Woensdag 28/09/2022

Liefde op leven en dood

Jason Burke en Peter Popham in Karachi

Ze werden verliefd, gingen op de loop en huwden in het geheim, wars van alle familiale tegenstand. De liefdesaffaire tussen Khanwar Ahsan en Riffat Afridi is een klassiek Romeo en Julia-verhaal, en het houdt Pakistan nu al een jaar in de ban. Hun verhaal is niet ongewoon in dit moslimland, behalve dat hun verboden liefde in Karachi straatgeweld heeft uitgelokt met doden en gewonden tot gevolg. Mensenrechtenorganisaties vrezen voor het leven van het koppel, dat ondergedoken blijft.

De setting voor dit bittere verhaal van noodlottige minnaars en haat en geweld had Verona kunnen zijn. In de plaats daarvan begint alles in de stedelijke woestenij van Karachi, Pakistans economische hoofdstad. Een stad die tegelijkertijd de welvarendste en gewelddadigste, de meest stijlvolle maar ook de meest barbaarse van Pakistan is. Deze stad wordt vaak omschreven als een smeltkroes maar heeft meer weg heeft van een tijdbom.

In deze stad dus liepen de geliefden elkaar tegen het lijf: de klerk uit Karachi en de jonge vrouw uit de ruwe bergstreek bij de noordwestelijke grens. Voor de onwetende buitenstaanders leek het alsof ze voor elkaar geboren waren. Alle twee waren ze telgen van een Pakistaans moslimgeslacht op wie Karachi als een magneet had ingewerkt. Op zoek naar een betere toekomst hadden beide families hun geboortegrond in de provincie Sind achter zich gelaten. Maar die families zijn ook gezworen vijanden. En terwijl op het einde van Shakespeares klassieke verhaal de dood van Romeo en Julia de strijdende partijen bijeenbrengt, is het maar zeer de vraag of de dood van Khanwar en Riffat ook de Mohajirs en de Pathans zal verzoenen.

Elf maanden geleden werd Khanwars been stukgeschoten bij een aanval met machinegeweren, en sindsdien leeft het koppel ondergedoken. Volgens Khanwars oudere broer zwerven ze van de ene plaats naar de andere, van de ene vriend naar een ander ver familielid. In december kwamen ze eventjes boven water. De mededeling was kort: het koppel zou asiel vragen in het buitenland. Zonder succes, de aanvragen werden afgewezen door zowat alle EU-lidstaten. Alleen Nederland houdt de deur op een kier. "Maar ze vertelden ons om ginds een advocaat in te huren, wat we ons niet kunnen veroorloven", verzuchtte de doodsbange broer van Riffat Afridi onlangs. En, zo voegde hij eraan toe, de jacht op het koppel blijft duren. De familie van Riffat Afridi zou inmiddels huurmoordenaars hebben ingeschakeld die volop hun dochter zoeken.

De dertigjarige Khanwar Ahsan had de voorbije jaren een baan als klerk in Karachi, op een boogscheut van het huis van de Afridi's. Hij was een Mohajir, een familie van moslimvluchtelingen. Mohajir betekent overigens simpelweg vluchteling. Toen de Britten in 1947 het subcontinent zijn onafhankelijkheid teruggaven en Pakistan zich afscheurde van het huidige India, verzeilde zijn familie in Karachi. Meer dan de helft van de bevolking van Karachi zijn Mohajirs. Stuk voor stuk koesteren ze een diepgewortelde wrok tegen de Punjabi's, die de centrale regering domineren, en de oorspronkelijke Sindi's, de feodale machthebbers van de kustprovincie. Onder zijn leden telt die onder meer de prestigieuze Bhutto-familie, van wie Zulfikar het tot president schopte en zijn dochter Benazir tot premier.

Als nieuwelingen en buitenstaanders voelen de Mohajirs zich permanent bedrogen en vernederd. De deur naar de regering, het gerechtelijk apparaat of de politie blijft gesloten voor hen. En hun belangrijkste partij, de Mohajir Quomi Movement (MQM), probeert politieke munt te slaan uit de smeulende onrust. Ze koos voor een tactiek van extreem geweld tegen haar tegenstanders en vormde Karachi daarmee om tot één van de bloedigste steden in Zuid-Azië. Eind vorig jaar nog zag de huidige eerste minister, Nawaz Sarif, zich genoodzaakt om de stad onder de krijgswet te plaatsen.

