Vrijdag 19/07/2019

Liekendael veegt verdediging van tafel

Drie weken pleidooien van de verdediging werden gisteren door procureur-generaal Eliane Liekendael op tien minuten tijd van tafel geveegd. Ze veranderde geen sikkepit aan haar requisitoor en bleef bij haar standpunt dat de twaalf verdachten moeten worden veroordeeld wegens corruptie, schriftvervalsing en gebruik van vervalste stukken.

Men heeft ons beschuldigd van starre verbetenheid, zei Liekendael, maar dat is volgens haar een misvatting. Het is evenmin haar bedoeling om zware straffen uit te lokken. "Het is niet mijn opdracht om personen schuldig te laten verklaren", stelde ze, "maar om het Hof van Cassatie - zoals de grondwetgever het heeft gewild - de mogelijkheid te bieden in alle objectiviteit recht te spreken."

Velen keken uit naar het antwoord van Liekendael op de stelling van Marc Senelle, raadsman van Johan Delanghe, die het probleem van het vermoeden van partijdigheid van de rechtbank had opgeworpen. Senelle sprak van een "politiek proces", dat niet eerlijk kan verlopen omwille van de gespannen verhoudingen tussen gerecht en politiek. Hij verwees meer bepaald naar de uitval van Liekendael, tijdens het proces, tegen het Octopus-akkoord. Strikt genomen moet het Hof zichzelf onbevoegd verklaren, redeneerde Senelle, net zoals onderzoeksrechter Connerotte destijds door hetzelfde hof via het spaghettiarrest van het Dutroux-onderzoek werd gehaald. Maar Liekendael schoof ook dit argument terzijde. Ze noemde het een onterecht verwijt, omdat het gerecht in deze zaak steeds heeft gehandeld binnen de wettelijke bevoegdheden.

Liekendael ging ook even dieper in op de huiszoeking die raadsheer Francis Fischer in april 1995 liet uitvoeren bij Louis Tobback, amper enkele uren nadat de Kamer een speciale tijdelijke wet had goedgekeurd die dergelijke onderzoeksdaden toeliet. "Een regelrechte oorlogsverklaring", meenden sommige advocaten. "Een terechte beslissing, ingegeven door praktische redenen", weerlegde Liekendael. Willy Claes, bij wie eveneens huiszoekingen voorzien waren, zou een dag later naar het buitenland vertrekken. En vermits een reeks huiszoekingen op hetzelfde ogenblik moest gebeuren, had Fischer geen andere keus.

"Ieder zijn waarheid", zei eerste advocaat-generaal Du Jardin, de rechterhand van Liekendael. "Maar ook de justitie heeft recht op haar waarheid. Het is niet omdat er these en antithese bestaan, dat er geen synthese mogelijk zou zijn." Du Jardin erkende dat de 'afscheidsbrieven' van de echtgenote van Etienne Mangé mogelijk een deel van de waarheid bevatten. In die brieven zien sommigen het bewijs dat Mangé de partijtop wel degelijk op 19 januari 1989 (en dus niet eerder, eind 1988) heeft ingelicht over de 'gift' van Agusta. "De postume en dramatische brief van mevrouw Mangé heeft daarover nieuwe twijfel doen rijzen", zei de advocaat-generaal, "maar neemt deze twijfel niet helemaal weg." Du Jardin wees er op dat mevrouw Mangé ook schreef dat ze dé waarheid nooit zou kennen en dat ze bovendien enkel heeft genoteerd wat ze van haar echtgenoot had gehoord. Volgens du Jardin is de datumkwestie trouwens geen absolute voorwaarde om het bewijs van corruptie te leveren. Andere elementen, zoals het afsluiten van het nepconsultancycontract met Kasma en de rol van Johan Delanghe, toenmalig kabinetschef van minister van Economische Zaken Willy Claes, kunnen dit bewijs eveneens schragen. (GT)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden