Donderdag 26/11/2020

'Liever groots en megalomaan dan laf op safe spelen'

A.F.Th. van der Heijden (55) worstelde een tijdlang met zijn gezondheid: hij bleek last te hebben van slaapapneu, die ernstige stemmingswisselingen en overgewicht veroorzaakte. Hij was toen bezig met een deel uit zijn Homo duplex-cyclus maar miste door de vermoeidheid de scherpte om eraan verder te werken. 'Toen dacht ik: ik pak een eenvoudiger verhaal op, ook uit Homo duplex. Dat is uiteindelijk Het schervengericht geworden.' Een gesprek met de schrijver, die zich door een 'wonderpilletje' ondertussen stukken beter voelt.

Door Coen Verbraak

'Ik heb een imagoprobleem. Als ik een kort boek schrijf, zegt iedereen: o, een tussendoortje, we wachten wel op de grote roman. En als ik een roman schrijf, dan staan daar weer driehonderd pagina's te veel in. Dan is het dus nooit goed."

Adri van der Heijden lacht breed, zoals hij tijdens het gesprek in het hotel in de binnenstad van Amsterdam vaak zal doen. De schrijver oogt ontspannen.

Hij is flink afgevallen. Het lichte colbert omspant hem niet tot knappens toe, maar maskeert een overzichtelijke buik. Bijna 40 kilo is hij kwijt. Niet door een strikt dieet, maar als gevolg van een verandering in zijn gezondheidstoestand. Hij was de laatste jaren dóódmoe. Als hij 's morgens wakker werd, had hij het gevoel dat hij direct weer naar bed moest.

Het viel hem vooral op toen hij gedurende een langere periode naar Château St. Gerlach in Maastricht ging, om geconcentreerd aan een boek te werken. Hij stond daar om halfacht op, ging vervolgens ontbijten en maakte daarop steevast een korte ochtendwandeling. Hij was nog niet terug in zijn appartement of hij ging alweer op bed liggen. "Dan sliep ik twee uur. Soms wist ik het wel uit te stellen tot 4 uur, maar vroeg of laat moest ik die siësta houden. Toen dacht ik: er is iets mis."

En snúrken dat hij deed. Zijn vrouw Mirjam wist vaak amper naar welke andere kamer ze 's nachts moest vluchten. Totdat zij tijdens een vakantie een boekje voor hem kocht: Snurken van a tot zzzzz. "Ik dacht nog: grappig bedoeld, maar het bleek wel degelijk wetenschappelijk." In dat boekje stuitte hij voor het eerst op het begrip 'slaapapneu', een afwijking waarbij tijdens de slaap de adem regelmatig stokt. "Toen dacht ik: dat héb ik, dat is mijn probleem. Ik was blij, maar ook wel angstig. Er stond in dat mensen eraan dood kunnen gaan."

De schrik zat er goed in. Vakantie direct afgebroken, hij naar het ziekenhuis. "Dan word je een paar nachten in het slaaplaboratorium gelegd, waar je wordt vastgehaakt aan computers." De uitslag was verontrustend. "Ze hadden nog nooit zo'n ernstig geval van slaapapneu gezien. Ik hield exact de helft van mijn slaapuren mijn adem in. Bij mij waren dat ook bijzonder lange apneus. De adempauzes duurden soms wel 103 seconden. Dan adem je bijna 2 minuten achter elkaar niet. Vervolgens schrik je dan weer wakker uit die ademnood, met als gevolg dat je nooit in een diepe slaap komt. Langzaam maar zeker word je uitgehold door vermoeidheid.

"Met zo'n ernstig slaapapneusyndroom als ik had, heb je permanent zuurstoftekort in je bloed. Daardoor breek je je eigen lichaamsvetten niet meer af. Het wordt alleen maar erger. Die slaapapneu begunstigt overgewicht, maar dat overgewicht begunstigt ook die slaapapneu. Het is een vicieuze cirkel, die tot de dood kan leiden." Van der Heijden moest voortaan slapen met een speciaal masker op.

Hij kreeg er ook nog een hernia bij, "waardoor ik nog geen 40 meter gewoon kon lopen. Terwijl ik van de dokter juist moest bewegen." Ja, het wordt nu misschien wel een heel medisch bulletin, tekent hij er zelf direct bij aan. Maar nu moet hij het verhaal dan ook maar afmaken. Want uiteindelijk doorbrak zijn huisarts die vicieuze cirkel door hem in een experimenteel programma van het Academisch Medisch Centrum te laten opnemen. Daar krijgt hij nu al een jaar "een wonderpil, die nog geen naam heeft". "Die repareert mijn stofwisseling. Het gaat erom dat ik een beperkt aantal calorieën per dag binnenkrijg, waardoor ik eindelijk afval. Doordat dat vet niet meer verbrand werd, was het heel erg geworden. Ik was bijna 140 kilo. Ik walgde gewoon van mezelf.