Terwijl Khanwars gemeenschap helemaal in de greep van fanatisme en woede is, laat ook de tegenpartij zich niet onbetuigd. Riffat Afridi is de negentienjarige dochter - de favoriete dochter, naar verluidt - van een stamhoofd van de Pathans. De Pathans of Pashtuns zijn een stam uit de grensstreek in het noordwesten van het land. Grote, slanke en onvervaarde krijgers zijn het, herkenbaar aan hun tulbanden, havikenprofiel en ongebreideld bergbewonersmachismo.

Hun geboortegrond strekt zich uit langs de Pakistaanse grens. Het gros van hen leeft in Pakistan zelf, maar in het schaars bevolkte Afghanistan vormen ze een meerderheid van de bevolking. Tijdens de koloniale periode hadden ze het vuur aan de schenen van de Britse bezetter gelegd. De opstanden waren amper te tellen. "De Britse regering stuitte op een wijdverbreide wetteloosheid en minachting voor haar gezag", zo schreef de Britse historicus Robert G. Wirsing. En dus moesten de Britten een politiek systeem uitdokteren waarbij de stamhoofden wel onder hun toezicht kwamen maar desondanks hun macht behielden en volgens de aloude wetten bleven regeren.

Deze beperkte autonomie werkt ook vandaag nog na in Pakistan. De roep om een onafhankelijke staat Pashtunistan is wat weggedeemsterd, de Pathans beschouwen zich inmiddels als burgers van Pakistan. Desondanks blijven ze een aparte positie innemen. Een relatie tussen een jongen uit de Mohajir-burgerij en de 'favoriete' dochter van een Pathan-stamhoofd uit de bergen moest dus wel de woede van beide schoonfamilies ontketenen. Hun relatie mag dan al het bewijs leveren dat Karachi inderdaad een smeltkroes is, tegelijkertijd toont de reactie van Riffats familie welk kruitvat de stad is.

De Pathans hebben sterke principes over wat kan en wat niet kan bij een huwelijk. Hun doorgedreven trots, het zogeheten nang, impliceert dat de eer van hun stam besmeurd wordt zodra een buitenstaander ook maar een steelse blik werpt op één van hun vrouwen. Dan volgt de wraak, de badal, die de indringer het leven kan kosten. Als een vrouw uit vrije wil een relatie met een buitenstaander aangaat, is het niet de eer van de stam maar die van de familie die bezoedeld is, wat meteen inhoudt dat beide geliefden moeten sterven. En die nachtmerrie beleven Khanwar en Riffat op dit moment.

Een reconstructie van hun allereerste ontmoeting is niet evident. Khanwar werkte in de buurt van het huis van de Riffats en vier jaar geleden kwamen ze toevallig met elkaar in contact. Later belegden ze heimelijke afspraken en hun relatie groeide. Tot ze in september van vorig jaar hun noodlottige beslissing namen. Ze trouwden in het geheim en gingen op de loop naar Rawalpindi, een grote stad in het noorden op een veilige afstand van beide clans.

Toen het nieuws van het huwelijk Riffats vader ter ore kwam, barstte die in woede uit. Meteen broedde hij een plan uit. De man diende een klacht in tegen zijn ongewenste schoonzoon wegens ontvoering van zijn dochter. Hij zei dat Riffat al getrouwd was met één van zijn eigen stamgenoten, de negentienjarige Niazbat Khan. Khan bevestigde dat verhaal. "Zeven maanden geleden huwden we", zo beweerde hij. "En als ze bij me terugkomt, zal ik haar als mijn vrouw aanvaarden. Volgens onze gebruiken is ze al getrouwd en ze kan niet aan iemand anders worden geschonken."

