Zaterdag 28/01/2023

‘Liever geen baan dan een vrouw een hand moeten geven’

‘Nederlanders tolereer ik, maar ik zou nooit vrienden met ze willen worden”, zegt Karim (18). “Natuurlijk, je moet met ze samenwerken en je zit naast hen op de bus. Maar in mijn vrije tijd ga ik ze liever uit de weg. Kufr (niet moslims, JM) zijn alleen met geld bezig. Hun hele leven draait om rijk worden. Het systeem hier is verrot, weet je. Het is een schijnwereld. Er moet vrede komen en daar kan alleen Allah voor zorgen, insjallah.”Het is woensdagmiddag vier uur en Karim volgt samen met een achttal andere Marokkaanse en Pakistaanse jongeren een training van de Stichting Jongeren Investeren in Jongeren (JIJ) in de Amsterdamse wijk Slotervaart. De organisatie begeleidt jongeren in hun schoolloopbaan en bereidt hen voor op de arbeidsmarkt. Karim, gekleed met een zwart petje en in een versleten spijkerbroek, werkte als stagiair bij een transportbedrijf. Een paar weken geleden stapte hij vrijwillig op. “Ze legden expres geld naast mij neer om te kijken of ik het zou stelen. Op een dag kwam een collega vragen of ik hem soms aan een nieuwe gsm zou kunnen helpen. De Nederlanders waren mij gewoon aan het uittesten. Alsof ik een vuile dief ben. Nou, daar bedank ik voor.”Slotervaart en de aangrenzende wijk Overtoomse Veld hebben in Amsterdam een slechte naam. Er is flink geïnvesteerd in de opwaardering van de buurt, maar toch straalt de eindeloze reeks flatgebouwen een grote mistroostigheid uit. Meer dan de helft van de inwoners is van allochtone afkomst. Dat is duidelijk te zien aan het straatbeeld. Vooral het grote aantal rondhangende allochtone jongeren valt op. Het werkloosheidspercentage ligt met 14 procent in deze groep dan ook hoger dan het landelijk gemiddeld, zo blijkt uit een rapport van het Stadsdeel Slotervaart. Ook Mohammed Bouyeri, de moordenaar van cineast Theo van Gogh, woonde in Slotervaart. Karim heeft Bouyeri wel eens gesproken. “Hij hing hier vaak rond. Ik ken hem van gezicht. Toen ik hoorde dat Bouyeri Theo had vermoord, heb ik niet getreurd. Van Gogh heeft de moslims diep beledigd. Hij noemde ons geitenneukers. En niemand in Nederland die reageerde, want hier moet je kunnen zeggen wat je denkt. Onder het mom van vrijheid van meningsuiting werden we dagelijks uitgelachen. Nederland heeft deze moord zelf uitgelokt.” Zo denkt Loubna (20), die eveneens een training van de Stichting JIJ volgt, er ook over. “De eerste en tweede generatie moslims zweeg als ze werden gediscrimineerd. Ze beleefden hun godsdienst binnenshuis. Wij zijn hier geboren en willen onze identiteit niet langer verbergen. Ik wil geaccepteerd worden zoals ik ben.”Tot voor kort werkte Loubna in de parfumerieketen Ici Paris XL. Op een dag besloot ze een hoofddoek te gaan dragen. Onmiddellijk werd ze bij de filiaaldirecteur geroepen. Cosmetica verkopen met een hoofddoek om kon niet, vond de baas. Loubna moest kiezen: of de hoofddoek afdoen of ander werk zoeken. “Ik heb geen moment geaarzeld en ontslag genomen.” Nu heeft Loubna spijt dat ze haar baan heeft opgezegd. Niet omdat ze haar werk kwijt is, wel omdat ze vindt dat ze zich had moeten verzetten. “Ik zou mezelf nooit meer zomaar gewonnen geven. Het is mijn recht om als moslima een hoofddoek te dragen. Ik voel me diep beledigd.”

