Vrijdag 17/09/2021

Liefde, moord en windhandel

Lugubere driften, een lynchpartij, duistere praktijken: het verhaal van de gebroeders De Witt is er een waar een romancier als Dumas zijn vingers bij af kan likken

We schrijven 1672, een omineus jaar in de geschiedenis van de noordelijke Nederlanden, het jaar waarin de gebroeders Johan en Cornelis de Witt, twee staatslieden die het politieke leven er jarenlang hebben bepaald, door 'gepeupel' (altijd weer valt in verband met dit dubieuze voorval dat woord) in Den Haag worden gelyncht. De lijken worden opgehangen. De gebroeders waren anti-Oranje, en in de toenemende oorlogsdreiging werd hen dat flink ingepeperd. Ten slotte, zoals dat gaat bij zondebokken, kregen zij van alles wat er in het land mis ging (en er ging heel wat mis) de schuld.

Cornelis werd vastgezet in de Gevangenenpoort in Den Haag op beschuldiging van een samenzwering tegen het leven van prins Willem III en veroordeeld tot levenslange verbanning. Op 20 augustus 1672 kwam Johan zijn broer uit de gevangenis halen, maar voordat ze het gevang goed en wel konden verlaten werden ze door het 'gepeupel' te grazen genomen. Het staat vast dat de prins van Oranje indirect medeplichtig is geweest aan deze dubbele moord op zijn politieke tegenstanders.

Het is een verhaal waar een romancier zijn vingers bij af kan likken. Felle politieke hartstochten, republikeinen versus monarchisten, lugubere driften die botgevierd worden, een lynchpartij, duistere praktijken van de prins van Oranje himself - projecteer er een liefdesverhaal in, ik noem maar wat, en je hebt een setting van heb-ik-jou-daar.

Curieus genoeg heeft het historische voorval nauwelijks literaire verwerking gekend. De enige mij bekende schrijver die het heeft gebruikt, is de Fransman Alexandre Dumas in zijn roman De zwarte tulp (1850). Hij heeft uit de zeventiende eeuw niet alleen de moord op de gebroeders De Witt opgediept om het als achtergrond voor een liefdesverhaal van het aandoenlijke soort te hanteren, uit diezelfde eeuw heeft hij ook iets opgeduikeld dat eveneens aan het adembenemende grenst: de tulpenhandel, niet ten onrechte altijd meteen verbonden met het begrip windhandel.

De tulp was in de zestiende eeuw vanuit het Midden-Oosten in Europa terechtgekomen. De botanische tuin van de universiteit van Leiden was een van de eerste in de Nederlanden die de bloem kon tonen, rond 1600. Wat er zich precies allemaal heeft afgespeeld in de eerste tientallen jaren van de zeventiende eeuw is moeilijk te reconstrueren, maar in de jaren dertig, toen de welvaart geen limits meer kende, werden er voor tulpenbollen bedragen neergeteld waarmee je prachtige herenhuizen aan een Amsterdamse gracht had kunnen kopen.

In 1637 stortte die hele windhandel dramatisch in, en er waren mensen die voor de rest van hun leven niet meer uit hun schulden zouden komen door het enorme verlies dat ze ermee leden - de bekende landschapsschilder Jan van Goyen was een van hen.

Alexandre Dumas haalt in verband met de tulpenmanie in de zeventiende eeuw een element naar boven dat op zichzelf ook alweer fascinerend is: de wilde zoektocht naar de zwarte tulp. Hele competities met enorme geldprijzen werden uit de grond gestampt om kwekers zover te krijgen de zwarte tulp te kweken.

In de roman is het het Genootschap van Tulpenkwekers in Haarlem (de stad waar de manie historisch gezien het hevigst woedde) dat honderdduizend gulden uitlooft voor de eerste zwarte tulp. Hoewel in werkelijkheid niemand erin slaagde die te kweken, laat Dumas het in zijn roman toch gebeuren: Cornelis van Baerle, een jonge rijke burger uit Dordrecht, slaagt erin drie klisters van de zwarte tulp te ontwikkelen - en als een Agatha Christie avant la lettre wordt er afgeteld: en toen waren er nog maar twee, en toen was er nog maar één. Laat het opbouwen van spanning maar aan Dumas over.

Wat heeft die tulpenmanie te maken met de moord op de gebroeders De Witt? Cornelis de Witt heeft een briefwisseling gehad met de Franse staatsman Markies de Louvois, wat voor Oranjegezinden hetzelfde is als heulen met de vijand, hoogverraad dus. Om zich niet in moeilijkheden te brengen laat hij die briefwisseling bezorgen bij zijn peetzoon, Cornelis van Baerle. Het ironische is dat deze Van Baerle ooit een zeeslag heeft meegemaakt en juist vanwege de verschrikkelijke taferelen die hij daar heeft gezien besloten heeft om als Candide van Voltaire voor de rest van zijn leven zijn tuintje te gaan bijhouden, in dit geval tulpen kweken.

Duizelt het u langzamerhand? Maar we zijn nog niet eens toe aan het pièce de résistance van de roman, de onoverwinnelijke liefde tussen de jonge, mooie, rijke Van Baerle en de arme betreurenswaardige, maar nog mooiere dochter van de cipier van slot Loevestein (jawel), waar Van Baerle gevangen wordt gezet als de brieven van zijn peetoom bij hem zijn gevonden - hij wist niet eens meer dat hij die nog had, en van de inhoud is hij al helemaal niet op de hoogte.

Er komt geen onvertogen woord in de hele roman voor, seksscènes zijn er niet, en de enige reden waarom De zwarte tulp op de Index librorum prohibitorum van de katholieke kerk terecht heeft kunnen komen moet de in de roman uitgeleefde tulpenmanie en de ermee samenhangende geldzucht zijn geweest, die in de ogen van de censoren al te werelds waren, te veel los van God.

Van Baerle slaagt er in het gevang slechts moeizaam in om zijn liefde voor de zwarte tulp samen te laten gaan met zijn liefde voor Rosa - het arme wicht lijdt er af en toe danig onder dat zij op de tweede plaats komt. Maar de apotheose geeft haar alle eer: in een verblindend slottoneel ontmaskert zij in Haarlem, het Sodom en Gomorra van de tulp, ten overstaan van de prins van Oranje, een vileine man die de zwarte tulp van Van Baerle heeft gestolen om de honderdduizend gulden prijzengeld op te strijken. En zij weet de prins ertoe te krijgen Van Baerle in ere te herstellen.

De prins van Oranje? Maar die kwam eerder in het boek toch voor als een ellendeling die stiekem de poorten van Den Haag had laten sluiten zodat de gebroeders De Witt niet konden vluchten en een jammerlijke dood moesten sterven? Ja, maar zelfs een prins van Oranje kan vanuit diepe dalen een hoogte bereiken die gemeenlijk met wijsheid wordt aangeduid.

Afijn, u merkt het wel: ik ben er niet helemaal uit. Het verhaal is enorm vaardig in elkaar gezet, mooie maar erg heterogene elementen waarvan je bij God niet zou weten hoe iemand ze overtuigend in een verhaal bij elkaar krijgt, vormen een behoorlijke eenheid, het liefdesverhaal is aandoenlijk, de apotheose spectaculair. Prachtig, ik ga er onmiddellijk voor door de knieën. En ik moet dan maar op de koop toe nemen dat de psychologie af en toe wat wormstekig is en het toeval regeert met een aplomb waarbij de waarschijnlijkheid verbleekt.

Wil Hansen

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234