Maandag 28/11/2022

Lieflijke, lijfelijke kunst voor salon en slaapkamer

Is Rassenfosse de zoveelste kunstenaar uit de belle époque die we vandaag dringend moeten herontdekken omdat de echte grote namen op zijn? Zijn werk hoort thuis tussen artiesten als Steinlen, Vallotton, Chéret, Toulouse-Lautrec en Degas. Goed gezelschap dus, maar de man schopte het nooit verder dan de status van epigoon.

Door Eric Min

Hij was hooguit "de beste leerling van Rops" - lees: een vrouwenzot met symbolistische trekjes, een liefhebber van demi-mondaines. Dat is een beetje waar en dus vooral een grote leugen.

Natuurlijk was Félicien Rops de leermeester die hem in Parijs introduceerde. De mannen voerden een drukke correspondentie, ontwikkelden samen nieuwe etstechnieken en schilderden zelfs een zeegezicht à quatre mains. Rassenfosse haastte zich naar Rops' sterfbed en was zijn executeur-testamentair. Op een tekening van Rops' villa La Demi-Lune laat Rassenfosse het raam van een kamer openstaan; vroom noteert hij dat de meester er op 4 augustus 1898 om vier uur in de namiddag de laatste adem heeft uitgeblazen. Ooit had hij al opgemerkt dat een mens na Rops' geniale prenten met de kruimels tevreden moest zijn. Rassenfosse wist wat vriendschap was. Toen de stad Luik in 1907 besliste het doek De oestereetster van zijn collega James Ensor niet te kopen, nam hij ontslag uit de commissie.

Maar de rustige burgerman verdient beter dan een bijrol in het theater van de kunst. Hij maakte meer dan duizend etsen; nadat hij in Venetië het werk van Tiepolo had gezien begon hij ook te schilderen. Om den brode ontwierp Rassenfosse affiches voor zeep, sigaretten, bier, worstelwedstrijden, gaslampen en kunstsalons. Zijn sensitieve kleuren houden stand tussen de beste ontwerpen.

Natuurlijk was hij een kind van het fin de siècle, met een voorliefde voor de romaneske anekdote. In de Botanique struikelen we over de genrestukjes: een café, een moeder met kind, kunstliefhebbers in het atelier, een vrouw die haar nieuwe hoed showt, een treincoupé... Zelfs zijn kolenraapsters en mandendraagsters zijn vooral decoratief, want Rassenfosse was geen revolutionair: "De arme, ongelukkige arbeider bestaat alleen in de verbeelding van socialisten die zaken beloven die ze toch nooit kunnen realiseren. Ik verafschuw de humanitaire kunst van mensen die prediken." Geef hem maar het bevallige, het lieflijke, de suggestie. Let in Le Peignoir jaune uit 1912 op de achteloos neergelegde hoge hoed naast het naakte meisje.

Rassenfosse is een homme à femmes. Talloze modellen maken hun toilet, wenden zich af, mijmeren, dansen. De lichtheid en de gratie van de tekeningen kunnen alleen op fragiele materialen als papier of karton tot hun recht komen. De kunstenaar verving vernis door bijenwas: zo bleven zijn matte, fluwelen kleuren intact.

Ars longa, vita brevis is de titel van een wat voorspelbaar naakt dat in het atelier postvat naast een schilderend geraamte. In januari 1934 overleed de kunstenaar aan de gevolgen van een verkoudheid. Rassenfosse typeerde zichzelf als een amateur die zich geweldig had geamuseerd. Ooit verontschuldigde hij zich omdat hij een vergadering niet kon bijwonen met deze woorden: "Ik ben in de weer met een portret van een mooie vrouw en ik mag haar niet laten gaan, anders mislukt het." Het is níét mislukt, beste Armand.

> Tot 9 juli in de Botanique, Koningsstraat 236, Brussel. Open dinsdag tot zondag 11 tot 18 uur. Het boek is een uitgave van Lannoo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234