Maandag 19/08/2019

Liever het status-quo?

Met gekoppelde verkiezingen zonder meer wordt België meer dan ooit een schijnfederatie, om niet te zeggen een schijndemocratie

Bart Maddens pleit voor een echt confederalisme

Bart Maddens is politicoloog aan de KU Leuven@4 DROP 2 OPINIE:Er was een tijd dat Guy Verhofstadt door de oppositie werd verketterd omdat hij zich vastklampte aan het communautaire status-quo. Vandaag rijst echter meer en meer de vraag of dat paarse status-quo uiteindelijk niet te verkiezen valt boven het oranje-blauwe compromis dat blijkbaar in de maak is.

Bij de Vlaamse politici lijkt het idee veld te winnen dat ze, in ruil voor wat meer autonomie en de splitsing van B-H-V, een zoenoffer moeten brengen op het altaar van het ene en ondeelbare België. Het invoeren van een nationale kieskring wordt daarbij vaak genoemd als een 'vertrouwenwekkende maatregel', die de Franstaligen ervan moet overtuigen dat de Vlamingen niet aansturen op separatisme. In feite zou dat erop neerkomen dat men B-H-V niet splitst, maar uitbreidt tot heel Vlaanderen: un très grand B-H-V als het ware. Dat staat natuurlijk haaks op het Vlaamse streven om de indeling in kieskringen helemaal in overeenstemming te brengen met de indeling in taalgebieden. Dan maar liever B-H-V behouden als uitzondering op de regel, in de plaats van de regel zelf overboord te gooien.

Ook andere mogelijke toegevingen inzake B-H-V, zoals een veralgemeend inschrijvingsrecht, dreigen erop uit te draaien dat het effect van de splitsing grotendeels wordt geneutraliseerd of dat de Vlamingen in de rand zelfs van de regen in de drop terecht zullen komen.

Een tweede zoenoffer, dat kennelijk hoog op het verlanglijstje van de ex-verkenner staat, is het opnieuw laten samenvallen van de regionale en de federale verkiezingen. Al geruime tijd hebben politici de grootste moeite om aan deze weinig democratische sirenenzang te weerstaan. Het organiseren van beide verkiezingen op één dag levert voor hun immers niets dan voordelen op. Het zou voor de partijen alvast een zeer lucratieve zaak zijn aangezien het wegvallen van een verkiezing al snel 2 à 3 miljoen euro per partij oplevert.

De politieke elite kan dan vijf jaar lang besturen zonder lastig te worden gevallen door balorige en wispelturige kiezers. Een koppeling van beide verkiezingen aan de vijfjaarlijkse Europese verkiezing zou de jobzekerheid van heel wat parlementsleden aanzienlijk verhogen. En als je daarmee op de koop toe nog eens de huidige communautaire impasse kunt doorbreken en de splitsing van het land afwenden, dan moet je niet meer twijfelen.

Alleen kan men dan nog moeilijk volhouden dat België een federale democratie is. Dat vereist immers dat de deelstaten een autonome dynamiek kunnen en mogen ontwikkelen, en dat het beleid op dat niveau afzonderlijk door de kiezers wordt beoordeeld. Het laten samenvallen van de verkiezingen zou dan ook gezien kunnen worden als een stap naar confederalisme. Zo zal CD&V-N-VA het allicht proberen te verkopen aan de Vlaamsgezinde achterban.

Maar dan moet je ook consequent zijn. Echt confederalisme staat gelijk met de copernicaanse revolutie waar minister-president Kris Peeters onlangs voor pleitte. De Belgische bevoegdheden moeten dan worden beperkt tot het uiterst beperkte lijstje dat Peeters naar voren schoof. In dit confederale scenario zou het ook logisch zijn om enkel nog de deelstaatparlementen te verkiezen (maar dan wel liefst om de vier jaar). De verenigde deelstaatparlementen zouden dan het confederale parlement vormen, dat echter maar weinig om handen zou hebben. De confederale regering zou dan voornamelijk fungeren als een permanent overlegorgaan tussen de verschillende deelstaatregeringen.

Hoe dan ook is het koppelen van de beide verkiezingen vanuit Vlaamsgezind perspectief maar aanvaardbaar wanneer het politieke zwaartepunt effectief verschuift van het nationale naar het deelstaatniveau. Dat was trouwens ook het standpunt van CD&V-voorzitter Jo Vandeurzen tijdens de aanloop naar de verkiezingen. De implicatie is dan wel dat de koppeling pas een feit mag worden nadat de Belgische bevoegdheden tot een strikt minimum zijn herleid. Het zou wel erg dom zijn van de Vlaamse onderhandelaars om die koppeling te aanvaarden zonder spijkerharde garanties op een verregaande bevoegdheidsoverdracht. Een vaag engagement om een en ander te regelen in een derde of vierde fase volstaat daarbij natuurlijk niet.

Evenmin zou ik in de huidige politieke context veel vertrouwen stellen in een politiek akkoord om bevoegdheden over te hevelen. Uiteindelijk was er in 1988 ook een politiek akkoord om de fameuze derde fase van de staatshervorming te realiseren. De ervaring leert dat zelfs het inschrijven van een nieuwe bevoegdheid in de bijzondere wet geen waterdichte garantie is. Want als we die bijzondere wet mogen geloven, dan had de splitsing van de ontwikkelingssamenwerking al sinds 2004 een feit moeten zijn.

Als de politici niet ineens de sprong durven te maken naar een echt confederaal model, dan dreigen ze te landen in een weinig democratisch no man's land. Met gekoppelde verkiezingen zonder meer wordt België meer dan ooit een schijnfederatie, om niet te zeggen een schijndemocratie: een regime dat enkel nog in stand kan worden gehouden door de democratie af te bouwen. Dan lijkt me het status-quo (voorlopig) nog het minste kwaad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden