Maandag 25/10/2021

Lichtend voorbeeld

In zijn film Shirley - Visions of Reality, heden te zien in de Amsterdamse filmtempel EYE, brengt Gustav Deutsch het werk van Edward Hopper tot leven. En met succes. Hopper en cinema vormen dan ook al lang een vruchtbaar koppel.

De gordijnkwastjes. De krioelpatronen op de vloerbedekking. De kleuren, de schaduwlijnen en de lichtval: alles klopt exact aan elk van de dertien schilderijen van Edward Hopper (1882-1967) die in Shirley - Visions of Reality de revue passeren. Maar dan komt het doek tot leven. Een van de personages staat op en begint te praten. De bliksem weerkaatst op haar gezicht. Iemand die eerst niet zichtbaar was, stapt het kader binnen. Steeds weer transformeert experimenteel filmmaker Gustav Deutsch klassieke Hopperschilderijen tot volbloed scènes, met een even verrukkelijk als vervreemdend resultaat.

Shirley - Visions of Reality, dat in dertien tableaus het fictieve verhaal van de jonge actrice Shirley vertelt, staat met zijn geanimeerde schilderijen in een lange traditie. Geen enkele schilder die zo vaak werd verfilmd als Edward Hopper. In talloze films en televisieseries duikt zijn werk op - de ene keer heel expliciet, de andere keer meer als parafrase, hommage of omfloerste inspiratiebron. Norman Bates' spookhuis uit Alfred Hitchcocks Psycho (1960) prijkte al 35 jaar eerder op Hoppers House by the Railroad.

Vreetbuien

Hoppers beroemdste en meest geciteerde/geïmiteerde/bespotte schilderij, het sombere bar-bij-nachttafereel Nighthawks (1942), werd nagebouwd in onder meer de musical Pennies from Heaven (1981), Wim Wenders' The End of Violence (1997) en de game Nighthawks Diner van The Simpsons uit 2013. De Amerikaanse tv-producer Matthew Weiner haalde Hopper meermaals aan als de geestelijke interieurarchitect en belichter van zijn kostuumserie Mad Men. "Zodra je zijn werk ziet, begin je te dromen", zei David Lynch over zijn op één na favoriete schilder (nummer 1 is Francis Bacon). Wat maakt Hopper dan zo aantrekkelijk voor cineasten, al decennialang?

Om te beginnen is Hoppers in melancholie en eenzaamheid gedrenkte werk bijzonder filmisch van karakter. Logisch: Hopper was een veelvraat als het om films ging, ook als de zoete fabricaten uit Hollywood niet strookten met zijn eigen opvattingen over het leven en de werkelijkheid. Melodrama's, detectives, kostuumdrama's, alles verslond Hopper en dat vaak in enorme doses. De cinema bood hem immers niet alleen inspiratie, maar ook de hoognodige afleiding als het met werken niet wilde lukken. "Als ik geen zin heb om te schilderen", zei hij, "ga ik een week of langer naar de bioscoop. Ik geef me regelmatig over aan een filmschranspartij."

Vreetbuien die, net als zijn eerdere werk als postermaker voor zwijgende films, een onmiskenbare invloed op Hoppers stijl uitoefenden. Zijn beste, sprekendste schilderijen lijken stuk voor stuk met het oog van de camera geschilderd, vanuit ongewone standpunten die je in de toenmalige realistische schilderkunst nauwelijks aantreft. Bij doeken als Nighthawks, Hotel Room (1931) en New York Movie (1939) is het net alsof Hopper één shot toont, van een film die alleen in zijn eigen hoofd compleet bestond. En dat is de tweede, belangrijkste reden waarom Hopper dankbaar inspiratiemateriaal voor cineasten is: met zijn één-shot-schilderijen spoort hij regisseurs steeds weer aan om ook de rest van die denkbeeldige film zichtbaar te maken.

Wat Nighthawks betreft, was dat makkelijk. Hopper liet zich voor zijn meesterwerk inspireren door Ernest Hemingways korte verhaal The Killers (1927), dat op hem als een verademing werkte "na te zijn geploegd door de gigantische zee van gesuikerde brij die het gros van onze fictie uitmaakt". Toen Robert Siodmak dat verhaal wilde verfilmen, wist deze dus meteen waar hij de passende beelden vandaan moest halen. The Killers (1946) begint bij precies zo'n duistere diner als die van Nighthawks. Siodmak kiest ook nog eens voor hetzelfde, hoekse perspectief van het etablissement. En is dat niet het troosteloze tankstation uit Hoppers Gas (1940), aan de overkant van de straat?

Dat is wat er gebeurt, zodra de filmische schilderijen van Hopper zelf film worden. Het ene beeld roept het andere op, de wereld achter of in het doek ontvouwt zich. Om die wereld te vinden hoeft een cineast alleen maar aandachtig en met fantasie naar Hoppers werk te kijken. Hopper staat immers altijd op het punt om een verhaal te vertellen, zoals schrijver John Updike het ooit omschreef. Wim Wenders, een van de grootste Hopperadepten onder de cineasten, stelde dat er bij elk schilderij van Hopper een 'voor' en een 'na' is.

Niet iedere filmmaker ziet dat even scherp. Soms blijft de geanimeerde Hopper slechts een rekwisiet, zoals in Dario Argento's Profondo rosso (1975), dat het café uit Nighthawks plompverloren naar een plein in nachtelijk Turijn verplaatst en het daarmee tot een loos, opzichtig wringend decorstuk reduceert.

Stemming en kleur

In de beste door Hopper beïnvloede films gaat het juist om veel méér dan het 'simpele' nabootsen van een schilderij en zijn het vooral de personages, hun geschiedenis en gemoedstoestand die door filmmakers tot leven worden gewekt. Een haarfijne imitatie van Hoppers werk blijkt dan minder relevant dan de stemming die het uitstraalt, het kleurgebruik of de manier waarop Hoppers verweesde figuren stranden in de anonieme, onverschillige architectuur van de grote stad.

Puur ter inspiratie stuurde Abraham Polonsky de cameraman van zijn deprimerende, maar gaaf gefotografeerde film noir Force of Evil (1948) naar een Hoppertentoonstelling. Ridley Scott hield het productieteam van Blade Runner (1982) voortdurend een reproductie van Nighthawks onder de neus, "om te illustreren naar welke look en sfeer ik zocht". Overigens kwam de Nighthawks-bar wél letterlijk terecht in de videogame van Blade Runner, zij het in een futuristische variant met een gifgroene Chinese draak op het dak.

Het mooist is wanneer Hopper en film elkaar zo scherp spiegelen en zo'n intense kruisbestuiving aangaan, dat niet meer te zeggen valt waar de inspiratie begint. Zie bijvoorbeeld het rauwe, experimentele docudrama The Savage Eye (Ben Maddow, Sidney Meyer en Joseph Strick, 1960), over een jonge, pas gescheiden vrouw die kopje onder dreigt te gaan in de betonjungle van Los Angeles. De vermoeide heldin op de rand van haar bed, solistische restaurantklanten en groezelige inkijkjes in nachtclubs en cafés: menig shot van deze extreem Hoppereske, vergeten klassieker lijkt uit dezelfde bron als Hoppers schilderijen te vloeien.

In 1962, in een brief aan een kennis, schreef Hopper lovende woorden over de film. "Als iemand wil weten wat Amerika is, moet hij The Savage Eye gaan kijken." Geen wonder dat Hopper zo enthousiast op de film reageerde. Eindelijk vond hij in de bioscoop zijn eigen wereld terug.

Shirley - Visions of Reality, nog tot 4/6 te zien in EYE Amsterdam. Op 31/5 zijn filmmaker Gustav Deutsch en art-director Hanna Schimek aanwezig om de film in te leiden. Zij geven er op 3/6 een masterclass. www.eyefilm.nl

---

Hoppers oog

Wie wil weten welke films Edward Hopper zag, komt een heel eind door Gail Levins Edward Hopper - an Intimate Biography (1995) te lezen. Levin beschrijft hoe Edward en Jo Hopper tweemaal na elkaar Marcel Carné's Les enfants du paradis (1945) keken, ook al duurt dit poëtisch drama dik drie uur. De Hoppers werden ook verliefd op het bitterzoete, eveneens meermaals bezochte drama Marty (Delbert Mann, 1955). Een derde film die Hopper raakte, was Come Back, Little Sheba (Daniel Mann, 1952), over een liefdeloos koppel dat uit balans raakt wanneer een jonge vrouw een kamer in hun huis huurt. Dat de echtgenote haar hondje Sheba kwijt is, deed Hopper erg denken aan Arthur, het weggelopen hondje van zijn vrouw Jo.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234