Zaterdag 28/05/2022

'Liever de eerste in mijn dorpdan de laatste in de grote stad'

Erwin Provoost (51) is altijd 'iemand elders' geweest: de Gentenaar in West-Vlaanderen, de luchtcadet achter de camera, de filmmaker in televisieland. Nooit echter The Belgian in Los Angeles, wat er nochtans in zat, had hij, weet zijn moeder, 'op het einde van zijn studies geen lief gehad'. Deze week kochten de Nederlanders zijn bedrijf. Nu droomt Provoost internationaal, maar dan 'om Vlaanderen overal bekend te maken'.

Marijke Libert / Foto Stephan Vanfleteren

Hij ziet er monter uit, zijn kale knikker blinkt, zijn ogen tintelen. Brede glimlach, brede gebaren. Erwin Provoost is bedrijvig als steeds, maar ook ontspannen en opgelucht. Zijn bedrijf MMG lijkt veilig geland bij productiefirma Eyeworks, hijzelf voelt zich als opnieuw thuisgekomen.

Erwin Provoost: "Opluchting is het juiste woord, omdat ik door deze deal een antwoord heb gevonden op de toekomst, zowel privé als zakelijk. Privé zat ik al langer met het probleem dat mijn bedrijf te sterk aan mijn naam verbonden was. Kortom, dergelijke transacties mag je niet uitstellen tot je zestig bent. Een andere vaststelling was dat zich in het huidige medialandschap steeds sterkere groepen toeleggen op tv-werk. De grotere bedrijven maken vierhonderd tot vijfhonderd uur televisie per jaar. Ik maak alles bij elkaar twintig uur. Ik voelde hoe dan ook de noodzaak me aan te sluiten bij die grotere groep. Bovendien krijg ik nu de kans internationaal te werken. Ik had geen zin om als een kleintje in het hoekje te blijven staan."

Eigenlijk deed u precies hetzelfde als Paul Jambers, die ook een succesvol maar te naamgebonden bedrijf had.

Erwin Provoost: "Hét moment waarop ik me de vraag over de toekomst echt ging stellen was toen VTM een paar jaar geleden met mij gesprekken voerde. Ze waren op zoek naar een programmadirecteur. Ineens stelde ik met een schok vast: 'Als ik echt interesse zou hebben, wat met mijn bedrijf?"

Dat dan nog exclusief voor de VRT werkt. Waarom bleef u al die jaren zo loyaal tegenover de openbare omroep?

"Omdat we daar steeds heel correct werden behandeld en omdat ik me daar gewoon goed voelde. Kijk naar mijn verleden en je merkt het: ik blijf nogal trouw aan partners, distributeurs, sponsors, financiers. Ik trek graag lange tijd met dezelfde mensen op. Dat is ook privé zo. Ik ben nog altijd en heel graag bij mijn vrouw. Ik hoef niet te veranderen, ook niet van zender."

Toch ging u ooit in op die gesprekken met VTM. Vereerd?

"Uiteraard. Als je gepolst wordt, is dat een mooie uiting van appreciatie. Ik vond de gedachte op zich ook nogal uitdagend. Beide partijen hebben bovendien in eer en geweten gediscussieerd maar echt aan de orde was mijn kandidatuur niet. Ik kan een groep enthousiast maken rondom mij, maar zou dat met een hele zender kunnen? Aimé Van Hecke, de directeur televisie van de VRT, lijkt me perfect in die rol. Hij blijft de strateeg. De eerste keer werken met hem was wel even schrikken. Hij hield een vurig betoog over zijn visie en daarna stelden wij de vraag hoe we dat moesten invullen, waarop hij enkel zijn schouders ophaalde en zei: 'Heren, dat is jullie zaak'. 'Hela, dat is makkelijk', dachten wij toen. Achteraf bleek net dát zijn sterkte te zijn. Daarom heb ik Aimé als baas graag: hij zet de bakens uit en laat ons vullen. Hij heeft niet de ambitie producent te zijn. Niets is vervelender, lijkt me, dan een programmadirecteur die u het gevoel geeft dat hij het liever zelf zou doen. In dat opzicht vraag ik me af of ik een goede programmadirecteur was geweest. Had ik me kunnen inhouden, had ik de montagekamer voorbij kunnen lopen?"