"Een van die allervervelendste dingen van die slaapapneu, vooral van zuurstofgebrek, is dat je aan ernstige stemmingswisselingen gaat lijden, die eigenlijk niets meer met je oorspronkelijke persoonlijkheid te maken hebben. Je geliefden zien je van het ene op het andere moment veranderen van een aardige vent in een verschrikkelijke klootzak." De buitenwereld werkte ook bepaald niet mee om zijn stemmingswisselingen te temperen. "Je weet in wat voor een lomp land we leven; mensen laten geen kans voorbijgaan om je verbaal een schop te geven. Ze herkennen je op straat als iemand die weleens een succesvol boek heeft geschreven en dan laten ze niet na om je op de allerhufterigste manier in te wrijven dat je er slecht uitziet. Je ziet ze denken: dat komt ervan, van al dat gevreet en gezuip."

Kroop u daardoor in uw schulp?

"Nou ja, als ik in een café kwam, hoorde ik het om me heen ritselen. Cafés zijn bij uitstek de plaatsen waar de hufterigheid groeit en bloeit. Ik ben uiteindelijk een tijd thuis gebleven. Ondergedoken. Ik heb geprobeerd er iets aan te doen. Dat heb ik op eigen kracht niet gekund, maar met die wonderpil is me dat wel gelukt."

Het verschijnen van zijn nieuwe boek is in feite een direct gevolg van zijn slaapapneu. Hij was eigenlijk bezig aan een ander deel uit zijn Homo duplex-cyclus, waarvan in 2003 al De Movo tapes verscheen. "Maar ik miste door die vermoeidheid de scherpte om op het juiste moment in het verhaal knopen door te hakken. Toen dacht ik: ik pak een eenvoudiger verhaal op, ook uit Homo duplex. Dat is uiteindelijk Het schervengericht geworden."

Hij werkte er twee jaar aan. Het is met 1.051 pagina's een ouderwets kloek Van der Heijdenepos geworden. Al ontbreekt deze keer de opsomming van romans 'in voorbereiding'. Maar dat voorschot op de toekomst in vorige boeken had, zegt de schrijver, alles te maken met zijn fysieke toestand van destijds. "Ik ben dat rijtje gaan opnemen vanaf het moment dat ik me slecht voelde. Zolang ik onzeker was over mijn fysieke conditie wilde ik mezelf de dingen voorhouden die ik nog niet af had, gedrukt in mijn eigen boeken. Om met mezelf af te spreken dat ik nog niet dood kon. Dat werkte voor mij als een soort mantra. Pure bezwering: 'Van der Heijden, dit verwácht ik nog van jou.' Nu ik het allemaal weer goed aankan, hoef ik het niet meer aan de wereld te laten zien."

Inmiddels heeft hij het deel van Homo duplex waaraan hij vóór Het schervengericht werkte alweer opgepakt. Een echte oeuvrebouwer verloochent zichzelf niet. En hij schrijft - maar dat is eigenlijk nog geheim - een novelle ter ere van de tachtigste verjaardag van Harry Mulisch, in mei. Want de aanstaande jarige is in zekere zin een leermeester van Van der Heijden. "Als jongen op school las ik Mulisch al. Hij heeft mij mede gevormd. Dat schept een band."

Bij de presentatie van De Movo tapes beklaagde u er zich over dat collega-schrijvers vooral graag over elkaar roddelen.

"Wat ik wilde zeggen was: kijk niet te veel naar elkaar. Zet ook eens grote projecten op, durf eens wat megalomaner te zijn. Daar ging het mij om."

De kritiek op uw werk is dat het juist vaak te megalomaan is.

"Daar ben ik altijd heel eerlijk over geweest: liever groots en megalomaan dan laf op safe spelen. Ik neem risico's, zoek graag de grenzen van het mogelijke op. Een mens moet, zei Nietzsche al, proberen boven zichzelf uit te scheppen."

Dan moet het u toch steken dat u qua verkoop voorbij wordt gelopen door bijvoorbeeld de Van Royens.

"Ja, maar goed... wat maakt het de goudsmid uit als hij links en rechts wordt ingehaald door de loodgieter? Sorry hoor."

