Maandag 09/12/2019
Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, wil masters in de kleuterklas.

Onderwijs

Lieven Boeve: “We hebben masters nodig in de kleuterklas”

Lieven Boeve, topman van het katholiek onderwijs, wil masters in de kleuterklas. Beeld BAS BOGAERTS

Over onderwijs heeft zowat iedereen een mening. Lieven Boeve, directeur-generaal van Katholiek Onderwijs Vlaanderen heeft er zelfs vele. Hij schreef ze allemaal neer in zijn boek ‘Het evangelie volgens Lieven Boeve’. “Of die titel ironisch bedoeld is? Deels.”

Het is een beetje krap in het zorgklasje van juf Elizabeth in de Sancta Maria-basisschool in Leuven. Toch wou de baas van het katholiek onderwijs graag hier afspreken om te praten over ‘zijn evangelie’, een verwijzing naar het feit dat hij vaak opgevoerd wordt als een ‘alwetende’. In het boek geeft hij zijn visie op alle actuele onderwijsdossiers. Die passeerden vorige week ook de revue, toen leerkrachten van vooral basisscholen massaal het werk neerlegden. Lieven Boeve: “Het zorgklasje is symbolisch gekozen. Het is zeer duidelijk waar men in het basisonderwijs tegenaan loopt. Leerkrachten komen door de grote zorgnoden en gebrek aan omkadering niet meer toe aan hun job, en die is jongeren onderwijzen.”

Het water staat hen aan de lippen en het lerarentekort is daar een grote oorzaak van. Ziet u daar beterschap in komen?

“Als we dat fundamenteel willen aanpakken, dan moeten we beginnen rekruteren uit de volle breedte van de 18-jarigen. Door iedereen die naar het onderwijs wil een traject aan te bieden. Leerlingen uit het bso die interesse hebben om in het lager onderwijs les te geven, moeten daar terecht kunnen. Een tijd terug lanceerde ik daarom het idee van de onderwijsassistent.”

“En anderzijds is het toch niet omdat je de capaciteiten hebt om aan de universiteit te studeren dat je niet in een basisschool zou mogen lesgeven. Ik pleit dan ook ook voor een master basisonderwijs. De wisselwerking met masters zou in het kleuteronderwijs heel vruchtbaar kunnen zijn. Die zouden dan een klasje hebben, maar daarnaast ook het lerarenteam kunnen versterken in de breedte. Door bijvoorbeeld te zorgen voor interne professionalisering vanuit wetenschappelijk onderzoek.”

Creëert u zo niet twee categorieën leraars in zo’n basisschool? In het onderwijs worden leerkrachten volgens diploma betaald. Een master verdient dus meer dan een bachelor. 

“En wat is daar mis mee? Het basisonderwijs is zowat de enige sector waar dat nog niet het geval is, waar iedereen nog hetzelfde betaald krijgt. Kijk naar de zorg, daar heb je logistiek medewerkers, verzorgenden, zorgkundigen en gegradueerden, bachelors en masters verpleegkunde. En die werken allemaal samen in een team, elk volgens hun eigen sterktes en kunnen. Zo kan het ook in het onderwijs. Let wel, het is niet de bedoeling dat de masters de bachelors gaan verdringen. Ze zijn complementair.”

U oppert in uw boek nog een ander opvallend idee om het beroep aantrekkelijk te maken: in plaats van de jonge leerkrachten wil u net de oudere leerkrachten de vervangingen laten doen. Zullen die dat wel zien zitten?

“Volgens mij kan dat een win-win zijn. Nu hebben we een lerarenplatform met jonge leraren die vervangingen doen in scholen. Zo krijgt die groep wat meer werkzekerheid. Maar als je voortdurend interimjobs doet, krijgt niemand een goed beeld van jou. Dus is mijn voorstel: geef jonge leerkrachten een eigen klas voor een schooljaar. Zo kunnen ze zich bewijzen, krijgen ze vertrouwen en kan een schoolbestuur inschatten wie die leerkracht is. En laat de oudere, ervaren leerkrachten de vervangingen doen. En wanneer er geen vervangingen zijn, kunnen ze bijdragen aan de aanvangsbegeleiding van jonge leraren. Ik kan me voorstellen dat sommigen dat een leuke afwisseling zullen vinden.”

Tijdens de staking vorige week was duidelijk dat naast de zorgnoden ook de planlast, de berg administratie zeg maar, een boosdoener is. Critici wezen daarbij ook naar de onderwijskoepels, die volgens hen de planlast verhogen. Voelt u zich aangesproken?

“Het is natuurlijk gemakkelijk om zwarte pieten uit te delen. Want dan moet je zelf geen verantwoordelijkheid nemen. Wij proberen net met onze netwerkorganisatie de leerkrachten te ondersteunen. Vorige week hebben we de nieuwe leerplan-tool voorgesteld voor het secundair, nadat we dat eerder al deden voor het basisonderwijs.  Het moet leraren in staat stellen om goed te plannen en samen te werken, net zonder dat de planlast stijgt.”

De kritiek op de koepel was wel tekenend. En niet nieuw. Vooral het katholiek onderwijs werd de voorbije jaren geregeld onder vuur genomen. U heeft er in uw boek zelfs een hoofdstuk aan gewijd. Daarin heeft u het over een ‘hetze’ tegen u.