Moet mee het probleem van Jan Verheyen zijn geweest...

"Moet u hem vragen, maar het zou kunnen dat dat moeilijk was."

Uw bedrijf bestaat volgend jaar 25 jaar. Wat is de conclusie na een kwarteeuw films en tv maken?

"In die voorbije kwarteeuw ben ik altijd heel down to earth en heel voorzichtig gebleven. Ik slaap niet als ik schulden heb, bij wijze van spreken. Dat wij er in die hele periode én stonden én financieel gezond bleven, is ook een beetje onze zwakte geweest. Achteraf bekeken heeft die voorzichtigheid er misschien voor gezorgd dat we internationaal niet door zijn gebroken."

U durfde te weinig risico's nemen?

"Ik bleef verschrikkelijk voorzichtig, terwijl ik natuurlijk wel risico's nam."

Anderzijds, uw eerste tv-avontuur was één groot risico.

"Zwijg! Welke zot haalt het in zijn hoofd een dertiendelige tv-serie te maken, Windkracht 10 destijds, zonder een spat tv-ervaring. Zonder veel geld ook. We moesten met vrachtschepen filmen, die miljoenen franken per dag kostten. Pionieren is het woord, geloof ik. En dan dat tempo. Ik was gewoon films te maken, wat betekende: er elf weken lang in vliegen, 24 uur per dag. Na elf weken zijn de opnames afgelopen. Ik deed hetzelfde bij de tv-serie. Vloog erin, 24 uur per dag, tot ik na elf weken besefte dat er nog anderhalf jaar gedraaid zou worden. Zo zit een serie nu eenmaal in elkaar. Er bleken in de tv-wereld ook vakantieperiodes te bestaan, er bleken acteurs ziek te kunnen worden. Dat was even lastig om me aan te passen."

U bent een geboren Gentenaar die in Koksijde opgroeide.

"Ik ben zelfs ereburger van Koksijde, met nog een paar paters of zo, de meeste dood. Ander goed gezelschap is Paul Delvaux, eveneens ereburger. Ik ben echter in Gent geboren, dat klopt. Mijn vader werkte bij de RTT, intussen Belgacom. Hij moest verhuizen om zijn job uit te oefenen. Het was of Hasselt of de zee. Hij koos voor het laatste. Daarom ben ik tot mijn achttiende in Koksijde opgegroeid. Daarna studeerde ik in Brussel, aan het Hritcs. En nog later heeft de liefde, mijn vrouw Marian, mij terug naar Gent gebracht."

Het kind Erwin stond al te kijken naar de helikopters in Koksijde?

"Ja, daaruit komt ook de serie voort. Ik ging elke dag met de fiets naar het Atheneum van Veurne, op mijn traject lag de basis van Koksijde. Ik zat dan ook nog met de dochter van een van de piloten in de klas. Zelf wou ik ook piloot worden, ik heb het nog tot luchtcadet geschopt maar werd afgekeurd. Ik was gewoon te lang voor de cockpit. Ik heb er nadien nooit meer over gesproken, tot ik twintig, dertig jaar later als filmmaker naar de VRT trok om er series voor te stellen. Ik greep toen graag terug naar hét onderwerp dat me als kind had gefascineerd: helikopters, vliegen, rescue, spektakel."

Klopt het dat het idee verkocht werd op basis van één foto?

"Klopt helemaal. Het was nog de tijd van Jan Ceuleers. Ze zaten met een vijftal mensen voor mij: de hogere directie. Ik herinner me dat ik begon met het idee een soap te maken. Dat hebben ze meteen van tafel geveegd. Maar mijn beste hield ik voor het laatste. Ik toonde ze dan die fameuze foto die je nog ziet op affiches van Windkracht 10: de vissersboot in de storm met die Seaking erboven. De tv-bonzen staarden naar die foto en zeiden tegelijk: dat doen we. Ik blij, maar tegelijk kreeg ik klamme handen. Shit, dacht ik, ik heb niets. Geen scenario, geen planning, het enige wat ik weet, is welke acteurs ik ervoor verkies. Ik ben beginnen te bellen en het avontuur is begonnen. En een avontuur was het echt, a boy's dream. Als kleine jongetjes liepen we op die set rond. Geen toeval dat het ook dat gegeven is waarvan ik binnenkort een film wil maken. Windkracht, The Movie."

