Zondag 11/04/2021

Liefde gevonden, roman gezocht

Dimitri Verhulst is terug met een nieuw boek, maar werkt zich vooral in de kijker met zijn turbulente liefdesleven. Een afleidingsmanoeuvre? Want belangrijker: is 'Kaddisj voor een kut' nu écht zijn vaak aangekondigde, ultieme tehuizenroman?

Struikelen over een aankondigingsbord van Story. Het is dom, maar het kan iedereen overkomen. 'Een zomer vol liefdesverdriet', stond er in koeien van letters op. Beheerst zette ik het plakkaat recht op de stoep. Nieuwsgierig bestudeerde ik het verzamelde amoureuze leed, het eeuwige wingewest van het BV-magazine. Van De Lau en Erik van Looy tot Sven Nijs: de zomer bleek onbarmhartig voor tortelduiverij en huwelijkse staten. Maar ook schrijvers zongen volop hun deuntje mee in de litanie van libidineuze debacles. Herman Brusselmans prijkte op de voorpagina vanwege het abrupte einde van zijn veelbelovend gestarte saga met de 31 jaar jongere Melissa.

Vlaamse schrijvers en hun liefdesperikelen, het is stilaan vaste prik in medialand. De baby van Saskia De Coster en haar Groen!-vriendin ging in maart 2014 alle bladen rond, want als rolmodel word je af en toe om een statement verzocht. En ook Dimitri Verhulst verwerft stilaan een vooraanstaande plaats in de gespecialiseerde media. Zijn relationele rollercoaster haalt tegenwoordig vlotter de kolommen dan een doorwrochte recensie van zijn romans, die gelukkig nog wel bij bosjes over de toonbank schuiven.

Slimmer dan de schrijver

'Het jaar van de drie vrouwen', kopte Humo vorige week. Een jaar eerder - bij de verschijning van De laatkomer - bazuinde Verhulst nog lyrisch zijn vreugde uit over zijn hereniging met een Zweedse jeugdliefde. Abrupt verkaste Verhulst van zijn Waalse dorpje - ooit nog idyllisch bezongen in Mevrouw Verona daalt de heuvel af (2006) - naar Göteborg, een twaalfjarige relatie achter zich latend. Weinig fijnzinnig luidde het in De Standaard: "Dichter bij de Nobelprijs Literatuur kun je je niet neuken." Welbespraakt legde hij de link met zijn roman De laatkomer, waarin een man ontsnapt uit zijn liefdeloos huwelijk door dementie te veinzen en in een bejaardentehuis zijn jeugdliefde Rosa Rozendaal weer te vinden. "Soms zijn mijn boeken slimmer dan ikzelf en is de schrijver Dimitri Verhulst me een stapje voor. Hij heeft een veel betere inkijk in mijn eigen leven", viel er te lezen in De Morgen.

De coup de théâtre liet niet lang op zich wachten. Intussen ligt de Zweedse droom aan diggelen, zo meldt Humo in een interview met Dag Allemaal-allures, waarin de vechtscheiding bijna van de pagina's gutst. Verhulst beleefde een annus horribilis in Scandinavië: "Het is waar dat ik gekke dingen ben gaan doen. Ik ben verhuisd naar een moeilijk land. Ik ben in een relatie gestapt die uiteindelijk niet werkte. Heb ik fouten gemaakt? Zeker. Heel dit laatste jaar is één fout, één grote vergissing. Maar ik kan er dankbaar om zijn, ik draag het mee als een ervaring."

Op de valreep kon Verhulst ontkomen aan 'de zomer van het liefdesverdriet'. Een nieuw Gents lief luidt zijn terugkeer naar Vlaanderen in. Gelukkig is hij ook drie boeken rijker: Kaddisj voor een kut en twee Boekenweekgeschenken. Kwestie van in maart 2015 het beste te kunnen kiezen.

Relationele stofwolken en boude talkshowuitspraken vertroebelen soms het zicht op Verhulsts boeken. Onmiskenbaar vertonen ze een wisselvalliger teneur. Slechts in het bitterzoete De laatkomer liet de snedige, satirische Verhulst zich weer herkennen. Het was een revanche na twee matige boeken als De laatste liefde van mijn moeder (2010) of De intrede van Christus in Brussel (2011) en het tussendoortje over gevallen wielergod Frank Vandenbroucke. Maar literaire nominaties of prijzen haalde de ex-Libriswinnaar er niet meer mee.

Zelf verketterde hij in een interview met De Morgen De verveling van de keeper (2002) én De intrede van Christus in Brussel, genadelozer dan een criticus het ooit zou aandurven. "Nu kan ik toegeven dat De intrede van Christus in Brussel gewoon een verschrikkelijk slecht boek is. Geschreven door iemand die niet durft te schrijven. Om de eenvoudige reden dat hij bang is om te dicht bij zichzelf te komen."