“Laat ons zeggen dat er blijkbaar tendensen in onze samenleving zijn die de rol van het middenveld fundamenteel bevragen. En ook de bemiddelende rol van dat middenveld.  Als koepel zijn wij echter een ledenvereniging, zoals bijvoorbeeld ook VOKA dat is. Onze raad van bestuur bestaat grotendeels uit vertegenwoordigers van schoolbesturen. Je moet ons dus in de eerste plaats zien als de woordvoerder van die scholen.”

Hebben die dat dan nodig? Sommige partijen, om de N-VA niet te noemen, willen liever af van de koepels. Het idee: schaf dat tussenniveau af en er gaat meer geld naar de scholen zelf. Dan is het financieringsprobleem opgelost.

“Dat is onzin. Ons budget is ongeveer 42 miljoen euro. We zijn daar heel transparant over. Ongeveer de helft komt van de overheid, de andere helft zijn lidgelden, wat mecenaat en projecten waarop we inschrijven. Als je ons afschaft komt er dus 21 miljoen euro vrij. Ga je daar het financieringsprobleem mee oplossen? Bovendien missen onze scholen dan heel wat ondersteuning.”

Beeld BAS BOGAERTS

Zoals?

“Scholen die vragen hebben over nieuwe wetgeving bijvoorbeeld kunnen dan niet meer bij ons terecht. We bieden ook vorming aan jonge directeurs en maken leerplannen. Als wij dat niet doen, moeten de scholen al dat werk zelf doen. Dat zal de samenleving veel meer kosten.”

Maar kan het niet eenvoudiger? Nu zijn er drie onderwijsnetten. Binnen elk net is er minstens één koepel. Er gaan al een tijdje stemmen op om naar één net te gaan. Dat zou een besparing zijn én de dienstverlening naar scholen wordt behouden. 

“Mocht het zo zijn dat onderwijs neutraal was, dan zouden we dat kunnen doen. Maar onderwijs is niet neutraal. Het feit dat ouders het de moeite waard blijken te vinden om te kamperen om hun kinderen naar een bepaalde school te sturen, toont aan dat ook ouders die vrijheid van onderwijs willen.

“Vrijheid van onderwijs is  een van de vier vrijheden die belangrijk waren bij de stichting van ons land. Net als vrijheid van religie, vereniging en pers. Voor dat laatste zou u toch ook op de barricade gaan staan? Dat zit u in het DNA, net als bij ons de vrijheid van onderwijs.

“Als we dan toch naar één net moeten, laat het dan het vrije net zijn. Met een overheid die algemene kwaliteitsmaatstaven oplegt en aan onderwijsverstrekkers de vrijheid laat. Als we alles officieel onderwijs maken, dan zal wat er op de klasvloer gebeurt bepaald worden door de toevallige politieke meerderheid. En als je kijkt naar de onderwijsdebatten vandaag, dan zie je dat de verschillen tussen partijen groot zijn.”

Laat ons een kat een kat noemen, het is vooral de N-VA waar u al eens mee durft te botsen.

(fijn lachje) “In het boek staat die partij nochtans niet vermeld.”

Bart De Wever was al een aantal keren heel scherp. Het katholiek onderwijs is volgens hem vooral bezig met leuke dingen, zoals vaardigheden. Terwijl hij vindt dat onderwijs meer moet inzetten op excelleren.

“Voor hem is het of-of. Voor ons en-en. In ons memorandum doen we een voorstel om leerlingen beter in staat te stellen te excelleren. We stellen voor om bepaalde richtingen in het secundair meer te profileren, waardoor ze beter voorbereiden op doorstroming naar enerzijds hogeschool en anderzijds universiteit. Nu bereidt een richting humane wetenschappen bijvoorbeeld officieel voor op de beide. Maar we merken dat leerlingen het vaak niet halen aan de universiteit omdat ze te weinig wiskunde gehad hebben om het vak statistiek aan te kunnen. De richting bereidt dus niet goed voor op de universiteit. Dus is ons voorstel: geef meer wiskunde in de humane wetenschappen, zodat leerlingen die uit interesse die richting kiezen kans maken aan de universiteit. En oriënteer leerlingen die nu vaak humane kiezen omdat ze toch nog in het aso willen blijven, naar een opleiding die degelijk voorbereidt op de hogeschool.

“Maar zich goed voelen is ook belangrijk. Het grote voordeel was dat op het moment van de kritiek er net wetenschappelijk onderzoek werd gepubliceerd waaruit bleek dat onze scholen net heel goed scoren op de combinatie van beide. Zich goed voelen in de klas en excelleren is perfect combineerbaar.”

Er waren ook een aantal onderzoeken die aantonen dat het niveau van leerlingen van pakweg Frans of begrijpend lezen wel degelijk achteruit gaat.

“Klopt. We moeten dat ernstig nemen, maar we mogen ook niet overdrijven. Wat me stoort is dat men dan plots doet alsof we een zeer slecht onderwijssysteem hebben. De realiteit is toch complexer. Ook in de discussie over thuistaal op school invoeren of niet zie je dat. Als onderzoek uitwijst dat aandacht hebben voor de meertaligheid net versterkend werkt om Nederlands te leren, dan moeten we daar toch aandacht voor hebben? Ook hier is het en-en.”

De N-VA lonkt openlijk naar een minister van onderwijs. Ziet u dat zitten?

“We hebben in het verleden samengewerkt met een variëteit aan ministers en als die minister voor een samengedragen onderwijs wil gaan, zien we dat zeker zitten.”

Ook als die minister uw koepel wil afschaffen?

(fijn lachje) “Er is verkiezingsretoriek en er is concreet werken. We zullen wel zien.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234