"Ik wil me een jonge schrijver voelen die net aan een nieuwe cyclus is begonnen. Ik heb nog nooit met zoveel animo aan iets gewerkt. Het enige boek dat ik altijd graag opensla, is De Movo tapes. Ik heb er altijd plezier in als ik dat lees. Ik hoop dat dat bij Het schervengericht straks ook zo is."

In Engelenplaque, uw gebundelde dagboekfragmenten, noteert u in 1999: 'Ik begin minder tot mijn eigen tijd te behoren.' Wat bedoelde u daarmee?

"Dat is wat ik de laatste jaren steeds meer ben gaan voelen. Er is een tijd geweest dat ik in gezelschap in principe over elke schrijver kon beginnen. De anderen begrepen dan onmiddellijk wat ik bedoelde en konden er ook over mee praten. Maar als je nu iets zegt, is de reactie: gadverdamme, gaat hij weer een beetje moeilijk zitten doen. Die lompheid, daar kan ik moeilijk aan wennen. En dan denk ik: ik voel me steeds minder met deze tijd verbonden."

Bij welke tijd zou u wel horen dan?

"(stralend) Wenen, 1790. De tijd van Mozart. Dan zou ik direct het misverstand goed gaan maken dat Mozart zijn beste tijd wel gehad had."

Omdat u parallellen ziet tussen hem en uzelf?

"Misschien. Maar ik moet het met mijn eigen tijd doen. Het is natuurlijk ook zo dat mijn eigen tijd mijn boeken heeft gevoed. Je hébt geen andere tijd."

Die moderne cultuur krijgt u uw huis natuurlijk binnen via uw zoon Tonio.

"Die heeft afgelopen juni zijn gymnasium afgesloten, precies op zijn verjaardag. Maar op zijn gymnasium heerste die hufterigheid niet. Die werd daar juist bekritiseerd. Ook door de leerlingen zelf. Maar wat ik verontrustend vind, is dat je die hufterigheid zelf ook gaat beantwoorden met hufterigheid. Dat je terug gaat blaffen."

Want u stond zelf in Amsterdamse cafés bekend als driftkop.

"Ja. Dat zal dan wel voor een deel in mijn karakter zitten, dat had ik vroeger ook al. Maar dat is toch iets anders. Wat ik bedoel, is geïnstitutionaliseerde hufterigheid. Het is verwant met de mensen die ineens Pim Fortuyn gingen toejuichen."

Veranderde er eigenlijk iets toen u in 1988 vader werd?

"Het heeft me niet ongemoeid gelaten. Ik moest mijn bewust gekozen onverantwoordelijkheid inperken. Toen hij klein was, ging ik altijd op zaterdagmiddag met hem de stad in. Hij wist dan dat hij lego mocht uitkiezen. Tegen het eind van de middag gingen we altijd naar café De Zwart. Daar ging hij op de gesloten pianoklep die lego in elkaar zetten, terwijl ik met vrienden stond te drinken. Ik moet heel eerlijk toegeven dat ik dat stramien bewust zo uitstippelde. Ik kocht dat bezoek aan de kroeg af. Daar heeft Tonio als kind niet tegen geprotesteerd, maar toen hij een jaar of vijftien was, zei hij daar ineens iets over."

Is uw oeuvre net zo belangrijk als het vaderschap?

"Even belangrijk. Dat zegt ook wel dat ik het schrijverschap als vaderschap ervaar."

U houdt net zoveel van die boeken als van Tonio?

"Ik hou helemaal niet zo van mijn eigen boeken, daarvoor heb ik er te veel kritiek op. Met Tonio kan ik geen ruzie krijgen, met mijn boeken wel."

U leeft vrij geïsoleerd. Uw vrouw Mirjam zei: 'Adri weet niet meer hoe een Albert Heijn er van binnen uitziet.'

"Misschien is dat een huishoudelijke opmerking om mij weer eens een keer aan de boodschappen te krijgen. Toen wij elkaar leerden kennen was ik degene die meestal kookte. In de loop van de jaren heeft dat zich omgekeerd. Ik pot mijn tijd op voor mijn boeken."

Dan moet je dus ook wel iemand hebben die dat voor je wilt doen.

"Tot nu toe heb ik daar geen klachten over gehoord."

Dat is wel iets opvallends: uw boeken zijn heel erg streetwise, vol dynamiek en mensen van vlees en bloed, terwijl u zelf dat leven nauwelijks meer leidt.

"Ik heb een groot vermogen om dingen op te zuigen. Ik kom echt weleens op straat. Wat ik daar meemaak, combineer ik met wat ik in de krant lees en op het journaal zie. Dat hou ik allemaal vrij goed bij. Ook omdat er iets bij kan zitten dat ik voor mijn werk nodig kan hebben."

