Vrijdag 27/11/2020

Lezersbrieven

Jazz Middelheim

Zijn jazzfestivals alleen nog levensvatbaar als de programmatoren rekening houden met een zekere 'infiltratie' van andere muziekstijlen genre Lady Linn en Jamie Cullum? Dat is wat Bart Steenhaut in zijn opiniestuk schrijft (DM 17/8).

Sommige jazzmuzikanten zijn door de jaren heen beïnvloed door andere muziekstijlen, zoals klassiek, pop, oriëntal, folk en ga zo maar door. Daarom werden ze hiervoor niet automatisch beloond voor de verkoop van meer lp's en cd's of het aantal optredens.

Dit heeft niets met leefbaarheid te maken, er zijn momenteel voldoende voorbeelden van jazzfestivals die leefbaar zijn (gebleven) met uitsluitend jazzmuzikanten, en waar geen enkel zitje onbezet blijft. Het veertiendaagse jazzfestival van Marciac trekt jaarlijks meer dan 200.000 bezoekers. Maar als het de bedoeling is om groter te worden, naar analogie van Montreux en North Sea Jazz zullen er toegevingen gedaan moeten worden.

Na deze jublileumeditie moet de organisator zijn programma duidelijker durven profileren. Zoniet dreigt dit festival te verwateren. Want waar eindigt zo'n mix? Dan kan men net zo goed Bart Peeters of Helmut Lotti programmeren.

Misschien moet het festival georganiseerd worden binnen een kortere tijdspanne van één weekend? Alleszins heeft het verleden uitgewezen dat Jazz Middelheim altijd de voorrang heeft gegeven aan een afwisseling van toonaangevende, toegankelijke, belovende formaties, zonder de minste entertainmentambitie. Voor wie zijn blik en zijn programmatie wil verruimen is er momenteel voldoende keuze in binnen- en buitenland. Waarvoor er zich zelfs een toenemend verjongd publiek aandient, dat absoluut niet 'puristisch' is, want dezelfde toeschouwers vindt men immers ook elders bij concerten van klassieke muziek of opera, pop, folk of blues.

Jonas Wille, Brussel

Jazz Middelheim (2)

Bart Steenhaut houdt een pleidooi voor meer popacts op Jazz Middelheim om de 'elitaire, intimiderende wereld van de jazz' open te breken en de 'jazzpolitie' te straffen voor hun 'purisme' en 'muzikaal racisme'. Hij voert een godsdienstoorlog zonder voorwerp.

Jazz Middelheim heeft dit jaar om pragmatische redenen en vanuit een oprecht opportunisme twee popacts met jazzy inslag geprogrammeerd. Festivaldirecteur Bertrand Flamang vindt dat die acts nog net kunnen binnen een jazzcontext en tegelijk de kans bieden om een breder publiek naar Park Den Brandt te lokken. Dat laatste is zeker gelukt, want op die bewuste zondag hebben veel jonge mensen voor het eerst de weg naar Middelheim gevonden. Daar konden ze tussen de concerten van Linn en Cullum ook nog eens de fantastische en subtiele pianist Allen Toussaint met gitarist Marc Ribot ontdekken, dat sluit aan bij de ambitie om jongeren warm te maken voor jazz, ook voor de wat minder toegankelijke varianten ervan.

Maar nogal wat jazzliefhebbers hebben geklaagd over de aanwezigheid van de popacts. Niet dat ze niet van popmuziek houden. De klacht ging over het feit dat je acts als Cullum en Linn al op duizend en één andere plekken kunt horen. In hun plaats hadden groepen kunnen staan die we hier zelden of nooit te zien krijgen, misschien zelfs de nieuwe Dizzy Gillespie, Miles Davis of John Zorn van zijn/haar generatie. De popacts lokken wel volk en ze verzekeren op die manier mee de stabiliteit van Jazz Middelheim, maar ze maken het programma tegelijk minder specifiek. Het festivallandschap verliest daardoor (een beetje) aan diversiteit.

