Vrijdag 22/11/2019

Liefde als noodoplossing

De amper 22-jarige Y.M. Dangre schuwt het grote gebaar niet. In zijn overvolle debuut Vulkaanvrucht, dat baadt in een licht decadent sfeertje, voert hij diep getourmenteerde personages op en is de liefde een eeuwige stellingenoorlog. De ontsporing ligt helaas op de loer.

‘Vulkaanvrucht’, het ongewone, tomeloze debuut van jong talent Y.M. Dangre (22)

Een jonge debutant is voor een uitgeverij vaak een promotioneel godsgeschenk. In Frankrijk lopen ze dezer dagen op de toppen van hun tenen voor de 15-jarige Carmen Bramly. Zij stuurt met Pastel fauve een roman op de wereld af waarin ze vertelt hoe een meisje haar maagdelijkheid verliest - uiteraard “niet autobiografisch”. Dat de deerne de dochter is van de bekende auteur Serge Bramly, maakt het des te intrigerender. Onze zuiderburen hebben trouwens een zekere traditie in schrijvende youngsters: denk maar aan Françoise Sagan, die in 1954 op haar achttiende debuteerde met Bonjour tristesse. En verderop in de geschiedenis had je natuurlijk literaire wonderkinderen als Arthur Rimbaud en Raymond Radiguet.

Vorig jaar stond Duitsland dan weer op zijn kop over de brutale coming-of-ageroman Axolotl Roadkill van de 17-jarige Helene Hegemann, waar later nogal wat knip- en plakwerk aan te pas bleek te zijn gekomen.

Logisch dus dat ook uitgeverij Meulenhoff/Manteau de prille leeftijd van Y.M. Dangre volop in de schijnwerper stelt. Tweeëntwintig jaar is voor een Vlaamse prozadebutant lang niet meer vertoond. Al maakte de door hem hogelijk bewonderde Hugo Claus op 21-jarige leeftijd wel zijn intrede in de Vlaamse literatuur met De metsiers (waarmee elke vergelijking verder uit den boze is) en herinneren we ons ook onze plaatselijke poète maudit Jotie T’ Hooft.

De naam van Y.M. Dangre (mysterieus mét artistiek aandoende voorletters maar geen pseudoniem) begon onlangs op te duiken in literaire tijdschriften als Het Liegend Konijn, Met Andere Zinnen en Deus Ex Machina. Hij serveerde er onder meer pastiches op de Franse symbolisten én een hommage aan - jawel - Hugo Claus. Dangre was er vroeg bij: al op de middelbare school pende hij poëzie, een genre dat hij “als primair” beschouwt in de hiërarchie van de letteren. Vervolgens dook er een sterk stuk proza op in de worp jong talent Print is dead. Dat was een fragment uit zijn op stapel staande Vulkaanvrucht, waaraan Dangre drie jaar in stilte heeft gewerkt.

Het beeldrijke, ietwat gecoiffeerd geschreven Vulkaanvrucht is in ieder geval een ongewoon, ietwat tomeloos debuut, dat de grote greep niet uit de weg gaat. Het is een breed geschakeerde vertelling, waarin Dangre volop de tijd neemt om zijn piekerzieke personages van naaldje tot draadje uit te tekenen. Dangre lijkt een combinatie van een turbulente familiesaga en een pijnlijke liefdesroman te beogen, waarin de demonen van het verleden de sputterende maar heftige relaties compleet aan diggelen slaan en de midlifecrisissen welig tieren. Gretig voegt hij er een vleugje decadentisme aan toe. Het fin-de-siècle en enige naturalistisch geïnspireerde hysterie zijn soms niet veraf en ook Oscar Wilde’s adagium “Each man kills the thing he loves” (in dit geval te vervangen door ‘woman’) behoort duidelijk tot Dangre’s invloeden. Niettemin slaagt hij erin een eigen toonzetting te handhaven. Merkwaardig is ook de internationale setting. Dangre benadrukt: “Ik wou absoluut weg van de Vlaamse kerktoren. Dit boek moest iets kosmopolitisch hebben.” Zodoende pendelen de handeling én de personages voortdurend tussen pakweg Livorno, Napels en Parijs.

Zonder verpinken kun je de complexe, immer in zichzelf wroetende personages van Dangre diep getourmenteerd noemen. Tragisch is Robert Scarpomo, zoon van een Franse moeder en een Italiaanse vader, die aan zijn huwelijk met de overleden Sara een zoon Amedeo heeft overgehouden. Hij is begeesterd door klassieke muziek, weet zwierig sonates van Beethoven uit de piano te tokkelen én verlangt naar de eenvoud van het huis-, tuin- en keukengeluk. “Hij wil koste wat het kost dat iedereen gelukkig is”, luidt het regelmatig. Maar zelf is hij een zenuwpees en binnenvetter van jewelste, eeuwig onrustig.

