Donderdag 14/11/2019

‘Lierse is eindelijk terug thuis’

Lierse SK is klaar om de topploegen op het Lisp opnieuw schrik aan te jagen. Eén wezenlijk verschil: de Kempenzonen van vroeger zijn grotendeels vervangen door Japanners, Kameroeners en Egyptenaren. Bob, Hans en Carl door Eiji, Joseph-Désiré en Mohamed Abdel. door jens d’hondt

Na drie jaar overleven in vagevuur van tweede zit traditieclub weer in hoogste klasse

Lierse in tweede, dat heeft genepen. Op de ploegvoorstelling was het aan elk detail te zien: ‘We zijn eindelijk opnieuw waar we moeten zijn.’ Lierse heeft natuurlijk bijna nooit iets anders gekend. Elke generatie Pallieters heeft minstens één glorieperiode beleefd. Begin jaren ’40 werd Lierse twee keer kampioen, er waren de Europese avonturen van eind jaren ’60 en natuurlijk de hoge vlucht van net voor de eeuwwisseling. In 1997 pakte de club de titel onder Erik Gerets, in 1998 speelde het de Champions League en een jaar later was er nog bekerwinst. ‘Lierke Plezierke’ was een begrip. Precies daarom deed de degradatie in 2007 zoveel pijn.

Elke ploeg is er als de dood voor om van de Jupiler naar de Exqi League te zakken. De tv-rechten en toeschouwersaantallen liggen zoveel lager dat zelfs relatief goeddraaiende clubs snel in ademnood komen. Liersehulptrainer Van Meir steekt het niet onder stoelen of banken: “Ze zeggen dat tweede klasse het vagevuur is, daar is iets van. De accommodaties zijn amateuristisch, de douches en kleedkamer vaak primitief. Je voelt het aan alles.”

Tweede is de laatste jaren dan ook een kerkhof van voetbalclubs geworden. Beringen-Heusden-Zolder maakte het tweede seizoen in de reeks zelf niet meer vol en is failliet. Lommel is opgegaan in KVSK United, Beveren in Waasland-Beveren. Ook Antwerp, de oudste club van het hele land, zit al zes jaar in de reeks. Elk jaar hoort de ‘Great Old’ bij de favorieten, steeds lukt het net niet. Met als gevolg dat de club in acute geldnood blijft verkeren. In maart kwam er net geen spelersstaking van.

Ook voor Lierse was het een pijnlijk ontwaken. Spits Jurgen Cavens: “Bijna elke ploeg hield tien man op de eigen helft tegen ons. De druk om te stijgen was bovendien enorm groot.” Het duurde uiteindelijk dus drie jaar en het is maar de vraag of het zonder de onverhoopte titel vorig jaar nog wel leefbaar was gebleven. De cijfers zijn hallucinant: in 2008-2009 maakte de club 5,6 miljoen euro verlies. Sponsor Wadi Degla dekte alles toe. Wadi Degla, dat is het bedrijf van voorzitter Maged Samy, nu de grote man op het Lisp.

Naast de miljoenen van Samy heeft de club zijn overleving ook te danken aan de kritische, maar hondstrouwe aanhang. Die bleef ook in de kwade dagen afzakken naar het Lisp, het stadion dat op wandelafstand van de stad ligt. Trainer Aimé Anthuenis: “Deze club heeft de rijkdom dat het zo’n goed publiek heeft. In sommige streken krijg je om een of andere reden nooit zoveel volk naar het voetbal.” Jeugdproduct Jurgen Cavens bevestigt: “Voor de mensen uit Lier is dit echt nog hun club, hun weekend gaat er aan op.” Met vijfduizend abonnees heeft het Lisp nu al een voorsprong op heel wat andere eersteklassers.

De Egyptische voorzitter Samy, omschreven als een ‘fanatieke supporter’, heeft twee ambities met Lierse. Ten eerste wil hij er een topclub met Champions League-allures van maken. Ten tweede wil hij Afrikanen, en dan vooral Egyptenaren, lanceren in het Europese voetbal. Niet het recept waarmee Lierse jarenlang scoorde dus: de geprezen jeugdwerking onder leiding van Marcel Vets. Bernard Voorhoof, Erwin Vandenbergh, Jan Ceulemans en zoveel anderen zetten hun eerste stapjes in Lier. Ook dat blijkt een van de gevolgen van de zaak-Ye, waar Lierse in betrokken raakte. Verschillende spelers bleken toen wedstrijden verkocht te hebben.

Pas achteraf bleek de ravage van die affaire. Een van de grootste slachtoffers van de gokchinees zou uiteindelijk de geprezen Lierse jeugdwerking zijn. Gevolg van de degradatie: de massale uitstroom van al het jonge talent dat er zat aan te komen. Zestig tot zeventig jeugdspelertjes werden weggeplukt door vooral Anderlecht en Mechelen. Hadden nu een geel-zwart shirt aan kunnen hebben: Romelo Lukaku (Anderlecht), Mats Rits (GBA), en het Mechelen-duo Yoni Buyens en Seth De Witte. Een gemiste lichting, dus.

Bedoeling is nu om eerst voet aan grond te krijgen op het hoogste niveau, en dan pas te kijken of er weer jongeren ingepast kunnen worden. Voorlopig worden ze vooral uitgeleend aan tweedeklasser Turnhout, waar voorzitter Samy ook al een vinger in de pap heeft. Jurgen Cavens: “Het voetbal is nu eenmaal zo geëvolueerd dat je niet meer alleen met jongens van rond de kerktoren kan spelen. Ik weet ook niet of ikzelf het tot in de eerste ploeg had geschopt in die omstandigheden. Het was alleszins moeilijker geweest.”

Misschien dat Lierse onderhand een stukje eigenheid kwijt is, maar het telt wel weer mee. Liersecoryfee Van Meir: “Voor de komst van Samy was Lierse op sterven na dood. Je wist op woensdag niet of je of je de volgende dag betaald zou krijgen. Voor iedereen met een hart voor Lierse blijft dat een enorm pijnlijke periode.” De kern is een internationaal gezelschap met onder anderen een vijftal Egyptenaren, aangevuld met Belgische veteranen. Technisch directeur Herman Helleputte schertste daarover: “Mijn moeilijkste taak is tegenwoordig iedereen voor te stellen.”

Zelfs in het land van ‘Jehan & Petrick’ praten ze tegenwoordig dus gewoon Engels op training. Voor Aimé Anthuenis is dat niets nieuws “Ik heb evenveel nationaliteiten als karakters meegemaakt, dat is net de charme van het trainerschap.” Maar voor streekclub Lierse is het wel atypisch. Zowel fans als bestuur zien dat, door de mondialisering van het voetbal, als onvermijdelijk. “Wij hebben nu vijf Egyptenaren. Wel, dat hadden evengoed Belgen kunnen zijn. Het zijn hele joviale kerels. En ze drinken niet, maar ze gaan evengoed mee op stap. Deze groep hangt goed aaneen”, zegt Helleputte.

Laat de eigen jeugd nog even op zich wachten, dan slaagt Lierse er nu al in zich als traditieclub in ere te herstellen. Dat valt zelfs van het organigram af te lezen: de kinderen van algemeen directeur Neel De Ceulaer en de zoon van Herman Helleputte lopen er rond. Ex-spelers Van Meir en Chris Janssens zijn er hulptrainer, Yves Serneels werkt met de jeugd en ook de net gestopte Nico Van Kerckhoven zien ze graag terugkeren. En dan is er nog een kenmerkend verhaal als dat van Jos Van Hooff. In 1924 heeft zijn vader de eerste supportersclub opgericht, zijn schoonvader speelde dertien jaar in het eerste elftal en Van Hooff junior werkt nu in de commerciële cel van de club. Zelf was hij er onder andere Kerstman van ’46 tot ’64. Een leven in geel-zwart.

Eric Van Meir: “We moeten terug naar de tijd waarin iedereen naar Lier wou komen. Dat kan alleen maar als we tonen dat we opnieuw een stabiele club zijn.” Neel De Ceulaer was een van de Kempische jongens die jarenlang boven hun gewicht gebokst hebben. In 1971 gingen ze met 0-4 winnen op het grote Leeds. Hij denkt dat de familiale sfeer nog steeds de troef is: “Lier blijft de voorstad van de Kempen. Niemand doet uit de hoogte. Mensen voelen zich hier thuis.” Het kan weer een plezierig jaar worden onder de Zimmertoren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234