U doet de onderhandelingen, volgt het schrijven van de scenario's, de casting tot en met de montage. Als producent. U volgde in de Verenigde Staten zelfs cursussen comedy writing. Bent u een controlefreak of is het pure passie?

"Kijk, in onze branche heb je twee soorten producers: de hands on en de hands off. De eerste categorie werkt volgens de Amerikaanse stijl: erbij willen zijn en alles volgen. De producer Europese stijl handelt meer op afstand. Het hangt uiteraard af van de opleiding die je genoot. Als je jurist bent of je werd geschoold in managementkringen is dat anders dan als je zoals ik van opleiding regisseur bent. Sowieso interesseert me dat maken meer. Ik ben ook helemaal onderaan begonnen. Als assistent op filmsets moest ik honden ophalen voor bepaalde scènes, met bakken Coca-Cola sleuren en zelfs chemische toiletten installeren."

Ik dacht dat u begon op de set van Pallieter van Roland Verhavert, dat klinkt romantischer als start.

"Daar stond ik ook, maar onderaan de ladder merk je weinig van die romantiek. Daar gaan de discussies wanneer je dagenlang in de weide moet filmen al eens over de plaatsing van de chemische toiletten. Die dingen werkten nooit. Ik heb er nog altijd een trauma van. Als stagiair heb ik toen in zes weken tijd 13.000 kilometer met de auto afgelegd. We hadden geen hotels, moesten van hot naar her. Ik lag bijna met mijn hoofd op het stuur, dood kapot. Zo leer je wel doorzetten natuurlijk."

En wat leerde u uit die beginperiode, naast de werking van zwerftoiletten?

"Veel, over sfeer en werking. Ook dat het leuk was van alles iets te weten. Ik vind het belangrijk dat ik begrijp wat er aan de hand is als de cameraman zegt dat hij een probleem heeft. Dat heeft minder te maken met dat 'hands on' zijn. Het komt neer op wat mijn vriend Urbain (Urbanus, ML) me ooit zei: 'Als ik op het podium sta, zijn de tomaten voor mij als het fout loopt'. Dat klopt helemaal. De tomaten zijn voor mij als het fout loopt, tomaten van financiers of tv-omroepen. Nu, áls ik tomaten riskeer, wil ik ook inspraak in het hele proces. Ik groeide daar mondjesmaat in, onder meer nadat ik die scenariolessen ging volgen in het buitenland. Ik voel dat zo'n achtergrond me helpt als ik rond de tafel met de scenaristen zit te brainstormen. Het blijft een evenwichtsoefening. Voorstanders van zo'n aanpak zeggen: 'Erwin discussieert steeds mee' maar tegenstanders noemen het 'hij moeit zich met alles'. Bij Erik Van Looy zul je wellicht een ander verhaal horen dan bij de regisseur die een slechtere ervaring had. Ik vind het vooral spannend om betrokken te zijn. Voor mij was dat mee de magie achter de film De zaak Alzheimer."

Niet treurig als bij interviews vooraf en prijsuitreikingen nadien het vooral de regisseur is die op het podium staat?

"Dat is nu eenmaal zo. Ik voel geen frustratie. Maar ik voel me ergens wel mee op dat podium staan. Hoe de film eruitziet, denk ik dan, is absoluut de verdienste van Erik Van Looy, maar het geheel is ook iets van mezelf. Ik ben de projectontwikkelaar, die geld maar ook talent zoekt om dat project te realiseren, een regisseur, acteurs, scenaristen, ik moet rechten op een boek kopen en middelen bijeen scharrelen. Niet alleen ik, natuurlijk, intussen staat er een enorm sterk team achter en rondom mij, onder wie drie schitterende scenaristen."

U zei ooit dat geld verzamelen niet meteen het leukste aspect was aan uw job. 'Dat bedelen altijd', zuchtte u.

"Ik vertelde dat in verband met de subsidies. Intussen heb ik een bedrijf met vijftien vaste mensen in dienst en vijftig tot zestig freelancers. Ik voel me verantwoordelijk, ben geen schooier. En als er weer eens gemopperd wordt over geld zeg ik: waarom moet alleen de filmindustrie en niet de lucht- of scheepvaart er zich over verantwoorden dat er met subsidies wordt gewerkt? We hebben die nodig omdat onze markt te klein is. Dat is een simpel geografisch maar ook een puur politiek gegeven: willen wij binnen ons cultuuraanbod naar de burger een ernstig filmaanbod plaatsen dan is dit de consequentie. De discussie over de subsidies vind ik overigens niet belangrijk; over wát je met die subsidies doet, wil ik wel grondig discussiëren."

De film Windkracht 10 waarvan de opnames in januari beginnen, beheert het grootste budget ooit besteed aan een Vlaamse film: 4 miljoen euro. Alzheimer maakte u met tweeënhalf miljoen. Dit moet de verwachtingen over Windkracht nog groter maken, als dat al mogelijk is. Hoe gaat u met die druk om?

"De druk zal inderdaad nog groter zijn. Toch is die 4 miljoen heel realistisch. Ik wil dezelfde kwaliteit als Alzheimer en dus hebben we voor de speelscènes evenveel geld nodig: tweeënhalf miljoen. Daarbij echter komen de speciale effecten. Die zijn ontzettend duur. Stel je voor: voor tien minuten storm hebben wij anderhalf miljoen euro nodig. Dan is de rekening toch snel gemaakt?"

Hoezo, een storm kost anderhalf miljoen?

"Die tien minuten storm kunnen we niet maken zoals ten tijde van de tv-serie. Daar volstond het wat hoge golven te filmen en heel hard 'storm, storm' te roepen. Zoiets maak je het bioscooppubliek niet wijs. We moeten professioneel werken en daartoe trekken we naar het bekende waterbad in Londen, waar Bond-films worden opgenomen. We zullen heel zorgzaam met ons budget moeten omspringen. Het zal zijn van: niet te lang laten stormen, mannen, in toom houden anders kost het te veel.

"Hilde De Laere en Hans Herbots, onze mensen die al naar Londen gingen, waren bijzonder onder de indruk. Links liep Sharon Stone en rechts waren ze een Superman aan het draaien. Maar toch bleven zij die typische Vlamingen. Anders dan de Amerikanen, die er voor elke scène nieuwe maquettes van boten bestellen, hebben zij vriendelijk gevraagd of ze occasies konden gebruiken. Tja, waarom niet? (lacht)"

Jullie hebben vorig jaar ook heel even of heel bijna met de echt grote jongens gewerkt.

"Hilde en ik hebben inderdaad het genoegen gehad om te proeven van de voorbereidingen van de film Mission Impossible III. De dag voor Tom Cruise naar mijn bureau zou komen - zijn bodyguards stonden er al - is het project afgeblazen. Dat zat zo. Paramount had met ons contact opgenomen, omdat Cruise, die ook producer was, in Antwerpen wou komen filmen. Tussen haakjes, hun filmbudget bedroeg 140 miljoen dollar. Wij hadden voor Alzheimer een scène opgenomen in het station in Antwerpen: Jan Decleir stapt van de trein. Cruise wou iets soortgelijks. Ons werd gevraagd de contacten met de NMBS en het stadsbestuur te regelen alsook logistieke ondersteuning te doen. Alle onderhandelingen waren rond. De Amerikanen kwamen met een ploeg naar Antwerpen kijken, later zou ook Cruise komen. De mensen van de NMBS zeiden: 'Goed jongens, jullie weten sinds Alzheimer hoe het hier gaat, de trein komt toe om 3 uur en moet 20 minuten later weer weg. In die tussentijd kan mijnheer Cruise van de trein stappen'. Ik vroeg daarop aan Cruises ploeg: op hoeveel tijd hadden jullie gerekend? Waarop een van die Amerikanen zegt: voor het uitstappen een week en dan nog een week voor de hal van het station. (schudt het hoofd) Om maar te zeggen."

U staat dan wel met beide voeten op de grond, bij dat onvermoede succes van De zaak Alzheimer moet er toch een moment zijn geweest waarop uw voeten en die van Van Looy even de voeling met de grond verloren. Op welk moment begon het zweven, toen een Oscar-nominatie lonkte?