Hoe voedt u uzelf? Wat laadt u op?

"Wat heel zonde is: als er een schrijver geboren wordt dan sterft er ook een lezer. Je leest vooral in dienst van het boek dat je in voorbereiding hebt. Voor Het schervengericht heb ik een bibliotheek vol gelezen."

Maar u leest bijvoorbeeld niet de nieuwe roman van Arnon Grunberg?

"Nee. Dat is geen onwil, het heeft met tijd te maken. Ik heb nog altijd het plan die romans eens goed op te pakken. Ik heb voldoende van hem gelezen om zijn talent te zien. Ik ben toch eigenlijk veeleer nieuwsgierig naar hoe ik mijn eigen boek ga aanpakken. Dat is geen narcisme, dat is noodzakelijke beroepsdeformatie. Inspiratie moet je uiteindelijk opdelven uit jezelf."

U bent 55. Als u omkijkt, bent u dan goed met die 55 jaar omgegaan?

"Nou, soms word ik gekweld door de vraag: was dat werk wel zoveel van mijn leven waard? Schrijven is in zekere zin leven. Terwijl er feitelijk niets met je gebeurt, want je zit daar in eenzaamheid achter dat bureau te werken. Je doet daar geen enkel avontuur op. Maar er staat zoveel avontuurlijkheid tegenover. Avontuurlijkheid in de taal. Dat is ook leven. En toch kwelt me soms de vraag: moet ik niet naar buiten?"

U leeft vooral in uw boeken?

"Ja. En wat heel kwellend is, is dat je later geen enkele herinnering hebt aan al die uren die je hebt zitten schrijven. Hoe kun je je in godsnaam herinneren hoe je een bepaalde toets van je typemachine aansloeg? Ik dateer altijd mijn getypte bladzijden met datum en tijd. Dat velletje kom ik dan later weer tegen, maar die datum en die tijd maken niets bij me los. Ik vraag me soms af of ik door dat schrijven niet veel andere dingen gemist heb. De twijfel neemt soms zelfs de vorm van de prangende vraag aan: had ik niet een ander beroep moeten kiezen? Maar uiteindelijk kom ik toch altijd weer bij dat rare ambacht uit dat ik heb gekozen."

Met dank aan Edo van der Groot

© de Volkskrant

Ze herkennen je op straat als iemand die weleens een succesvol boek heeft geschreven en dan laten ze niet na om je op de allerhufterigste manier in te wrijven dat je er slecht uitziet. Je ziet ze denken: dat komt ervan, van al dat gevreet en gezuip

Soms word ik gekweld door de vraag: was dat werk wel zoveel van mijn leven waard? Had ik niet een ander beroep moeten kiezen? Maar uiteindelijk kom ik toch altijd weer bij dat rare ambacht uit dat ik heb gekozen

A.F.Th.

Het schervengericht

Querido, Amsterdam, 1.051 p., 24,95 euro

> Geboren in het Noord-Brabantse Geldrop als Adrianus Franciscus Theodorus (Adri) van der Heijden

> Debuteert in 1978 onder het pseudoniem Patrizio Canaponi met Een gondel in de Herengracht. Het wordt bekroond met de Anton Wachterprijs. Ook de roman De draaideur (1979) verschijnt onder dat pseudoniem.

> In 1983 verschijnt de proloog voor de grote romancyclus De tandeloze tijd, De slag om de Blauwbrug (1983). Daarna volgen Vallende ouders (De tandeloze tijd 1, 1983), De gevarendriehoek (De tandeloze tijd 2, 1985), Advocaat van de hanen (De tandeloze tijd 4, 1990), Het hof van barmhartigheid (De tandeloze tijd 3.1, 1996) en Onder het plaveisel het moeras (De tandeloze tijd 3.2, 1996). De gevarendriehoek wordt bekroond met de Bordewijk- en Multatuliprijs.

> In 2003 wordt het eerste boek uit de nieuwe cyclus Homo duplex gepubliceerd: De Movo tapes. Drie jaar later is er Drijfzand koloniseren, de sleutel tot Homo duplex. Het schervengericht (2007) is eveneens onderdeel van die cyclus.

> Ander werk: De sandwich (1986), Het leven uit een dag (1988), Asbestemming (1994).

> A.F.Th. van der Heijden is getrouwd met schrijfster Mirjam Rotenstreich en heeft een zoon, Tonio.www.afth.nl

www.hetschervengericht.nl

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234