Verhard klimaat

Karim en Loubna vertolken de gevoelens van veel moslimjongeren in Amsterdam, weet jongerenimam Yassin Elforkani. “Ze vinden dat ze geen kans krijgen in de Nederlandse samenleving, voelen zich gediscrimineerd en zijn het beu om telkens verantwoording te moeten afleggen over hun geloof.”Elforkani preekt regelmatig in de poldermoskee in Slotervaart en is speciaal aangesteld om zich op de jeugd te richten. De poldermoskee is een initiatief van een groep moslims die de moskee weer zijn oorspronkelijke functie wil teruggeven. Het moet opnieuw een ontmoetingsplek worden van gelovigen en ongelovigen. De preken worden doorgaans in het Nederlands gehouden en er is intensief contact met alle buurtbewoners. “Het klimaat in Nederland is verhard”, zegt Elforkani. “De tolerantie waar Nederland ooit om bekendstond, is een stuk minder geworden.”Nog niet zo lang geleden waren veel Nederlanders oprecht geïnteresseerd in moslims en hun religieuze gebruiken. Nu zijn ze welkom, maar moeten zich wel net zo gedragen als de gemiddelde Nederlander: dus liever geen hoofddoek, al helemaal geen nikab (lang en donker gewaad waarbij alleen de ogen niet bedekt zijn, JM) en bidden doe je maar in je eigen huiskamer. De veranderde houding van de Nederlanders heeft veel te maken met de moord op Theo van Gogh en de opkomst van de rechts populistische Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders die daar een rechtstreeks gevolg van is, zeggen specialisten. Wilders heeft zich in enkele jaren opgewerkt tot een van de populairste politici van Nederland. Tijdens de recente Europese verkiezingen werd de PVV zelfs de tweede partij van Nederland. De politicus met het vreemde kapsel schuwt radicale taal niet. Onlangs nog riep Wilders nog op tot het wegsturen van “miljoenen moslims uit Europa die criminaliteit plegen of de sharia (islamitische wetgeving, JM) willen invoeren”. “Hoe denk je dat deze jongeren zich voelen nu blijkt dat de meerderheid van Nederland hen weg wil?” vraagt Elforkani zich hardop af. “Ze zijn hier wel geboren en opgegroeid. Veel jongeren moeten zich continu verdedigen. Waarom draag je een hoofddoek? Mag je van Allah onschuldige burgers doden? Zijn vrouwen minder waard volgens de Islam? Het zijn vragen die hen bijna dagelijks worden gesteld. Als reactie gaan ze zich steeds verder verdiepen in het geloof en klampen zich vast aan religieuze symbolen en gebruiken om hun moslimidentiteit te benadrukken.”

