minder uitgeven met meer tijd en aandacht, ik weet niet hoe lang ik daar nu al over zeur tegen iedereen die in het vak zit en even klemgezet kan worden op een receptie. Al heel lang, denk ik, want ik mag intussen zelfs niet meer binnen op die recepties. Wat, gesteld dat daar iets te beleven viel buiten zatte critici uitlachen, heel erg was geweest.

Hoewel ik wel weer een paar onderwerpen heb verzameld om bij een volgende samenkomst in groep te bespreken. Het binnenlands voetbal, vooral. Daarnaast ook een beetje politiek.

Sven Gatz is perfect gecast om slecht nieuws te brengen. Een toffe, maar hij kan of mag niet. Zoals Obama, maar dan zonder al dat historische besef. Kindminister Joke Schauvliege hadden ze in zijn plaats symbolisch verbrand bij de opening van de Boekenbeurs. Wat onze huidige regering doet is de indruk creëren dat er een plan uit te voeren valt waar zij eigenlijk geen grip op hebben: het moet nu eenmaal. Politiek is met andere woorden slechts het uitvoeren van wat ergens (waar? door wie?) beslist werd. Met beleidskeuzes heeft het niets te maken, als je de regering-De Wever I gelooft. Grow some fucking balls. Zeker als je zo het lulletje gaat uithangen.

De mensen van het VFL doen ondanks alles erg hun best om schrijvers te be- schermen tegen de maatregelen en dat siert hen. Maar we moeten ons niet laten wijsmaken dat enkel wij, verwende Vla- mingen, subsidies zuipen. Een subsidie is niet iets slechts, dat lijken we te vergeten. Het woord is vandaag ongeveer synoniem voor (opgepast, hier komt een erg, uit het Frans overgenomen, Vlaams woord) 'profitariaat'. Een ellendige evolutie.

Zelfs in de VS, waar de cowboys wonen, bestaan systemen van subsidie voor literatuur. Zo is er de National Endowment for the Arts, waarbij jaarlijks een beurs van 25.000 dollar kan worden aangevraagd. Hun budget is meer dan 150 miljoen dollar. Er bestaan ook subsidies op staatsniveau. Zo financiert de staat Minnesota de mooie uitgeverij Graywolf Press. En er bestaan ook systemen waar via universiteiten belastinggeld wordt gebruikt om publicaties te financieren.

Het moet nu eenmaal leefbaar blijven. Als ik pleit voor kleinere uitgeverijen, dan wil dat niet zeggen dat het er amateuristisch of armtierig aan toe moet gaan.

Elke goede uitgever zorgt ervoor dat schrijvers echt aan het werk kunnen gaan, ook financieel. Als dat niet lukt, zelfs niet met de steun van de fondsen, dan is er iets mis met het beleid binnen de uitgeverij. Het is helaas zo dat het boekenvak in ons taalgebied vaak bij een soort veredeld hobbyisme blijft steken. Er bestaat natuurlijk geen echte industrie. De redacties doen het in mijn ervaring vaak goed. Ik heb ook al wonderen verricht zien worden door rechtenmanagers en uitgevers. De marketing daarentegen is doorgaans ouderwets, de verkooporganen zijn stoffig en de schrijvers die worden aangetrokken soms van bedenkelijke kwaliteit.

Schrijvers mogen natuurlijk zo hard van elkaar verschillen als lezers. Ik zie echter voortdurend nieuwe namen verschijnen, lees er nu en dan iets van en besluit vaak: ofwel zijn ze slecht begeleid, ofwel zijn ze gewoon niet slim genoeg. Heel vlot kunnen schrijven is geen reden om een boek vol te typen. Misschien is heel vlot kunnen schrijven wel net een reden om zeker geen boek vol te typen. Van een boek vraag ik me doorgaans maar één ding af: kan de schrijver ervan me iets bijleren. Over gelijk wat. Het Ottomaanse Rijk, sportvliegtuigjes, liefde ten tijde van ebola of de mores in contemporain Japan. En voor de duidelijkheid: zo zijn er heel veel schrijvers. Weinigen onder hen zijn jonge Vlamingen.

