Maandag 10/05/2021

Opinie

Liever lelijke vrede dan meer oorlog in Syrië

Voormalig Amerikaans president Jimmy Carter. Beeld AFP
Voormalig Amerikaans president Jimmy Carter.Beeld AFP

Jimmy Carter, oprichter van het Carter Center, was van 1977 tot 1981 president van de Verenigde Staten.

Op hun top in Helsinki in juli zouden de Amerikaanse president Donald Trump en de Russische president Vladimir Poetin afgesproken hebben een einde te maken aan de oorlog in Syrië en om de Iraanse troepen te verwijderen van de Syrisch-Israëlische grens. Trump gaf ook aan dat hij ermee kan leven dat Bashar al-Assad aan de macht blijft en bereid is de Amerikaanse troepen uit Syrië weg te halen. Het is een begin. Maar er is meer nodig om het geweld in Syrië te beëindigen.

In 2011 was de slogan in het Westen en het Midden-Oosten: 'Assad moet weg'. De eenzijdige focus op het lot van de Syrische president verhardde de posities aan alle kanten en maakte het veel moeilijker om andere opties te verkennen.

Sindsdien klinkt de roep om een regimewijziging minder luid, al zijn er nog stemmen in westerse beleidskringen die een volledige machtsoverdracht door de regering-Assad eisen. Het zou beter zijn te bekijken in hoeverre de Syrische regering erin slaagt een nieuwe koers te varen die een einde kan maken aan de oorlog.

Westerse landen moeten opnieuw contacten aanknopen met de Syrische regering. Om te beginnen kunnen ze hun ambassade in Syrië heropenen, want door de afwezigheid van westerse diplomaten in Damascus zijn er gemiste kansen geweest. Het Westen moet ook het doel van een regimewijziging opgeven en zijn verwachtingen omtrent een democratische transitie op de korte of middellange termijn temperen. De focus moet een geduldig opgebouwde democratie zijn.

Als wederdienst voor dat nieuwe engagement moet Damascus hervormingen doorvoeren, al mag het Westen geen overdreven eisen stellen. Het Westen moet ook bereid zijn bij te dragen aan de wederopbouw. Humanitaire hulp heeft geen zin als ondernemende Syriërs niet kunnen deelnemen aan de economie.

De Syrische economie kan ook niet heropleven zolang er sancties bestaan die gewone burgers treffen. Het opheffen van de sancties is cruciaal om de gigantische uitdagingen van de heropbouw, de werkloosheid en de economische heropleving aan te gaan.

Dat kan alleen als alle betrokkenen zich engageren voor een politiek proces om de oorlog te beëindigen. Een ondermijning van het vredesproces van Genève door Syrië of Europese onverschilligheid voor de situatie zullen alleen leiden tot nog meer instabiliteit en leed.

Er zijn nog andere aspecten van de situatie waarvoor er een oplossing moet komen. De regering van Assad heeft met de hulp van Rusland en Iran veel van het territorium heroverd dat ze was kwijtgeraakt aan diverse rebellengroeperingen, gaande van seculiere milities tot jihadisten.

Dat neemt niet weg dat grote stukken van Syrië aan de controle van het regime ontsnappen, waaronder 27 procent van het grondgebied in het noorden en het oosten dat in handen is van Syrische Koerden die hulp krijgen van de internationale coalitie geleid door de VS. Oppositiegroepen, soms met hechte banden met Al Qaida, controleren de noordwestelijke provincie Idlib. En in Noordwest-Syrië heeft Turkije aan de grens een protectoraat uitgebouwd.

In juli zat een Koerdische delegatie samen met de Syrische regering om te onderhandelen over een voortzetting van de feitelijke autonomie van de Koerden die vroeg in de oorlog werd gerealiseerd. Dat was een constructieve ontwikkeling, meer van zulke gesprekken moeten plaatsvinden. Ook de oppositie in Idlib zou de mogelijkheden moeten verkennen via politieke dialoog. Een voortzetting van de gevechten levert niets op. Voor de Turkse bezetting in Noordwest-Syrië is een internationale interventie nodig.

Hervorming onvermijdelijk

Al die complexe maatregelen kunnen pas vruchten afwerpen als de Syrische regering de onvermijdelijkheid van hervorming aanvaardt en vertrouwen wekkende stappen zet, zoals de vrijlating van gevangenen. Ze moet ook rekenschap afleggen voor hun behandeling.

In Syrië zijn op immense schaal krijgswetten en mensenrechten geschonden, onder meer door het gebruik van chemische wapens. Sommige schendingen vinden nog altijd plaats. Het gevolg is dat de helft van de bevolking op de vlucht is. De internationale gemeenschap zag die schendingen met lede ogen aan, met één uitzondering: in 2013, toen Rusland en de VS samenwerkten om het grootste deel van de chemische wapens in het land te vernietigen.

Verantwoordelijken aanwijzen voor de catastrofe in Syrië zal een belangrijk onderdeel zijn van het naoorlogse helingsproces. Maar nu moet de prioriteit het einde van de oorlog zijn. Veel Syriërs zijn tot de conclusie gekomen dat een imperfecte of lelijke vrede te verkiezen valt boven een voortzetting van het geweld. Het alternatief is nog vele decennia een rampenstaat in het hart van het Midden-Oosten.

© The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234