Voelt de schrijver nattigheid over zijn fluctuerende output, waarin vaker dezelfde wrang-komische riedeltjes worden afgehaspeld? Worstelt hij met zijn authenticiteit en zijn opgedrongen mediarol? "Eigenlijk zou ik een groot zwijger willen zijn, helaas ben ik een kletswijf", constateert hij. Verhulst beseft de bekoring van een welgemikt interview met smeuïge quotes. Het kan wonderen doen voor de lancering van een boek. Beleefde de Aalstenaar - met zijn bezwerende basso continuo - niet ooit zelf zijn doorbraak met De helaasheid der dingen via een gesmaakt optreden in De laatste show? Het inzoomen op Brusselmans' en Verhulsts privéleven - dat ze enigszins over zichzelf afroepen - lijkt symptomatisch voor wat Christophe Van Gerrewey onlangs in deze krant opmerkte over de boekenbranche: "Als er al aandacht is, dan is het vaak over van alles, maar niet over de leeservaring. De schrijver staat centraal, niet het lezen zelf en wat daar zo uitzonderlijk aan kan zijn. We hebben blijkbaar schrik gekregen om dat te benadrukken."

En dan nu het boek

Want ja, hoe zit de vork in de steel met Verhulsts nieuwe roman Kaddisj voor een kut? Ruim zevenhonderd woorden ver zijn we intussen in dit stuk en u hebt er nog geen woord over gelezen, werpt u terecht tegen. Geldt dit nu als het meermaals aangekondigde, definitieve boek over de tehuizenjeugd van de schrijver? Zeker is dat Verhulst kampte met de vorm van deze lang voor zich uitgeschoven roman. Het thema van de verwaarloosde jongeren spookt constant door zijn oeuvre. Instellingen, asielzoekerscentra en gestichten zijn er courante biotopen en het ongeluk valt er van de muren te schrapen. Het was alsof Verhulst zich via wijde omtrekkende bewegingen, ingewikkelde sluiproutes en sinistere binnenwegen naar zijn hoogstpersoonlijke moeras begaf.

In Kaddisj voor een kut - een titel met veel provocatiepotentie - lijkt het alsof Verhulst de koe bij de horens heeft gevat. Maar wie het boek doorbladert, stuit meteen op een verrassing. Kaddisj voor een kut valt uiteen in twee delen. Een novelle van amper 90 pagina's en de opgepimpte toneeltekst De aankomst in de bleke morgen van 60 pagina's, eerder geconcipieerd in 2005 voor de voorstelling Aalst van toneelgezelschap Victoria. Allebei gezet in grote letters, zodat de ooglijdenden onder ons niet hoeven te sukkelen.

Merkwaardig is dat Verhulst geen melding maakt van de herkomst van de tweede tekst. Kleine moeite, zou je zo denken? Of wil hij de lezer zand in de ogen strooien? Zo bereikt hij alsnog 'zijn natuurlijke lengte' van circa 150 pagina's. Toch kan je dit hybride relaas met veel welwillendheid geen roman noemen.

Opmerkelijk wrang en bitter laat Kaddisj voor een kut zich lezen. Je zou het kunnen beschouwen als een genadeloze afrekening: met de kerk, met "woeste vaders", "hysterische eegaders", met teleurgestelde opvoeders en gedemotiveerde hulpverleners, verbitterde leraren en onbarmhartige schooldirecteuren. Het eerste deel, de eigenlijke novelle Kaddisj voor een kut, drijft op de religieuze cadans van een begrafenis die - net als de lectuur - hooguit een uur in beslag neemt. De hoofdfiguur waarachter Verhulst zich in de je-vorm verschanst, bijgenaamd De Neus, wordt door de dood van Gianna Niemendal weer naar zijn tijd in jeugdinstelling Home Zonnekind gekatapulteerd. Gianna was er een tehuizenmeisje van het typische soort, gedoemd om als lotsbestemming het kapsalon te vervoegen. Godsgruwelijk is ze aan haar eind gekomen door uit een raam te springen, het leven opgesoupeerd voor het echt begonnen was. Je hoeft niet lang te gissen hoe het zo ver is kunnen komen. Een jeugd van misbruik en miskenning gaf de aanzet tot de zelfmoord. "Ze had voorvoeld wat jullie nog moesten ondervinden. Namelijk dat jullie koffers nooit definitief zouden worden neergezet."

Verhulst laat geen spaander heel van dit universum van ongewenste "verweesden en weggesmetenen", deze "kinderen van de ramsj". Ziehier zijn lapidaire "deeldefinitie van een jongerentehuis": "Vuilbak die 'dank u' kwaakt nadat u er om het even wat in heeft gekwakt." Wil de schrijver ons doen geloven dat elke instelling slechts gedoemde en vermassacreerde zielen op de samenleving loslaat? Kan niet missen dat ze tot halve misdadigers of verknipte ouders uitgroeien. De hormonen gieren er bovendien door de gangen, met de snelheid van een deeltjesversneller in Génève. Tienermeisjes "die hun kutten stutten op elke willekeurige pik en onachtzaam zwanger werden van een puistige tienervader. De seksuele appetijt van instellingskinderen is immers onuitputtelijk." En ja, ook het hoofdpersonage aarzelt niet om zijn "hom te lozen in lijven die je lelijk vond".