"Ik zal het anders zeggen: het enige moment waarvan ik weet dat Erik écht ontgoocheld was, was toen er geen nominatie was. Hij en ik waren een beetje van de grond los gekomen en ik herinner me nog het precieze moment waarop dat gebeurde. We stonden op het grote lanceringsfeest van Eén. Tony Mary had al luid geroepen dat hij zeker mee zou gaan naar Los Angeles en Karel De Gucht had al gegrapt dat hij als minister van Buitenlandse Zaken zijn verantwoordelijkheid moest nemen. De perschefs die in LA zaten, hielden constant contact met ons, het was de beslissende sprint voor de nominatie. We wisten dat we in die laatste poule zaten. Dominique Deruddere, die ooit voor Iedereen beroemd genomineerd was, had ons nog gezegd: je weet het zeker als twee dagen voor de nominaties een Amerikaanse distributeur u belt om onmiddellijk de film te kopen. Nu, op die receptie van de VRT krijgen we een telefoon. Hilde, met de boodschap: 'De Amerikanen willen de film, zo snel mogelijk'. Begrijp je dat het dan heel moeilijk wordt om de conversatie gewoon voort te zetten? Dan komt er dat gevoel van heel licht worden, van zweven. Tot je de dinsdag daarop iets anders hoort. Bonjour tristesse. Tot woensdag, dan begint het leven weer. Voor mij toch."

Kan men dan nooit een redelijke inschatting maken van succes?

"Dat Alzheimer een fantastisch verhaal op zich was, wisten we. We merkten pas later dat de film die gemaakt was voor een Vlaamse markt veel meer werd. Mijn eerste ambitie als producent was: na acht jaar afwezigheid in de filmsector terugkomen met een heel goede Vlaamse policier op basis van een boek van Jef Geeraerts. Doel was zo'n 250.000 kijkers naar de zalen te lokken. Ik heb nog eens overmoedig '350.000' geroepen maar iedereen lachte me toen hard uit. Het zijn er 720.000 geworden. Zo'n hype voorzie je niet. In de VS loopt de film op dit moment ook betrekkelijk goed. Het blijft een artfilm voor de Amerikanen, wegens dat Nederlands, maar het verhaal loopt in een beeldtaal die zij ook begrijpen."

En Erik Van Looy is hot in de VS. Prikt dat niet?

"Wij hebben het hem al gezegd: als hij het riskeert om niet te gaan, zou dat heel stom zijn, want hij staat in LA op dat lijstje van 'hot directors'. Het zijn steeds de regisseurs die naar daar gaan, denk maar aan Paul Verhoeven. Goeie producers lopen er daar genoeg rond, maar misschien denk ik wel: liever de eerste in mijn dorp dan de laatste in de grote stad."

U had een paar jaar eerder kunnen vertrekken.

"Mijn moeder heeft dat ooit juist verwoord. Zij zei: had Erwin geen lief gehad op het einde van zijn studies, hij was naar de overkant gegaan. Maar ik hád dus een lief en ik was al meteen bezig met een eerste film. Zo zoog ik me vast. Ineens blijk je veertig te zijn en ben je het gewoon om overal via de voordeur naar binnen te gaan. Je hebt geen zin meer om elders de achterdeur te nemen.

"Ik heb daarover ooit een hallucinant gesprek gehad met de Nederlandse actrice Renée Soutendijk. Reneé heeft drie jaar in de VS gewerkt. Een heel vernederend verhaal was dat van 'ga maar in de rij staan' en 'we don't need you, next one'. Ik wil geen schooier en ook geen vod zijn. Enig ego is mij niet vreemd en ik heb altijd een gezonde ambitie gehad. Daarover bestaat een mooi verhaal van toen ik nog opnameleider was. Ik was dan veel te vinden in het populaire café Den Arduin, achter de KVS in Brussel. Schoon' meisjes ontmoeten schoon' jongens, beetje pochen, dik doen. Toen de vraag kwam 'wat doe jij' en het antwoord was 'cinema', was je de interessantste van de bende. Als me nadien werd gevraagd aan welke films ik al aan meegewerkt had, zag ik de meisjes bedenkelijk kijken en van nee schudden, niet gezien dus. Nu, toen heb ik daar eens heel hard staan roepen van 'wacht maar. Ooit heb ik een film waarover het hele land spreekt'. Die ambitie is nu ingelost. (lacht luid)"

Brussels by Night was de eerste. Wist u toen al dat het ging lukken?