Hoofddoeken en baarden

Hoe luider de roep dat moslims moeten kiezen tussen de westerse waarden en de islam, hoe krachtiger het islamitisch bewustzijn zich in Nederland lijkt te ontwikkelen. In korte tijd is er een nieuwe islamitische beweging ontstaan die lezingen organiseert, internetsites beheert en boekwinkels en kledingzaken runt. De honger naar religieuze kennis bij Nederlandse moslimjongeren groeit. Net als de behoefte om te leven en te handelen naar traditionele moslimwaarden en -normen. Terwijl de christelijke kerken leeglopen, zitten de moskeeën vol met jongens en meisjes in wier leven de islam een steeds grotere rol speelt. Ook Karim en Loubna klampen zich vast aan hun geloof. “Ik heb Nederland altijd als mijn land beschouwd. De laatste maanden is dat veranderd. Mijn geloof is wat mij nog rechthoudt.”Een groeiende groep salafistische jongeren denkt er precies zo over. Salafistische jongeren zijn op zoek naar de ‘zuivere’ islam. Ze willen terugkeren naar de oorspronkelijke bronnen van het geloof en nemen de Koran en de overleveringen van de profeet als leidraad voor hun leven. Vrouwen die deze religieuze stroming aanhangen, dragen altijd een hoofddoek, sommigen zelfs een nikab en mijden het contact met mannen. Salafistische mannen laten hun baard staan, dragen enkellange broeken en weigeren vrouwen een hand te geven, omdat dit onrein is. In veel gevallen sluiten salafisten zich af van de westerse maatschappij. Ze concentreren zich liever op hun relatie met God en laten hun hele leven om traditionele islamitische gebruiken draaien. De meeste salafisten worden daarom als radicaal bestempeld, maar volgens jongerenimam Elforkani klopt dat niet. “Er zijn jongeren in Nederland die het leven als salafist prima kunnen combineren met een studie aan een reguliere universiteit of een baan. Zij kiezen voor een tussenweg en houden vast aan de islamitische gebruiken en kledij, maar praktiseren hun geloof verder vooral in hun privétijd. Denk niet dat elke moslim die een baard laat staan per definitie aan het radicaliseren is. Het wordt natuurlijk anders als hij de baard belangrijker gaat vinden dan zijn baan. Of als hij op het werk vrouwen geen hand wil geven. Hiermee zetten salafisten zich bewust af tegen de Nederlandse normen en waarden.” Ook professor Jean Tillie van het IMES (Instituut voor Migratie en Etnische Studies) van de Universiteit van Amsterdam (UVA) maakt een onderscheid tussen de verschillende salafisten in Nederland. Volgens de Amsterdamse wetenschapper die jarenlang onderzoek deed naar processen van radicalisering onder Amsterdamse salafisten leidt de grootste groep een teruggetrokken bestaan en zal nooit de confrontatie opzoeken. Een minderheid is daar onder bepaalde omstandigheden wel toe bereid. Twaalf van deze jongeren werden door Tillie en zijn team van onderzoekers lange tijd gevolgd. “Het ging om jongeren die door de Nederlandse Inlichtingendienst werden gevolgd. Een aantal van hen werden na ons onderzoek zelfs opgepakt.”Tillie schat dat 2 procent van de moslims in Amsterdam gevoelig is voor radicalisering. “Dat zijn zo’n 1.450 mensen. Dit betekent niet dat alle 1.450 morgen mogelijk een terroristische aanslag gaan plegen. Wel dat deze moslims orthodox religieuze opvattingen aanhangen en bereid zijn op basis van deze opvattingen politiek actief te worden.”De groep die gevoelig is voor radicalisering wordt steeds groter. “Er is sprake van een lichte stijging bij de moslimjongeren die gevoelig zijn voor radicalisering. We hebben een aantal factoren onderzocht die dat in de hand werken. Twee daarvan zijn het gevoel dat je gediscrimineerd wordt en het feit dat je in een sociaal isolement terechtkomt. De partij van Geert Wilders wordt elke dag groter. Dat doet het gevoel van discriminatie behoorlijk toenemen en leidt ook tot een groter sociaal isolement.”