In Vlaanderen bestaat er op dit moment geen nieuwe generatie schrijvers. Je hebt een hoop halve en hele talenten van min of meer dezelfde leeftijdsgroep die theater, gezichtjes tekenen of feestjes organiseren combineren met het schrijven van romans of iets anders dat in boekvorm kan worden gegoten. Ik beweer niet dat daar nooit per ongeluk eens iets goeds bij zit, maar jonge mensen die geconcentreerd aan hun stiel werken en enkel daarvoor leven? Dan moet ik heel goed nadenken. Toen ik in 2008 debuteerde, waren De Coster, Verbeke en Vekeman zowat de jongste schrijvers die geen debutant meer waren. Ik dacht: al wie net als ik in 1981 of later geboren is, moet ik in de gaten houden. Ik sta nog altijd op de uitkijk.

Opofferingen

In Nederland stonden intussen wel minstens tien nieuwe schrijvers op. Ze zijn zeker niet allemaal verschrikkelijk goed, maar ze lijken wel hetzelfde te willen doen, namelijk boeken schrijven zonder excuses. Niets in bijberoep. Als het ene af is even op adem komen, tanden poetsen en aan het volgende beginnen.

Literatuur gaat over opofferingen. Je kunt dat pathetisch vinden klinken, maar daar komt het toch op neer. Hoe diep durf je te steken, hoeveel schuif je ervoor opzij? Daarom snap ik niet dat een schrijver zich zou verstoppen voor zijn buren. Goede leeftijdgenoten lezen kan je laten lachen, nadenken of in het beste geval motiveren om verder te gaan, scherper te klinken en heel de boel zonder meelij te overheersen. Alleen al daarom denk ik dat de Vlaamse vrienden het best een busje huren naar het noorden en onderweg een potje leggen voor een rondvaart op de Grachten. Minder talent hebben sommige Vlamingen zeker niet, maar talent is waardeloos als het geen kader en geen richting heeft.

Hier in het verre Valsesia heeft de brandweer de bruggen intussen gesloten (zie je nu wel dat ik op erg natuurlijke wijze nog iets met die rivieren ging doen?). Dat is snel gemeld maar het impliceert heel wat. Cruciaal is natuurlijk weten aan welke oever je huis staat en kunnen oversteken voor het te laat is.

Vlaamse schrijvers moeten in die zin ook een keuze maken. Of ze blijven waar ze zijn en schrijven voor het volk dat zij kennen - en dat hen kent. Misschien mogen ze ooit wel eens meedoen aan De slimste mens. Wie weet. Stel je voor. Dan ben je vertrokken, in Vlaanderen. Heersen over de eigen zakdoek, dat kan heel veel voldoening geven, denk ik.

De andere schrijvers moeten de wijde wereld in. "Vlaming, Belg, wereldburger", dat verhaal, maar dan echt. Misschien zullen zij falen, maar falen of niet: op die route is de eerste stop Amsterdam. Bring out de karnemelk, nonkel Charel. En Cristal pour tout le monde!

---

De Vreemde Grens

Op 20 november en 11 december, telkens om 20 uur, gaan Behoud de Begeerte en het Letterenhuis verder op onderzoek naar 'de vreemde grens' tussen de Vlaamse en Nederlandse letteren. Met o.a. Maarten Inghels, Maud Vanhauwaert en Thomas Heerma van Voss, Marc Reugebrink, Willem van Zadelhoff, Yannick Dangre en Ivo Victoria.

Auditorium AMVC Letterenhuis
Minderbroedersstraat 22, 2000 Antwerpen.
Gratis, maar reserveren via (03)222.93.20.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234