"Toch niet. Marc Didden geloofde zelfs niet dat die film ooit in de zalen zou komen, maar ik vond dat we naar filmfestivals moesten trekken. Dat we in San Sebastian ook nog zouden winnen, was uiteraard niet voorzien. We gingen gewoon met ons filmke naar Baskenland: François Beukelaers, Marc Didden en ik. We liepen er een week rond, hoorden wel dat onze film goed ontvangen werd, maar ach, geen haar op ons hoofd dat eraan dacht dat we ook maar zouden meespelen in de competitie. We hadden andere zorgen. Hoe we aan voetbalkaarten konden geraken bijvoorbeeld, want Real Madrid kwam in San Sebastian tegen Real Sociedad spelen. Uitgerekend op de avond van de prijsuitreiking. Wij verkozen het voetbal natuurlijk.

"Op zaterdagnamiddag zaten we op een terras en daar kwam zowaar de juryvoorzitter van het festival langs. Hij vroeg of we zenuwachtig waren. 'Ach', zeiden we, 'het is toch maar een match.' 'Hoezo match?', vroeg hij. Wij vertelden het van de kaartjes die we hadden kunnen bemachtigen. 'Kan niet', zei hij gedecideerd en later, omdat we tegen bleven stribbelen 'wie wint, moet aanwezig zijn'. We vielen totaal uit de lucht. Onze eerste reactie was: 'Ja maar, en het voetbal dan?' Marc Didden is nadien vijf keer van hemd gaan veranderen. Volledig lek was hij van de zenuwen.

"Ik vond het één groot geluk wat ons overkwam. Geluk staat ergens in mijn sterrenteken. Ik ben een steenbok. Onder mijn teken capricorn las ik ooit: 'Luck never has to knock twice at your door, you'll be waiting behind the door for the first knock'.

"Geluk moet je soms ook een zetje geven, incalculeren. Je moet ook wat je maakt niet aan zijn lot overlaten, je moet er een extra duwtje aan geven. Promotie bijvoorbeeld vind ik enorm belangrijk. Wat voor zin heeft het om al die energie te steken in een film of in een tv-serie, als je aan het einde van de rit geen geld hebt om te vertellen dat je dat gemaakt hebt. Je moet een redelijk budget hebben om campagne te voeren, affiches te maken, je te presenteren. Kijk naar de promotiebudgetten voor Vlaamse films, die zijn soms heel beperkt. De zaak Alzheimer heeft daar nu eens wel geld tegenaan gegooid."

We zitten nu op een zegemoment, na succesvolle tv-series, na De zaak Alzheimer, maar er zijn ook donkere momenten geweest. De laatste Urbanus-film die u produceerde, De zevende hemel, ontgoochelde, flopte kortom. Hoe gaat u met missers om?

"Als ik alles optel, kom ik gelukkig aan meer plussen dan minnen. Maar ook al is er maar één min, zoiets verwerken is moeilijk. Daarover zou je mijn vrouw moeten interviewen. Het schijnt dat ik na die flop thuis acht maanden lang onmogelijk ben geweest. Ik ben niet alleen de persoon die de dingen graag onder controle houdt. Als het mis is, wil ik dat ook volledig op mij nemen. Dan zit ik te mieren: wat heb ik precies fout gedaan? Dagen, maanden lang. Het was nochtans een samenloop van twintig fouten, een paar lagen buiten mezelf. Niemand kon voorzien dat de medefinancier, Lumina, failliet zou gaan.

"Hoe dan ook, ik bleef me verschrikkelijk schuldig voelen. Het was de eerste en enige keer dat ik met VTM samenwerkte. Urbanus had daar toen een exclusief contract. Stel u voor. Die waren hun geld kwijt. Tweede punt was: Paramount had die film mee gefinancierd. Dat was de tijd dat ik met het vliegtuig naar Heathrow trok, een chauffeur met limo op het tarmac vond en naar Uip werd gereden, alwaar de rode loper klaar lag. De volgende keer dat ik naar Londen ging, was het weer zelf een taxi roepen en deemoedig naar binnen stappen.

"Nu, de angst zat er na die mislukking nog een hele tijd in. Ik dacht: ik mag er één keer naast kloppen, een tweede keer zou een drama betekenen. Na De zevende hemel hebben we nog Max gedaan met Jacques Vermeire, wat wél gelukt is, maar dan ben ik gestopt met film en naar de televisie getrokken. Maar wat eigenlijk erger was: Urbain heeft sindsdien nooit meer een film gemaakt."