Inspirator

De bekendste Nederlandse salafist die wel van provoceren houdt, is Abdul-Jabbar van de Ven (32). Hij werd geboren als Jilles Lambertus Henricus van de Ven. De Nederlander bekeerde zich op veertienjarige leeftijd tot de islam en liet zijn voornaam veranderen in Abdul-Jabbar. Van de Ven reist heel Nederland en België af om het geloof te verspreiden. Hij wordt gezien als de inspirator van Mohammed Bouyeri, de moordenaar van Theo van Gogh. Van de Ven kwam in november 2004 in opspraak nadat hij in het televisieprogramma Het elfde uur van de Evangelische Omroep tegen interviewer Andries Knevel zei dat hij niet zou treuren om de dood van het Wilders. Ook gaf hij toe dat hij ‘iets van blijdschap’ voelde toen hij vernam dat Theo van Gogh was vermoord. Die uitspraken zorgden in Nederland voor veel commotie. Op een doordeweekse donderdagavond in de poldermoskee komt Van de Ven heel wat minder bedreigend over. De salafistische prediker kijkt met gemengde gevoelens terug op het interview met Knevel. “De avond na het gesprek liep ik terug naar huis en zag dat in bijna alle huiskamers naar voetbal op televisie werd gekeken. Gelukkig, dacht ik, ze hebben het niet gezien. Maar al snel stonden de uitspraken op teletekst en brak de hel los. Mijn geloof is nog nooit zo sterk geweest als toen heel Nederland mij wou lynchen. Letterlijk. Ik kreeg mails waarin stond: ik snijd je vrouw open.”Van de Ven is in de poldermoskee om de voorvertoning bij te wonen van de VPRO-documentaire Insjallah. Als God het wil waarin hij samen met een aantal salafistische jongeren wordt geportretteerd. Na de vertoning en voor de discussie begint, trekken de meeste jongeren naar een aanpalende zaal om te bidden. Als de groep is teruggekeerd uit de gebedsruimte ontstaat er een levendige discussie tussen Abdul-Jabbar en discussieleider Saladine die vindt dat moslims in de publieke ruimte wat vaker ‘water bij de thee’ zouden moeten doen om het samenleven makkelijker te maken. Abdul-Jabbar is het daar niet mee eens. “Wat kan het kwaad dat wij een baard dragen en een broek tot boven de enkels. Dit is een vrij land. En in een vrij land moet je op een vrije manier je religie kunnen beleven. Maar dat wordt steeds moeilijker. Als ik reis, word ik negen van de tien keer uit de rij geplukt voor een controle. Je wordt in een bepaalde hoek gedrukt en gedwongen om een keuze te maken of je dat nu wilt of niet.”Yassine, eveneens aanwezig op de voorvertoning van de documentaire en student bedrijfskunde, verwoordt het anders: “Moslim zijn is een manier van leven. Je bent er 24 uur per dag mee bezig. Op een gegeven moment staat alles in het teken van je relatie met God. Je gaat vanzelf dingen opofferen zoals niet naar muziek luisteren, niet roken en een baard laten staan. Ik kies voor mijn geloof, ook als dat betekent dat ik mijn baan verlies omdat ik vrouwen geen hand wil geven.”

Stevig in schoenen

Ahmed Marcouch, de Amsterdamse stadsdeelvoorzitter van Slotervaart, vindt dat ‘een zeer domme houding.’ “Salafisten denken zeer zwart-wit en lopen zonder vragen te stellen achter hun leider aan. Dat ze hun hoofddoek weigeren af te zetten, hun baard laten groeien en vrouwen geen hand willen geven, is hun goed recht. Maar dan moeten ze ook accepteren dat ze bekritiseerd worden. En niet komen klagen dat ze geen baan kunnen vinden.”De politicus van de socialistische Partij Van de Arbeid is expert op het gebied van moslimjongeren en radicalisering. Marcouch heeft een heus ‘antiradicaliseringsplan’ uitgewerkt dat uniek is in Nederland en als voorbeeld dient voor andere steden. De Nederlander van Marokkaanse afkomst pleit daarin voor meer overleg tussen moskee, school en thuis. “Er moet in de Nederlandse samenleving en op scholen ruimte zijn om de religieuze identiteit te ontwikkelen. Als jongeren het gevoel hebben dat ze die moeten verloochenen, ontstaan er extreme denkbeelden.”De meeste moslimouders vinden het erger dat hun zoon niet investeert in zijn religieuze ontwikkeling dan dat hij een vijf haalt op school, weet Marcouch. “De schooljuf beschouwt de religieuze identiteit vaak irrelevant. De jongere groeit op die manier op in een wij-zijklimaat en dat leidt tot een geradicaliseerde houding.”Al-TabirMarcouch oordeelt hard over salafisten, maar vraagt tegelijk meer respect voor de islam. “Het is in sommige kringen normaal geworden om op een sarcastische manier over moslims te praten. Dat doet veel mensen pijn. De meeste moslims begrijpen niet dat een film als Fitna van PVV-politicus Geert Wilders zomaar kan verschijnen.Het punt is dat je dit niet kan verbieden in de Nederlandse samenleving. De islam is niet verboden en de consequentie van deze vrijheid is dat je er ook kritiek op mag hebben. Dat is het wezenlijke van een democratische rechtsstaat. De vraag is of de moslimgemeenschap stevig genoeg in haar schoenen staat om op een goede manier met deze soms pijnlijke kritiek om te gaan en niet gaat radicaliseren.”De stadsdeelvoorzitter is gematigd optimistisch. “Steeds meer moslimjongeren gaan het debat aan met politici of sturen lezersbrieven naar kranten en tijdschriften. Er wordt gediscussieerd met rationale argumenten. Bovendien nemen vooral jongeren het voortouw en niet de klassieke belangenbehartigers.” Tegelijk groeit de groep salafistische jongeren die weinig binding hebben met de Nederlandse samenleving, moet ook Marcouch erkennen. “Dat het aantal salafisten toeneemt, baart mij geen zorgen. Wel het feit dat ze in hun vorming en opvoeding te weinig uitgedaagd worden om te twijfelen, vragen te stellen en kritisch te staan tegenover wat hen wordt aangedragen. Belangrijk is dat moslims onderling in debat met elkaar gaan. Niet achter de schermen, maar publiekelijk. De meeste moslims houden daar niet van. Zij vinden dat de rangen gesloten moeten blijven. Maar jongeren die zoekende zijn, kunnen alleen op die manier de verschillen ontdekken en geprikkeld worden om na te denken. De rol van de jongerenimam is daarbij cruciaal.”

