Maandag 24/02/2020

Linnengoed en lijkwade

Afgesloten van sociale media zoekt journalist Rik Van Puymbroeck tijd om weer echt te lezen. In Zeno brengt hij elke week verslag uit.

Plots haalde ze het zwarte schrift uit haar grote nieuwe tas. Ik had het haar gegeven op de dag dat ze haar allereerste boek uitlas. "Schrijf daar vanaf nu elk boek in dat je leest. Met de datum. Je gaat later zo blij zijn dat je dat hebt." '24 april 2008 - fantasia - geronimo stilton - 379 p': het is het eerste regeltje. Ze was nog zeven, ze gebruikte geen hoofdletters, het is het ongelijke handschrift van het kindje. Af en toen vroeg je ernaar, maar je ziet helemaal onderaan dat ze het tot 2 mei 2012 volhield. 'The Hunger Games 2 - Suzanne Collins - 405 p.'

Dan volgde drie jaar niks. Ze las zeker wel, af en toe, maar ze werd twaalf, ontdekte Facebook, Snapchat, YouTube en schreef wat ze las niet meer op. Tot vorige week. Er staan twee nieuwe lijntjes, op 9 en 13 april en straks komt er weer een nieuw boek bij: 'Paper Towns - John Green - 305 p.' Een bibliografie van het leven wordt dat en nu ben je zelf blij dat ze dat zwarte schrift weer oppakte. Ondanks Snapchat, ook een blijvertje nochtans.

Diezelfde dag, donderdag, viel De grote kudde in de brievenbus en het plan om Remco Camperts mooie Hotel du Nord die dag gewoon uit te lezen, ging aan de kant. Waarom? Het is een fijn verhaal van de grote Nederlandse schrijver, maar de drang om toch meteen aan dat boek van Jean Giono te beginnen was onweerstaanbaar. Daar zijn veel redenen voor. Giono is altijd de Provence. Giono is altijd Banon: in boekhandel Le Bleuet ooit L'homme qui plantait des arbres gekocht, een prachtige vertelling over Elzéard Bouffier, uitgerekend in Banon. Giono is altijd Manosque.

Er is nog iets. 'Met een voorwoord van Philippe Claudel' lees je en dan komen veel mooie werelden samen. De grote kudde schreef Giono in 1931, 13 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog waarin hij zelf soldaat was. Het boek is op die ervaringen gebaseerd en als we straks naar Valensole rijden (waar dit zich afspeelt) of Pertuis (al op pagina 29 kom je het tegen) of naar dat dorpje dat zo mooi is dat het al twintig jaar mijn paswoord is en dat verder onvermeld zal blijven, zullen we nu beseffen dat die wrede oorlog zich niet alleen in de Westhoek afspeelde. Claudel, in dat voorwoord: "Je moet het zien, zegt Giono tegen ons. Je moet kijken. Daar dient literatuur voor. En de taal, die het mooiste linnengoed kan zijn, kan ook de bloederigste lijkwade worden."

Wat we nu sereen herdenken, was toen angst en verderf en verrotting. Olivier, in soldatenkleren en klaar om te vertrekken, gaat eerst nog de jonge weduwe Félicie condoleren. Ze kreeg net "van de man van het stadhuis" het bericht dat haar Arthur van Les Buissonnades sneuvelde. Olivier kijkt de kamer rond en beseft: "Als ik de lamp was, denkt hij, de lamp, de boom, die tafel, die zeug. Als ik de hond was, zou ik blijven." Maar hij heeft de pech een mens te zijn en loopt het gevaar om straks weg te rotten op het slagveld. Dat beschrijft Giono met zinnen die je bijna niet kunt lezen. Zo mooi en zo lelijk. Linnengoed en lijkwade.

Als je zelf had gedaan wat je je dochter aanraadde, dan stond er dus nu 'De grote kudde - Jean Giono - 201 p.' in het schrift van het leven. Helaas. Maar in dat van 2015 staat nu wel een zin van Giono, toegeschreven aan grootpa die zich kwaad maakt als ze zijn geiten komen vorderen. Nadat ze al zijn zoon, het paard en het koren hebben opgeëist, vraagt hij: "Zeg, mogen we onze ogen nog houden om te huilen?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234