Ik hoor in dit verhaal veel het woord creatief doorklinken.

"Ik zal blijven zakendoen, maar ik wil nog meer in de buurt van het artistieke verwijlen. Ik heb de artfilms geproduceerd én de publieksgerichte films. Nu ben ik op een punt gekomen dat ik vind dat er zo weinig over Vlaanderen is verteld dat ik daar internationaal iets mee wil doen. Neem de geschiedenis van de flandriens, de IJslandvaart of de Eerste Wereldoorlog. Roosevelt zei ooit: alles wat buitenlanders weten over ons Amerikanen, over onze auto's, onze Golden Gate Bridge tot en met onze baseballpet hebben wij te danken aan onze cinema. De zaak Alzheimer is een mooie film, maar hij vertelt niet meteen iets over ons Vlaamse verhaal."

De monstertrilogie van Lanoye, die u wenst te verfilmen, zou dat dan weer wel kunnen.

"Ik ben daarvan overtuigd. Als ik het rijtje afga van Vlaams films die echt iets vertelden over ons onthou ik alleen Daens. Dat is een verhaal van Vlaanderen mét allure en het kan internationaal worden verteld. Vandaar dat ik geen grote discussies meer wil voeren over subsidies, maar wel over welke richting die wij filmmakers moeten uitgaan."

Moet een producent, die leeft in een bepaalde sfeer en tijd, mee aan de bewaring van feiten werken, mee de geschiedenis beschrijven? Het is de discussie die schrijvers voeren: we moeten geen verhaaltjes maken die iedereen ter wereld kan schrijven, we moeten 'onze' verhalen maken.

"Als je in de media zit, mag je nooit vrijblijvend werken, vind ik. Je moet weten waar je mee bezig bent. Ik geloof dus dat wij als film- en televisiemakers de verantwoordelijkheid hebben iets van onze tijd achter te laten. Maar als we iets achterlaten, laat het dan relevant zijn. Ik heb zoals gezegd al het geluk gehad dat ik dromen kon realiseren. Ik weet echter ook dat ik De waanzinnige veertiende eeuw van Barbara Tuchman nooit zal kunnen verfilmen. Spijtig genoeg. Er is een categorie dromen die dromen blijven. Andere zijn wel realiseerbaar. Als we erin zouden slagen tegen 2014 een Wereldoorlog I-project te maken dat geïnitieerd is vanuit Vlaanderen én internationaal opgezet, dat zou pas een verwezenlijking zijn. Het gaat 'm hier over iets vastleggen, in fictievorm, over waanzin, over iets wat nooit meer mag gebeuren.

"Toch ben ik ook niet de man die boodschappen wenst mee te geven. Met film zullen we de wereld écht niet veranderen. Polanski zei het mooier: 'Als ik een boodschap heb, zal ik ze wel via de post sturen'. Wel moeten we op z'n minst verantwoording afleggen over wat wij doen met communicatie. In ons geval via film, bij anderen is dat via boeken."

Toch lijkt het diametraal tegenover elkaar te staan: internationaal werken met Vlaanderen.

"De eerste strijd die we hier moeten voeren is: het publiek terugwinnen in onze filmzalen. Die vroegere reflex van 'ach, weer zo'n Vlaamse film' is er gelukkig al wat uitgegroeid. We moeten verder publieksgerichte cinema blijven maken waarin jonge mensen hun kansen kunnen grijpen. Zo schep je een grotere diversiteit, waarin ook de films van Tom Barman kunnen gedijen. Wij moeten ons publiek terugwinnen met continuïteit én diversiteit. En de beste van die films zullen ook in het buitenland te zien zijn.

"Weet je, eigenlijk is het ook iets persoonlijks. Over een paar jaar wil ik op vakantie in het buitenland op café kunnen komen en zeggen dat ik films maak. En als men dan vraagt 'welke' zal ik hopelijk niet meer hoeven te zeggen 'wacht maar', zoals destijds in café Den Arduin. (lacht)"

De bloedbruiloft van Dominique Deruddere (productie MMG) sluit op 22 oktober het Internationaal Filmfestival in Gent af.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234