Het va-et-vient van opvoeders is al even ontstellend. Eerst nog "overpruttelend van idealisme" raken ze bliksemsnel hun gedrevenheid kwijt. "Naastenliefde salarieert zeer slecht", schrijft Verhulst in een pittige oneliner, een van de zovele waaromheen hij zijn dunne verhaal weeft. En als er een potentiële pleegmoeder langskomt is hij even scherp over het gedrag van zijn collega-instellingskinderen: "Hondjes in het asiel, om ter schattigst keffend naar de sympathieke kopers." Vooral moeders betalen het gelag - zoals ook in De helaasheid der dingen het geval was.

De karikatuur ligt bij Verhulst altijd op het vinkentouw en de miserabilistische doem krijgt voorrang. Wie dus rekent op een doorleefd portret van Gianna, krijgt slechts een paar lichtflitsen en flarden, ondanks zijn genegenheid voor haar en een opdringerig schuldgevoel. Pas wanneer de schrijver uit zijn rol valt, wordt het écht interessant. Dat gebeurt bijvoorbeeld wanneer "hij stuitert van verlatingsangst naar bindingsangst". Knap ook hoe hij aan het eind van de novelle zijn eigen aflopende, tijdelijke burgermansbestaan verbindt met de dood van Gianna. Het is een scène die kil om het hart slaat en waarin Verhulst zich allerminst bang toont "om dicht bij zichzelf te komen."

Kaddisj voor een kut baadt in morbide zwartgalligheid. De vrolijke kant werd weggegumd. Een eenzijdig beeld? Nochtans gaat Verhulst er prat op dat hij zich wel degelijk heeft "rotgeamuseerd" in de instellingenwereld. "Ik was onwaarschijnlijk gelukkig in die hel, waar alles kapot ging", vertelde hij me vorig jaar in een gesprek. "Toch vertik ik het om er droevig over te zijn. Want ik heb daar geobserveerd én van het leven geproefd."

Gissen blijft het ook naar de precieze samenhang van De aankomst in de bleke morgen met de novelle. Wil hij demonstreren dat er toch niks goeds kan ontbolsteren uit een instellingskind? De aankomst in de bleke morgen is een soort addendum. Te meer omdat het een herwerking is van de toneeltekst die Verhulst in 2005 schreef over de geruchtmakende Aalsterse moorden van 1999, waarbij Maggy Strobbe samen met haar man Luc De Winne hun twee kinderen ombracht in een hotel aan het stationsplein. Hij baseerde die toen op een Koppen-uitzending. De voorstelling veroorzaakte heisa, omdat Strobbe via haar advocaat - vergeefs - een verbod probeerde af te dwingen wegens de "onbetamelijke mix van feiten en fictie".

In de vertelling die Verhulst hier weer opvist heten ze Sarah Smeekens en Stefaan Cools. "Ze hadden elkaar gevonden, hun levens waren naar elkaar gedreven, in elkaar geweven, geknoopt, gesoldeerd, gegoten, gebrand, gebonkt en geklopt." Sarah is een door haar vader langdurig misbruikt kind, Stefaan een halve marginaal, een zwerfkat tussen instellingen. Allebei zijn ze drugsverslaafd. Verhulst kruidt de schamele dialoog met een soort voice-over, maar dat werkt vrij stroef. Het toneelstuk maakt een rudimentaire indruk. Geen detail van de gruwelijke feiten wordt ons bespaard, van verstikking, moord, tot de ontbinding van de dode baby die drie à vier dagen in de hotelkamer lag. "Dus wat moesten we doen. We hebben onze kinderen kapotgemaakt. Voor hun bestwil." Verhulst legt het er dik op, vergroot uit en laat aan het eind de rechter nog een zedenpreek houden. Knipoogt Verhulst met deze 'faction' over dit gewetenloze koppel naar Kristien Hemmerechts en haar Michèle Martin-boek De vrouw die de honden te eten gaf?

Tijd voor een nieuwe richting?

Hoe dan ook: Verhulsts laatste worp overtuigt slechts half en kan een indruk van onvoltooidheid niet verdoezelen. Het definitieve tehuizenboek is dit allerminst geworden. Nochtans levert Kaddisj van een kut sporadisch stilistisch vuurwerk. Je moet Verhulst evenmin leren hoe hij een (schok)effect veroorzaakt en stompen in de maag moet uitdelen. Opvallend ten slotte hoe Verhulst zijn archaïsche, schampere idioom hoogglanzend houdt, vol inventieve dialectwoorden en streektaal.

Toch kun je niet anders dan concluderen dat de schrijver de gijzelaar van zijn eigen thematiek dreigt te worden. "Opnieuw rock-'n-roll", zo voorspelde Verhulst over zijn nieuwe Vlaamse leven. Misschien moet de schrijver nu eens slimmer zijn dan zijn boeken, voor ze voorgoed in de eenrichtingsstraat van het miserabilisme en naturalisme belanden, waar iedereen het meedogenloze slachtoffer is van zijn milieu.

Dimitri Verhulst, Kaddisj voor een kut, Atlas Contact, 160 p., 17,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234