De politie nam het verhaal ernstig, ernstiger dan het allicht was. Khanwar werd gearresteerd in Rawalpindi. Ze versasten hem naar Karachi, in afwachting van zijn proces voor de vermeende kidnapping. Geen probleem, zo leek het, nu was het enkel wachten tot de betrokken partijen hun versie van de feiten mochten doen voor de rechter. Maar Riffats vader liet het hier niet bij en belegde een jirga, een vergadering van de stam, om de zaak te bespreken. De oudste en invloedrijkste leden besloten dat Khanwar en alle Mohajirs die hem beschermden, moesten sterven. De jirga argumenteerde dat ook hier de Pathan-wetten van toepassing waren, zelfs al ligt Karachi honderden kilometers verwijderd van hun oorspronkelijke bergland. En toen brak de hel los, versterkt door een explosieve cocktail van politieke onvrede, rassenhaat en traditionele wraakgevoelens. Op 11 februari van vorig jaar veroorzaakte de liefdesaffaire de eerste onlusten in Karachi. Drie dagen zouden ze duren: twee voorbijgangers werden gedood en vele anderen raakten gewond, onder wie verscheidene politieagenten. Maar het koppel hield voet bij stuk. "We hielden van elkaar maar ze wilden niet instemmen met ons huwelijk", meldde Khanwar vanuit zijn cel. "Dus hebben we het toch gedaan. Ik zal haar niet verlaten, wat er ook gebeurt."

En er gebeurde heel wat. Toen Khanwar op vier maart het gerechtsgebouw binnenstapte, openden familieleden van Riffat het vuur met automatische geweren. Drie kogels troffen Khanwar en beschadigden zijn ruggengraat. Nu is hij gedeeltelijk verlamd. Ook drie politieagenten raakten gewond bij de rel en zeven leden van de Riffat-familie werden gearresteerd.

De vraag is waarom het verhaal van Khanwar en Riffat Pakistan in zijn ban houdt? Het antwoord ligt niet enkel bij de angstaanjagende, exotische verschijning van de Pathans, die de wetten van hun stam zelfs in Karachi proberen door te drukken. En al evenmin bij de ongelukkige achtergrond van het koppel.

Het verhaal heeft een gevoelige snaar geraakt. Het illustreert de centrumvliedende kracht die Pakistan dreigt te verscheuren: de vluchtelingen en outsiders die aan de ene kant op hun rechten staan, en de koppige en trotse stammen die zich aan de andere kant aan hun traditionele normen vastklampen en ze zelfs proberen te op te leggen aan anderen. Deze tegenstrijdige krachten zadelen de jonge, broze en kunstmatige natie op met een weinig geprononceerde identiteit en een uitgesproken angst voor de toekomst.

Karachi is en blijft een kruitvat. En het kleinste verkeersongeluk - toen Pathans in 1985 een Mohajir-meisje doodreden, volgden maandenlange gevechten die aan meer dan duizend mensen het leven kostten -, een liefdesaffaire of een al te voortvarende beslissing van de doorgaans willoze regering steekt de lont aan dat kruitvat. Deze woelige stad staat permanent op het punt over te koken.

En toch, ondanks alle moeilijkheden - een afbrokkelende infrastructuur, zware luchtvervuiling, ongebreidelde groei -, wérkt Karachi. Tenminste, het werkt voor de rijken, voor wie de stad hét landelijke centrum is van stedelijke verfijning. Het werkt voor vrouwen die massaal een degelijke opleiding kunnen volgen, die goedbetaalde en vooraanstaande jobs in de wacht slepen en zich bijna even vrij als westerlingen kunnen bewegen. Het werkt zelfs voor vele armen, die massaal naar de stad worden gezogen en belanden in de sloppenwijken langs de gloeiend hete woestijnrand van de stad.

"Dit is een gharib nawaz-stad", vertelde een buschauffeur onlangs aan een plaatselijke journalist, "een stad die zorg draagt voor de armen." Voedsel bijvoorbeeld is goedkoop, onderdak nog goedkoper. Maar zo'n stad zou ook burgerlijke waarden moeten uitademen, zou leden van strijdende partijen moeten toestaan verliefd te worden, zich te vestigen en in vrede te leven. Maar voor Karachi is dat voorlopig nog één brug te ver.

© The Independent

Bij Shakespeare brengt de dood van Romeo en Julia de strijdende partijen bijeen. Het is zeer de vraag of de dood van Khanwar en Riffat de Mohajirs en Pathans zou verzoenen

De oudsten van de stam van Riffat, de Pathans, beslisten dat Khanwar en alle Mohajirs die hem beschermden moesten sterven

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234