Weegt het een tegen het ander op? Wie zal het zeggen? Bertrand Flamang is een slimme en handige mens, hij heeft met veel moed, stijfkoppigheid en inzicht een succes gemaakt van Gent Jazz. Hij programmeert sinds enkele jaren ook Middelheim en heeft al zijn zakelijk instinct geïnvesteerd in het rechthouden van het bedreigde festival dat Middelheim was. Hij wil een jazzfestival voor aandachtige luisteraars blijvend zuurstof geven. Cullum en Linn waren dit jaar een stukje van die zuurstof.

Maar let eens op die ongelooflijke spreidstand: de muzikale ruimte tussen een Zorn en een Brussels Jazz Orchestra is onmetelijk, zelfs groter dan die tussen Cullum en de rest van het programma. Hoe 'puristisch' is dit dus? Jazz is van bij haar genese, ergens in het begin van de twintigste eeuw, bezoedelde muziek. Dat is het ook vandaag nog. Bijvoorbeeld: saxofonist en klarinettist Michael Moore heeft een prachtig project gemaakt rond de muziek van Bob Dylan. Het resultaat is ontroerend mooi. Maar Moore heeft niet de commerciële flair van Jamie Cullum en zijn act is niet spectaculair, het is luistermuziek. En precies dat lijkt Steenhaut te willen bannen uit festivals als Jazz Middelheim. Vrijdag op Jazz Middelheim was het voor BJO en Toots twee keer anderhalf uur muisstil, tot tientallen meters buiten de tent. Er waren toen exact even veel toeschouwers als zondag. Waren dat allemaal 'puristen', binnengelaten door de 'jazzpolitie'? Ik hoop dat er in ons land altijd festivals zullen zijn die dit genieten mogelijk maken, zonder als purist of te worden uitgescholden.

Filip Gosselé, Beersel en Jan De Ceuster, Brussel

Hamster gloeilampen

Op 1 september 2011 worden gloeilampen van 60 watt uit de winkels gehaald in het kader van het Europees verbod op gloeilampen. Nochtans zijn aan spaarlampen significante risico's voor het milieu en de gezondheid verbonden. Zo berichtten de media onlangs over de kwikdampen die ontsnappen wanneer een spaarlamp breekt en die volgens een recente studie, gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad Environmental Engineering Science, de geldende veiligheidsnormen kunnen overschrijden.

Dokter Geert Verstegen van het antigifcentrum probeerde onlangs de gemoederen te bedaren door te stellen dat een tijdelijke hoge blootstelling niet noodzakelijk schadelijk hoeft te zijn, "net zoals een tijdelijke hoge inname van zout evenmin schadelijk is". Als arts maak je het toch wel heel bont als je zout gaat vergelijken met kwik. Ons lichaam is goed in staat om met zout om te gaan en om inderdaad overtollige hoeveelheden af te voeren. Kwik daarentegen is een zwaar metaal dat in ons lichaam hoegenaamd niets te zoeken heeft. De giftigheid staat onomstotelijk vast. Het antigifcentrum stelde verder dat het volstaat om even de ramen open te zetten wanneer een spaarlamp breekt. Was het maar zo eenvoudig. Niet alleen blijft de lamp zelf nog verschillende maanden kwikdampen uitstoten, het kwik wordt ook geabsorbeerd door textiel (gordijnen, tapijten, kledij) die de stof eveneens gedurende lange tijd blijven vrijgeven.

Bovendien rijzen vragen bij de mate waarin spaarlampen nu werkelijk energie besparen. Zo vraagt het bijvoorbeeld veel meer energie om een spaarlamp te produceren in vergelijking met een gloeilamp en worden spaarlampen vaak van heinde en verre aangevoerd, met alle CO2-uitstoot van dien. Nog voor de lamp ook maar één keer is gebruikt is haar energievoordeel al teniet gedaan. Na gebruik is dan weer heel wat energie nodig om de lampen te verzamelen, te verwerken en het kwik te recycleren.

Aan de bevolking kunnen we enkel de tip geven om een voorraad gloeilampen in te slaan. Nele Robberechts, namens de werkgroep Spaarlampramp, spaarlampramp.wordpress.com

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234