Foute sites

Het is heel belangrijk, zo beaamt Elforkani, om moslimjongeren goed te begeleiden bij hun religieuze zoektocht. Als zij die begeleiding niet krijgen, is de kans reëel dat ze zich steeds meer buiten de Nederlandse samenleving plaatsen. Ze gaan hun religieuze honger stillen op het internet en dreigen terecht te komen op radicale sites waarop ze worden aangespoord zich af te zetten tegen de Nederlandse samenleving. Elforkani heeft dit onlangs nog meegemaakt. “Een paar weken geleden kwam er een jongen naar mij toe die zei dat het praktiseren van de islam niet te combineren is met een baan waar intensief met vrouwen wordt samengewerkt. Als hij moest kiezen werd het een keuze voor de religie en tegen de Nederlandse samenleving.”“Als imam heb ik de kennis om met religieuze argumenten aan te tonen dat deze jongen de verkeerde keuze maakt. Ik leg aan de hand van voorbeelden uit de Koran uit dat je een goede moslim kunt zijn zonder jezelf te isoleren van de maatschappij. Ik vind dat meer imams zich actief moeten gaan inzetten om de kloof tussen de islam en de Nederlandse samenleving te dichten.”Professor Tillie: “De moskee moet altijd in gesprek blijven met zoekende jongeren. Jongeren die gevoelig zijn voor radicalisering weten doorgaans veel van de Koran af. Alleen iemand die ook veel religieuze kennis heeft, kan het gesprek met hen aangaan. Om hen ervan te overtuigen dat het begrip jihad niet betekent onschuldige burgers doden. Dat er andere manieren zijn om je religieuze identiteit te benadrukken.”

Salafisme in Nederland

Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) wonen er zo’n 20.000 tot 30.000 jongeren in Nederland die ontvankelijk zijn voor een orthodoxe versie van de islam, ook wel salafisme genoemd. Zo’n 2.000 tot 3.000 van hen bezoeken regelmatig salafistische moskeeën. Deze bevinden zich in Amsterdam, Den Haag, Eindhoven en Tilburg. Een kleine 10 procent van hen is volgens het NCTB ‘doorgeradicaliseerd’. Dit betekent dat zij “grootschalige politieke en maatschappelijke veranderingen nastreven en de inzet van gewelddadige middelen hierbij niet schuwen”. De groep heeft geen sterke leiders en is weinig actiebereid. Aldus het NCTb. Toch heeft onderzoek van de Universiteit Amsterdam uitgewezen dat de groep moslims die gevoelig is voor radicalisering groeit. De overige salafisten kunnen ingedeeld worden in twee groepen. De apolitieke salafisten focussen zich volledig op de religie. De politieke salafisten willen maatschappelijke veranderingen bewerkstellingen, maar doen dit via een niet gewelddadige weg, bijvoorbeeld door middel van het internet of door prediking. (JM)

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234