Wanneer zijn Franse capricieuze minnares Sévérine Delacroix, een Franse cultuurjournaliste bij het dagblad Le Figaro, uit haar huwelijk stapt met Daniel (“de man die als een woekerende schimmelinfectie op haar leven had geteerd”), ruikt Robert zijn kans om haar naderbij te halen. Onder grote druk verkast Sévérine naar Livorno, waar ze bij Robert intrekt. Vrijwel onmiddellijk is de spanning er te snijden, te meer daar het ongeleide projectiel Sévérine niet in staat is zich aan te passen aan de mores van ‘het nieuw samengestelde gezin’ en het op de heupen krijgt van zoon Amedeo. De bokkige, aan games verslaafde puber wekt in haar evenwel ook een ongerichte begeerte op, die uitmondt in een vreemde schermutseling. Wel vaker vallen er driftige klappen in Vulkaanvrucht. Je vraagt je trouwens algauw af waarom Robert en Sévérine lovers zijn, want ze doen niets anders dan elkaar vliegen afvangen en tergende verbale steekspelen opvoeren. “Man-vrouwliefde was de noodoplossing”, noteert Dangre droogweg.

Het duurt niet lang voor Sévérine wegglipt naar Parijs, zonder Robert te verwittigen, die helemaal ontredderd raakt. De wispelturige femme fatale werpt zich in de wereld van de prostitutie, met het oog op een boek dat ze wil schrijven. De schrijfambitie van Sévérine, met argusogen gadegeslagen door Robert, zal uiteindelijk de ultieme splijtzwam worden. Sévérine prostitueert zichzelf (een kwestie van inleving) maar komt dan toch even terug bij Robert. “Omdat weggaan nooit zin heeft”, zoals de personages als een mantra herhalen? Toch raakt Sévérine niet meer uit de houdgreep van haar troebele verleden, waar “toch alleen maar rotzooi was boven te halen”. Ze kan haar kalmte slechts bewaren door telkens met haar nagels tot bloedens toe in haar handpalmen te kerven. Haar boek Testament van een tweederangshoer flopt faliekant. En wanneer Robert in duistere omstandigheden zelfmoord (?) pleegt, valt zij meer dan ooit ten prooi aan destructiedrift. Het zou onkies zijn de afloop van dit boek te verraden, maar feit is dat Daniel, “die onleefbare steen, een van alle menselijkheid ontdaan rotsblok”, dan toch weer in beeld komt. Dangre weeft ook nog een aantal oedipale motieven in: Sévérine is totaal idolaat van haar musicerende, aan kanker overleden vader, ooit zo beroemd vanwege zijn concerten. En is zij niet voor Roberts pianospel gevallen? Had niet zo expliciet gemoeten, maar is weliswaar vergeeflijk voor een debutant. Hetzelfde geldt trouwens voor het inwerken van de wrange sprookjes die haar vader haar als kind over de liefde opdiste.

Vulkaanvrucht, in hoofdzaak het portret van een inderdaad vulkanische, pathetische vrouw die constant op het punt van uitbarsten staat, is geen onberispelijke roman. Daarvoor is hij te overvol en is de ontsporing te manifest, alsof het complexe bouwsel Dangre af en toe de krachten te boven gaat. Maar het is wel een opmerkelijk vroegrijp debuut waarin Dangre geregeld scherp psychologisch inzicht tentoonspreidt en krachtige beelden neerplempt. De illusieloosheid van de liefde hakt er nogal in. Dangre durft op zijn bek te gaan en verdient onze welwillendheid ten volle.

Fragment

Meisjes, veelal met strak ingesnoerde bustes, stonden in kronkelposes kushandjes te werpen naar de automobilisten, lieten hun ontuchtige wijsvinger, als een plooibaar vishaakje, heen en weer gaan terwijl ze over hun lippen likten en beloftevolle hoofdbewegingen maakten, die de raderen van de fantasie in gang moesten zetten. Een wulps toneeltje. Een verloren gegane paringsdans in weinig gesofisticeerde uitvoering. Enkele meters van haar vandaan werd er kennelijk onophoudelijk geneukt, gerukt, gepijpt, gerampetampt, geflept in het kwadraat, een horde mannen pufte onder neonlichamen met uitpuilende borsten in een cadans van luid, schokkerig gehijg. Het geneuk. Het gehate, altijddurende geneuk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234